Wetenschap en onderwijs15 januari 2016

Grote dromen in het beroepsonderwijs

Michelle van Dijk ergert zich aan de eenzijdige beeldvorming over het mbo. Stereotiepe beelden van studenten die niet kunnen rekenen, petjes met sigaretjes bij de ingang, en daar houdt het wel mee op. Speciaal voor de Vers Beton crowdfundingactie schetst Van Dijk een rijk -soms treurig, soms opbeurend- portret van het Rotterdamse beroepsonderwijs.

Beeld: Maus Bullhorst

Op een van mijn eerste werkdagen bij Zadkine krijg ik een rondleiding bij de opleiding optiek. Marconiplein, Europoint IV. In een groot lokaal met een aardige skyline op de achtergrond staan leerlingen glazen te slijpen. Een jongen heeft de praktijktoets al vier keer verknald, zegt hij, het is niet makkelijk. Twee meisjes proberen ook wat uit, ze zijn nog jong, hooguit zeventien. ‘Wil je opticien worden?’ vraag ik. Eentje geeft antwoord: ja, ze wil opticien worden. Maar ze doet nu niveau 2, verkoopmedewerker optiek. Daarna gaat ze voor niveau 3 en dan 4, opticien. Dan wil ze door naar het hbo. En uiteindelijk…? Ze wil oogarts worden.

Lees ookVers BetonWetenschap en onderwijsWat ging er mis tijdens de fusie tussen Zadkine en Albeda?Vers Beton wil onderzoek doen naar de mislukte fusie en is daarom een crowdfundingactie gestart

Gevloek aan de andere kant van het lokaal, de meisjes giechelen; het is niet makkelijk. De afstand van droom naar diploma is soms groter dan een jong mens kan overzien. Het ligt niet in de aard van een docent om dromen te breken, maar ambities en prestaties liggen vaak ver uit elkaar. Dat is het middelbaar beroepsonderwijs: er zijn vier niveaus en alleen niveau 4 geeft toegang tot het hoger beroepsonderwijs. Toch is hbo de wens van veel mbo-studenten en hun ouders. Ook al hebben sommige studenten hun plafond al op niveau 2 bereikt, ze werken toch keihard om verder te komen. Anderen geven op voor ze beginnen, of hun omgeving gaf het al veel eerder op.

Ambities en prestaties liggen vaak ver uit elkaar

Stuk minder

Van 2010 tot 2012 werkte ik bij het Taal-en-rekencentrum van Zadkine. We gaven bijlessen (Nederlands, Engels, rekenen), we startten de Zomerschool op en organiseerden diverse projecten om docenten in deze vakken te ondersteunen. Daardoor kwam ik bij allerlei opleidingen.

Een populaire studie op de locatie Centrum is schoonheidsspecialiste. Dat is niet vreemd. Stel, je bent zestien en je moet al een opleiding kiezen. Je kiest schoonheidsspecialiste, want uiterlijke verzorging heeft wel je interesse – je volgt beautyvlogs, je vriendinnen komen altijd bij jou voor make-up, mensen zeggen dat je er ook talent in hebt. Op de opleiding leer je hoe je binnen tien minuten kunt epileren en je leert wat het Engelse woord daarvoor is, allemaal heel aardig, maar na een jaar weet je wel dat je nooit schoonheidsspecialiste gaat worden: het is toch een stuk minder interessant als je het de hele dag moet doen en vreemden zijn lang niet zo leuk als je vriendinnen. De meeste studenten zetten door en maken hun opleiding af, dan heb je toch dat mbo-papiertje, maar dat is niet voor iedereen voldoende motivatie.

Op de Zomerschool ontmoet ik Kelsy. Ze gaat na de zomer starten met administratie en daarvoor moet haar spelling wel beter worden, vertelt ze. Maar ze weet nog niet zeker of ze wel echt administratie wil volgen. Ze werkt nu in een winkel en haar vriendje gaat zijn geld verdienen met honkbal. Na twee dagen Zomerschool neemt ze afscheid. Ze heeft haar inschrijving bij administratie geannuleerd.

Op de locatie Centrum gaf ik ook bijles aan een groep ‘Business’: niveau 4, een opleiding gericht op internationale handel, je kunt manager worden met deze opleiding. Hard werken, maar niet voor Abdul. Hij komt elke les te laat, als hij al komt opdagen. Dan slentert hij naar zijn plek achterin. Hij heeft halflang, krullend haar, een leren jack en met de wietlucht die hij altijd met zich meedraagt, lijkt hij een Iraanse reïncarnatie van Jim Morrison. Stel hem een vraag en na een halve minuut zegt hij: ‘Hè?’ Hij staart me glazig aan. In alle lessen die ik met hem heb, geeft hij nooit antwoord op een vraag.

Na een jaar weet je dat je nooit schoonheidsspecialiste gaat worden: vreemden zijn lang niet zo leuk als je vriendinnen

Sidney

Ik herinner me een item van Pownews: ‘Hoogopgeleiden verdienen twee keer zoveel als laagopgeleiden’. Het is een bekend fragment omdat een van de ondervraagde mbo’ers, Sidney, een populair figuur wordt dankzij zijn typische uitspraken (‘ik steel van die rijke tata’s’). Maar het fragment irriteert me: pesterig hangt de Pownews-verslaggever voor de deur van een regionaal opleidingencentrum (roc). ‘Jij gaat niet doorstuderen?’ Hij maakt taalgrappen wanneer een jongen vertelt dat hij een eigen zaak wil ‘openmaken’, voorspelbaar en flauw: ‘Eigen zaak openmaken, of de zaak van een ander openmaken, wat is het verschil?’

Of van die filmpjes waarin ze mbo’ers voor de camera laten rekenen en spellen. Ook zo leuk. Ik erger me eraan omdat alleen dat stereotype van het mbo in beeld komt: de blowende, domme student die niets kan worden in het leven, behalve illegale autodealer met een minimum inkomen.

Door dit beeld (en door jarenlange politieke verwaarlozing, we kunnen PowNews niet van alles de schuld geven) staat het mbo laag in aanzien. Daarom neemt een meisje op niveau 2 zich voor om zo snel als het kan van dat mbo af te komen, want hbo is pas goed genoeg. En daarom voelen havoërs zich te goed om naar het mbo af te zakken, al zouden ze er een prachtberoep kunnen leren. Het beeld is eenzijdig, want er zijn talloze mbo’ers die met honderd procent inzet en motivatie naar school gaan, soms zelfs ’s avonds (bbl, de beroepsbegeleidende leerweg naast een baan), of in de zomervakantie.

Steun ons onderzoek naar de mislukte mbo-fusie in RotterdamDoe mee

Betrokkenheid

Het beperkte beeld doet dus geen recht aan de mbo-student en aan de hardwerkende docenten en studieloopbaanbegeleiders (slb’er) die er alles aan doen om de studenten wel naar dat prachtberoep te begeleiden. Natuurlijk, er zijn reële problemen en die zijn anders dan in het voortgezet onderwijs.

De ouderbetrokkenheid is bijvoorbeeld erg anders. Een collega vertelde dat haar opleiding geen ouderavonden meer organiseerde: ‘Er komt toch niemand.’ En wie bel je bij absenties? Spijbelen is een voorteken van schooluitval en er wordt alles aan gedaan om dat te voorkomen. Het kind heeft al een (vmbo-)diploma, is bijna volwassen, zou zijn eigen keuzes moeten kunnen maken. Maar moet je voor een achttienjarige nog bijhouden of hij wel op school komt? Ja dus.

Op de Zomerschool sprak ik een jongen, vers uit Curaçao overgekomen, die bij een oom logeerde. Tenminste, daar stond hij ingeschreven, want hij zag hem nooit. Een slb’er bij wellness vertelde dat hij sommige leerlingen om acht uur ’s ochtends al belde. ‘Dan vraag ik of ze al op weg zijn.’ Andere locaties hadden een verzuimcoördinator: één fulltimer die alle absenties bijhoudt en direct contact opneemt bij spijbelen. Of neem een opleiding als luchtvaart, waar men positief beloonde voor aanwezigheid: alleen bij hoge aanwezigheidspercentages maakte je kans op een stage in het buitenland. Het lukt niet altijd. Zo trof ik eens een docent aan, alleen in zijn lokaal. ‘Lessen aan het voorbereiden?’ vroeg ik. ‘Dit is mijn les,’ zei hij.

Zo trof ik eens een docent aan, alleen in zijn lokaal. ‘Lessen aan het voorbereiden?’ vroeg ik. ‘Dit is mijn les,’ zei hij.

Enorme verschillen

Wie bij Zadkine (of Albeda!) aan één school denkt, verbaast zich misschien over de wisselende aanpak van zo’n probleem als verzuim. Maar bedenk dan even hoe groot deze roc’s zijn: locaties van Spijkenisse tot Schoonhoven (!), meer dan tweehonderd verschillende opleidingen, vijftien- tot twintigduizend studenten.

Probeer een klas autotechniek in Rotterdam Alexander voor je te zien; en nu een klas sport en recreatie in Spijkenisse. Bij luchtvaart en toerisme moest ik de dames vertellen hun nagels pas ná de les te lakken; bij financiële administratie vroegen de heren of ze me dit weekend niet in de een of andere disco hadden gezien. Bij de Popacademie hingen docenten en leerlingen samen in de banken waar ze hun gitaren stemden en afspraken maakten; bij veiligheid en vakmanschap is discipline en hiërarchie zo belangrijk als in het echte leger.

De verschillen tussen opleidingen zijn enorm, er is een enorme variëteit in niveaus en motivatie, maar de groepen zijn wel vrij homogeen dankzij de gemeenschappelijke interesse in een beroep. Bij elke groep en bij elke leerling past een eigen aanpak, en zeker, dat maakt het werk zo leuk als het ook moeilijk is.

Opleven

Bij luchtvaart en toerisme moest ik de dames vertellen hun nagels pas ná de les te lakken

Maar als je echt wilt weten hoe het mbo is, moet je helemaal niet bij mij zijn: als bijlesdocent was ik namelijk geen studieloopbaanbegeleider. Voor docenten en slb’ers is het namelijk het mooist dat je studenten ook in hun vak aan het werk ziet: op stagebezoek. Daar leven ze op, daar worden ze volwassen, daar pakken ze hun verantwoordelijkheden en daar kunnen ze laten zien wat ze in zich hebben zonder flauwe vragen over ’t kofschip of rekenen met breuken. Als je dat ziet, weet je waarom je in het mbo werkt.

Helaas werk ik niet meer aan het mbo. Toen Zadkine in 2012 in financiële problemen kwam, werden alle tijdelijke werknemers ‘zonder juridische gewetenswroeging’ ontslagen, zoals toenmalig bestuursvoorzitter Henri van Vlodrop dat formuleerde. Jarenlang verkeerden ook vaste medewerkers in onzekerheid over hun baan. Bij zo’n groot roc is het niet ondenkbaar dat je opleiding van de ene op de andere dag verhuist, fuseert, of niet meer bestaat – met allerlei personele gevolgen.

Onderwijsvernieuwingen drijven docenten soms tot waanzin: elk jaar nieuwe kwalificatiedossiers, nieuwe lesmethodes, wijzigingen in functies waardoor een docent Engels plots 24 lesuur geeft aan 24 klassen en geen slb’er meer mag zijn. Beslissingen komen van boven en boven werken de bestuurders (en politici) die klaslokalen alleen van binnen zien als ze op een nieuwe locatie een lintje komen doorknippen.

Ja, dat is cynisch, maar het betekent vooral dat je werkplezier bestaat in je eigen opleiding, je eigen team en natuurlijk in je eigen lessen. Lachen bij het oefenen van sollicitatiegesprekken of bloedserieus het nieuws bespreken – of toch nog een keer ’t kofschip uitleggen, en blij opspringen bij leerlingen die op scherp staan en zomaar de juiste antwoorden weten. Zien hoe hun toekomst begint waar je bijstaat: dat is het mbo.

Wat lezen we ontzettend weinig over wat er op het mbo allemaal gebeurt...Steun daarom ons onderzoek naar de mislukte fusie tussen Albeda en ZadkineDoe mee
Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:beeldvorming, beroepsonderwijs, MBO en zadkine

Sectie: Wetenschap en onderwijs

kaart: Zadkine, Marten Meesweg, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *