Wetenschap en onderwijs22 oktober 2015

Is Rotterdam rijp voor het basisinkomen?

Debat over onvoorwaardelijke uitkeringen

Rotterdam is een stad van arbeiders, met een bijbehorende moraal. Niet voor niets is ‘werk loont’ één van de kroonjuwelen van deze coalitie. In de aanloop naar het debat over het basisinkomen dat het Goethe-Institut woensdag 28 oktober organiseert, onderzoekt Vers Beton of Rotterdam rijp is voor onvoorwaardelijke uitkeringen.

Beeld: Tim Sake

Rotterdam lijkt bij uitstek geschikt als petrischaal voor het basisinkomen. Al jaren telt deze stad immers het hoogste aantal mensen in de bijstand, én het hoogste aantal mensen die onder de armoedegrens duiken. De lokale politiek lijkt dit tij maar niet te kunnen keren. Ook niet met het tegenprestatiebeleid dat sinds twee jaar bijstandsgerechtigden verplicht papier te prikken bij de Roteb voor hun uitkering. Bedacht vanuit het principe ‘je moet werken voor je uitkering’, moet dit reïntegratiebeleid mensen aan een baan helpen. In werkelijkheid zit er niet veel schot in het aantal mensen dat uit de bijstand verdwijnt.

En waar politici een afname van bijstandsuitkeringen vrijwel altijd interpreteren als bevestiging van de gevaren koers, zijn er bij deze verdwijningstrucs de nodige kanttekeningen te plaatsen. “We weten uit onderzoek dat veel mensen, die gedwongen worden te gaan werken voor hun uitkering, deze vaak stop zetten”, zegt Sandra Phlippen, econoom en hoofdredacteur van vakblad Economisch Statistische Berichten. “In die zin is het beleid geslaagd in haar doel om mensen uit de bijstand te halen. Maar we weten niet waarom mensen hun uitkering stopzetten en waar ze dan van leven. Mogelijk gaat het om mensen die psychisch niet helemaal stabiel zijn. Zij zeggen hun uitkering uit angst op. Dat vind ik kwalijk, want we weten niet wat er met ze gebeurt.”

Juist dit soort mensen is gebaat bij een basisinkomen: een inkomen dat de overheid aan iedere burger boven de 18 jaar verstrekt. Aan dat geld stelt de overheid geen voorwaarden, vraagt zij geen  tegenprestatie en legt ze geen beperkingen op.

Niet dwingend

Het basisinkomen kreeg brede media-aandacht sinds voorstander Rutger Bregman er een boek over uitbracht. Al zette de titel Gratis geld voor iedereen wel meteen de toon, en dat was niet per se de juiste. “Gratis geld suggereert dat het gaat om profiteurs”, stelt Bart Nooteboom. De emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg houdt zich al sinds de jaren tachtig bezig met het basisinkomen. “Die suggestie werkt contraproductief. Heel jammer.”

Sandra Phlippen gelooft in het idee dat bij voorbaat vertrouwen geven vruchten afwerpt: “Ik kan mij goed voorstellen dat wanneer bijstandsgerechtigden benaderd worden met vertrouwen in plaats van wantrouwen, men dan de neiging heeft dat vertrouwen te willen waarmaken.” Toch denkt Phlippen dat dit niet zal leiden tot meer arbeidsdeelname: “Daar tegenover staat dat er ook mensen juist minder actief zullen worden en daar zit de bottleneck. Werkenden gaan minder werken en dat verlies maakt het tot een experiment met zeer kleine kans van slagen.”

Experimenteren met MIES

In Nederland zijn Utrecht, Groningen en Wageningen al overstag. Al pakken de Groningers het experiment zelf ook op experimentele wijze aan. MIES, Maatschappij voor Innovatie, Economie en Samenleving, uit Groningen doet op haar eigen manier onderzoek naar het basisinkomen. Zij knipt het experiment in stukjes en voert onderdelen van het plan uit binnen diverse gemeenten. Je kunt lang filosoferen over vragen die landelijk gesteld worden, zoals over wat er gebeurt met de hoogte van de lonen, de zorgkosten en of mensen meer gaan werken of niet. Maar berekeningen en modellen geven geen antwoorden op deze vragen. Experimenteren op allerlei niveaus is volgens hen de enige manier om deze vragen beantwoord te krijgen. Een onderdeel daarvan is een basisinkomen verschaffen via crowdfunding, waar nu al een aantal Groningers mee aan de slag gaat.

Meer informatie over een basisinkomen in Rotterdam vind je bij Vereniging Basisinkomen Rotterdam

Geen bankhangers

Eerdere experimenten met een basisinkomen in met name Canada lieten bijzonder positieve resultaten zien. Evelyn Forget, die in 2009 de nooit serieus onderzochte resultaten van het Canadese experiment uit de archieven trok, concludeerde dat de kosten van de gezondheidszorg aanzienlijk daalden met de invoering van het basisinkomen. Daarbij kwam dat mensen gewoon doorwerkten en zeker niet thuis op de bank gingen hangen.

Ook in Londen, waar dertien daklozen een basisinkomen kregen, waren de gevolgen van dat kleine experiment verrassend positief. Sommige daklozen leefden al meer dan dertig jaar op straat. Door hun beroep op justitie, zorg en de politie kostten zij de gemeenschap 40.000 pond per jaar per individu. Anderhalf jaar nadat ze een basisinkomen kregen, had meer dan de helft een dak boven zijn hoofd. Ze kickten af van de drugs, volgden een opleiding of cursus en maakten plannen voor de toekomst. In Namibië en India, waar soortgelijke experimenten plaatsvonden, gebeurde grofweg hetzelfde.

Of je voor of tegen bent, hangt in grote mate af van het mensbeeld dat je hebt

Bart Nooteboom

Gezamenlijk ophoesten

Harde resultaten zijn het niet, en een beslissing over al dan niet een basisinkomen invoeren, moeten bestuurders dus baseren op speculatie. “Of je voor of tegen bent, hangt in grote mate af van het mensbeeld dat je hebt”, zegt emeritus hoogleraar Bart Nooteboom. “Uit de empirische onderzoeken in Canada en Londen kun je afleiden dat mensen actiever worden met een basisinkomen. Maar of dat geldt voor iedereen, weten we niet.” En al is de uitkomst onzeker, elke vorm van experimenteren is welkom. “Alle experimenten die bijdragen aan een inzicht in de beweegredenen van mensen, zijn wat mij betreft prima. Ook beperkte experimenten waarin een gemeente zegt: we maken de uitkeringen onvoorwaardelijk. Het geeft meer inzicht in het gedrag van mensen.”

Dan moet die betreffende gemeente het experiment wel zo realistisch en eerlijk mogelijk uitvoeren, betoogt econoom Phlippen. “Hoe mensen hun afwegingen maken, merk je alleen als ze niet alleen de baten, maar ook de kosten ervaren. Je moet een behandel- en controlegroep hebben, het liefst in twee of meer deelgemeenten die vergelijkbaar zijn qua bevolkingssamenstelling, zodat hogere en lagere inkomens ongeveer gelijk vertegenwoordigd zijn. Als je het echt goed wilt doen, moet je ook belasting heffen in het gebied waar het basisinkomen wordt uitgekeerd. Dan moeten alle mensen in de betreffende deelgemeenten gezamenlijk het basisinkomen ophoesten. En iedereen krijgt het, niet alleen de uitkeringsgerechtigden.”

Werken voor je geld

Hoe landt een inkomen voor iedere Rotterdammer in een stad, waar het idee dat je moet werken voor je geld nog altijd sterk leeft? De politiek is er verdeeld over. Alleen Leefbaar Rotterdam is geen voorstander van een basisinkomen. Ingeborg Hoogveld, raadslid van Leefbaar Rotterdam: “Ik geloof best dat het voor een deel van de mensen geldt dat zij door een basisinkomen actiever worden, maar ik geloof niet dat we daar de economie mee draaiende houden.” Hoogveld ziet het niet gebeuren dat mensen uit vrije wil keuzes maken die op de arbeidsmarkt aansluiten. “Het basisinkomen is een vrijbrief voor mensen om te doen wat ze willen, daarmee help je de economie om zeep. Daarbij druist het enorm in tegen datgene waar we in Rotterdam nu mee bezig zijn: mensen uit de uitkering halen en aan werk helpen.”

Of dat laatste lukt met het tegenprestatiebeleid, is nog maar de vraag. Ondanks het strenge bijstandsbeleid in Rotterdam, blijft het aantal mensen dat er gebruik van maakt alleen maar toenemen. Bij de ombudsman in Rotterdam regent het al een paar jaar klachten over de bijstand. Intimidatie en dreigen met korten op de uitkering zijn aan de orde van de dag. Terwijl de meesten in een uitkering een tegenprestatie geen probleem vinden, is verplicht 20 uur of meer per week bij de Roteb werken wel andere koek. Volgens een rapport dat het FNV in 2013 uitbracht is het pure uitbuiting.

Maandag 19 oktober zond 2Doc de documentaire "De Tegenprestatie" over het tegenprestatiebeleid in Rotterdam

Een proef met een onvoorwaardelijk inkomen kan een alternatief zijn voor het falende beleid tot nu toe. Dat vereist wel een behoorlijke omslag, denkt econoom Sandra Phlippen: “De samenleving is heel erg gericht op incidenten en misstanden. In mijn ogen zijn dat nog steeds incidenten. Het is mooi dat nu een beweging opkomt waarin mensen misstanden accepteren, omdat ze het merendeel van de mensheid wel betrouwbaar achten en geloven dat die meerderheid bereid is méér te doen.”

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Goethe-Institut.

Artikel aangepast 24-10-2015, 20:00 (twee quotes Phlippen).

Wat kan Rotterdam leren van het buitenland en de ervaringen in Groningen? Het Goethe-Institut organiseert op woensdag 28 oktober een avond over het basisinkomen, naar aanleiding van de documentaire Grundeinkommen – Ein Kulturimpuls, een film over een stichting in Zwitserland die zich inzet voor een basisinkomen.28 oktober: "Is Rotterdam rijp voor het basisinkomen?"

Reageer of deel op Social Media

Tags:Bart Nooteboom, basisinkomen, goethe-institut, Ingeborg Hoogveld, onvoorwaardelijke uitkering, Sandra Phlippen en tegenprestatiebeleid

Sectie: Wetenschap en onderwijs

kaart: Westersingel 9, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *