Erasmus in Rotterdam31 maart 2016

De vrije wil van John Erasmus

Kort verhaal

Ieder mens heeft recht op zijn eigen vorm van stil zijn. Volgens dat adagium leeft John Erasmus zijn leven. Hij wil graag buigen, maar niet breken. Een incident met een broodtrommeltje vormt een keerpunt.

Beeld: Mark van Wijk

Kijk eens! Ja, daar zul je hem hebben hoor: John. Graag uit te spreken als Sjon. Achternaam: Erasmus. Jazeker, Erasmus. Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen – en zeker ook niet op het tweede gezicht, en zelfs nog niet op het derde gezicht, maar deze besnorde vijftiger op een brommer, met een broodtrommeltje onder zijn snelbinders: dat is de laatste nog in leven zijnde, direct met het DNA van Desiderius bezegelde nazaat van de humanist van Rotterdam.

Of de appel ver van de stam is gerold? Nou, een beetje wel. Een denker kun je John met de beste wil van de wereld niet noemen. Voor John hoeft dat allemaal niet zo, peinzen over je plek in de wereld. Die heeft hij bovendien allang gevonden, zo ongeveer op de plaats waar zijn wieg stond. John werd geboren en groeide op ten noorden van de Dorpskerk in Charlois, verhuisde op zijn veertiende naar de zuidkant en woont daar nu nog steeds.

Zijn vader was koster in de kerk, zijn moeder een poetsvrouw. Pikant: op het moment dat hij verwekt werd, waren zijn ouders niet getrouwd, niet eens samen. De koster beleefde een liefde- en kinderloos huwelijk, de schoonmaakster kwam steeds sterker in zijn vizier te liggen. John werd verwekt, en en uit veiligheidsoverwegingen werd de zwangerschap uitgezeten in Gouda. Dat hij toch ter wereld kwam op Zuid is te danken aan het toeval: Johns toekomstige tante was onwel geworden, haar zus snelde hoogzwanger terug naar Rotterdam, de vliezen braken, het huis van de koster kon maar net op tijd bereikt. Terwijl John werd geboren op het vinyl van de keukenvloer, trok de vervreemde vrouw van de koster de deur achter zich dicht.

Voor John hoeft dat allemaal niet zo, peinzen over je plek in de wereld

De jeugd van John was er een van schaamte: hij werd nagewezen, en zo ontwikkelde John een verdedigingsmechanisme dat hij tot de dag van vandaag aanhoudt. John Erasmus is een man zonder eigen wil, zonder vrije manier van denken. Hij accepteert gelaten wat hem voorgelegd is, hij doet wat hem opgedragen wordt, aan hem hebben ze geen slechte. De koster dacht weleens over zijn zoon: wie geen ambities heeft, die komt misschien niet ver, maar die loopt ook verdomd weinig risico’s om ontgoocheld te raken. En dat is al heel wat.

Johns tienerjaren mondden uit in een zwarte bladzijde. In het arme Charlois van de late jaren zeventig lag een flirt met de keerzijde van de wet altijd op de loer. Zo sukkelde John een clubje jongens binnen, dat een paar jaar jonger was. Ze maakten goed gebruik van Johns labradortalenten: doodgemoedereerd lieten ze hem onder een smoesje (‘sleuteltje kwijt!’) fietssloten openbreken, deuren inbeuken, spullen verstoppen. In mei 1980 liep het verkeerd. De net met zijn rijbewijs toebedeelde John werd gesommeerd de Opel Ascona van de koster te halen, en het gezelschap over de Willemsbrug (de oude, toen nog) richting stad te chauffeuren. John keek niet eens al te raar op toen de jongens een bivakmuts over hun kop trokken, en een stel messen opdiepten. Als God – bij gebrek aan een beter woord, want echt gelovig was John niet – wilde dat hij nu op deze plaats was, dan was dat maar zo.

De bende stapte een postkantoor binnen, John bleef wachten, de motor draaide. Niet lang erna werd hij klemgereden door een wagen van de politie. Een stil alarm deed ze de das om. John werd als medeplichtige veroordeeld tot een paar jaar cel. De koster pleitte voor de rechter nog dat John er in was geluisd, deed een emotioneel pleidooi op haar empathisch vermogen. De rechter keek Johns vader aan en sprak de woorden: ‘ieder mens heeft uiteindelijk verantwoording af te leggen over zijn of haar daden. In het geval van uw zoon is dat niet anders.’

In het arme Charlois van de late jaren zeventig lag een flirt met de keerzijde van de wet altijd op de loer

Ook in de gevangenis – uitgerekend in Gouda – is John een speelbal van het lot. Veel wil hij er niet over loslaten, maar als hij weer vrij is, zegt hij nog minder dan hij toch al deed. Zijn vader is inmiddels overleden en met zijn moeder houdt hij voornamelijk wedstrijdjes stilzwijgen. Via een buurman slaagt John erin een baantje te krijgen. Hij mag beginnen bij een meelfabriek aan de Maashaven. Af en aan sjouwt hij met balen graan, boekweit en andere grondstoffen. John is een trouwe kracht, hij zal geen problemen veroorzaken. Zo doet John niet mee aan de grote staking, tegen het einde van de jaren tachtig. Er worden betere omstandigheden geëist, er moet een medezeggenschapsraad worden geïnstalleerd. Het zal John een zorg zijn. De reden waarom hij ’s ochtends zijn sokken aantrekt en ze ’s avonds weer uitdoet is simpel: omdat het nu eenmaal van hem gevraagd wordt.

Zo ziet John gelaten de wereld veranderen. Wat is eerst gewoon een voorman was, wordt eerst teamleider en dan accountmanager. De fabriek breidt uit naar Duitsland, John werkt er soms op locatie. Met cursussen bemoeit hij zich niet, een mening is hem vreemd.

Althans, tot onlangs. Zelfs een man zonder mening, zonder een grammetje rebellie in zijn donder, kun je over de rand duwen, zo bleek. De geworpen teerling: het broodtrommeltje. Iedere ochtend smeert John zijn vier bruine casinoboterhammen. Altijd hetzelfde recept: varkenslever en rookkaas, al ruim dertig jaar. Thermosje koffie erbij, en John heeft er genoeg aan in de lunchpauze.

Zelfs een man zonder mening, zonder een grammetje rebellie in zijn donder, kun je over de rand duwen, zo bleek

Het was een koude februarimiddag toen John de kantine instapte. Hij plantte zijn trommel plus thermos op de tafel, toen hij op zijn schouder werd getikt. Een jonge manager kwam hem uitleggen dat dit voortaan niet meer de bedoeling was. De catering werd nu verzorgd door een bedrijf. Voortaan wordt er van iedereen loon ingehouden, eigen consumpties zijn niet meer geoorloofd. John gelooft het niet. Zijn ze nu helemaal gek geworden? Het heeft lang geduurd, maar de woede komt eindelijk in hem omhoog. Hij slaat de blikken trommel – dezelfde waarmee de koster in de kerk lunchte – op de tafel. Even wil hij de manager naar de keel vliegen, maar dan besluit hij anders. Hij pakt zijn toebehoren, loopt naar de muur, naar het whiteboard. Hij pakt een stift en schrijft met grote hanenpoten KUST MIJN KLOTEN op het bord. Daarna vertrekt hij.

Op de brommer, met het trommeltje onder de snelbinders, weet hij dat hij nooit meer terug zal keren. Hij gelooft nog steeds dat de mens bestaat om zijn taken uit te voeren, zonder veel vragen, maar hij vindt ook dat ieder mens recht heeft op zijn eigen vorm van stil zijn. Hij wil graag buigen, maar niet breken. Daar komt het op neer. Als John zijn brommer parkeert bedenkt hij zich dat hij nog nooit buiten de provincie is geweest. Misschien gaat hij wel op reis. Italië, dat lijkt hem wel wat.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Charlois, erasmus, karakter en vrije wil

Sectie: Erasmus in Rotterdam

kaart: Charlois, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *