Economie19 oktober 2015

Wat heeft Rotterdam aan het Cambridge Innovation Center?

Twee experts nemen de nieuwe broedplaats voor ict-startups onder de loep

Het Cambridge Innovation Center komt naar Rotterdam. De gemeente is blij, het CIC is blij, maar of de combinatie het gewenste effect sorteert moet nog blijken.

Met de vestiging van het Cambridge Innovation Center (CIC) in het Groot Handelsgebouw begin volgend jaar heeft Rotterdam een primeur in handen. De stad biedt dan namelijk plaats aan het eerste buitenlandse filiaal van het Amerikaanse CIC, dat sinds 1999 opereert vanuit thuisbasis Cambridge (nabij Boston) en sinds enkele jaren ook vanuit St. Louis.

Het CIC stelt op zijn website meer dan een bedrijfsverzamelgebouw te zijn: “We’re not just offices!” Naast werkplekken en ontmoetingsruimten zijn er op de locaties van het CIC ook ondernemerscafé’s waar ondersteunende programma’s voor start-ups plaatsvinden. Zo ook in Rotterdam, waar het zogenoemde Venture Café in de nok van het Groot Handelsgebouw (in de oude Kriterion-bioscoop) start-ups van dienst is. Het CIC ziet de kantoorruimte en het Venture Café als respectievelijk de hardware en software van het innovatie-ecosysteem. Een toepasselijke metafoor, aangezien het CIC voornamelijk focust op vernieuwing in de ICT-sector.

Cambridge Innovation Center
Cambridge Innovation Center Beeld: Michael van Kekem

Flinke impuls

De filosofie van CIC is simpel: start-ups laten doen waar ze goed in zijn door alle ballast en overbodige rompslomp uit handen te nemen1. De bedoeling is dat start-ups na enkele jaren het CIC ontgroeid zijn en op eigen kracht verder kunnen. Verreweg de meest beroemde start-up die het CIC heeft aangedaan is Google Android, het besturingssysteem voor smartphones en tablets. Ook gevestigde bedrijven die groot zijn geworden door technologie en innovatie, zoals Shell, Microsoft en Apple, hebben de potentie van het CIC als broedplaats voor de ondernemers van de toekomst al lang en breed ontdekt. Inmiddels zijn zij niet meer weg te denken uit het ‘innovatie-ecosysteem’ dat het CIC voor ogen heeft. Deze bedrijven vestigen zich fysiek in het CIC en doen zo hun voordeel met nieuwe technologische toepassingen of menselijk kapitaal.

Niet iedereen in de gemeenteraad is even enthousiast over de investering van 2,5 miljoen euro.

Het CIC koos voor Rotterdam vanwege de blik op de toekomst, de aandacht voor design, de nabijheid van goede universiteiten, een fijnmazig openbaar vervoer en een sterk ontwikkeld arbeidsethos. Het lijkt er dus op dat het CIC goed heeft nagedacht over Rotterdam als eerste locatie in Europa. De gemeente Rotterdam is onverkort blij met de komst van het CIC. Wethouder Struijvenberg (economie) weet het zeker: “De komst van CIC zal een flinke impuls geven aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid van Rotterdam.” Het CIC dient een publiek belang, aldus de wethouder, en dus investeerde het Rotterdamse stadsbestuur ruim 2,5 miljoen euro in de komst van het centrum – waar overigens niet iedereen in de gemeenteraad even enthousiast over is (pdf). Dit geld wordt overgemaakt aan het Venture Café, dat als stichting in het leven is geroepen en daarom geen winstoogmerk heeft. Het Venture Café, zo is de gedachte, helpt startende ondernemers uit de hele stad en vervult daarom een publieke functie.

Lees ookAlternatieve ZusterstedenAlternatieve Zustersteden: Boston vs. Rotterdam

Liefde van twee kanten

Maar heeft Rotterdam met deze primeur ook gelijk goud in handen? Het CIC moet zich in Europa immers nog bewijzen als aanjager annex hub voor innovatie en jong ondernemerschap. Marcus Fernhout, uitvoerend directeur van het CIC in Rotterdam, twijfelt niet aan de toegevoegde waarde van het CIC voor Rotterdam. Eerder was hij onder meer actief als oprichter en eigenaar van Codum, dat leegstaande plekken in de stad opfleurt met nieuwe bedrijvigheid door bedrijfsruimte te creëren voor start-ups, zzp’ers en andere flexibele ondernemers. Fernhout wijst erop dat in Cambridge het CIC zijn merites al heeft bewezen, een stad die met zijn haven, oude industrie en oprukkende creatieve sector in vele opzichten op Rotterdam lijkt.

"Het CIC is de verbindende factor"

“Wat op Kendall Square is gebeurd, namelijk een hub van de nieuwe creatieve economie, kan ook in het Groot Handelsgebouw”, zo trekt Fernhout de parallel tussen de fysieke vestigingen van het CIC in beide steden. In stedelijk Rotterdam is de ‘oude’ economie – van massabulk en goederenoverslag – al lang niet meer aan de orde. Rotterdam beschikt bovendien over de juiste eigenschappen voor een goed florerend innovatie-ecosysteem. “Erasmus Center for Entrepreneurship, YES!Delft en nog meer van dit soort broedplekken in en om Rotterdam dragen bij aan een stimulerende omgeving voor start-ups. Het CIC is de verbindende factor.”

En, niet onbelangrijk, de liefde komt van twee kanten. De kapitaalinjectie van de gemeente toont aan dat Rotterdam er werk van wil maken. Ook kan de gemeente hindernissen wegnemen voor buitenlandse bedrijven om aan te takken op het succes van de Rotterdamse start-ups, of netwerkavonden organiseren met ‘haar’ bedrijven, zoals Eneco, Evides of het Havenbedrijf.

Friend or foe?

Een ander geluid is te horen bij Ronald Wall, als stedelijk planner en economisch geograaf verbonden aan het Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS) van de Erasmus Universiteit. Wall is gespecialiseerd in het analyseren van stedelijke ontwikkeling, waarbij hij wetenschappelijke kennis en praktijkvoorbeelden aanwendt om het effect van economisch beleid inzichtelijk te maken. Want succes door het importeren van een beproefd concept is vooralsnog geen uitgemaakte zaak.

Ten eerste is er de haven. Want wat is dat, friend or foe? Volgens Wall leert de praktijk dat steden die zich expliciet profileren als havensteden, minder hoogwaardige en kennisintensieve investeringen aantrekken dan andere steden. Een van zijn studenten rondde dit najaar een scriptie af die duidelijk maakte dat zelfverklaarde havensteden vaak last hebben van een slecht imago: vies, onveilig, weinig creatief, enzovoorts. Het CIC, dat mikt op een relatief jonge en dus grillige ICT-sector, moet zich hiervan bewust zijn. “Een CEO van een jong bedrijf dat zich hier wil vestigen moet er ook van worden overtuigd dat Rotterdam een fijne plek is om te wonen en recreëren, kinderen te laten opgroeien. In Rotterdam is met het uitdragen van een hoge kwaliteit van leven nog een slag te winnen”, stelt Wall.

Zijn kennis van havensteden leidt ook tot zijn grootste zorg, namelijk dat het CIC niet goed aansluit op de economische realiteit van Rotterdam. “Sommige sectoren hebben potentie, zoals duurzame energie, life sciences en de farmaceutische industrie. Aan de andere kant moeten we af van initiatieven die zomaar iets lukraak doen.” Met andere woorden: succes op plek A leidt niet per se tot succes op plek B als die twee verschillen in economische bedrijvigheid. Het lijkt Wall niet aannemelijk dat het CIC het economische DNA van Rotterdam van de ene op andere dag kan veranderen.

Wingewest

Voor Fernhout hoeft dit ook niet, want in het CIC is de haven nooit ver weg. Of beter gezegd: de kansen voor innovatie die in de haven liggen. Het CIC heeft daarom nauwe banden met de maritieme sector. Bovendien is het Havenbedrijf enthousiast over innovatie en start-ups, getuige ook de oprichting van het Port Innovation Lab. Fernhout: “Eindhoven heeft zijn hardware, Amsterdam zijn apps en mediabedrijven. Met ICT-toepassingen voor maritieme diensten boren wij een geheel nieuwe markt aan.” Dit biedt perspectief voor het grote aantal werkzoekenden in Rotterdam, waarvan velen niet goed aansluiten op het baanaanbod. Gelukkig is het volgens Fernhout een misvatting om te denken dat het CIC er alleen is voor de snelle programmeurs. “Iedereen moet goed kunnen gedijen in ons innovatie-ecosysteem”.

“Wie profiteert van al die bedrijvigheid?”

Wall blijft niettemin sceptisch over de economische voordelen van het CIC voor de minima en middeninkomens. Dit komt mede door het internationale karakter van het CIC. “Wie profiteert van al die bedrijvigheid? Blijven de banen en de toegevoegde waarde van innovatie in Rotterdam, of geldt de stad slechts als wingewest?”

Dus, heeft Rotterdam wat aan het CIC? Met het aantrekken en begeleiden van start-ups zal het ongetwijfeld goed komen. Omdat het CIC al vele jaren ervaring heeft met de uitdagingen van beginnende ondernemers, ongeacht of zij in hier of in Cambridge zitten, leidt het geen twijfel dat start-ups kunnen floreren in het Groot Handelsgebouw. Het Venture Café brengt bovendien iets nieuws: een pokonlaag voor intensieve samenwerking tussen start-ups en gevestigde bedrijven. Maar van waarde zijn voor heel Rotterdam is een compleet andere opgave. Weet het CIC een brug te slaan tussen innovatie en de arbeidsmarkt, waar niet alleen hoger opgeleiden maar ook ‘onze’ werkzoekenden op actief zijn?

Reageer of deel op Social Media

Tags:Cambridge Innovation Center, CIC, Groot Handelsgebouw en start-ups

Sectie: Economie

kaart: Groot Handelsgebouw, Stationsplein, Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *