Voor de harddenkende Rotterdammer

Rotterdam is uitgegroeid tot het thuis van een meerderheid van minderheden. In de ‘superdiverse’ stad leven mensen van veel verschillende levenswijzen. Net als nu waren er vroeger ook zorgen over hoe van deze bijzondere samenstelling één stadssamenleving te maken.

Met de komst van de gastarbeiders begon Rotterdam een stedelijke transformatie die leidt naar wat genoemd wordt een ‘superdiverse’ samenleving met een ‘meerderheid van minderheden’. Het bijzondere van zo’n samenleving zal zijn dat er geen dominante cultuur meer bestaat, iets waar in de geschiedenis nauwelijks best practices van te vinden zijn. Mogelijk dat het vervagen van de dominante manier van doen in de huidige eetcultuur al wel te zien is: het Hollandse samen aan tafel om zes uur met een maaltijd van aardappelen, vlees en groente is bij veel mensen al vervangen door een variatie van gerechten die op allerlei tijdstippen en in verschillende gezinssamenstellingen op allerlei locaties in huis worden genuttigd.
De laatste grote migratiebeweging begon eind jaren zestig van de vorige eeuw met de komst van gastarbeiders. Vanwege de ongekende economische groei gingen bedrijven in Nederland, in Rotterdam bijvoorbeeld Verolme en Van Nelle, op zoek naar goedkope en laagopgeleide arbeidskrachten en vonden deze in Spanje, Italië en wat later in Turkije en Marokko. Een tamelijk onopvallende groep jonge mannen belandde in Rotterdam en ging in pension in huizen, voornamelijk in de oude wijken rondom het centrum. Zij werden niet opgevangen door hun bedrijven, maar in eerste instantie door vrijwilligers die vonden dat je deze gastarbeiders niet aan hun lot mocht overlaten.

2005-5098
Turkse schoenpoetser op de Lijnbaan, 1977. Beeld door: beeld: Lex de Herder

Veranderend straatbeeld

Alles was erop gericht dat ze tijdelijk in Nederland zouden blijven, dus werd er geen tijd besteed aan de integratie van deze mensen in de samenleving en het leren van de Nederlandse taal. De gastheer vond ook dat Nederlandse normen en waarden niet aan deze tijdelijke ingezetenen opgedrongen moesten worden. Onderling contact werd zo veel mogelijk vermeden, zeker waar het ging om ontmoetingen met vrouwen erbij. Maar de confrontatie in wijken als het Oude Westen, Crooswijk en de Afrikaanderwijk was niet te vermijden. In deze wijken werd de gastarbeider steeds meer gezien als een onwelkome vreemdeling die fysiek dichtbij woonde, maar sociaal heel ver weg was. In de Afrikaanderwijk vonden in de zomer van 1972 zelfs hevige rellen plaats waar heel Nederland van schrok. Een huurconflict tussen een Turkse huisbaas en een Nederlandse vrouw die ruimte bij hem huurde liep uit de hand en een hele lading ongenoegen in de buurt explodeerde. In een berucht geworden TV-reportage van Jaap van Meekeren werden er vergelijkingen getrokken met het Duitsland van de jaren dertig: “Het is ook geen Berlijn in de Kristallnacht van 1938, maar het doet er wel aan denken en dat is beschamend genoeg”, zei Van Meekeren met een bedrukt gezicht. Er was wat aan de hand in Rotterdam.
Toen gaandeweg de jaren zeventig duidelijk werd dat veel Italianen en Spanjaarden wel teruggingen naar hun land van herkomst, maar de Turken en Marokkanen niet, werd de groep arbeidsmigranten gezien als een serieus probleem voor Rotterdam en ging men haastig op zoek naar adequaat beleid. Door de gezinsherenigingen werd de groep nieuwkomers snel groter, en door de komst van Surinamers en allerlei andere groepen met een niet-westerse achtergrond ook nog meer divers. Door deze ontwikkelingen  veranderde het straatbeeld in Rotterdam, vooral in de oude wijken. De homogene arbeiderswijken transformeerden in heterogene stadswijken. De leefstijl van de verschillende groepen was zo anders dan die van de oudere bewoners dat er grote irritatie ontstond. De oorspronkelijke wijkbewoners vonden dat hun wijk in verval raakte: “De wijk verpaupert”, zoals een actievoerder in het Oude Westen opmerkte. En die bewoners wisten zich ook geen raad met de nieuwe winkels, waarvan het vaak onduidelijk was wat er verkocht werd en hoe de verkoop precies ging. Zoals iemand uit de Afrikaanderbuurt opmerkte: “Bij ons is het huissie, boompie, beessie en een mooi ameubelementje. De spullen hielden we schoon. Dat deden de Turken niet. Op vrijdag gingen ze inkopen doen: liepen die gasten langs de vuilniszakken.” (uit: J. Dekker & B. Stentsius, De Tafel van Spruit. Een multiculturele safari in Rotterdam, 2001)

Netjes naast elkaar

Door de gezinshereniging veranderde ook het gedrag van de uit Turkije en Marokko afkomstige arbeiders. Namen de mannen als alleenstaande gastarbeiders nog enigszins deel aan het openbare leven in de stad, toen hun vrouwen arriveerden sloten zij zich, en dan vooral hun vrouwen, steeds meer af van de anderen in de buurt. De mannen vonden dat hun vrouwen zo min mogelijk contact moesten hebben met de Nederlandse cultuur, die niet passend werd gevonden voor de vrouwen. Ook ging het geloof een grotere rol spelen in de levenswijze. Zo manifesteerde zich niet alleen een andere manier van doen, maar ook het uitdragen van een andere identiteit. En dat begon steeds meer te schuren met de moderne Nederlandse cultuur die het alledaagse leven nog domineerde.
Het idee groeide dat Rotterdam een multiculturele stadssamenleving moest worden waarin de leefstijlen netjes naast elkaar zouden bestaan. In de beleidsnota Migranten in Rotterdam uit 1978 staat het zo verwoord: “…dat er vanuit moet worden gegaan, dat migranten voor een langere periode in Rotterdam zullen wonen. Over twintig of dertig jaar weten we pas precies hoeveel migranten voorgoed gekomen zijn. Dat het er veel zullen zijn, staat vast. De feiten wijzen het nu al uit. Ondertussen moet niet worden afgewacht.”

Twintig jaar later was dit veranderd in een actievere opzet: “Het doel is om migranten betere arbeidskansen te bieden en de voorzieningen in Rotterdam meer in overeenstemming te brengen met de veranderde samenstelling van de bevolking.” Dat was in 1998, de weg naar een andere samenleving leek ingeslagen. Korte tijd later begonnen mensen zich te realiseren dat er meer aan de hand was. Paul Scheffer zette de situatie op scherp in zijn in het jaar 2000 geschreven artikel over het “multiculturele drama.” Hij vroeg zich af waarom we het ons veroorloven om te zien hoe hele generaties allochtonen mislukken. Waarom denken we dat het vanzelf wel goed zal komen, vroeg hij zich af. Een nieuwe fase in de verandering van de stedelijke samenleving was begonnen. Maar Scheffer redeneerde nog wel vanuit één dominante cultuur, waarin de andere culturen geïntegreerd moesten raken.
Heden ten dage lijkt ook dat idee achterhaald, want de feitelijke situatie is dat steden als Amsterdam en Rotterdam nu gekenmerkt worden door het bestaan van een groot aantal verschillende levenswijzen naast en door elkaar, waardoor er geen sprake meer is van één overheersende cultuur, maar een meerderheid van minderheidsculturen. De actuele vraag is: hoe maak je van deze bijzondere samenstelling één stadssamenleving? Het beantwoorden van die vraag houdt ons dagelijks bezig,  de geschiedenis van de ‘superdiverse’ stad is nog maar net begonnen.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
11913506_10207726898754340_5365108176756306874_n

Fenna Schaap

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    Wat willen de schrijvers van dit stukje nu zeggen?

    Religieuze tolerantie, democratische besluitvorming, sociale wetgeving, arbeidzaamheid, wetenschappelijke benadering van problemen, gelijkwaardigheid van iedereen, tolerantie t.o.v. alle niet intolerante meningen, ondernemerschap, drang tot permanente scholing, relativering van nationale gevoelens (te sterk zelfs), op tijd komen, elkaar religieus de les leren, vrijheid van partnerkeuze, algemeen belang laten prevaleren boven groeps- c.q. familie belang, geen genitale verminking toestaan, de dijken hoog houden, leger en politie goed controleren etc. Volgens mij onderdelen van de Nederlandse cultuur en die worden niet meer overgenomen?
    So what en dan? O ja, die andere culturen verrijken onze samenleving?

    Typerend ook hoe Nederlanders worden beschreven.
    Het Hollandse samen aan tafel om zes uur met een maaltijd van aardappelen, vlees en groente
    Bij ons is het huissie, boompie, beessie en een mooi ameubelementje.
    Ja, daar zijn ze weer al die niet academische gevormde stereoptype Nederlanders. Goed hoor dat die nu gedwongen multicultureel verrijkt worden.

    Over de partijdigheid van dit stukje.
    Bolkestein 1990 en Fortuyn 1997 hebben al lang gewaarschuwd voor Scheffer (peveda) dat deed, maar ja die zijn niet van de club dus maar niet noemen!

  2. Profielbeeld van B. Bekooy
    B. Bekooy

    Een goed geschreven en compact stuk van Börger en Jongstra, dat zich richt op wat het motto vermeldt: ‘wie het verleden kent begrijpt het heden beter’. Zo eenvoudig is het, en ook over de complexe en roerige delen van de Rotterdamse geschiedenis kan feitelijk en op rustige toon geschreven worden. Een goede inleiding voor nieuwe generaties.

    Dit is geen column of een politiek stuk, des te opvallender is het daarom dat de heer Sörensen hierop reageert als een stier op een wapperende lap. Ik hou van deze stad, in al zijn complexiteit, en er is niemand die beweert dat alles goed gaat. Maar de boosheid en de rancune die ik hier hoor zijn geen productieve bijdrage voor de stad. De stad wordt mooier als je oog hebt voor de vitaliteit en de positiviteit, en vertrouwen hebt in de ontwikkeling, ook als de complexiteit te groot is om volledig te kunnen omarmen.

  3. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    Meneer/mevrouw B.Bekooy

    Na 32 jaar les te hebben gegeven aan juist die kinderen die het m.i. het best kunnen gebruiken denk in voldoende te hebben bijgedragen aan het welzijn c.q. welbevinden in onze stad. Omdat ik les heb gegeven op de grootste “zwarte school” in het Westen en centrum van onze stad heb ik m.i. veel bijgedragen aan de pogingen tot integratie. Ik heb – om het eens populair (populistisch?) te zeggen – aan het front c.q. met mijn poten in de klei gestaan!
    Sterker nog : Ik denk meer expertise over subculturen te hebben dan het gros van de op kantoor of universiteit bivakkerende stadsgenoten.
    Mijn ervaring is dat een bewuste sturing om van de stad een eenheid te maken tot falen gedoemd is.
    Daarbij, er zijn in onze stad subculturen waar ik part noch deel van wens uit te maken. Die eenheid kan me gestolen worden en zo denken veel meer Rotterdammers, want ik word regelmatig op straat, de camping (vandaar late antwoord), de bridgeclub etc. aangesproken.
    Als u gelezen heeft, heb ik betoogd (niet duidelijk genoeg?) dat er nog steeds één dominante cultuur bestaat!
    Ik ben niet boos, maar erger me aan de schrijvers, die dat om één of andere manier niet zien of willen zien. Zij vertegenwoordigen in mijn ogen de eigen cultuurrelativerende softies van de linkse kerk. die nu jeremiëren, maar door hun opstelling debet zijn aan het probleem dat ze nu constateren. Misschien hard gezegd, maar waarom voorzichtig zijn? Ik heb nooit anders meegemaakt!
    Het stuk heeft ook een duidelijke politieke inslag. Logisch dat ik daar op reageer.

    Rancune? Ik ben best tevreden dus eigenlijk heb ik daar geen enkele reden voor.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500