Politiek28 maart 2016

Van wie is de stad?

Wil Rotterdam werkelijk zelfbewust worden, dan moet het hedendaagse vraagstukken niet presenteren als technische kwesties. En ophouden zich te dissociëren van alles wat niet past in het gelikte plaatje, betoogt Chris van der Meulen.

Er zwerft een videoclip over het internet waarin een jongen staat te dansen en rappen over zijn stad, Rotterdam, met het nieuwe Centraal Station als decor. De rapper straalt erbij alsof hij het station zelf gebouwd heeft. Hij is #trotsoprotterdam. Dat heeft Rotterdam (en dus hij, want hij is Rotterdammer) toch maar mooi gedaan.

Rockster

Rotterdam staat, mede door een aantal nieuw opgeleverde bouwwerken, weer in een paar goede lijstjes. Het vindt zijn weerslag op de stemming in de stad. We kunnen weer trots zijn. Dit jaar viert Rotterdam dat 75 jaar geleden de wederopbouw is begonnen en er is veel meer om te vieren. Het feit dat Rotterdam een burgemeester heeft met de status van een rockster, is daar een van.

Aboutaleb wordt geprezen van Amsterdam tot Den Haag en van Londen tot Washington. Ahmed Aboutaleb, de poëzie-vertaler, de innemende optimist, de ik-zeg-waar-het-op-staat kritische moslim. De vigilant die, als hij even de kans ziet, een fietsendief eigenhandig bij de kladden vat.

Elsevier riep hem in 2014 uit tot Nederlander van het Jaar. Het zijn leuke dingen voor de Rotterdammers. Niet voor niets kon programmamaker Frènk van der Linden, na een ongelukkige poging tot een kritische beschouwing, rekenen op een eenentwintigste-eeuwse, Rotterdamse variant van een behandeling met pek en veren. Van onze burgemeester blijf je af!

Diep verdeeld

Aboutaleb zet de toon en is duidelijk een van de bronnen voor zelfrespect waar de stad zo lang naar gesmacht heeft. Hij is een bindende persoon. Met schijnbaar gemak bestiert hij een college met D’66, CDA en Leefbaar Rotterdam. Het is niet de makkelijkste opdracht.

Hoe doet hij dat toch? Welke unieke kwaliteiten vertegenwoordigt Aboutaleb die het mogelijk maken om de zaak bij elkaar te houden? Hoe kan een burgemeester van een diep verdeelde stad als Rotterdam geprezen worden voor moed zonder dat hij zelf een centrifugale kracht wordt? Nederlander van het Jaar word je niet alleen omdat je zo’n goede lintjesknipper en havenambassadeur bent.

Politiek-ontkenner

Een deel van het antwoord zit in zijn dubbelzinnige verhouding tot de politiek. Aboutaleb mag graag vertellen over het eerste piketpaaltje dat hij in Rotterdam sloeg. “Het eerste dat ik zei was: In mijn stad slaapt niemand op straat”. “Dat is géén politiek”.  Het is een eigenaardige uitspraak, omdat het een tekstboekvoorbeeld van een politiek statement is. Maar het is tekenend voor zijn denkwijze.

Lees ookPolitiekAhmed Aboutaleb: “Ik doe niet aan politiek, ik heb een stad te managen”

Aboutaleb praat vooral over politiek alsof het beperkt is tot het gemankeerde proces binnen institutionele politiek; het spelletje tussen Raad en College, tussen Kamer en Kabinet. De burgemeester is wel vaker goed voor dergelijke opmerkelijke citaten: “Ik heb geen tijd voor politiek, ik heb een stad te managen. Zelfs in Griekenland, waar de politieke elite haar eigen bevolking in een cataklystische ramp heeft gestort, zal de bevolking nooit zo afgeven op de politiek zelf.

In zijn H.J. Schoo-lezing afgelopen september gaf onze burgemeester een inkijkje in de herkomst van die aversie voor politiek. In de lezing, die jaarlijks door weekblad Elsevier wordt georganiseerd, richtte hij zijn pijlen op ‘ideologie’. Hij zette daar, voor een publiek van licht opgewonden bakvissen, ‘ideologie’ weg als een set ‘vastgeroeste partij-standpunten’. Hij constateert dat Haagse politici vooral hun ideologische straatjes schoonvegen in plaats van te doen wat moet gebeuren.

Ik stel me voor dat er ook dichters zijn die van Aboutaleb houden, omdat hij een politiek actieve technocraat is

‘Ideologische straatjes schoonvegen,’ het shibboleth van de technocraat. Het kenmerkende is de inconsequente manier waarop hij dat doet. Alsof politiek voor hem een soort guilty pleasure is. Hij prees naar verluidt ooit een poëet, omdat deze een ‘politiek actieve dichter was’. Ik stel me voor dat er ook dichters zijn die van Aboutaleb houden, omdat hij een politiek actieve technocraat is. 

Onvoorspelbaar

Met zijn dubbele houding stelt hij zichzelf schouder-aan-schouder met zo velen die de politiek besmet zien door onvermogenden, zakkenvullers en viezeriken, terwijl hij tegelijkertijd de ruimte laat voor zijn eigen politieke boodschappen. En op geen enkel moment lijkt het een trucje. Het is allemaal Aboutaleb.

Zijn uitlatingen over politiek en ideologie zijn des te opmerkelijker, omdat hij lid is van een partij waarvan vriend en vijand stelt dat er niet een teveel aan ideologie is, maar een schreeuwend tekort. Een van de grootste problemen van de PvdA is ongetwijfeld dit gebrek aan gedeelde ideologie. Voor haar potentiële achterban is het hierdoor volstrekt onvoorspelbaar waar de PvdA nu weer mee gaat komen.

Primaat van de politiek

In dezelfde Schoo-lezing zet Aboutaleb nog een tandje bij. Hij constateert dat er beperkingen zijn aan hoe de bestuurlijke ordening economische groei kan faciliteren. En bepleit dat het bestuurlijke een stap terug doet ten bate van het economische. Dit is niet alleen een Rotterdams fenomeen.

Als er een gebrek wordt geconstateerd bij de instituties die het algemeen belang vorm moeten geven, wordt steeds minder vaak geprobeerd dit te verhelpen. Liever doet men een stapje terug. Het resultaat is dat we tegenwoordig iedere dag in de krant kunnen lezen hoe de economische logica onze handelingsalternatieven beperkt.

In het gedwongen huwelijk tussen economie en politiek is de economie al lang de bovenliggende partij, maar voor Aboutaleb is het nog niet genoeg. Of zoals hij het formuleert: “Ideologie mag er zijn, zo gedurende de verkiezingen enzovoort, maar daarna gaan we over op de economische orde van de dag”. De hoop op een huis, een baan, een auto en goedkoop ondergoed bij de Primark, daar gaat het om.

Politiek activist

En dan is daar toch weer: Aboutaleb de politiek activist. Hoe senang hij zich ook voelt in zijn rol als benoemd burgemeester zonder uitgebreid politiek mandaat en hoe gretig hij afgeeft op politiek en ideologie. Kort geleden zette hij met gemak zijn pragmatisme overboord om een politiek signaal uit te geven. Aparte opvang voor homo’s in AZC’s zou uit den boze zijn. Het is “een heel slecht signaal” als er een praktische oplossing voor zou komen voor asiel zoekende potenrammers. “Als dat het is wat je wilt in dit land, moet je je ernstig afvragen of je hier terecht zit”, zei hij.

Het statement maakt onderdeel uit van zijn pleidooi voor de “wij-samenleving”. “Een samenleving waar plek is voor iedereen, ongeacht afkomst, geloof en huidskleur. Een samenleving ook waarin iedereen respect heeft voor elkaar en waarin eenieder vragen en angsten met elkaar kan delen”.

De wij-samenleving: 'Als je de respectvolle, plaats-voor-iedereen samenleving niet accepteert, dan ga je maar ergens anders samen leven'

De wij-samenleving. Laat het aan de burgemeester over om een term te munten die zowel een pleonasme als een oxymoron is. Dat ‘wij-samenleving’ taalkundig nogal lelijk is, is nog tot daar aan toe (wie anders dan wij zouden moeten samen-leven?). Belangrijker is dat het soms impliciet, soms expliciet samengaat met de boodschap: ‘Als je de respectvolle, plaats-voor-iedereen samenleving niet accepteert, dan ga je maar ergens anders samen leven’.

Precies hier, vermomd in lauw-warme, uitgebluste woorden als ‘respect’ en ‘ongeacht afkomst’, zit de bravoure en het splijtende in de boodschap van Aboutaleb.

Het lijkt op een echo van het integratiedebat van tien jaar geleden. Wie niet integreert, plaatst zichzelf buiten de samenleving. Alsof dat kan, je dissociëren van onwelgevallige aspecten van de samenleving. Alsof dat rechtvaardig of productief is. De wij-samenleving is een fraai staaltje oud-Rotterdams essentialisme. Het gaat al lang niet meer over hoe Rotterdam eruit zou moeten zien, maar over de vraag wie nu een Goede Rotterdammer is en wie niet.

Woonvisie

Terug naar de rapper uit de video-clip. In de videoclip is uit niets af te leiden of het Centraal Station ook daadwerkelijk voor hem gebouwd is. Het Rotterdamse college van B&W heeft recentelijk een woonvisie het daglicht laten zien. Hierin wordt het oude verlangen om te sleutelen aan de samenstelling van de Rotterdamse bevolking, uitgewerkt met een plan 20.000 woningen uit het lage segment te laten verdwijnen. Dit is de Rotterdamse variant op Wilders’  “minder, minder, minder”. Het is voor de rapper van dienst te hopen dat hij niet tot degene behoort die moeten verdwijnen.

We tellen op: terroristen, xenofoben, anti-semieten, homo-haters, werklozen, arme mensen. Het zijn allemaal groepen die zichzelf buiten de Rotterdamse variant van de samenleving hebben geplaatst. Het cirkeltje rond de wij-samenleving wordt steeds kleiner. Dit gaat niet over een wij-samenleving, maar over de ‘wie-samenleving’.

Het gaat niet meer over hoe Rotterdam eruit moet zien, maar over wie een Goede Rotterdammer is en wie niet

De kwalificatie ‘moedig’, die Elsevier hem toedichtte, ontleent Aboutaleb ongetwijfeld aan de weinig poëtische wijze waarop hij afstand neemt van het geweld dat gepleegd wordt, door zogenaamde geloofsgenoten, op Europees grondgebied. Zijn vermogen om kwistig te depolitiseren stelt hem in staat grote verschillen in idealen te versluieren. De authenticiteit die de burgemeester uitstraalt maakt hem, ondanks een hallucinant inconsistente houding ten aanzien van politiek en inclusiviteit, voor velen een verademing.

De grote vraag

Aboutaleb is het verkeerde antwoord op problemen van de politiek, maar juist in Rotterdam vindt zijn remedie gretig aftrek. De institutionele politiek heeft problemen op het gebied van legitimatie, deels veroorzaakt door  een fors politiek-cultureel probleem.

De manier waarop hij de noodzaak voor waardengedragen politiek selectief miskent, is misplaatst en misleidend. Blijven aanmodderen zonder in termen van waarden te praten over een nastrevenswaardige toekomst zorgt niet voor een uitweg uit legitimatieproblemen.

Rotterdam staat voor grote fundamenteel politieke vragen. Hoe gaan we met verliezers in de stad om? Wat zijn we elkaar verschuldigd? Hoe ziet de gedroomde samenleving er uit? Allemaal vragen die ten diepste politiek zijn en waarvoor geen enkel ‘vastgeroest partijstandpunt’ of technical fix soelaas kan bieden. Maar kennelijk moeten we in Rotterdam eerst één vraag beantwoorden die we al lang beantwoord hadden moeten hebben…

Van wie is de stad?

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Aboutaleb, economische groei, inclusiviteit, Nederlander van het Jaar, trots en wij-samenleving

Sectie: Politiek

kaart: Stadhuis Rotterdam, Coolsingel, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *