Stedelijke ontwikkeling & architectuurWetenschap en onderwijs20 januari 2016

Waarom middenklassers toch graag in een arme wijk wonen

Sociologiestudenten over de middenklasse in Carnisse

De papieren waarheid over Carnisse is bikkelhard: wie het betalen kan, vertrekt uit deze wijk op Zuid. Maar het echte Carnisse is veel veelzijdiger en er woont een tevreden middenklasse. Vier studenten die afstudeerden aan de Veldacademie vroegen middenklassers uit Carnisse hoe het is om in een arme wijk te wonen. “Mij krijg je met geen honderd paarden hier weg.”

Beeld: Rosanne Dubbeld

Carnisse staat bekend als probleemwijk, met een lage score op veiligheid, leefbaarheid en sociale cohesie. Het aantal verhuizingen uit Carnisse is hoog, nergens in Rotterdam is de selectieve migratie (van mensen met een beter inkomen) zo groot. De binding van de middenklasse, Asscher’s ‘ruggengraat van de samenleving’, aan de wijk is op papier dus zwak. Daarom voert de gemeente beleid om mensen met een betere sociaal economische positie (de ‘middenklasse’ of ‘sociale stijgers’) te binden aan Carnisse.

Maar wat wil de middenklasse? En wie zijn ze? Vier sociologiestudenten interviewden voor hun afstudeeronderzoek aan de Veldacademie (zie kader onderin) ruim vijftig ‘middenklassers’ uit Carnisse. Vers Beton sprak met de studenten.

De studenten en hun scripties:

* Josanne Priem deed onderzoek naar de gevestigde middenklasse in Carnisse, bewoners van de duurdere koopwoningen.
* Angela de Pooter keek naar de werkende middenklasse met een midden of hoge opleiding en een goed inkomen.
* Maaike de Vleeschhouwer onderzocht thuisgevoelens onder starters.
* Melanie Domeni keek naar woonwensen van gezinnen met een goed inkomen.

Alle vier zijn inmiddels afgestudeerd als socioloog aan de Erasmus Universiteit. De scripties zijn te vinden op de website van de Veldacademie.

Het beeld van Carnisse is niet al te positief. Carnisse is een wijk op Zuid, en iedereen wil weg uit Zuid. Maar Josanne: al jouw respondenten willen blijven! Hoe zit dat?
Josanne: Ja, als je de beleidsstukken leest en verhalen hoort over Carnisse, dan verwacht je inderdaad dat wie een beetje inkomen heeft, direct wegtrekt. Maar de mensen die ik sprak waren eigenlijk heel tevreden. “Mij krijg je met geen honderd paarden hier weg”, “Ik zou geen andere plek kunnen bedenken waar ik liever zou wonen dan hier, al zou ik een miljoen winnen.” Dat laat wel echt zien dat mensen graag in deze wijk willen wonen en niet in een andere wijk. Ik heb vooral gekeken naar mensen met een hoger inkomen en een duurder koophuis. Die waren bijvoorbeeld te vinden aan de Lepelaarsingel en de Roerdomplaan, de wat grotere en duurdere huizen in Carnisse.

Wat me opviel in je scriptie is dat mensen de diversiteit van de wijk zo waarderen. Bijna als een soort distinctiemiddel: “Mij zie je niet in Barendrecht.” De diversiteit als decor voor de tolerante stedeling.
Vaak wordt etnische diversiteit geassocieerd met achterstand en integratieproblemen, maar mijn respondenten waarderen die diversiteit juist. Ze willen niet in een nieuwbouwwijk wonen, daar wonen allemaal dezelfde soort mensen, met dezelfde ideeën, zeggen ze, dus Barendrecht of Hillegersberg is voor hun geen optie. Een van mijn respondenten vertelde dat ze in een dorp een gesprek opving tussen een moeder en een dochter die een shawl over haar hoofd deed: “Doe snel af, zo lijk je wel zo’n moslimmetje”. Dáár wilde ze haar dochter niet mee opvoeden. Ze willen hun kinderen een open houding aanleren.

In een nieuwbouwwijk wonen allemaal dezelfde soort mensen, met dezelfde ideeën

Vrij naar respondent op Zuid

Maaike: die diversiteit spreekt tot de verbeelding, ook bij mijn respondenten. Een van mijn starters vertelde dat hij een fotoboek wilde maken van Carnisse: als je ‘s avonds over straat loopt en je kijkt bij mensen naar binnen dan heeft haast elk huis een andere uitstraling: eerst van die ‘Zuidtypes’ die aardappels aan het schillen zijn, dan een hele kamer vol met Surinamers, enzovoorts. Die benoemde dat als positief.

Josanne: Ik heb in mijn onderzoek een theorie over sociale tektoniek aangehaald. Platen kunnen botsen als er twee verschillende groepen naast elkaar leven. Maar in Carnisse kwam ik uit op de andere mogelijkheid: co-existentie. Groepen leven een soort van vreedzaam naast elkaar, maar ze gaan niet innig met elkaar om. Meer als platen die naast elkaar drijven. De diversiteit dreigt wel uit evenwicht te raken doordat er veel Polen de wijk intrekken. Dit kan de druk opvoeren en een botspunt worden. Iemand zei “Ja, dan worden de knakworsten vervangen door Poolse producten, dáár heb ik geen zin in!”

Wat zou de gemeente moeten doen als ze ‘jouw’ middenklassers wil aantrekken?
Josanne: Ik denk dat het niet voor iedereen is weggelegd. Je moet van zo’n stadswijk houden en van een diverse bevolking. De mensen die ik sprak hebben een relativerende mentaliteit. Ze hebben schietpartijen, vechtpartijen en inbraken in de buurt meegemaakt. Maar ze relativeren het: ook op andere plekken gebeuren er nare dingen. Zo verwees een respondent naar de schietpartij in Alphen aan de Rijn. Verder moeten er geschikte woningen zijn. Ruim, in een leuke straat.

Beeld van Rosanne Dubbeld

Angela, jij hebt die diversiteit meer sociaal-economisch bekeken: hoe kijkt de middenklasse aan tegen de arme bewoners in de wijk?
Angela: Ik ben begonnen met de sociologische theorie van Putnam. Die theorie zegt dat veel mensen het liefst in de buurt wonen van ‘mensen die op hen lijken’. Dan denk ik niet alleen aan etnische achtergrond maar ook aan de sociaal-economische achtergrond. De gemeente wil dat sociale stijgers in de wijk blijven, onder andere in de hoop dat die gaan mengen met mensen met een lagere sociaal economische positie. Maar vanuit sociologische theorie kun je je afvragen of dat wel realistisch is. Ik wilde dus weten hoe de middenklassers in Carnisse de sociaal-economische diversiteit ervaren.

En, is armoede afschrikwekkend?
Middenklassers kijken niet zozeer naar het inkomen van anderen, als wel naar het arbeidsethos. Zolang mensen werken of hun hele leven hard hebben gewerkt en nu met pensioen zijn, dan is het goed. Het maakt niet uit of je vuilnisman bent geweest of directeur. “Je moet je daar helemaal niet mee bemoeien, met wat de ander voor een werk doet. Of hoeveel geld je op de rekening hebt staan. Bovendien is het duister om in iemands anders boeken te lezen, zo moet je het zien”. Maar ‘beroepswerklozen’, daar heeft de werkende middenklasse geen goed woord voor over. Langdurig werklozen raken onverschillig, verslonzen hun huis en omgeving, menen de werkenden. Zoals in het gezegde: “Ledigheid is des duivels oorkussen”.

Noord: dat zijn maar een stel verwende kakkers

Respondent op Zuid

De hardwerkende Rotterdammer woont op Zuid?
Ja, ik vond dat arbeidsethos vooral bij mensen die zich sterk identificeren met Zuid. Degenen die er geboren en getogen zijn. Zij vroegen ook altijd of ik van Noord kwam. Een vrouw zei: “Waarom zouden mijn kinderen het in godsnaam in hun hoofd halen om naar Overschie of naar Schiebroek of naar waar dan ook te gaan als ze uit Zuid komen? Nee zeker niet, je gaat niet de Maas over. Als je van Zuid komt, dan kom je van Zuid ja!” En ze sloeg met haar vuist op tafel! Dat had ik niet verwacht. Toen we in alle beleidsstukken doken verwachtte ik echt een achterbuurt waar iedereen zo snel mogelijk weg wil. Maar deze mensen identificeerden zich heel sterk met Zuid. Noord, dat zijn maar een stel verwende kakkers, daar hebben ze niets mee.

Beeld van Rosanne Dubbeld

Carnisse is ook echt een starterswijk: 35% van de bewoners is tussen de 20 en 35. Hoe zorgen we ervoor dat zij zich er meer thuis voelen? Dit was jouw onderzoeksvraag, Maaike.
Maaike: Ik ben er eigenlijk nog steeds niet achter. Ik heb geen eenduidige definitie van ‘thuisvoelen’ kunnen vinden. Het heeft volgens de starters in elk geval te maken met ‘ergens gewend zijn’, ‘je vertrouwd voelen’, een plek waar je je echt mee kunt identificeren. Een meisje zei: “Ja ik voel me wel thuis, maar het meest voel ik me thuis in een vrijstaande woning met een stuk land eromheen. Maar dit is wat voor wat ik nu kan betalen gewoon hartstikke goed”. Voelt ze zich thuis of niet?

Je vroeg mensen ook om uit te tekenen hoe hun buurt eruit zag. Soms komen ze niet verder dan de Nettomarkt.
Ja, veel starters kiezen voor Carnisse op grond van rationele argumenten, niet door gevoelens bij de buurt. Ze brengen weinig tijd door in de buurt. Ze hebben sociale contacten, werk of studie buiten de buurt en komen nauwelijks in hun directe woonomgeving.

De gemeente wil juist inzetten op jouw starters. Zijn zij de sterke schouders die de wijk kunnen optillen?
Het ligt er maar aan wat je verstaat onder ‘de wijk optillen’. Zorgen de starters voor het verbeteren van de lijstjes? Dat denk ik wel. Met name bewoners die een ontwikkeling doormaken van student naar werkende. Zij zijn hoogopgeleid, hebben een inkomen en leveren (vermoedelijk) geen bijdrage aan het aantal inbraken of fietsendiefstallen. Maar als je vraagt: zorgen starters ervoor dat mensen zich meer met elkaar verbonden voelen? Of dat sociale achterstanden van individuen worden opgelost? Dat betwijfel ik. Over het algemeen zijn ze vooral op zichzelf gericht en niet actief betrokken bij de buurtbewoners.

Om starters aan te trekken hoef je niet zo veel aan de wijk te veranderen. Alle starters die ik sprak vonden het prima wonen Carnisse, de prijs-kwaliteitverhouding is goed. Tot ze kinderen krijgen, dan verandert er wel wat.

Beeld van Rosanne Dubbeld

Daarmee komen we op de laatste groep: de gezinnen. Nou Melanie, wordt Carnisse de eerste bakfietswijk op Zuid?
Melanie: Nee helemaal niet! Ik moest heel goed zoeken naar gezinnen die voldeden aan al mijn eisen, want ze moesten niet alleen een bepaald inkomen hebben maar ook nog eens kinderen van 0-4 jaar oud hebben. Dat bleek uitdagend. Het aandeel gezinnen met kinderen van 0-4 jaar is nu 7,9 procent, als kinderen ouder worden daalt dat percentage gigantisch, naar 3,9 procent. Daar wilde ik meer over weten: waarom vertrekken gezinnen met kinderen van 0-4 jaar? En waarom blijven ze?

En wat was het resultaat?
Ik had zeven blijvers en zeven vertrekkers. Heel verrassend: alle blijvers blijken op één na allemaal christelijk zijn.

Christelijk?
Naarmate ik meer interviews deed kwam ik er steeds meer achter dat er een bepaalde familie in Carnisse gevormd is van christelijke gezinnen. Ze blijven niet vanwege fysieke of sociale kenmerken van Carnisse, maar omdat ze een missie hebben in Carnisse. Ze hebben een groot vertrouwen op God, ze willen er voor hun naasten zijn die het minder hebben.

Heel opvallend: gezinnen die blijven, blijken op één na allemaal christelijk zijn

Bevinding uit het onderzoek van Melanie Domeni

Dat gaat soms heel ver, las ik in je scriptie.
Ja, ik sprak een koppel, ze hebben zes jaar in de Vogelbuurt gewoond, in de Fazantstraat, de slechtste straat misschien wel van Carnisse. Ze hebben van alles meegemaakt: tussen vechtende mensen gesprongen, een opgerolde wietplantage, prostitutie in eigen portiek. ‘Joyce’, zo noem ik haar in mijn scriptie, had heel intens contact met haar drugsverslaafde buurvrouw, als onderdeel van die missie. Dat was best belastend voor haar. “Soms ging ik beneden in de kelder zitten, omdat ik even niet wilde dat ze me zag. Ik heb daar wel eens hele dagen gezeten”.

Wat moet gemeente doen als ze gezinnen voor de wijk wil behouden?
Carnisse bestaat voor 70% uit portiekwoningen, er zijn bijna geen woningen die groot genoeg zijn voor een gezin. De gezinnen die ik sprak willen een groot huis en een goed huis. En sommigen willen een tuin en met hun fiets achterom met hun kinderen de tuin kunnen betreden.

Woningen zijn dus belangrijk. Zijn er ook andere factoren?
Ja, vanuit NPRZ (Nationaal Programma Rotterdam Zuid) wordt nieuw beleid gevoerd: de Children’s Zone. Dat beleid is ook in Carnisse ingevoerd om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren en achterstanden weg te werken. Kinderen krijgen extra lesuren en meer monitoring, ook thuis. De gezinnen die ik gesproken heb voelden zich daardoor een beetje bespied. Zij vinden het wel goed dat het er is voor de ándere kinderen, maar niet voor hun eigen kinderen. Sommige gezinnen voelen zich privé geschaad doordat er zoveel monitoring is. Zij willen gewoon met rust gelaten worden. Sommigen zeggen ook: ze mogen blij zijn dat we hier wonen. De gezinnen die in Carnisse blijven zijn wel tevreden, ze wonen er niet voor niets. Maar dit zijn wel kritische punten die naar voren komen.

Lees ookCategorieDe week van CarnisseVers Beton maakte voor het project Veerkracht Carnisse een magazine.

Dus het achterstandsbeleid dreigt de mensen weg te jagen die de gemeente juist wil behouden?
Ja, dat zijn latente effecten van beleid, bijvoorbeeld dat ouders denken dat een school slecht is omdat de Children’s Zone er is. Dat heet de ‘broken windows theory’: een kapot raam is een clue dat er iets mis is. In de wijk hangen nu ook borden met “Wietplantage opgerold”: die duiden erop dat er iets mis is met de wijk. Daar willen die gezinnen zich niet mee associëren.

Op papier is Carnisse een van de slechtste wijken van Rotterdam, een achterstandswijk. Maar als ik jullie scripties lees krijg ik een veel rijker beeld. Carnisse is ook een starterswijk, een arbeiderswijk, een echte wijk op Zuid, een groene wijk, een wijk met een missie… Zeggen de indicatoren niets over de wijk?
Josanne: het wijkprofiel vergelijkt de situatie in Carnisse het Rotterdamse gemiddelde. Maar moet je alles naar het gemiddelde trekken? Je kunt ook zeggen, Carnisse is nu eenmaal springplankwijk.

Maaike: Nu zijn ze in Zuid begonnen met Katendrecht helemaal te verhippen, die lijn willen ze volgens mij doortrekken helemaal naar achter. Maar mensen met een kleinere portemonnee moeten toch ergens kunnen wonen? Wonen kost gewoon geld. Móeten alle wijken van Rotterdam er economisch, demografisch en etnisch er per se allemaal hetzelfde uitzien? Je kunt niet overal gezinnen en yuppen hebben.

Dit artikel is mogelijk gemaakt door de Veldacademie

De Veldacademie is een onderzoekswerkplaats voor wijkontwikkeling. Samen met de gemeente en universiteiten werkt de Veldacademie aan sociaal-ruimtelijke vraagstukken, zoals de vraag hoe mensen met een beperking langer thuis kunnen blijven wonen en hoe een buurthuis kan helpen om netwerken te vormen. Elk jaar studeren er studenten af op een actuele en ‘echte’ opgave. Dit kunnen sociologen zijn, maar ook architectuurstudenten, economen, sociaal geografen en criminologen. Studenten kunnen zich hier aanmelden.

Melissa van Amerongen is door Veldacademie betaald om dit interview te houden om uit te werken tot artikel.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Reageer of deel op Social Media

Tags:Carnisse, middenklasse, NPRZ, sociale stijgers, sociologie en veldacademie

Secties: Stedelijke ontwikkeling & architectuur en Wetenschap en onderwijs

kaart: Carnisse, Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *