Dossier CoolsingelStedelijke ontwikkeling & architectuur22 oktober 2015

“De Coolsingel kan opnieuw hét boegbeeld van Rotterdam worden”

Architect Paul Meurs over de geschiedenis van de Rotterdamse boulevard

De Coolsingel was meteen na het dempen van de singel begin twintigste eeuw hét visitekaartje van Rotterdam. Nu ligt er een voorlopig ontwerp voor de herinrichting van de verrommelde boulevard. Wordt die opnieuw het boegbeeld van Rotterdam? Sereh Mandias sprak erover met Paul Meurs, auteur van de cultuurhistorische verkenning van de Coolsingel.

West8 en de gemeente Rotterdam presenteerden vorige week in samenwerking met AIR het voorlopig ontwerp voor de herinrichting van de Coolsingel. Adriaan Geuze van West8 wist met een wervelende show ook zijn grootste criticasters de wind uit de zeilen te nemen. Onder de aanwezigen was Paul Meurs, architectuurhistoricus en auteur van de historische verkenning en analyse van Coolsingel. Deze verkenning diende als input voor het formuleren van de opgave van de Coolsingel. In een presentatie van vijf minuten schetste hij de historie van de Rotterdamse stadsboulevard. Omdat je in zo’n korte tijd moeilijk recht kunt doen aan de woelige geschiedenis van de Coolsingel, spreek ik hem later uitgebreider over het voormalige boegbeeld van Rotterdam.

Beeld van Menno van der Meer

Tijdens je presentatie beschreef je de Coolsingel als dé plek waar opeenvolgende visies over wat Rotterdam als stad wilde zijn ten uitvoer werden gebracht. Kun je dat uitleggen? Wanneer begon dat?

Heel concreet speelde dat vanaf 1914, toen Burgdorffer (toenmalig directeur Gemeentewerken, red.) het plan maakte om de halve binnenstad te slopen, de Meent aan te leggen en het stadhuis te bouwen. Op dat moment moest de Coolsingel een wereldboulevard worden. Er heerste door de enorme groei van de haven een enorm optimisme in Rotterdam. De metamorfose die de stad daardoor onderging moest met de Coolsingel zichtbaar worden.

In de cultuurhistorische verkenning staat de Coolsingel beschreven als 'een collage van drie ruimtelijke concepten, die niet overal goed op elkaar aansluiten'. Welke zijn dat?

Je hebt het verstedelijkt landschap van Rose, die heeft rond 1860 de lijnen uitgezet. Hij heeft bijvoorbeeld de Aert van Nes- en de Van Oldenbarneveltstraat getekend. Alle sloten in de Coolpolder liepen van noord naar zuid, dus evenwijdig aan wat nu de Lijnbaan is. Hij heeft daar toen een aantal dwarsstraten overheen getekend. De tweede laag is de monumentale stad van Burgdorffer waar we dat rijtje monumenten aan te danken hebben: stadhuis, postkantoor en beurs (in deze periode werd de Coolsingel gedempt, red).

Vervolgens krijg je de wederopbouw van Van Traa met de westzijde van de Coolsingel en het Stadhuisplein. Onder leiding van Van Traa is goed gekeken naar de wand met monumenten aan de oostzijde. Er was niet genoeg massa nodig om grote monumenten tegenover de bestaande monumenten te zetten, dus er kon geen symmetrische boulevard ontstaan. Toen was de vraag hoe je met kleine gebouwen toch een antwoord kon geven op de overkant. Daarnaast speelde dat hotel Atlanta niet gesloopt kon worden, waardoor de boulevard niet zo breed werd als bedoeld. Toen is bedacht om de vorm van Atlanta op alle straathoeken aan die kant van de Coolsingel te kopiëren, als een soort vooruitgeschoven kopgebouw, terwijl de rest verder terug ligt. Hierdoor ontstaat een duidelijk ritme, en door dat zigzaggen krijg je toch een soort antwoord op de overkant. Dat is briljant gevonden, want alle problemen werden in één gebaar opgelost, terwijl het eigenlijk allemaal kleine gebouwen zijn.

Maar waar gaat het dan mis?

Je kunt zeggen dat het bij Burgdorffer mis ging doordat hij alle grote monumenten op een rijtje zette. Een stadhuis staat meestal in zijn eentje aan een plein te gloriëren, maar hier stond het in een wand met postkantoor en beurs. We hebben dus alle troeven op de Coolsingel gezet. In de wederopbouw waren ze (vanuit het nu gezien) naïef over hoe de auto en het gewone leven, de voetganger, samen konden gaan. Die Coolsingel hinkte op twee gedachten: enerzijds was het onderdeel van het raster van grote wegen als Weena en Blaak, en anderzijds wilden ze dat de Coolsingel deel van het stadshart zou uitmaken. Doordat die twee onverenigbaar bleken, werd de Coolsingel een nare, lege straat.

Beeld: Menno van der Meer

In de presentatie van afgelopen donderdag verwees je ook naar de programmatische leegte van de Coolsingel, wat bedoel je daarmee?

Vóór de oorlog ging de Coolsingel van iets naar ergens: het Hofplein was het centrum van het uitgaan, met het begin van de Kruiskade, met bioscopen en theaters. Aan de andere kant, dat heette toen het Van Hogendorpplein, daar zat het winkelhart van Rotterdam. De Coolsingel was toen echt deel van het stadscircuit. Na de oorlog zag je dat het stedelijke leven zich verplaatste. De Lijnbaan werd het winkelhart en ook het uitgaan vertrok naar andere plekken. Er ontstonden toen twee centrumgebieden naast elkaar: het Lijnbaankwartier en het Laurenskwartier, waarin een circuit van winkelen was gedacht met Meent, Pannenkoestraat, Hoogstraat en Lijnbaan. Binnen dat circuit was de Coolsingel de verkeersader die het geheel doorkruiste.

Een citaat uit de verkenning: 'Het Churchillplein is een verzameling 'mislukte' visioenen voor de stad'. Leg uit.

Voor de oorlog was er eindeloos gedoe over de oost-west verbinding, omdat het Schielandshuis in de weg stond. Na de oorlog hebben ze de kans aangegrepen om de Westblaak aan te leggen, echt als een snelweg. En die moest dan ook nog de Coolsingel kruisen. Hierdoor werd het een soort snelwegkruispunt, dat heeft helemaal niks meer met een stedelijk plein te maken. Vroeger stond op die plek de Bijenkorf, die na de oorlog is gesloopt om plaats te maken voor het venster op de rivier. Later is op die plek het Scheepvaartmuseum gebouwd, waardoor het venster op de rivier is verpest. Maar hier is nooit iets voor teruggekomen. Waar de Coolsingel dus vroeger een duidelijk eindpunt had, eindigt hij nu in het niets. Dat is een beetje de tragiek van het Churchillplein.

Het plan van West8 trekt de esplanade, de wandelroute, door over het Churchillplein naar de Witte de Withstraat. Is dat een oplossing?

Het is heel goed dat ze dat doen. Maar het houdt dan nog steeds in een soort rare knik op. Het zou leuk zijn als de Coolsingel op een gegeven moment toch een duidelijk einde krijgt. Dat is nog wel een uitdaging.

West8 situeert de esplanade aan de westkant van de Coolsingel. Vind je dat een goed idee?

Ja, die keus kan ik goed begrijpen. Het was één van de discussiepunten tijdens het stadsgesprek, omdat het verkeer aan de zonkant gesitueerd wordt. Maar aan die kant heb je in het stadhuis één ingang, postkantoor idem, de beurs wordt van opzij ontsloten, dus dat is een heel doodse plint. Aan de westkant heb je veel meer kansen, met de paviljoens en dergelijke, om het ook echt te animeren.

Beeld: Menno van der Meer

Een periode waar we het nog niet over gehad hebben is de jaren '70. De cultuurhistorische verkenning is zeer kritisch over de ingrepen uit die tijd, onder meer over de paviljoens die toen als paddenstoelen uit de grond schoten. Veel daarvan blijven in de plannen van West8 staan. Vind je dat jammer?

Nee helemaal niet, want ze komen nu veel beter tot hun recht. Toen ze werden gebouwd verstoorden ze de herkenbaarheid van het grote gebaar van de Coolsingel. Maar als de inrichting goed is dan kan dat heel goed samen gaan. De paviljoens bij ABN AMRO hebben er altijd gestaan en die zijn heel goed. Het paviljoen bij de uitgang van metro waar Adriaan vanaf wil (waar nu Rotterdam Info in zit, red.) het is duidelijk dat die eruit mag. Dat zou de relatie van de Coolsingel met het Binnenwegplein herstellen. Want de grote lijnen in de stad, die moet je vrijhouden.

Over die lijnen gesproken, in het stuk gaat het ook over de ruimtelijke helderheid van de Coolsingel die het met de wederopbouw gekregen heeft, vind je dat dit plan dat op een goede manier voortzet? Ik moet bijvoorbeeld denken aan de extra bomenrij, verstoren die de zichtlijnen niet?

Bomen gaan heel goed samen met zichtlijnen. Hoe mooier de bomen des te minder de architectuur ertoe doet. Als je wilt verblijven is er niets fijners dan een bladerdak, het geeft beschutting en een gevoel van geborgenheid, dus dat is erg goed. En zichtlijnen overdwars, haaks op de bomenrij, blijven goed. Vanuit de Aert van Nesstraat kun je heel goed op de Coolsingel blijven kijken.

Wat vind je het sterkst aan het plan dat er nu ligt?

Het viel me op dat de opgave zoals hij nu is geformuleerd duidelijk overeenkomt met de bevindingen van de cultuurhistorische analyse . De keuze om het verkeer aan één kant te plaatsen is radicaal, maar heel goed te begrijpen. Ik ben vooral benieuwd hoe het de Koopgoot zal vergaan. In de tijd dat er een zes banen verkeer overheen gingen kun je je goed voorstellen om een ondergrondse verbinding te maken, maar als de Coolsingel verschrikkelijk goed wordt, wat gebeurt er dan met al die ondernemers in de goot? Hoe gaat die commercieel vormgegeven ruimte zich verhouden tot de publieke dimensie op de Coolsingel?

Beeld: Menno van der Meer

De belangrijkste ingrepen in het plan liggen vast, maar er volgt een gedetailleerde uitvoering. Heb je nog een advies voor de ontwerpers? Zie je ruimte voor verbetering?

Ik denk dat het bij het ontwerp van de openbare ruimte heel interessant is om te kijken hoe de stoffering (inrichting, red) van de Coolsingel zowel in vooroorlogse als in de naoorlogse periode is geweest. Niet om ze letterlijk als uitgangspunt te nemen maar wel om te kijken of je een eigentijds antwoord kunt geven op de vraag hoe je verschillende tijdslagen in de Coolsingel met elkaar kunt verzoenen. Dat kan bijvoorbeeld zitten in de materialen, het straatmeubilair, de manier van het groen maken. Het echt onderscheidende van Rotterdam is de wederopbouw. Het zou leuk zijn als er een echt Rotterdams boulevardgevoel ontstaat.

Daarnaast ben ik benieuwd in hoeverre Rotterdam de Coolsingel net als in het verleden wil gebruiken als etalage om te laten zien wat de stad wil zijn. Zo’n ontwerp kan meer zijn dan alleen een oplossing voor het voetgangersprobleem. Rotterdam doet het op dit moment ontzettend goed. Het zou geweldig zijn als de Coolsingel daar de verbeelding van zou kunnen zijn. Dat is wat mij betreft de vraag die boven deze opgave hangt: kan de Coolsingel weer het boegbeeld van Rotterdam worden?

Kijk hier het stadsgesprek over de plannen voor de Coolsingel van donderdag 15 oktober terug.
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met AIR, het architectuurcentrum Rotterdam (wat betekent dit?).

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Adriaan Geuze, Coolsingel, Paul Meurs en West8

Secties: Dossier Coolsingel en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Coolsingel 101-103, 3012 AG Rotterdam, Netherlands

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *