Politiek10 maart 2016

Wijkteams maken hun belofte niet waar

De gemeentelijke ombudsman uit kritiek op de zogenaamde ‘wijkteams’. Wat een laagdrempelig toevluchtsoord zou moeten zijn voor hulp in de wijk, is eerder een hindernisbaan, concludeert Diana van Dijk. 

Beeld: Saskia Haex

Vanaf januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugd, participatie en ondersteuning zoals begeleiding en verzorging. Omdat zij voor deze extra taken minder geld krijgen, zijn gemeenten genoodzaakt om efficiënter te werken. De meerderheid van gemeenten ziet sociale wijkteams als dé manier om, om te gaan met deze decentralisaties. Hoewel de samenstelling van de wijkteams verschillen, zijn het in het algemeen interdisciplinaire teams die zelfredzaamheid stimuleren. Burgers kunnen de teams benaderen en zij gaan actief af op signalen. Het idee is dat door problemen vroeg te signaleren, een verergering van problemen en hogere kosten kunnen worden voorkomen.

Laagdrempelig of toch niet?

In Rotterdam bestonden in bepaalde wijken al jeugd-wijkteams en wijkteams voor volwassenen. Zo is men in 2010 al gestart met sociale teams en in 2012-2013 werd er geëxperimenteerd met jeugdteams in Rotterdam Zuid en wijkteams in Rotterdam Noord. De toegevoegde waarde van deze wijkteams werd toen vooral gezien in het laagdrempelig werken, het direct bereikbaar zijn en het ontbreken van langdurige intakeprocedures. In 2014 heeft het Rotterdamse college het ambitieuze streven geformuleerd om tweeënveertig integrale teams versneld uit te rollen over de wijken in Rotterdam.

Hoewel de laagdrempeligheid van de wijkteams als belangrijke meerwaarde wordt gezien, kiest Rotterdam ervoor om de wijkteams alleen toegankelijk te laten zijn via het zogenoemde ‘wijknetwerk’. Dat bestaat uit de veertien Vraagwijzers, de Centra voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werkers, welzijnswerkers, huisartsen, politie en burgerinitiatieven. Deze organisatie zijn dus een filter, een extra tussenlaag die mensen wel of niet verder doorsturen naar de wijkteams.

Als burger kun je dus geen signaal aan het wijkteam afgeven als je bijvoorbeeld bezorgd bent over een buurvrouw

Onlangs organiseerden de stichting Rotterdam.INK en de Nederlandse Vrouwenraad een bijeenkomst rondom de gevolgen van decentralisaties. De Rotterdamse (kinder)ombudsman, mevrouw Anne Mieke Zwaneveld, noemde toen op basis van signalen en klachten, de toegankelijkheid van het wijkteam als een van de grootste knelpunten in de decentralisaties. Volgens haar hebben mensen die een beroep doen op gemeentelijke ondersteuning vaak urgente hulp nodig: “Men probeert het lang eerst zelf. Dat voelt het beste. Op het moment dat de vraag gedaan wordt, staat het water dus al aan de lippen.”

De Vraagwijzer als hindernis

Het tempo van de beoordeling van de ondersteuningsvraag baart de Rotterdamse ombudsman grote zorgen. Dit wordt volgens haar mede veroorzaakt omdat men éérst naar de Vraagwijzer moet. Alleen als zij inschatten dat je ondersteuning nodig hebt van een wijkteam, word je doorverwezen. De andere deelnemers van de bijeenkomst zien daarbij nog een ander obstakel: je moet als burger allereerst de weg kennen naar de Vraagwijzer, maar velen zijn daarmee onbekend. Dat laat ook de Sociale Index zien: slechts 51% van de Rotterdammers kent de Vraagwijzer. Wethouder De Jonge beaamt tijdens een gesprek hierover dat de bekendheid van de Vraagwijzer niet zo groot is, maar merkt op: “Wanneer weet je het loket te vinden? Dat is (pas) wanneer je het loket nodig hebt.”

De reden om de wijkteams niet direct benaderbaar te laten zijn is, volgens de gemeente Rotterdam, omdat er al een functionerend wijknetwerk bestaat. Volgens wethouder De Jonge heeft het ook een praktische reden: “Als het aanvraagproces voor individuele voorzieningen (zoals douchesteunen) via het wijkteam zou lopen, dan komen de wijkteams niet meer toe aan het werk waar ze eigenlijk voor zijn”. Daarnaast voegt de wethouder toe dat, hoewel bepaalde wijkteams van vóór 2015 direct benaderbaar waren door burgers, de meeste meldingen niet van burgers zelf kwamen.

Het gebrek aan samenwerking

Het aansluiten en voortbouwen op wat er al aan samenwerking is in een wijk, klinkt vanzelfsprekend. Sterker nog, het wordt gezien als een belangrijke randvoorwaarde in het slagen van de wijkteams. Maar sluiten de wijkteams ook echt aan bij de bestaande netwerken in de tweeënveertig wijken waarin zij actief zijn? Benaderen de wijkteams ook de wijk- of burgerinitiatieven, en werken zij actief met hen samen?

De wijkteams zijn onvoldoende bekend met wat er al in de wijk is, en zijn niet gewend om in de wijk te werken

Volgens Yvette Prinsen, van bewonersinitiatief Zorgvrijstaat Rotterdam West, is samenwerken met het wijkteam niet vanzelfsprekend: “Het wijkteam houdt het contact met bewoners (initiatieven) eerder af”. Daar zijn, volgens Prinsen, ook legitieme redenen voor aan te voeren: “De wijkteams zijn nog ‘verweesd’ en hebben een forse caseload.” Zorgvrijstaat  Rotterdam West heeft daarom zelf het initiatief genomen om kennis te maken. Daarbij zijn volgens Prinsen veel leden van de wijkteams onvoldoende bekend met wat er al in de wijk is, en zijn zij niet gewend om (op straat) in de wijk te werken.

Prinsen staat op zich positief tegenover het fungeren van het wijknetwerk als een filter naar het wijkteam. Door ‘de filter’ kunnen lichte zorgvragen worden onderschept en komen alleen burgers met écht grote problemen bij het wijkteam terecht. Zo wordt ook het wijkteam ontlast. Maar dat die filter nu nog niet goed werkt, blijkt uit de hoge werkdruk bij de wijkteams.

De ontbrekende schakels

Het wijknetwerk fungeert ook nog niet als een netwerk: “De verschillende organisaties zitten niet meer als vanzelfsprekend regelmatig aan tafel om informatie uit te wisselen”, aldus Prinsen. Vóór de komst van de wijkteams overlegden diverse betrokken partijen in het Lokaal Zorgnetwerk over casussen. Zo wist een woningcorporatie bijvoorbeeld tijdig dat er een kwetsbaar gezin in een van hun woningen kwam wonen zodat ze alert konden zijn.

De oude structuren, zoals die van het Lokaal Zorgnetwerk, zijn opgeheven en veel formele organisaties zijn gereorganiseerd. Prinsen: “Het wijknetwerk kent geen structuur meer. Hierdoor weten partijen elkaar wel op casusniveau te vinden, maar niet structureel.” Volgens haar is er geen link tussen informele partijen (Zorgvrijstaat) en formele partijen (Vraagwijzer) en ontbreken de lijnen naar het wijkteam ook.

Hoewel het wijknetwerk de laagdrempelige toegangspoort tot een wijkteam moet zijn, is dat dus zeker niet het geval. En hoewel van een echte samenwerking met het wijkteam geen sprake is, verwacht het wijkteam wel dat initiatieven zoals Zorgvrijstaat meer inzet op het signaleren en het bieden van laagdrempelige hulp. Prinsen: “Je verwacht zo wel erg veel van mensen die zonder kennis van zaken zich bijna ‘professioneel’ moeten gedragen. Dat betekent dus ook dat je die mensen van korte hulplijnen moet voorzien binnen de professionele netwerken.”

Hebb'ie ff geduld?

Wethouder De Jonge onderschrijft dat de wijkteams nog niet allemaal voldoende aansluiten bij, en relaties leggen met het wijknetwerk. De oorzaak hiervan is volgens de wethouder dat startende wijkteams tijd nodig hebben om zich te settelen. Verder ziet De Jonge dat steeds meer mensen elkaar opnieuw leren kennen in de wijk en dat contacten opnieuw zijn gelegd: “De winst van het stelsel gaan we echt de komende jaren boeken.”

Willen de wijkteams de verwachtingen waar maken, dan moet de weg naar ondersteuning directer worden

De deelnemers van de eerder genoemde bijeenkomst waren eensgezind over hoe dat bereikt moet worden: haal het wijknetwerk (de Vraagwijzer) er als filter tussen uit, zodat burgers direct contact kunnen opnemen met het wijkteam. Zorgvrijstaat Rotterdam West denkt dat het wijknetwerk als filter naar het wijkteam op zich wél kan werken, mits het wijknetwerk wordt versterkt.

Volgens politicoloog Hilhorst en Van der Lans is het idee achter de wijkteams “niet louter een verplaatsing van professionals naar de wijk”, maar juist een verbinding maken met informele netwerken en sociale verbanden. In Rotterdam lijkt deze verbinding in veel wijken niet gerealiseerd, waardoor ondersteuning vanuit het wijkteam lang kan duren.

De huidige slogan van de gemeente ‘Hebbie ff’ lijkt zo te verwijzen naar het geduld dat je als burger moet hebben als je ondersteuning nodig hebt. Samenwerken in een netwerk is gaat niet vanzelf. Willen de wijkteams de verwachtingen waarmaken, dan zal hier flink in moeten worden geïnvesteerd.

Reageer of deel op Social Media

Tags:de Vraagwijzer, decentralisaties, Wethouder De Jonge en wijkteams

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *