De week van CarnisseWetenschap en onderwijs22 september 2015

Doendenkers hebben de toekomst

Een week lang Carnisse: veerkracht op school

Aikido, Carnissetuin en filosofie. Met deze drietrapsraket leren kinderen van de Elisabethschool hun eigen lichaam, hart en hoofd beter kennen. Dat helpt niet alleen de leerlingen, maar ook de school. Want sinds Vakmanstad en de schooldirectie de handen ineen sloegen, zijn de leerlingen niet de enigen die een emancipatieproces doormaakten.

De Elisabethschool ligt in een rustige straat aan de zuidrand van Carnisse. Te midden van de bakstenen portiekwoningen en aanleuningwoningen met plat dak, oogt het gebouw als een buitenbeentje: het vrijstaande complex heeft drie puntdaken, een houten uitbouw en wordt gescheiden van de straat door een grijs betegeld plein, een hek en een rijtje bomen. Het Zuiderpark vormt de fraaie groene achtertuin van de school, die hier al sinds 1954 is gevestigd.

Het is een zonnige vrijdag in mei, half drie ’s middags. Bij het hek staat een klein gezelschap ouders te wachten. De zoemer klinkt: de schooldag zit erop. Terwijl de meeste leerlingen van de Elisabethschool uitgelaten het schoolplein op stormen, verzamelt groep 7 zich in de lerarenkamer voor de kook- en ecosofieles van juf Marcia en juf Emma. De meerderheid van de kinderen is zichtbaar opgetogen. Een handvol meldt zich met frisse tegenzin. Zij zouden liever voetballen, tv kijken of gamen in plaats van nog eens twee uur naar de juf te moeten luisteren.

“Wij leren kinderen om niet achteloos van alles naar binnen te werken, maar na te denken over waar hun eten vandaan komt”

Uit de grond

Gelukkig voor hen hoeven ze niet al die tijd in een lokaal stil te zitten. “Vandaag geven we buiten les, op een plek waar de kinderen met eigen ogen kunnen zien en ervaren waar hun eten vandaan komt”, vertelt Marcia Jansen. Ze is van huis uit kok en voedingsdeskundige in opleiding en geeft sinds het begin van het schooljaar kook- en smaakles aan groep 7 en 8. “De school heeft net een prachtige nieuwe keuken, maar met dit mooie weer nemen we ze liever mee naar de Carnissetuin, 500 meter verderop. Daar groeit en bloeit van alles: groente, kruiden, fruit. Het is de perfecte plek om kinderen te leren dat veel van ons voedsel uit de grond komt en dat die goed verzorgd dient worden om ervan te kunnen eten.”

Onder toeziend oog van de twee juffen, hulpkok Lionel en hulpmoeder Nancy begeeft de groep zich met een kar vol boodschappen naar de tuin. Daar aangekomen stort een deel van kinderen zich op de bereiding van bami. Emma van de Wouw neemt dee andere helft onder haar hoede. Zij is docent ecosofie en onderwijst een combinatie van filosofie, ecologie en wereldoriëntatie. “Waar komt bami vandaan?”, vraagt ze. De kinderen kijken vragend. Het komt oorspronkelijk uit Azië, zegt ze dan. “Thailand? China? Indonesië?” Volgens juf Emma hebben ze allemaal gelijk. “Het is een Chinees ingrediënt, maar het komt ook veel voor in de Thaise, Indonesische, Maleisische en Surinaamse keuken. En wisten jullie dat je bami ook in de snackbar kunt bestellen? Dan zit er een krokant korstje omheen en heet het bamischijf. Maar die is lang niet zo gezond en lekker als de bami die jullie gaan maken.”

Beeld: Frank Hanswijk

Ecosociale drietrapsraket

De kook- en ecosofieles maken deel uit van het naschoolse lesprogramma Vakmanstad, een initiatief van de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling. Behalve koken en ecosofie leren de kinderen van de Elisabethschool een tuin te onderhouden en krijgen ze les in aikido, een Japanse zelfverdedigingssport. Volgens Oosterling vormen de lessen samen een ‘ecosociale cirkel’: “Sporten maakt hongerig. Als je honger hebt, wil je eten. Wij leren kinderen om niet achteloos van alles naar binnen te werken, maar na te denken over waar hun eten vandaan komt en hoe ze het kunnen klaarmaken. Vervolgens reflecteren we door middel van filosofie en komen de kinderen erachter dat niet overal een pasklaar antwoord op is.”

Tijdens alle lessen werken de kinderen aan hun fysieke, sociale en mentale conditie, zegt de filosoof. “Bij aikido draait het om de kracht van de ander. In plaats van meteen de aanval in te zetten, leren kinderen om zich in te houden en in te spelen op wat de ander doet. Ze werken aan hun eigenwaarde, met respect voor de ander. Dankzij de kooklessen leren de kinderen wat gezond eten is. Want dat kennen ze veelal niet. Ontbijt hebben veel leerlingen niet gehad, maar tussendoor wordt er wel uitgebreid gesnoept – met zwaarlijvigheid en gebrek aan concentratie als gevolg. In de Carnissetuin doen de kinderen ervaring op met de herkomst van voedsel. Ze zaaien en onderhouden gewassen, om ze vervolgens te oogsten. Tijdens filosofie leren ze kritisch na te denken en te argumenteren in plaats van te reageren via het korte lontje van emotie.”

Doel van de lessen is om de kinderen weerbaar te maken en om ze interesse te laten ontwikkelen in  zichzelf, de ander en de wereld. “We willen de passief-consumerende houding van kinderen omzetten naar een actief-producerende. En we willen dat ze gaan nadenken over waarom ze bepaalde dingen doen. Dus op de vraag ‘waarom doe je dat?’ krijgen wij niet meer het antwoord ‘nou ja, gewoon’. Of ‘ja, weet ik niet’. Dat zijn onacceptabele antwoorden.”

Eigenhandig doorstarten

Aanvankelijk richtte Vakmanstad zich vooral op de wijk Bloemhof en de gelijknamige basisschool. In 2011 werd het Vakmanstad-lesprogramma ook uitgerold op drie basisscholen in Carnisse, als onderdeel van het vierjarige innovatieproject Veerkracht Carnisse dat door de gemeente Rotterdam werd gefinancierd. Van de drie scholen toonde alleen de Elisabethschool zich bereid om de lessen infrastructureel in te bedden en met behulp van eigen financiële middelen een doorstart te maken in 2015-2016. En toeval of niet, in de beginperiode moest juist op deze school de grootste slag worden geslagen. De Elisabethschool had in 2011 het stempel ‘zeer zwak’ gekregen van de onderwijsinspectie. Niet alleen de resultaten van leerlingen waren onder de maat, ook de prestaties van de leerkrachten en het alledaagse gedrag van sommige kinderen konden beter.

In de zomer van 2011, stelde het schoolbestuur Lous Paijens aan als directeur. Samen met zittend directeur Bas Blummel begonnen ze aan een turbulent jaar van reorganiseren. De helft van de leerkrachten vertrok na een schifting op basis van kwaliteit. Anderen kregen didactische coaching of ‘co-teaching’. Nu vormen de docenten een toegewijd team van jonge, enthousiaste leerkrachten. Een deel van hen komt uit Carnisse, anderen wonen elders in de stad. Wat ze gemeen hebben, is dat ze met veel plezier de uitdagingen van lesgeven ‘op Zuid’ aangaan, zegt Paijens. “Want in het onderwijs is elke dag anders. Hier geldt dat dubbel en dwars.”

“Je moest eens weten hoeveel mensen er op je afkomen als je net het stempel ‘zeer zwak’ hebt gekregen”

Zeven schoolnormen

Paijens en Blummel – allebei in spijkerbroek en op makkelijke schoenen – zitten in hun kantoor op de eerste verdieping met een groot raam dat uitzicht biedt op het speelplein achter de school. “Met het nieuwe team hebben we een visie geformuleerd en van daaruit zijn we razendsnel gaan bouwen”, vat Paijens het eerste jaar van de reorganisatie samen. “Om onze doelen helder te communiceren, zowel naar de kinderen, naar de ouders en naar elkaar, hebben we deze samengevat in zeven schoolnormen, zoals ‘We zijn altijd op zoek naar elkaars talenten’ en ‘We praten duidelijk, rustig en laten elkaar uitspreken’. Het hele lijstje is overal in de school te vinden.”

Behalve het opstellen van duidelijke gedragsregels, hebben de schooldirecteuren de eerste jaren vol  ingezet op leerkrachtvaardigheid. Want, zo is hun stellige overtuiging, een cultuurverandering valt of staat met de mensen die voor de klas staan. “Toen ik hier 7,5 jaar geleden begon, stond de school er ook al vrij beroerd voor”, blikt Blummel terug. “Met de vorige directeur ben ik op een soortgelijke manier gaan bouwen, maar dat baatte niet. Achteraf gezien was het team er niet klaar voor. Het besef was er wel, maar niet de knowhow om het écht anders aan te pakken.” En dus zorgden Paijens en Blummel bij het tweede ‘verbetertraject’ voor toepasselijke literatuur, ze regelden een didactische coach en koppelden collega’s, die iets van elkaar konden leren, aan elkaar.

Beeld: Frank Hanswijk

School als koppelplaats

Terwijl de schooldirecteuren alle zeilen moesten bijzetten om de schoolresultaten weer op peil te brengen, startte het vierjarige project Veerkracht Carnisse. De initiatiefnemers, waaronder Stichting Rotterdam Vakmanstad, zagen een belangrijke rol weggelegd voor alle basisscholen in de wijk. In hun ogen waren dat belangrijke ontmoetingsplekken voor buurtbewoners waar koppelingen tussen kinderen, ouders en hun leefwerelden konden worden gemaakt. Paijens en Blummel hadden wel oren naar de plannen van Veerkracht en Vakmanstad, maar reageerden in eerste instantie terughoudend. Ze wilden eerst de boel intern op orde hebben, voordat ze met een externe partij in zee zouden gaan. “Je moest eens weten hoeveel mensen er op je afkomen als je net het stempel ‘zeer zwak’ hebt gekregen”, vertelt Paijens. “Veelal commerciële partijen, die zich professionaliseren in het helpen van scholen om zoveel mogelijk subsidie op te strijken. We wilden zorgvuldig te werk gaan en geen overhaaste beslissingen nemen, juist vanwege onze benarde situatie.”

De eerste, voorzichtige stap was vergroening van het schoolplein en een samenwerkingsproject met Frontlijn om gezinnen te ondersteunen met pedagogische en administratieve coaching. Verder kozen Paijens en Blummel in het schooljaar 2011-2012 voor incidentele aikido- en tuinlessen en begonnen ze op advies van Oosterling met zogeheten ‘huiswerkklassen’ waarin leerlingen van groep 5 tot en met 8 anderhalf uur per week ondersteuning kregen bij met name begrijpend lezen en rekenen. De schooldirecteuren zagen vooruitgang. Leerlingen bloeiden op. Af en toe werd er nog wel geknokt en gepest, maar bij aikido leerden ze om respect te hebben voor de ander en bij filosofie om te strijden met woorden – met minder opstootjes als gevolg.

Kinderen zijn de sleutel

Inmiddels zijn de aikido-, kook-, ecosofie- en tuinlessen structureel. In 2015-2016 gaan de lessen zelfs deel uitmaken van het reguliere onderwijscurriculum: alle leerlingen van groep drie tot en met groep acht krijgen wekelijks vier uur les van Vakmanstad. Dat betekent dat de lessen niet meer na schooltijd worden gegeven, maar bijvoorbeeld ook om half negen ’s ochtends, bij de start van de schooldag. Volgens Oosterling is dit een grote stap vooruit. “Eerst werd Vakmanstad door veel ouders, kinderen en sommige leerkrachten gezien als een veredelde naschoolse opvang. Door de lessen te integreren in het curriculum geven we een duidelijk signaal af: dit is een serieuze zaak!” Want de kinderen beseffen het zelf uiteraard niet, maar zij zijn de sleutel tot de doorbraak in de problematiek in de wijk, aldus de filosoof. “Zij zijn de toekomst. Zij kunnen de verantwoordelijkheid terugbrengen in een samenleving die alleen nog maar denkt in termen van grenzeloze consumptie en ongefundeerde ambitie. Wij brengen leerlingen terug naar de schaal waarop ze weer verantwoordelijk willen en kunnen zijn voor wat ze doen.”

Een volgende stap is dat de leerkrachten van de school de eerste tien minuten bij de lessen van Vakmanstad aanwezig zijn, zodat het schoolprogramma en dat van Vakmanstad vloeiend in elkaar overlopen. Oosterling: “Nu heerst het idee dat wij een externe partij zijn, waar alleen de kinderen mee van doen hebben. Maar juist door samen te werken, bruggen te slaan tussen het onderwijscurriculum en onze ecosociale lessen, kunnen we meer voor die kids betekenen. Bovendien kan het geen kwaad om de leerkrachten zelf een lesje filosofie mee te geven, al was het alleen maar om erachter te komen dat ook zij in een leerproces zitten en hun kennis en vaardigheden kunnen blijven ontwikkelen. De onderwijsraad noemt dat ‘een leven lang leren’, wij noemen dat mentale duurzaamheid.”

Boven verwachting

Met het schooljaar 2015-2016 voor de deur, ligt de Elisabethschool weer op koers. De school heeft het stempel ‘groen’ gekregen van de onderwijsinspectie, de kinderen dansen niet meer op tafel, er wordt minder gevochten en op de Citotoetsen scoren de leerlingen beter. De schoolresultaten liggen zelfs boven het landelijk gemiddelde, en dat is voor een school waarvan een groot deel van de leerlingpopulatie kampt met een taalachterstand boven verwachting. Of ze dat resultaat ook zonder Vakmanstad zouden hebben gehaald? Hoogstwaarschijnlijk wel, denken Paijens en Blummel, maar dat neemt niet weg dat het lesprogramma een verrijking is voor de leerlingen. “Door Vakmanstad doen de kinderen nieuwe ervaringen op en ontmoeten ze mensen die ze anders niet hadden ontmoet. Ze komen in aanraking met sport, ecologie, techniek: allemaal dingen die ze niet of nauwelijks meekrijgen van thuis. Veel kinderen komen uit gezinnen waar geen geld is voor dat soort extra’s.”

En ondanks dat het verband onmogelijk in cijfers is aan te tonen, zijn de schooldirecteuren ervan overtuigd dat de kook-, ecosofie-, aikido- en tuinlessen een positieve invloed hebben op de schoolresultaten. “Vakmanstad zal best een aantal punten bijdragen aan de Citoscores, maar hoe en hoeveel precies vinden we niet belangrijk”, zegt Blummel. “Uiteindelijk is de school verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de basisvaardigheden, zoals taal, lezen en rekenen, en voor een soepele overstap naar een zo hoog mogelijk voortgezet onderwijs. Voor ons is de belangrijkste meerwaarde van Vakmanstad dat ze ons de mogelijkheid bieden om het reguliere onderwijsprogramma te verrijken, terwijl de leerkrachten zich richten op een goede voorbereiding van de lessen en het bijhouden van de administratie.”

Beeld: Frank Hanswijk

Op koers blijven

In de toekomst willen de schooldirecteuren vasthouden wat ze in de afgelopen vier jaar hebben bereikt en hun programma verder perfectioneren. “We zijn ambitieus en blijven schaven aan de kleinste details”, vertelt Paijens. “Ook willen we onszelf blijven vernieuwen, maar het allerbelangrijkste is dat we op koers blijven.” Dankzij het nieuwe onderwijsbeleid 2015-2018 van de gemeente Rotterdam lijkt het succesverhaal voor de komende drie jaar zeker gesteld. De Elisabethschool ontvangt geld van de gemeente om leertijduitbreiding te realiseren. Dat betekent dat kinderen dagelijks langer op school blijven. In die uren krijgen ze les van Vakmanstad en maken ze uitstapjes naar bedrijven, zoals de Rotterdamse haven.

Tijd om achterover te leunen is er echter niet. “De staatssecretaris van Onderwijs heeft onlangs bekend gemaakt dat hij 20 miljoen euro wil bezuinigen op de subsidie voor het wegwerken van achterstanden bij kinderen in de grote steden. Als dat doorgaat, valt ons plan alsnog als een kaartenhuis in elkaar. We willen graag verder met Vakmanstad, maar zonder extra geld van de gemeente wordt het lastig.”

Ogen op de bal

Zaak is nu om de ogen op de bal te houden en niet gebukt te gaan onder de mogelijke bezuinigingen, vinden de Paijens en Blummel. Ze willen op dezelfde voet verder en samen met Vakmanstad het onderwijs perfectioneren. Daar is de wijk ook bij gebaat, zegt Oosterling. “De sociale cohesie in de wijk is op dit moment gering. Wie een betere baan krijgt, verhuist zo snel mogelijk naar een andere buurt. Het gevolg is dat er weinig kinderen zijn die gedurende hun hele schooltijd op één en dezelfde school zitten. Om meer cohesie te creëren, hebben we ons ingespannen om ouders bij de school te betrekken, maar dat is niet eenvoudig gebleken. Veel ouders geloven dat zij zelf het best weten wat goed is voor hun kinderen. Zie hen maar eens ervan te overtuigen dat suiker en energiedrankjes niet gezond zijn. Als zij hun hakken in het zand zetten, dan halen ze hun kinderen gewoon van school en zijn we nog verder van huis.”

Oosterling en de twee schooldirecteuren hebben veel tijd moeten steken in het uitleggen waar ze mee bezig zijn om vertrouwen te winnen en het draagvlak voor hun plannen te vergroten – niet alleen onder ouders, maar ook onder bestuurders. Het schoolbestuur (de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs) steunt de samenwerking weliswaar volledig, maar met name de gemeente kijkt nog steeds te weinig naar de kansen van een project als Veerkracht Carnisse, vindt Oosterling. Het stuitende bewijs is de op handen zijnde sluiting van de Carnissetuin, die moet plaatsmaken voor de uitbreiding van het naastgelegen Hoornbeeck College, parkeerplaatsen en de bouw van woningen.

“De kinderen kunnen de verantwoordelijkheid terugbrengen in een samenleving die alleen nog maar denkt in termen van grenzeloze consumptie en ongefundeerde ambitie”

Avonturen-wc

Terug naar de Carnissetuin, die er op deze vrijdagmiddag in mei vooralsnog schitterend bij ligt. Een groepje kinderen heeft de kook- en ecosofieles gelaten voor wat het is voor een potje voetbal. Twee meisjes tonen meer interesse in de werkzaamheden van tuinman Twan dan in de wereldkaart die juf Emma van de Wouw hen heeft voorgelegd. “We kunnen ook niet teveel van ze verwachten”, vindt Van de Wouw. “Het is vrijdagmiddag: de concentratie is op en voor de ecosofieles is dat natuurlijk funest.” Aan de andere kant, zegt ze: “Spelenderwijs maken de kinderen ook kennis met de natuur. Veel van deze kids wonen driehoog in een stenige buurt, dan is het niet zo vanzelfsprekend dat ze in een groene omgeving een balletje kunnen trappen.”

Als aan de kinderen wordt gevraagd wat ze het leukst vinden aan de les, dan is het meest gehoorde antwoord: “Dat het buiten is.” En vooruit, koken vinden ze ook leuk, vooral die keer toen ze zelf frietjes mochten maken. Het minst leuk – zeg maar gerust verschrikkelijk – vinden ze de ‘avonturen-wc’, oftewel de composttoilet in de Carnissetuin. Tuinman Twan heeft de kinderen eerder al uitgelegd hoe het werkt: “Als je klaar bent, schep je wat houtsnippers over je kleine dan wel grote boodschap en je ruikt niets meer. Aan het eind van de dag gaat de inhoud van de toiletemmer op de composthoop. Na verloop van tijd dient die als mest voor de tuin.”

Juf Marcia legt uit dat het voordeel van zo’n composttoilet is dat deze geen water verbruikt en dat er dus geen vervuild water op het riool wordt geloosd. De kinderen begrijpen dat de avonturen-wc beter past in de biologische kringloop van de natuur dan de wc die ze thuis hebben, maar zetten er ook hun vraagtekens bij. Want er komt weliswaar geen water aan te pas, maar hoe zit het dan met die houtsnippers? Om die te maken, zijn bomen nodig, terwijl iedereen weet dat die in de natuur horen. Zó goed voor de kringloop van de natuur is deze wc dus ook weer niet, is hun conclusie.

Met het kritische denkvermogen van deze kids zit het alvast goed. Het ecosociaal doendenken heeft zich verankerd in de hoofden, harten en handen van de kinderen. Volgens Oosterling is daarmee de eerste, duurzame stap naar een veerkrachtiger Carnisse gezet.

Het magazine over Carnisse wordt dinsdag 29 september om 17.00 uur gepresenteerd in de Carnissetuin, gelegen aan de Carnissesingel, nummer 208, te Rotterdam-Zuid. Je bent van harte uitgenodigd.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:bas blummel, Elisabethschool, Henk Oosterling, lous paijens, Vakmanstad en veerkracht carnisse

Secties: De week van Carnisse en Wetenschap en onderwijs

kaart: Carnissedreef 292, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *