voor de harddenkende Rotterdammer

Vanaf 1951 werd 1,5 procent van de bouwsom van publieke gebouwen verplicht besteed aan kunstopdrachten. Door heel Nederland resulteerde dit in een rijk scala aan combinaties tussen kunst en architectuur. Straatfotograaf Marcel Kollen laat met een fotoserie zien hoe in Rotterdam de vaak markante kunstwerken een vanzelfsprekend onderdeel zijn geworden van de stad.

De vele monumentale kunstwerken die Rotterdam rijk is, worden ook wel ‘gebonden’ genoemd. Gebonden, omdat ze dikwijls letterlijk een eenheid vormen met de architectuur waar ze deel van uitmaken. De werken kwamen bovendien zelden autonoom tot stand. Materiaal én inhoud is toegesneden op de specifieke plek in het gebouw.

Toch maken sommige van deze Rotterdamse kunstwerken een tamelijk ongebonden indruk. Neem bijvoorbeeld de vrijstaande sculptuur van Naum Gabo naast de Bijenkorf, of de dubbele ‘speculaasjes’ (officieel: Reizigers) van J.H. Baas. Dat laatste duo overleefde het oude Rotterdam Centraal waarvoor ze oorspronkelijk ontworpen zijn. Nu het nieuwe station in zijn architectuur letterlijk verwijst naar de speculaasjes, kun je stellen dat het station zich deze keer op háár beurt gebonden heeft aan een kunstwerk.

Central Post, het voormalige stationspostgebouw, is wat dat betreft een beter voorbeeld van de synthese van kunst en architectuur. De door Louis van Roode ontworpen kopgevel kent 22 ramen die een abstracte compositie van glas in beton vormen. Ze zijn een naadloos onderdeel van het gebouw en tegelijkertijd is het een markante verschijning op de meest zichtbare gevel van het pand.

Dat al deze kunst uit de wederopbouwperiode stamt, is geen toeval. De combinatie van kunst en architectuur maakte vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog een bloeiperiode door en was vanaf 1951 zelfs nationaal beleid: 1,5 procent van de bouwsom van rijksgebouwen werd verplicht besteed aan kunstopdrachten. Ook private opdrachtgevers namen het idee over. Geen wonder dus dat wederopbouwstad Rotterdam een rijke collectie monumentale kunst bezit.

De ambitie van de percentageregeling van het Rijk was, naast worstelende kunstenaars een steuntje in de rug verlenen, om de bevolking op ongedwongen wijze regelmatig met kunst in aanraking te brengen. De fotoserie van Marcel Kollen brengt deze ongedwongenheid treffend in beeld. Of de toevallige passant zich ook altijd bewúst is van de kunst die daardoor in de stad voor het oprapen ligt, is de vraag.

Op woensdag 9 september vindt de jaarlijkse monumentenlezing plaats. Dit jaar staat deze in het teken van wederopbouwkunst, met lezingen van architectuurhistoricus Wijnand Galema en kunstenaar Toby Paterson. Reserveren kan hier.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam (wat betekent dit?)

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Sereh Mandias

Sereh Mandias

Na studies wijsbegeerte en bouwkunde laveert Sereh Mandias (1987) in haar werk tussen ontwerp en theorie, met een specifieke interesse voor de totstandkoming van de hedendaagse stad. Ze is werkzaam als docent en coördinator bij de leerstoel Interiors Buildings Cities (faculteit Bouwkunde, TU Delft) en redacteur van podium voor stadscultuur De Dépendance.

Profiel-pagina
Marcel Kollen

Marcel Kollen

Marcel Kollen (1972) is een Rotterdamse fotograaf. Hij legt graag het dagelijks leven vast: straattaferelen, verlaten landschappen of eenzame wandelaars. In 2014 maakte hij het boek ‘Off Rotterdam’ over Rotterdamse muzikanten. Rotterdam voelt voor hem na lange reizen als thuis. Hij houdt van de duidelijkheid van Rotterdammers en de positieve vibe van de laatste jaren.

Profiel-pagina
Nog geen reacties