Kunst & Cultuur16 februari 2016

Elfie Tromp & Jerry Hormone: “Als je niet voor de lezer schrijft, kun je net zo goed een dagboek bijhouden”

Zij bracht in november haar tweede roman Underdog uit, hij debuteerde in januari met zijn eerste verhalenbundel Het is maar bloed. Een goed gesprek met Elfie Tromp en Jerry Hormone, het excentriekste stel van literair Nederland. “Schrijven is toch gewoon kutwerk?”

Jerry Hormone en Elfie Tromp in hun bovenwoning in Blijdorp Beeld: Willem de Kam

In de bovenwoning van Elfie Tromp en Jerry Hormone (ook wel: Jeroen Aalbers) staan twee bureaus. Jerry’s kleine schrijftafel met stoel – overladen met stapels boeken, kledingstukken en papieren – in een hoek van de woonkamer. Elfies bureau is groter en netter – een set woordenboeken, een vetplant, een tafellamp met panterprint – en staat bovendien in haar eigen werkkamer. “Helemaal niet erg”, zegt Jerry. “Elfie was hier eerder.”

Van de zes jaar dat Elfie en Jerry bij elkaar zijn, hebben ze het grootste gedeelte samen in dit appartement in Blijdorp gewoond. “Toen ik Elfie ontmoette woonde ik in een afgetrapt studentenhuis. Het duurde niet lang voordat ik bij haar introk. Dat ging lekker geniepig: ik nam platen mee om te draaien, liet voor het gemak steeds meer kleren liggen. Toen er daadwerkelijk verhuisd moest worden, hoefden we eigenlijk vooral wat grote meubels te vervoeren.” Elfie: “Hij ging gewoon niet meer weg.”

Hun beide boeken werden hier geschreven. Elfies tweede roman, Underdog, verscheen in november. Het leverde haar een nominatie voor de BNG Literatuurprijs op. Twee maanden later lag Jerry’s literaire debuut Het is maar bloed eindelijk in de winkels. Elkaars frustraties, problemen en overwinningen hebben ze van dichtbij meegemaakt. Aan hun eettafel spraken we het Rotterdamse stel over teamwork, succes en het gebrek aan sjeu in de literaire wereld.

Een relatie, samenwonen en dan ook nog boeken schrijven in hetzelfde huis. Worden jullie soms niet gek van elkaar?

Elfie: “Voor ons werkt het heel goed dat we allebei schrijvers zijn, omdat we allebei snappen waar de ander last van heeft als het schrijfproces niet goed gaat. Als je allebei een ander beroep hebt, is dat misschien wat minder invoelbaar.”

Jerry: “Je deelt niet alleen de lasten, maar ook de mooie momenten. Tijdens een boeklancering is het dubbel feest.”

Elfie: “We hebben wel een andere manier van werken. Ik heb echt stilte nodig en schrijf het liefst achter mijn bureau. Jerry werkt de eerste paar uur van de dag nog vanuit bed.”

Jerry: “Ik ben niet zo’n ochtendmens. En ook in de loop van de dag zit ik eerder op de bank met m’n laptop dan achter mijn bureau.”

Vragen jullie elkaars mening tussen het schrijven door?

Elfie: “We hebben rituelen. Elke woensdag leest Jerry mijn Metro-column voordat ik hem naar de redactie stuur. En hij vraagt om mijn hulp als hij er even niet uit komt. Ik heb de schrijversopleiding gedaan in Utrecht, waardoor ik veel schrijftechnieken ken voor als je even vast zit. Jerry is autodidact, ik benader het schrijven veel praktischer.”

Jerry: “Als ik vast zit, zit ik ook echt vast. Maar dan zegt Elfie: schrijf op muziek, of teken het uit. En dat werkt echt. Ik bemoei me trouwens zo min mogelijk met Elfies romans. Je moet je eigen ideeën ontwikkelen als schrijver. Iemand anders moet daar niet in gaan zitten peuren, dat leidt af. Als ze ernaar vraagt, help ik wel. We kunnen wel wat kritiek van elkaar hebben. Kijk, het liefst wil ik natuurlijk dat Elfie me helemaal geweldig vindt, ze m’n broek van m’n reet trekt en bovenop me springt, maar haar feedback houdt me wel scherp. Andersom ook. Toch?”

Elfie: “Ja. Of ik doe gewoon iets anders.”

Jerry Hormone Beeld: Willem de Kam

Jullie trekken je niet altijd wat van elkaar aan?

Elfie: “Ik vind Jerry’s kritiek niet zaligmakend, nee. Onze stijl is verschillend, dus vindt Jerry niet alles mooi wat ik mooi vind en andersom. Maar we kunnen elkaars werk wel goed beoordelen voor wat het is.”

Jerry: “Toen we zo’n drie maanden samen waren, wilde Elfie mij een kort verhaal laten lezen. Ik pakte er een dikke rode pen bij en heb het binnen anderhalf uur praktisch herschreven. Toen wilde Elfie opeens – heel vreemd – drie dagen lang niet met me praten. Ik had nooit geleerd te redigeren, wist niet dat je stijldingen niet naar je eigen hand moest zetten.”

Wordt jullie kritiek op elkaar nooit te persoonlijk?

Elfie: “Nee, er zit geen venijn in onze feedback.”

Jerry: “Er zit sowieso weinig venijn in onze relatie. Het is geen goed plan om al onze frustraties te botvieren op elkaar. We zijn een team.”

Elfie: “Die frustraties uiten we wel op een andere manier.”

Jerry: “Ik heb geen idee waar het over gaat, maar ik knik alsof ik het snap.” (stilte) “Keihard neuken, bedoel je?”

Elfie (lacherig): “Nee, samen joggen.”

In 2013 verscheen Elfies debuutroman Goeroe bij uitgeverij Lebowski, maar in de Rotterdamse literaire scene was ze daarvoor al een lievelingetje. Al jaren presenteert ze festivals, draagt ze voor op literaire avonden en maakt ze theater.

Onder zijn geboortenaam Jeroen Aalbers schreef Jerry ondertussen de populaire kinderboekenreeks Borre. Rotterdammers kennen hem wellicht beter als muzikant: tot 2005 was hij gitarist in de illustere punkrockband The Apers.

Het stel werkte niet vaak samen. Behalve dan aan hun gezamenlijke literaire tijdschrift Strak, dat ze in 2011 oprichtten. Jerry gniffelt als ik hen ernaar vraag. “Elk nummer nemen we ons voor om te stoppen, omdat het altijd meer werk kost dan het vooraf lijkt. En elk nummer zeggen we tegen elkaar: nu gaan we het makkelijker aanpakken”, legt Elfie uit. “En dan wordt het toch weer een pokkenwerk dat bakken vol met geld kost”, vult Jerry aan.

Elfie achter haar bureau Beeld: Willem de Kam

Ik heb het idee dat jullie carrière tot nu toe best gelijk op gaat.

Elfie: “Hangt ervan af waar je komt. In de punkrockscene ben ik het vriendinnetje van Jerry Hormone. En in de toneelwereld of op literaire avonden is hij weer de vriend van.”

En als een van jullie nou zou doorbreken met een dikke bestseller, en de ander niet?

Jerry: “Dat weet ik niet, maar ik ben tot nu toe nooit jaloers geweest op Elfie.”

Elfie: “De afgelopen jaren heb ik geleerd dat een grote literaire doorbraak totaal lukraak is en helemaal niet gebonden aan kwaliteit of talent. Er zijn zoveel bestsellers waar ik m’n reet mee afveeg.”

Jerry: “En literair succes is ook maar relatief. Tommy Wieringa verkoopt zo honderdduizend boeken, maar als hij op straat loopt herkent het gros van de mensen hem niet.”

Hebben jullie wel het doel om grote Nederlandse schrijvers te worden?

In koor: “Ja, natuurlijk!”

Elfie: “Ik schrijf om gelezen te worden. Het is in deze tijd wel heel moeilijk om mensen te bereiken: er is heel veel afleiding, er zijn heel veel andere manieren om je vrije tijd door te brengen. Daarom moet je als schrijver zelf naar je publiek toe.”

Jerry: “Je moet het ook wel leuk vinden om te schrijven, anders zijn er makkelijkere manieren om je centen te verdienen.”

Elfie: “Ja, als je het omrekent, had ik beter basisschoollerares kunnen worden. Dan verdiende ik beter.”

Maar er is er toch ook het romantische beeld van de auteur die schrijft omdat het eruit moet? Die het verder niet uitmaakt hoeveel mensen het lezen?

Jerry: “Ja joh, geloof jij dat?”

Elfie: “Die schrijvers zijn er wel, maar wij zijn het niet. Dit is onze carrière, we zien het als werk. Ik schrijf voor de lezer, niet om iets te verwerken.”

Jerry: “Masturberen doe je voor jezelf, schrijven doe je voor de lezer. Je kan een roman heel dicht bij jezelf houden, maar maak er wel iets van waar een ander ook wat aan heeft. Anders kan je net zo goed een dagboek bijhouden. Ga er dan ook geen redacteur mee lastigvallen.”

Elfie Tromp Beeld: Willem de Kam

Ik keek laatst een reportage van Dandy Rotterdam over jullie terug waarin Elfie zegt dat ze graag succesvol wil zijn. Terwijl je na het verschijnen van Underdog juist steeds uitlegde dat het boek de strijd aangaat met het maakbaarheidsideaal.

Elfie: “Ik ben wel wat genuanceerder geworden in de gedachte dat alles maakbaar is. Die grens ben ik de afgelopen jaren wel tegengekomen. Maakt dat me een slechter mens of maakt dat me een echter mens? Ik zie het leven als een struikelpartij: soms val je in een sierlijk boogje, maar regelmatig ga je gewoon plat op je bek. Het is een taboe om eerlijk te zijn over alles dat je niet kan, over je beperkingen. Gracieus leren omgaan met mislukkingen, dat leren ze ons niet.”

Jerry: “In de Middeleeuwen hadden ze het over onfortuinlijken: mensen die geen geluk hebben gehad en daar dus zelf geen hand in hadden. Tegenwoordig spreken we over losers: mensen die meedoen aan een spel en dan verliezen. Daar zit dan de gedachte aan vast dat ze niet genoeg hun best hebben gedaan.”

Vorig jaar introduceerde Uitgeverij Lebowski een verdienmodel waarbij de uitgever niet alleen een percentage van de boekverkoop ontvangt, maar ook een deel van de inkomsten van auteurs uit optredens en lezingen. Elfie, die het grootste deel van haar optredens zelf regelt, kon zich er niet in vinden en stapte op. Haar vertrek ontketende een heftige discussie over verdienmodellen in de uitgeverswereld.

Hoe kijk je terug op die periode?

Elfie: “Ik was nog best wel bleu en had het gevoel alsof ik er alleen voor stond, tegenover een grote uitgever. Het voelde dus brutaal om te zeggen: ik weet niet zeker of jullie wel het beste met mij voor hebben. Inmiddels ben ik heel blij met mijn keuze. Ik zit nu bij De Geus, een wat traditionelere uitgeverij. Ik ervaar nu wel wat de meerwaarde van een echt ervaren redacteur is.”

Jerry onderbreekt: “Eén ervaren redacteur in plaats van drie verschillende.”

Elfie: “Ja, want Lebowski is een hippe uitgeverij, waar de doorloop van het personeel heel snel was. Ik denk dat zij uiteindelijk ook teruggekomen zijn op dat verdienmodel. Het geld zit niet bij de jonge auteurs die voor honderd piek optreden, maar bij de Heleen van Rooyens of Kim van Kootens. Maar ja, die gaan zo’n contract natuurlijk niet ondertekenen. Het is trouwens wel komisch dat ik meer media-aandacht kreeg met mijn vertrek bij Lebowski dan met het uitbrengen van mijn eerste boek.”

“Het literaire veld is heel hiërarchisch. Als je debutant bent denken veel recensenten: ik kijk het nog wel een boek of twee, drie aan. Daar kom je heel moeilijk tussen, dus je moet je echt invechten.”

Jerry: “De AKO koopt geen debuten in, of je moet al een bekende Nederlander zijn.”

Elfie: “En dan kan je nog zoveel aandacht trekken, maar als je boek niet in de winkel ligt, wordt ‘ie ook niet gekocht.”

Hoeveel helpt jullie image bij het verkopen van boeken?

Elfie: “Nou ja, we zijn al redelijk uitgesproken figuren, we doen ons niet anders voor ten behoeve van ons schrijverschap. Ik wil juist dat het niet te veel afleidt van mijn werk. Als ik er zo zou uitzien als tien jaar geleden, dan dat ik hier nu met een roze geschminkt gezicht.”

Jerry: “Elfie zou erbij lopen als Klaus Nomi als ze de kans kreeg. Ik ben ook niet begonnen als schrijver, maar als punkrocker, dus ik was altijd al een showmannetje.”

Elfie: “Maar er mag wel wat meer sjeu gegeven worden aan de literaire wereld, of eigenlijk aan heel Nederland. Op de uitreiking van de BNG Literatuurprijs nam de winnaar de prijs doodleuk in ontvangst in een H&M-truitje. Ik denk dan: Jezus, mag het alsjeblieft een goede blouse zijn, of een mooie pantalon?”

Jerry achter zijn schrijftafel Beeld: Willem de Kam

Jullie doen veel andere zaken buiten het schrijven om. Zien jullie jezelf in de eerste plaats als schrijver?

Elfie: “Ja. Tachtig procent van wat ik doe is schrijven.”

Jerry: “Ik niet, ik zie mezelf als mens. In PAF Studio (de nieuwe muziekstudio van Dave von Raven en Marcel Fakkers, red.) ben ik nu een plaat aan het opnemen. Dat doe ik met net zo veel plezier als aan een verhalenbundel werken. En kinderboeken schrijven vind ik ook heel leuk. Ik wil gewoon dingen maken.”

Elfie: “Ik vertel verhalen, dat overkoepelt al mijn werk. Voor de VPRO maak ik nu Joggingman, een online serie waarin ik mensen joggend interview. De verhalen die ik daarbij uit mensen trek vind ik prachtig.”

En als jullie konden leven van je boeken? Zouden jullie al die andere klussen opgeven?

Jerry: “Ik moet er niet aan denken alleen te schrijven. Schrijven is toch ook gewoon kutwerk? Een idee hebben, halverwege merken dat het goed gaat, een verhaal afmaken: dat is allemaal leuk. Maar alles ertussenin is verdomd moeilijk. Gitaar spelen vind ik gezelliger, dat gaat me veel makkelijker af.”

Elfie: “Schrijven gaat mij juist het makkelijkst af. Maar ik schrijf ook iets intuïtiever. Jerry plant een verhaal eerst helemaal uit, ik begin meestal gewoon met een gevoel.”

Jerry: “Ik weet negen van de tien keer hoe een verhaal eindigt.”

Reageer of deel op Social Media

Tags:auteurs, debuutroman, elfie tromp, goeroe, het is maar bloed, jeroen aalbers, jerry hormone, literatuur, schrijvers en underdog

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *