Wetenschap en onderwijs13 oktober 2015

“Veel mensen in Rotterdam hebben leenangst”

Rotterdamse studenten de dupe van leenstelsel?

Sinds dit studiejaar krijgen studenten geen basisbeurs meer, maar moeten ze verplicht geld lenen. Hoe beïnvloedt dat potentiële studenten uit Rotterdam, waar het gemiddelde inkomen laag ligt? Vers Beton dook in de bronnen en cijfers.

Een kleine aardbeving trof in het hoger onderwijs studerend Nederland op 1 september, want toen werd de sinds 1986 actieve basisbeurs vervangen door een studielening. Wel heeft de aanvullende studiebeurs, bedoeld voor studenten met ouders die bruto 46 duizend euro of minder verdienen, de storm overleefd en is zij met 100 euro verhoogd. Bovendien, zo verklaarde het Kabinet plechtig, wordt de bezuiniging gebruikt om het onderwijs te verbeteren, waardoor de studenten het vooral als een investering moeten zien.

Leenangst Beeld: Hilde Speet

Nu is natuurlijk voor elke student de situatie anders. Ook Rotterdam als stad kent zijn eigen dynamiek, onder meer door de relatief grote hoeveelheid studenten uit gezinnen met een laag inkomen. Betekent de nieuwe regeling dat Rotterdammers massaal het hoger onderwijs mijden en ervoor kiezen om naar het mbo te gaan of direct te gaan werken? Of pakt de nieuwe regeling voor deze stad juist goed uit?

Bekijk hier het overzicht met alle wijzigingen

Details ontbreken

Om iets te kunnen zeggen over de impact van het nieuwe leenstelsel, moet je weten hoeveel studenten uit Rotterdam hierdoor geraakt worden. Maar wat blijkt: dat is heel lastig te achterhalen. Zo moet de woordvoerder van de Dienst Uitvoering Onderwijs het antwoord schuldig blijven.

Ter indicatie heeft hij wel cijfers over studenten die nog in de oude situatie zitten, maar die zijn afkomstig uit juli 2015. Er woonden toen 44.428 personen met studiefinanciering in Rotterdam, waarbij de uitsplitsing naar mbo, hbo en wo ontbreekt. 18.719 van hen woonden nog thuis, terwijl er 25.709 op kamers zaten. Maar hoeveel daarvan ook van origine uit Rotterdam komen (en bijvoorbeeld hier op de middelbare school zaten), dat is onbekend.

Ook andere details ontbreken. Dat is niet alleen omdat de definitieve inschrijvingscijfers voor dit jaar nog niet bekend zijn. Want naast dat de geografische herkomst van de studenten onbekend is, weet DUO ook niet wat het inkomen van hun ouders is. Op basis van deze cijfers kan dus niet ingeschat worden hoeveel Rotterdammers studeren, hoeveel geld zij mogen lenen en welke studieschuld zijn gaan opbouwen.

“Veel mensen in Rotterdam hebben leenangst. Ze komen uit een milieu met veel schulden en een cultuur waarin studeren niet de standaard is.”

Ton Legerstee, beleidsmedewerker Hoger Onderwijs gemeente Rotterdam

Spookverhalen

Zoeken we het dichter bij huis, dan komen we uit bij Ton Legerstee, beleidsadviseur Hoger Onderwijs voor de gemeente Rotterdam. Maar ook hij kan geen harde cijfers geven. Legerstee is nauw betrokken bij alle ontwikkelingen, maar achterhalen wie er allemaal gaan studeren en hoeveel hun ouders verdienen kost langere tijd om uit te zoeken.

Wel wil hij graag een misvatting oplossen. “Het sociale leenstelsel is niet per se negatief. Zo krijgen studenten waarvan de ouders een laag inkomen hebben een aanvullende beurs. Ook zorgt het leenstelsel voor gelijkheid: je betaalt alleen je lening terug als je inkomen dat toestaat. Lukt dat niet, dan betaal je ook niets terug.”

Ook Jet Bussemaker, verantwoordelijk minister voor de wijziging in het leenstelsel, kan zich boos maken over de “spookverhalen en bangmakerij” die er zijn ontstaan. Zij liet uitrekenen dat in het oude systeem studenten gemiddeld een lening aangaan van 15 duizend euro, terwijl dit bedrag in het nieuwe systeem vermoedelijk ‘slechts’ stijgt naar 21 duizend euro. Leenden studenten in het oude systeem niet, dan gaan zij vermoedelijk maximaal 9 duizend euro lenen.

Grote drive

Hoewel de exacte cijfers over Rotterdam dus ontbreken, durft Legerstee het wel aan om in algemene termen de invloed van het nieuwe systeem op het Rotterdamse studielandschap te beschrijven. “Als je Rotterdam vergelijkt met andere steden, dan gaan jongeren in deze stad er het minst op achteruit. Het gemiddeld inkomen is hier namelijk het laagst van alle gemeenten.”

Dat betekent meer aanvullende beurzen, maar toch bestaat er angst om te gaan studeren. “Veel mensen in Rotterdam hebben leenangst. Ze komen uit een milieu met veel schulden en een cultuur waarin studeren niet de standaard is.” Hij voorspelt daarom – heel voorzichtig – dat met enerzijds de hogere studieschuld en anderzijds de hogere aanvullende beurs de animo om te gaan studeren gemiddeld gelijk blijft. “Het opbouwen van een schuld is geen prettige gedachte, maar de drive om aan een studie te beginnen is gelukkig ook hier groot.”

Leenangst Beeld: Hilde Speet

Vaker lenen

Navraag bij het Centraal Plan Bureau (CPB) bevestigt het beeld dat Legerstee schetst over de onverminderde wens om te gaan studeren. In 2013 zocht het namens minister Bussemaker van Onderwijs uit hoe het leenstelsel potentiële studenten ervan weerhoudt te gaan studeren. CPB voorspelt dat op het hbo er een afname van 1,5 procent optreedt, terwijl op universiteiten 2 procent minder studenten met hun opleiding starten. Dus ja, een daling, maar een marginale.

Ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht in 2013 (in opdracht van het Ministerie van OCW) de effecten van het leenstelsel op studenten. Het onderzoeksbureau trekt grofweg dezelfde conclusie: “Naar verwachting zien weinig aanstaande studenten af van studie door invoering van sociaal leenstelsel; sommige mbo-ers twijfelen.” En ook voor jongeren uit armere milieus is het niet einde verhaal, voorspelt het SCP: “Jongeren uit gezinnen met lagere inkomens zullen blijven studeren, maar zij hebben minder keus om het verlies van de basisbeurs op te vangen. Zij gaan waarschijnlijk vaker lenen.”

“Als je Rotterdam vergelijkt met andere steden, dan gaan jongeren in deze stad er het minst op achteruit.”

Ton Legerstee, beleidsmedewerker Hoger Onderwijs gemeente Rotterdam

Leenangst

Als we de cijfers moeten geloven, dan zal de impact van het nieuwe leenstelsel beperkt zijn. Toch doet Rotterdam er veel aan om zoveel mogelijk Rotterdammers aan het hoger onderwijs te krijgen. De stad, vertelt Legerstee, wil namelijk veel meer een studentenstad worden én elk talent de kans bieden om zich te ontwikkelen. “Het beleid van dit college is dat iedereen moet kunnen studeren.”

Dat doet de gemeente bijvoorbeeld met programma’s zodat al in het primair onderwijs een cultuur ontstaat waarin het normaal is om te gaan studeren. Dat is namelijk hard nodig, weet Legerstee, onder meer bij allochtone gezinnen. “Veel jongeren uit gezinnen met een laag inkomen worden van huis uit niet gestimuleerd. Ouders hadden zelf niet de kans gehad om te gaan studeren, terwijl oudere broers zonder een hogere opleiding misschien al een inkomen hebben.”

Ga je lenen?Profielen, het magazine van de Hogeschool Rotterdam, geeft tipsLenen zonder huilen (pdf, pagina 8 en 9)

Reageer of deel op Social Media

Tags:basisbeurs, leenangst, leenstelsel, studeren en studiebeurs

Sectie: Wetenschap en onderwijs

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *