Kunst & Cultuur9 november 2015

“Deze stad heeft geen hashtag ‘trots’ nodig”

Inez Boogaarts neemt afscheid van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur moet het voortaan zonder directeur Inez Boogaarts doen. Waarom is ze vertrokken? Vers Beton publiceert haar afscheidsspeech, waarin ze onomwonden stelt dat het niet botert tussen de RRKC en de gemeente.

Merkelhanden-Annabel-Storm
Beeld: Annabel Storm

Er is me de laatste tijd vaak gevraagd waarom ik vertrek. “Ga je weg omdat het college casu quo de wethouder jullie adviezen naast zich neerlegt?” Los van de vraag of het college daadwerkelijk adviezen van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) naast zich neer heeft gelegd, moet een wethouder of college natuurlijk zijn eigen politieke afwegingen maken op basis van een goed voorbereid advies. Al dan niet gevraagd. Dat is het spel dat we met elkaar hebben afgesproken.

Ik vertrek natuurlijk niet zonder reden. Er is iets fundamenteel niet in orde in de relatie tussen de RRKC en de gemeente.

Voor alle duidelijkheid en wellicht ten overvloede: de RRKC is het adviesorgaan van het Rotterdamse college. Het enige nog in Rotterdam, zover ik dat kan overzien. De RRKC is vergelijkbaar met een onafhankelijke ombudsman of adviesraad zoals de Raad voor Cultuur, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid of de Algemene Rekenkamer.

De RRKC is kritisch, onafhankelijk en heeft als primair doel het college zo goed mogelijk te adviseren en het te wijzen op alle mogelijke valkuilen, kwetsbaarheden en cirkelredeneringen met betrekking tot het cultuurbeleid. Waar nodig zegt de raad: Doe het niet, doe het voorlopig onder deze (rand)voorwaarden niet, of doe dit vooral wel!

Dat hebben we meerdere keren gedaan. Veel aandacht trokken bijvoorbeeld de adviezen over het Collectiegebouw, waar RRKC als ‘luis in de pels’ kritisch durfde te kijken en te adviseren, waar iedereen riep dat het Collectiegebouw er moest komen. Hadden ze in Utrecht maar zo’n onafhankelijke adviesraad gehad, denk je al snel bij de recente verhalen over TivoliVredenburg.

Het college is geen opdrachtgever van de RRKC, zoals af en toe per abuis, zelfs door de dienst Cultuur wordt gedacht. Het college vraagt advies. De RRKC brengt advies uit, gevraagd en ook ongevraagd. De RRKC adviseert naar eer en geweten, zodat het college zijn eigen (politieke) afwegingen kan maken.

Feestpretverstoorder

Ik kan u wel verklappen dat je je in deze rol als adviesraad niet populair maakt. Zeker niet in tijden waarin de stad op menig lijstje circuleert. Je wordt dan als kritische en onafhankelijke raad vooral als feestpretverstoorder gezien. Maar het is de overtuiging van deze Raad en mij, dat een stad als Rotterdam het meer dan waard is om zichzelf een spiegel te blijven voorhouden. Daarmee is deze stad en, vóór alles, de kunstsector in de afgelopen 25 jaar zo sterk geworden. In goede en slechte tijden.

Deze zelfkritische houding past Rotterdam goed en heeft de stad en de cultuursector veel gebracht. Deze stad en sector zijn zoveel spannender, diverser, prikkelender, leuker en daarmee ook concurrerender geworden. Dat merkt men hier en dat merkt men buiten. Ook ik ben er ‘hashtag trots’ op dat we op het ene na het andere lijstje staan. Toch verbaast het me ook: zo’n geweldige en zelfbewuste stad heeft het toch niet nodig om zichzelf steeds tot leukste en beste uit te laten roepen?

Bovendien is er nog meer dan genoeg te doen in deze stad, zeker in de cultuursector. Na de forse bezuinigingen van afgelopen jaren, problemen bij diverse culturele instellingen of de grote uitdaging in het opbouwen van relaties tussen cultuurinstellingen en potentieel nieuwe (maar moeilijk te bereiken) publieksgroepen. Juist dan heb je een adviesraad nodig die door dergelijke jubellijstjes heen durft te prikken.

“Misschien was ik te naïef om te denken dat je er met goede adviezen en veel enthousiasme en nieuwe ideeën wel komt”

“Terug in je hok”

Waarom ik ben opgestapt? Simpelweg omdat het de afgelopen drieënhalf jaar niet gelukt is om voorbij dit gejubel te komen. We hebben als RRKC nauwelijks met het college en de dienst cultuur van gedachten gewisseld over de inhoud van het cultuurbeleid, over de zichtbare en onzichtbare gevolgen van de bezuinigingen of over de prioriteiten voor een toekomstig cultuurbeleid. Er hebben überhaupt nauwelijks inhoudelijke gesprekken plaatsgevonden. Het is ook niet gelukt om tot afspraken over een adviesagenda te komen. Ik vind dat niet alleen zeer spijtig, maar ook zeer frustrerend, temeer omdat deze Raad, dat wil zeggen het bureau samen met de tachtig vrijwillige commissie- en raadsleden zich keihard en belangeloos voor deze stad en sector inzetten!

Misschien was ik te naïef om te denken dat je er met goede adviezen en veel enthousiasme en nieuwe ideeën wel komt. Toen ik drieënhalf jaar geleden aan deze opdracht begon, ging ik er vanuit dat we als RRKC, ondanks de bezuinigingen van uiteindelijk 60 procent (inclusief sluiting van De Unie in Debat), vanuit onze specifieke rol als adviesorgaan bij zouden dragen aan de versterking van de cultuursector. En ik dacht dat we dat samen met het college en de dienst Cultuur zouden doen. Ieder vanuit zijn eigen rol, maar wel constructief en met één gemeenschappelijk doel voor ogen: bouwen aan een sterke cultuursector.

Maar als het dan nauwelijks lukt om daarover met de politiek en ambtenarij in gesprek te komen; waar sta je dan als adviesraad? Wel heb ik zeer regelmatig mogen horen: “Terug in je hok”, “Bemoei je er niet mee”, “Dít advies heb ik niet gevraagd”, “Wij hóeven geen advies bij de RRKC aan te vragen.”

Misschien zijn we als RRKC ook te bescheiden geweest. Nooit verwacht dat je zo’n politiek Fingerspitzengefühl moet hebben om meters te kunnen maken. Niet dat je als adviesorgaan politiek moet bedrijven, juist niet, maar het politieke spel heb ik wel onderschat.

Naïef wellicht ook omdat ik dacht dat er, ondanks een tijd waarin alle onafhankelijke adviesraden in het gedrang zijn, juist een kans lag voor de RRKC. We bevinden ons wat dat betreft in slecht gezelschap. De voorzitters van de Rotterdamse en Amsterdamse Kunstraad vertrekken of zijn vertrokken, en het Amsterdamse Fonds voor de Kunst neemt een groot aantal taken van de Amsterdamse Kunstraad over. En de Tweede Kamerleden bemoeien zich vóórdat de aanvraagronde 2017-2020 begint al actief met het aanwijzen van instellingen (in dit geval festivals) en wie wel in de BIS komen.

“Ik ben ervan overtuigd dat hoe harder de pr-machine ronkt, hoe meer behoefte er aan een kritisch discours is”

Het hoofd koel houden

Ik ben ervan overtuigd dat hoe harder de pr-machine ronkt, hoe meer behoefte er aan een kritisch discours is. Ik snap het enthousiasme voor en in deze stad. Oók ik ben enthousiast. Juist dan is er een adviesorgaan nodig die het hoofd koel houdt en kritische vragen blijft stellen. Deze stad lijkt echter niet voorbij het lijstjesfetisjisme te willen gaan.

Als na drieënhalf jaar hard werken en een forse bezuiniging, reorganisatie en een aantal stevige adviezen verder, er nog steeds geen duidelijkheid is over de rol en de financiering van de RRKC in de komende jaren, én er door de dienst opnieuw wordt gezegd dat de RRKC wel leaner and meaner kan, dan neem ik zelf liever de regie in handen. Alle vage beloftes ten spijt, waren er voor mij te weinig concrete aanwijzingen dat de RRKC als onafhankelijke Raad op langere termijn verder kan.

En als het college of de dienst liever een commercieel adviesbureau inhuurt om het advies te krijgen dat men liever hoort, dan laat ik die beker liever aan mij voorbij gaan.

Ik ben er meer dan ooit van overtuigd dat juist in deze tijd deze stad en deze sector gebaat zijn bij een kritische, onafhankelijke Raad. Een die dwingt tot nadenken, die uitlokt verder te denken. Die niet eerst met een oplossing komt voor een onduidelijk of niet uitgewerkt probleem, zoals nu bij het stadsfonds. Maar juist uitdaagt om de lat hoger te leggen. Wat wil je met deze sector voor deze stad? De concurrentie zit immers ook niet stil!

Als Rotterdam iets níet nodig heeft, is het wel een juichpak.

Top 5 ongevraagde adviezen

Het is mij zwaar gevallen dit besluit te moeten nemen. Ik wil ook niet omzien in wrok. Deze stad en vooral de kunst gaan mij aan het hart. #hashtag ik houd van Rotterdam.

Daarom geef ik graag nog mijn top 5 voor een ongevraagde adviesagenda mee. Alle adviezen zijn me even lief overigens, maar een beetje ordening maakt het leven overzichtelijk. Het zijn ongevraagde adviezen aan de stad, aan de gemeenteraad, aan de kunstsector, aan de RRKC, aan wie ze wil horen en er mee aan de slag wil gaan.

5: Goede Raad is niet duur.

Geacht college: koester uw onafhankelijke Raad. Goede raad is niet duur, althans zeker niet als je het jaarbudget van de RRKC vergelijkt met de kosten voor bijvoorbeeld een adviseur als Jeremy Rifkin. En dan krijg je er ook nog eens tachtig ambassadeurs als bonus voor de stad en sector bij. Stel daarom zo snel mogelijk een concrete adviesagenda op, bijvoorbeeld een advies over de Collectie Rotterdam.

Zorg dat het gedoe over de RRKC de wereld uit gaat. Als het college deze Raad zelf niet serieus lijkt te nemen, hoe kan je dan verwachten dat een ander dat wel doet? Daarom geen woorden maar daden: stel daarom nu het budget van de RRKC voor de komende vier jaar vast zodat de Raad een duidelijk toekomstperspectief heeft.

En wellicht ten overvloede: het is toch een democratisch principe dat je expertise en beoordeling niet in hetzelfde huis doet! Wij van WC-eend…

4: Ontwikkel een landelijk positioneringbeleid en internationaal cultuurbeleid.

Dit gemeentebestuur kan wel op hoge poten naar Den Haag gaan en daar eisen dat Rotterdam meer geld moet krijgen uit de landelijke cultuurbegroting, maar dan zal de gemeente zelf toch eerst het goede voorbeeld moeten geven en Den Haag moeten verleiden om meer in de Rotterdamse sector te investeren. Een van die verleidingsmanoeuvres is zelf te laten zien wat Rotterdam het landelijke én internationale klimaat en samenwerking te bieden heeft. Met de toenemende aandacht voor de kracht van steden, komt ook meer belangstelling voor de potentie van steden als uitvalsbasis voor landelijk en internationaal (cultuur)beleid. Juist in steden zijn de meeste culturele actoren actief die zowel lokaal-stedelijk als landelijk-internationaal opereren. Tal van publieke en private initiatieven en onverwachte allianties weten elkaar op dat vlak goed te vinden, maar missen de aansluiting met officiële netwerken en afspraken. Zodat veel resultaten suboptimaal blijven. Juist daarom is het wél nodig een goed uitgewerkt, doordacht landelijk positioneringsbeleid en internationaal cultuurbeleid te ontwikkelen voor de lange termijn, in tegenstelling tot de onduidelijkheid die er nu is.

De concurrentie zit namelijk niet stil én zit wel al lang en breed aan tafel in Den Haag.

Benut het feit dat steden de wind mee hebben in het politieke en maatschappelijke debat. Maar leg de lat ook hoger. Laat een advies uitwerken: samenwerking is nodig binnen de stad met strategische partners, met een strategische agenda en een strategische communicatie voor een landelijke en internationale aanpak. En werk daarbij samen met landelijke partners als ministeries en fondsen.

Zoek naar de gemeenschappelijke ambities met aandacht voor elkaars verschillen en eigenaardigheden.

3: Samenwerken doe je samen.

Ik herhaal het nog maar eens: samenwerken doe je samen. Dat klinkt wellicht gek. Maar in deze stad en in de politiek lijkt het erop dat samenwerking vooral als iets wordt gezien dat geld oplevert of anders iets ondefinieerbaar magisch.

Iedereen die echt samenwerkt, weet: samenwerking kost tijd, vraagt een forse investering van meerdere partijen, over een langere periode, komt met vallen en opstaan én de liefde moet van twee kanten komen. Het moet klip en klaar zijn wie welke rol speelt.

Het is ons als RRKC tot nu toe niet gelukt om goed samen te werken met de gemeente en tot goede afspraken te komen. Daarbij steekt de RRKC de hand in eigen boezem, maar ook aan de kant van de gemeente is verandering nodig. Op tal van terreinen wordt geen regie gevoerd en is er sprake van rolvervaging. Mij heeft het bijvoorbeeld verbaasd hoe sterk de ambtelijke inmenging was om het onderwerp van cultuureducatie zo prominent in de Uitgangspuntennota te krijgen. En dat we als RRKC weg werden gezet als zeurpieten toen we in de voorbereiding van de Uitgangspuntennota het eerst over de rolverdeling en rolvastheid van de verschillende partijen wilden hebben in het ‘co-creatie-proces’. Het niet willen benoemen van de rollen en taken zorgt voor teveel onduidelijkheid, waardoor een duurzame samenwerking moeilijk of wellicht zelfs onmogelijk is.

Dus daarom: wilt u meer samenwerken in de toekomst, zorg er dan voor dat er vooraf duidelijkheid is over de afbakening van rollen en taken, en over wie de regie voert. Al was het alleen al in het kader van good governance.

2: Vernieuwing van de sector is nodig, maar graag eerst een analyse.

Zowel in de Sectoranalyse als in Uitgangspuntennota 2017-2020, maar ook landelijk bij de Raad voor Cultuur en in Amsterdam, Eindhoven of Leiden merken we dat er van alles in beweging is. Nieuwe activiteiten, nieuwe partijen en partnerschappen, andere behoeften en andere en nieuwe publieksgroepen vragen om andere structuren en vormen. Dat vraagt om een nieuwe aanpak en uitwerking van het cultuurbeleid. Op korte termijn lijkt het daarbij vooral om nieuwe financiële mogelijkheden of vormen te draaien, maar de toekomst vraagt meer dan een kant-en-klare oplossing in de vorm van een nog onuitgewerkt idee zoals een stadsfonds. Kijk maar in Amsterdam waartoe dit leidt: veel onduidelijkheid, en uiteindelijk trekken de kunst en het publiek aan het kortste eind.

Verandering heeft tijd nodig, vraagt om experimenteren, vraagt om uitzoeken en analyseren waar de veranderingen nu precies in zitten en wat daar voor oplossingen voor nodig zouden kunnen zijn.

Daarom: eerst een advies voorbereiden. Waar wil je heen met deze stad, met deze sector, waar wil je over tien tot vijftien jaar zijn en wat heb je daar voor over?

1: Een forse investering in de cultuursector is nodig. Niet in stenen, maar in inhoud.

Wil Rotterdam duurzaam zijn concurrentiepositie blijven versterken, dan is een forse investering in de kunstsector en in Cultuurplanbegroting nodig. Enerzijds om de gevolgen van bezuinigingen te lenigen, anderzijds om vernieuwing mogelijk te maken.

De RRKC heeft de laatste weken gesprekken gevoerd met bestaande Cultuurplan-instellingen. Hieruit rijst het beeld naar boven, dat veel instellingen beduidend meer gaan aanvragen voor 2017-2020, eenvoudigweg omdat ze niet anders kunnen. De bezuinigingen van drie jaar geleden (ter herinnering,  vier maal 18 miljoen euro) hebben hun sporen nagelaten en de gevolgen ervan zijn nog lang niet ‘uitgewoed’. De grootste klappen komen misschien nog wel. Onzichtbare maar onmiskenbare gevolgen: een of twee avondsluitingen, personeel ontslaan of in tijdelijke zzp-constructies, geen geld meer voor inhoud of marketing. Bovendien hebben veel instellingen volledig ingeteerd op hun reserves.

“Als de magie van de Markthal straks wegebt, moet je iets te bieden hebben dat beklijft”

Tegelijkertijd is er, terecht, veel aandacht voor publiekswerking. Ook die vraagt om tijd en investeringen. Dat is een zaak van heel lange adem in een stad waar vraag en aanbod in razende tempo veranderen.

Daar komt nog bij dat je je als stad de vraag moet stellen hoeveel nieuwbouw je moet willen hebben. Immers. Hoe je het ook wendt of keert, nieuwbouw, ook al worden investeringslasten door andere partijen gedragen, kost de stad en daarmee de cultuurbegroting blijvend méér geld. De jaarlijkse exploitatielasten keren immers steeds terug. Hoewel iedereen graag anders wil geloven, een afschrijving van een gebouw binnen veertig jaar is gemakkelijker te managen dan een jaarlijkse exploitatie met bijvoorbeeld stijgende huisvestingslasten (waarbij de gemeente vaak zelf de rekening stuurt), horeca-inkomsten of personeelslasten.

Ook moet vóóraf nagedacht en afgewogen of bijvoorbeeld een museum in een kantoorpand ooit wel een verdienmodel kan worden. Of er een nieuw theater én een nieuw museum op Zuid moeten komen – geboren en getogen op Zuid, gun ik het Zuid meer dan wie of wat ook – want wie gaat dat straks betalen als de jaarlijkse exploitatie gedekt moet worden? Als de magie van de Markthal straks wegebt, moet je iets te bieden hebben dat beklijft: niet weer een gebouw maar vooral inhoud en programma’s. Zowel voor de Rotterdammers als bezoekers.

Mijn advies zowel aan de RRKC als aan het college en de gemeenteraad is om het er nu al met elkaar over te hebben: om het Cultuurplanbudget structureel te verhogen. Niet weg te kijken, maar dit serieus in beraad te nemen.

Er is grofweg 10 tot 15 miljoen euro minimaal extra nodig [red: Begroting bedraagt nu 78,4 mln euro per jaar, inclusief 2,5 mln euro geoormerkt voor collectiegebouw]. Met de torenhoge ambities van deze stad, moet je dat er voor over hebben. Want bovenstaande gaat alleen nog maar over de bestaande instellingen. Dit stadsbestuur wil immers in de komende jaren ook veel nieuwkomers en innovaties ondersteunen. De vraag is dan wel met welk geld?

Deze speech gaf Inez Boogaarts bij haar afscheid als directeur van de RRKC op 3 november.

Reageer of deel op Social Media

Tags:advies, afscheid, cultuurbeleid, cultuurplan, Inez Boogaarts, Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, RRKC en speech

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: Mauritsweg 35, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *