Politiek7 april 2016

Rotterdam moet laten zien waar het goed in is: integratie!

Opinie

Rotterdam kan de komende jaren structureel hoge immigratie verwachten. De vluchtelingencrisis vraagt om een nieuw integratieoffensief, meent universitair hoofddocent Peter Scholten.

De discussie over de vluchtelingencrisis concentreert zich in Rotterdam op het asielzoekerscentrum in Beverwaard, terwijl we vooruit moeten blikken op wat komen gaat: integratie. De stad heeft internationaal bezien naam en faam veroverd als het gaat om vernieuwingen binnen het integratiebeleid. En terwijl sommige vernieuwingen positiever werden ontvangen dan de andere, zullen we deze ervaringen nodig hebben als de integratiefase in de vluchtelingencrisis binnen afzienbare tijd aanbreekt.

Beeld: Anouk van der Meer

Immers, de mythe dat veel vluchtelingen terug zullen keren naar hun land van herkomst begint langzaam te verdwijnen uit het publieke debat. Gezien de voortdurende ellende in de herkomstlanden, maar ook gezien eerdere ervaringen met migrantengroepen die aanvankelijk slechts tijdelijk in Nederland zouden blijven, zullen we rekening moeten houden met permanente vestiging van een heel groot deel van de huidige vluchtelingen. Na de discussie over de opvang van vluchtelingen, is het nu tijd om een visie te ontwikkelen op de integratie van vluchtelingen. Dit zal mogelijk één van de grootste uitdagingen worden van het komende decennium.

Nog meer immigratie

Een aantal factoren maakt de ontwikkeling van een visie op de integratie van vluchtelingen nog urgenter. Allereerst voorspellen vrijwel alle indicatoren van migratiestromen dat we de komende jaren nog veel meer migratie mogen verwachten. Niet alleen kampt de directe omgeving van Europa met veel instabiliteit, ook is er met name in Sub-Sahara-Afrika sprake van een combinatie van economische ontwikkeling en demografische transitie die doorgaans tot veel emigratie leidt. Zo nemen veel Afrikaanse migranten de Italië-route (via onder meer Lampedusa) naar Europa.

De integratie van vluchtelingen zal één van de grootste uitdagingen worden van het komende decennium

We moeten dus rekening houden met een structureel hoge immigratiedruk op Europa. Uiteraard zijn er diverse mogelijkheden om immigratie te beperken. Echter, ervaring uit het verleden toont dat dergelijke maatregelen vaak niet waterdicht zijn en vaak maar voor korte tijd werken. Het is bijvoorbeeld simpelweg niet mogelijk om de Middellandse Zee af te grendelen. In tegendeel, migratieonderzoek laat zien dat de routes over de Middellandse Zee een steeds professioneler en beter geïnstitutionaliseerd karakter krijgen. Bovendien zal de huidige vluchtelingengroep ook voor volgmigratie zorgen; de zogenaamde gezinsherenigings- en gezinsvormingsmigratie.

Los van deze internationale ontwikkelingen, waar een stad als Rotterdam uiteraard niet zelfstandig invloed op kan uitoefenen, doet zich binnenslands vaak nog doormigratie voor naar de grote steden. Steden als Rotterdam hebben vaak een grote aantrekkingskracht op nieuwe migranten vanwege de relatief grote informele economie, de aanwezigheid van laagbetaalde banen en de toegankelijkheid van de arbeidsmarkt. Het zal wellicht paradoxaal klinken voor veel Rotterdammers, maar een stad als Rotterdam biedt simpelweg veel meer mogelijkheden voor integratie van nieuwkomers dan kleine en middelgrote plaatsen in Nederland. Ook bij veel andere migratiegroepen uit het verleden, zoals de gastarbeiders, deed zich na vestiging vaak een dergelijke doormigratie voor naar grote steden. Pas later verspreidde de tweede generatie zich weer over het land.

Van immigratie naar integratie

Dit betekent voor Rotterdam dus dat het (I) rekening moet houden met de komst van nog meer migranten, (II) rekening moet houden moet structureel hoge immigratie in de komende jaren en (III) rekening moet houden met permanente vestiging van deze migranten. Ongeacht het belang van de discussie over mogelijkheden om migratie te reguleren (en ook ongeacht wat men er inhoudelijk van vindt), is het van belang dat Rotterdam zich over haar politieke gevoeligheden heen kan zetten en zich zo snel mogelijk gaat voorbereiden op een nieuw integratieoffensief.

Hierbij moet de stad zich allereerst beseffen dat er een groot verschil is met de jaren tachtig en negentig. Destijds was er nog sprake van een specifiek integratiebeleid met relatief veel nationale middelen; daar is nu geen sprake meer van. Rotterdam heeft nu niet alleen minder middelen, maar ook minder kennis en ervaring tot haar beschikking om de integratie actief te bevorderen. Daar komt nog bij dat veel van het huidige inburgeringsbeleid geënt is op familiemigranten, waarbij vaak de reeds in Nederland verblijvende referent een kernrol vervult. Dat zal bij vluchtelingen volledig anders verlopen.

Een ander probleem is dat Nederland een vrij ‘harde knip’ kent tussen immigratie en integratie wanneer het gaat om asielzoekers. Asielzoekers krijgen na hun procedure een tijdelijke status van vijf jaar; pas daarna kunnen ze een permanente vergunning krijgen. Dat remt de feitelijke integratie, omdat de asielzoeker vijf jaar lang in een onzekere situatie verblijft. Bovendien wordt in Nederland relatief laat begonnen met taal, onderwijs en het toestaan van werk en stage; vaak pas na de asielprocedure. Juist om de integratie te bevorderen, en juist ook omdat de Nederlandse taalbeheersing vaak heel beperkt is, zouden dergelijke mogelijkheden eigenlijk al vanaf dag één na aankomst beschikbaar moeten zijn.

Taal, onderwijs en huisvesting

Als Rotterdam nu niet in beweging komt met een helder perspectief op de integratie van vluchtelingen, dat men dan over een aantal jaren significante integratieproblemen mag verwachten. De huidige instroom van bijvoorbeeld Eritreeërs is het best te vergelijken met Afghaanse vluchtelingen uit eerdere periodes, qua gemiddeld opleidingsniveau en sociaaleconomische status. We weten echter dat werkloosheid onder de Afghanen heel hoog is. De Syriërs zouden dan het best te vergelijken zijn met de Irakezen, waarbij ook sprake is van relatief hoge werkloosheid. Eigenlijk hebben we alleen bij Iraniërs gezien dat deze relatief hoge niveaus halen qua arbeidsmarktparticipatie.

Het is van belang tijdig in te zetten op taal en onderwijs om toetreding tot de arbeidsmarkt te faciliteren. Hoe sneller vluchtelingen worden voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt, hoe korter de periode van inactiviteit en kleiner de kans op berusting in een situatie van afhankelijkheid. Dit betekent onder meer extra geld voor internationale schakelklassen en voor middelen (en kennis) voor scholen die met een steeds grotere instroom van vluchtelingenkinderen te maken zullen krijgen. Het kan ook gaan om volwasseneducatie en omscholingsprogramma’s om vluchtelingen klaar te maken voor specifieke sectoren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Wellicht het belangrijkste nog is dat er een nieuw offensief nodig is in het kader van inburgeringsbeleid. Dit beleid is nu grotendeels wegbezuinigd en overgeleverd aan de individuele verantwoordelijkheid van de migrant zelf; een extra investering in inburgering lijkt zeker geboden.

Zonder heldere visie mag men over een aantal jaren significante integratieproblemen verwachten

Daarnaast is huisvesting een kernfactor, en een factor die juist in een stad als Rotterdam vanouds controversieel is geweest. Tijdelijke opvang in Beverwaard is prima, maar om de integratie van deze vluchtelingen een zet te geven, is het nodig dat de vluchtelingen zo veel mogelijk binnen de stad gehuisvest en verspreid worden zodat toegang tot banen en stageplekken, maar ook simpelweg contact met de Rotterdamse samenleving bevorderd wordt. Beverwaard mag in de toekomst niet meer zijn dan een tijdelijk tussenstation voor vluchtelingen die daarna een reguliere plek binnen de stad krijgen. Onderzoek laat bovendien zien dat naarmate contact met vreemdelingen toeneemt, ook de houding tegenover hen verandert. Wellicht dat wanneer vluchtelingen echt in de stad verblijven, ze ook meer omarmd zullen worden.

Verder dan de nota Integratie010

Rotterdam heeft geen invloed op immigratiebeleid, maar is wel een stad met een internationale reputatie op het terrein van integratie. Op dat terrein zal meer dan ooit een nieuw elan nodig zijn. De nota Integratie 010, waarvan de inkt nog maar net droog is, is eigenlijk al achterhaald. Die nota ging nog vooral over tweede generatie migranten, en hield nauwelijks rekening met de mogelijkheid dat er op korte termijn nog een grote nieuwe groep eerste generatie migranten bij zou komen. Bovendien bood deze nota zelf nog weinig zicht op concrete investeringen in integratie. Het schept een perspectief over hoe de stad momenteel denkt over integratie, maar niet over hoe zij dit ook daadwerkelijk wil bevorderen. En dat laatste zal nu meer dan ooit nodig zijn.

Dit nieuwe elan op het terrein van integratie zal breder moeten zijn dan alleen het integratiebeleid an sich. Gezien de omvang van de uitdaging, niet alleen qua aantallen en structureel karakter maar ook, zoals opgemerkt, gezien de moeilijkheidsgraad om integratie echt te bevorderen, gaat het hier om een uitdaging die dwars door diverse beleidsterreinen heen zal gaan. Met name onderwijs en huisvesting dienen hierbij genoemd te worden; twee sectoren die een sleutelfunctie innemen in het integratieproces. Juist intensiveringen in die beleidsdomeinen zouden kunnen leiden tot betere integratie-uitkomsten. Een nieuw doelgroepenbeleid zou dan niet alleen onwenselijk maar ook onnodig zijn.

De nota Integratie 010, waarvan de inkt nog maar net droog is, is eigenlijk al achterhaald

Het belang van een goede integratievisie in Rotterdam overstijgt ook het lokale. Juist omdat we kunnen verwachten dat veel vluchtelingen doormigreren naar Rotterdam, en ervaringen uit het verleden leren dat steden als Rotterdam een kernfunctie vervullen als migratieportalen en eerste contactpunten, is een geslaagde integratie in Rotterdam van nationaal belang. Juist de bezuinigingen op het inburgeringsbeleid, waar nationale bekostiging helemaal is weggevallen, wreken zich nu. Als ik lobbyist zou zijn voor Rotterdam, dan zou ik deze kwestie nu onder de aandacht van Den Haag en Brussel brengen. Er is behoefte aan een nationaal programma gericht op de integratie van vluchtelingen, met Rotterdam als een van de speerpunten.

Kortom, er is een visie nodig die de grootste sociale kwestie van deze tijd het hoofd kan bieden. Dit is niet alleen maar idealisme, maar zeker ook realisme, want als Rotterdam hier niet in slaagt, is niet uit te sluiten dat het op niet al te lange termijn opnieuw een groot integratiedebat door zal moeten maken.

Reageer of deel op Social Media

Tags:immigratie, integratie, integratienota, vluchtelingen en vluchtelingenbeleid

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *