Human interest14 augustus 2015

Laat je niet verblinden

Hoek van Holland-week: zomerse longread van Vincent Cardinaal

Arthur Schwab werd wakker van de stem van zijn vader.

‘Arthur, hey, Arthurtje! Ben je wakker? Wij gaan vandaag iets leuks doen. Kom maar snel naar beneden.’

Het zonlicht prikte in zijn ogen, het was een van de eerste dagen van de grote vakantie. Zijn vader bleef nog even plakken in het kamertje dat hij deelde met zijn broer. Arthur richtte zich op, leunde op een elleboog en keek naar de man die in de deurpost stond. Zijn broer, zes jaar ouder en volop aan het puberen, zocht driftig wat spullen bij elkaar. Hij wurmde zich langs hun vader, en sprak al kuchend op de overloop ‘lul!’. Arthurs vader haalde adem, alsof hij er wat van wilde gaan zeggen, maar blies onverrichter zake weer uit. Hij keek naar Arthur, nu helemaal wakker. ‘Kom je snel? Het is prachtig weer.’

Onder het tandenpoetsen hoorde hij zijn vader in het keukentje beneden praten met moeder. Wanneer was hij thuisgekomen? Hij had geprobeerd wakker te blijven de vorige avond. ‘Rund’, had zijn broer gezegd. ‘Denk je echt dat ‘ie komt? Dat duurt vast nog dagen. Misschien wel een week. Ik ga er niet voor wakker blijven, hoor.’ En hij deed het licht uit. Arthur had de ogen ook maar toegedaan. Vlak voor hij insliep, dacht hij aan het voorgaande weekend, toen hij met zijn moeder en broer bij familie in Zeeland op bezoek was. In de verte zag hij een schip op de Noordzee. Zou dát vader zijn? Hij durfde het niet te vragen. De laatste keer dat hij dat deed, had zijn moeder alleen maar boos gekeken. Zijn broer had hem uitgelachen.

Beeld: Maus Bullhorst

Beneden gekomen zag hij een groot pak op de keukentafel liggen. Het zat in karton, hij kon niet uitmaken wat het was. ‘Is dat voor mij?’ Zijn vader glimlachte. Zijn moeder zat in ochtendjas aan tafel, en keek in de mok waar ze koffie uit dronk.

‘Nee, nee, Arthurtje – dit is voor ons! Voor ons allemaal. Maar jij en ik gaan hem zo inwijden. Mama wil niet mee, en Viktor… nou ja, je kent Viktor. Trek je schoenen maar aan. Ik heb de fietsen al klaar gezet.’ Even later stapte Arthur via het keukentje de tuin in. Hij kuste zijn moeder. Zijn vader wilde hetzelfde doen, maar moeder trok haar hoofd weg. ‘Het is veel te ver, hij is nog maar acht’, siste ze in zijn oor.

Arthur en zijn vader fietsten het dorp uit. Bij de kerk links en dan via het haventje richting de Nieuwe Waterweg. Er stond een harde tegenwind, Arthur kroop bij zijn vader in het wiel. Het kartonnen pak zat onder snelbinders op diens bagagedrager geklemd. Hij voelde waar ze heengingen, en dat gaf hem ook een idee van wat er in het pak zat.

De vorige zomer was hij achterop bij vader naar Hoek van Holland gereden. Ze hadden met hun blote voeten in de branding gestaan, schelpen gezocht en tot besluit naar jongens en mannen met hun vliegers staan kijken. Arthur vond het magisch. Al die kleuren, zomaar zwevend in de lucht! Zijn vader had aan één blik genoeg. Toen ze op de terugweg halt hielden om een flesje limonade te drinken, zei hij: ‘Volgende zomer gaan wij vliegeren. Dat beloof ik je!’ Op de vraag of vader wist hoe dat moest, antwoordde hij vol zekerheid: ‘Een Schwab kan alles. Dat weet je toch?’

Ja, dat wist Arthur. Of dat vertelde hij in elk geval tegen iedereen die het wilde horen op het schoolplein. De avonturen van de Grote Schwab op zee! Soms werd hij erom uitgelachen, vooral die keer toen Viktor hem zomaar belachelijk kwam maken. Zijn wraak was zoet – diezelfde middag kreeg hij een tien voor een tekening van de Grote Schwab.

Arthur en zijn vader waren bijna op het strand. Arthur was moe van de lange fietstocht, het laatste stuk had hij met de tong uit zijn mond geprobeerd het tempo bij te houden. Een groep dronken zeelui, gestoken in wollen truien die ontzettend warm leken, versperden hem bijna de weg. ‘Kom op, nog even!’ moedigde zijn vader hem aan.

Beeld: Maus Bullhorst

De fietsen zetten ze in het fietsenrek. Toen ze midden op het strand waren, liet vader Arthur het pakket openmaken. Het kostte hem moeite het touw los te krijgen, vader moest zijn zakmes erbij pakken. Het eerste dat hij zag was een stel stokken. Daarna zag hij de felrode stof. Vader liet hem de onderdelen zien, en zette ze in elkaar. Het was een prachtige rode ruit, met een mysterieus Chinees teken erop. ‘Weet je nog vorige zomer? Nu is het aan ons!’

Vader rolde het touw uit dat aan de vlieger vastzat. Het had twee handvatten. Hij gaf ze aan Arthur. ‘Het is niet moeilijk. Gewoon naar je vader luisteren.’ Zijn vader pakte de vlieger op en nam hem waar de houten delen elkaar kruisten tussen duim en wijsvinger. De wind trok ondertussen fel aan. Rechts van Arthur en zijn vader zat een gezin, van voet tot nek gestoken in zwart. Gereformeerden. De kinderen leken naar de zee te snakken, maar ze bleven op hun plaats. De moeder pelde een sinaasappel.

‘Luister Arthur – we gaan hem zo voor het eerst oplaten!’ Vader moest hard praten, gillen zelfs, om boven de wind uit te komen. ‘Het is belangrijk dat je de touwen goed blijft vasthouden! Je moet er voor zorgen dat er aan allebei de kanten, dus links én rechts, evenveel touw vrijkomt. Anders gaat het niet goed. Als we een afstandje hebben, laat ik de vlieger los. Dan komt de wind eronder, en dan zul jij eens zien wat er dan volgt!’ Vader gaf hem een knipoog, en maakte een paar passen. Hij hield nog even in. ‘Oh ja, één ding is ook van belang – niet tegen de zon in kijken. Dan raak je verblind. En als dat gebeurt, dan kijk je omlaag. En niet loslaten! Dan zijn we de vlieger kwijt.’

Vader was nu meters weg. Arthur zette zich schrap, met zijn hakken in het zand gedraaid. Dat had hij onthouden van de jongens die ze vorige zomers zagen. Hij liet wat touw vrijkomen, exact zoals zijn vader hem had geïnstrueerd. Het ging goed! Zijn vader stak een duim op, waarna hij de vlieger boven zijn hoofd hield. Met zijn vrije hand telde zijn vader nu af. Drie vingers werden er twee, toen één. Daar ging de vlieger de lucht al in.

Beeld: Maus Bullhorst

De vlieger pakte direct hoogte, hij was al twee keer kleiner op het oog dan hij voor het opstijgen was geweest! Hij volgde de rode ruit tegen de strakblauwe hemel. De wind trok weer wat aan en Arthur probeerde flink te blijven. Hij voelde de linkerkant sterker trekken dan de ander, liet te veel touw aan die zijde los en voor hij het wist was hij een keer om zijn as gedraaid. Hij voelde zich wat draaierig, en probeerde de vlieger weer in het vizier te krijgen. Zijn vader hoorde hij wel, maar hij kon hem door de wind niet goed verstaan. Hij probeerde de vlieger onder controle te krijgen. Daar was hij al, hij verborg nu de zon. Een volgende windvlaag deed de vlieger omlaag duiken. Fel zonlicht was nu Arthurs deel, en hij raakte verblind en vervolgens in paniek. Moest hij nou omlaag kijken? Wegkijken? Loslaten? Volhouden? Hij deed van alles een beetje en voelde plots geen enkele trekkracht meer. Toen de ergste zonnevlekken weg waren, zag hij de twee handvatten. Er zaten twee gebroken stukken touw aan vast.

‘Verdomme. Dat was een beste rukwind. Wacht hier, ik ga achter die vlieger aan.’ Voor hij wat kon zeggen, was zijn vader al bij de branding. Hij dook in het water. Arthur drentelde wat door het zand, hij schaamde zich. Toen hij weer naar de zee keek, zag hij zijn vader niet. Hij tuurde de waterlijn af. Hij zag nog steeds niets. Ook geen vlieger. Hij wist even niet wat te doen. Naar het water lopen? Na een stap te hebben gezet, deinsde hij al terug. Hij keek vast verkeerd, dat was het. Had hij niet een stuk gelopen, in plaats van wat ijsberen? Hij moest meer naar rechts kijken. Maar ook daar zag hij niets. Dan maar links. Weer niks. Hij keek zo ver hij zijn nek kon draaien, en zo diep als hij het wateroppervlak scherp kon houden. Even dacht hij beet te hebben, maar in dezelfde seconde dat hij meende zijn vader waar te nemen, veranderde deze in een wegvliegende zeemeeuw. Misschien wás vader wel niet naar zee gelopen, maar richting duinen. Hij keek over het strand, maar zag niets of niemand die op vader leek. Arthur zakte door zijn knieën. Hij durfde niet meer te kijken, en ook niet meer te denken.

Beeld: Maus Bullhorst

Hoe lang hij daar zo heeft gezeten, wist Arthur niet. Maar op een gegeven moment was daar De Hand. Behorend bij De Vrouw. Ze legde hem voorzichtig in zijn nek. ‘Waar is jouw vader? Jullie waren toch aan het vliegeren? Is hij weggelopen?’ Arthur kon niet meer praten, maar wees richting de zee. Daarna ging hij huilen. De vrouw pakte hem bij zijn hand, en sleepte hem richting de opgang van het strand. Daar alarmeerde ze de politie.

Arthur werd in een wagen van de politie naar huis gebracht. De volgende dagen waren de vreemdste uit zijn bestaan. In plaats van groot drama, gebeurde er niets. Zijn moeder zweeg. Ze keek vaak boos voor zich uit, en snauwde soms richting Arthur. Moeders zus kwam langs met eten. Daarna ging ze met moeder in gesprek, maar daar mocht Arthur niet bij zijn. Viktor, toch al niet veel binnen te vinden, kwam nu helemaal niet meer thuis. Drie dagen later werd hij gevonden in een bus, in het centrum van Rotterdam. Hij wist ook niet wat hij daar deed.

Het lichaam van zijn vader werd nooit gevonden.

De rust keerde op een bepaalde manier snel terug in huis. Maar de scheuren bleven. Arthur vervreemdde ieder jaar wat meer van zijn moeder en broer, die samen juist steeds hechter werden. Toen Arthur op zijn zestiende verjaardag het aanbod kreeg om een jaar bij familie in Groningen te gaan wonen, pakte hij dit met beide handen aan. Hij sloot er de middelbare school af, en bleef er studeren.

Zijn moeder hertrouwde met een andere man, niet lang nadat hij het huis uit was. Tot haar dood woonde ze bij hem. Arthur werd intussen ‘Schwab’. Eerst als bijnaam op de sociëteit, later op alle plekken in zijn leven. Bij het afsluiten van zijn huwelijk moest hij zelfs even nadenken toen de ambtenaar zijn voornaam noemde. Was hij echt ooit Arthur geweest?

Beeld: Maus Bullhorst

Zijn ‘nieuwe vader’ leek een goede man, al was hij wel erg gelovig. De gekke situatie ontstond dat als Schwab eens in de zoveel tijd zijn moeder belde, hij vaak eerst een reprimande van haar nieuwe man kreeg. Dat hij ooit was gescheiden, dat kon toch niet? En dat veld waarin hij werkte… dat was goddeloos. Alleen de Heer beschikte over de natuur, niet de mens. Die mocht helemaal niet ingrijpen, dat was dan misschien geen zonde, maar het was wel iets waar je later verantwoording over moest afleggen.

Het zag er kortom niet goed voor hem uit. Nee, dan zijn broer. Die was nu getrouwd, had drie kinderen en was ook netjes gelovig. Dat hij er een voorbeeld aan nam. Na zo’n college sprak Schwab dan plichtmatig met zijn moeder, de enige persoon die hem nog bij zijn voornaam noemde. Na haar crematie verbrak hij alle contact – met die man van haar, maar ook met zijn broer. ‘Soms word je in de verkeerde familie geboren’, zo concludeerde hij droog tegen zijn broer. Die zei voor hem te zullen bidden.

Op het strand keerde hij nooit terug. Of nou ja, een keer bijna. Diep in de nacht hing hij om de nek van collega’s in een strandtent. Het gesprek ging over kitesurfen, een activiteit waar Schwab niet aan mee had gedaan die middag. Hij had zich er met een excuus vanaf gemaakt. Gevraagd naar waarom hij er niet was, antwoordde hij dat hij alles al een keer had gemaakt. Het leven was volgens hem sowieso simpel. ‘Je moet niet tegen de zon inkijken, je niet laten verblinden.’

 

Reageer of deel op Social Media

Tags:Arthur Schwab, Hoek van Holland, vincent cardinaal en zomers leesverhaal

Sectie: Human interest

kaart: Hoek van Holland Strand, Strand en Duin, Hoek van Holland, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *