De TussenstandPolitiek12 april 2016

Schaduwwethouder Anke Griffioen: “Niet de burger maar de gemeente moet participeren”

De Tussenstand van het collegebeleid #2: Economie en Bestuurlijke Vernieuwing

Volgens schaduwwethouder Anke Griffioen hoeft de gemeente niet te rekenen op meer burgerparticipatie, zolang burgers worden zoet gehouden met schijninspraak. 

Boven: Anke Griffioen. Afbeelding door Jeroen van de Ruit
Lees ookPolitiekHet gedroomde college van Rotterdam

Twee jaar geleden, toen de coalitievorming nog in volle gang was, riep Vers Beton een schaduwcollege in het leven. Wij kozen zeven Rotterdamse schaduwwethouders voor ons ‘gedroomde’ stadsbestuur, die allen expert of ervaringsdeskundige zijn op een bepaald vakgebied. Inmiddels zit de huidige coalitie na twee jaar besturen halverwege de rit. Daarom achten we de tijd rijp om met de schaduwwethouders de tussenstand op te nemen van twee jaar collegebeleid en hen opnieuw te vragen welke opgaven er nog liggen voor de toekomst. Vorige week publiceerden wij het eerste interview, met Derk Loorbach. Vandaag deel twee, met Anke Griffioen.

Griffioen is volgens ons de ideale wethouder Economie en Bestuurlijke Vernieuwing. In 2013 won ze samen met Jeanne Hogenboom de Van der Leeuwprijs. Deze prijs wordt uitgereikt aan Rotterdammers die de private en publieke ruimte optimaal met elkaar weten te verbinden. Griffioen en Hogenboom hadden, als pioniers van Vereniging de Binnenweg, een sleutelrol in het succes van de winkelstraat. Tevens is Anke Griffioen eigenaar van Caland/-Schoen, bestuurskundige en voormalig ambtenaar.

De afgelopen jaren zette het college flink in op burgerparticipatie en het dichter brengen van de overheid bij de burgers. Meer zeggenschap voor burgers en ‘minder politiek, meer buurt’ zijn het streven van dit college. Eén van de bestuurlijke vernieuwingen die daartoe moeten bijdragen, was het vervangen van de deelgemeenten door gebiedscommissies in 2015. Bestuurlijke experimenten als de burgerjury en Mooi Mooier Middelland moeten eveneens de kloof tussen burger en politiek helpen overbruggen. Anke Griffioen was betrokken bij diverse burgerparticipatie-initiatieven en is niet enthousiast over bovengenoemde ontwikkelingen: “De intenties zijn goed, maar in de praktijk verzandt burgerparticipatie nog te veel in window dressing”.

Het college gaat steeds meer uit van de participatiekracht van burgers. U bent hier kritisch over.

“De gemeente gaat te veel uit van het klassieke inspraakmodel, dat burgerparticipatie top down oplegt. Dat blijkt ook uit het onderzoek ‘Vertrouwen in burgers’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Die concludeert dat de overheid voor echte burgerparticipatie nog onvoldoende toegerust is.”

“Beleidsparticipatie houdt in dat je mensen deel laat nemen aan de vorming van het beleid. Nu wordt er door het stadsbestuur een plan gemaakt waar burgers, ondernemers en het maatschappelijk middenveld pas achteraf iets van mogen vinden. Tevens zijn de kaders te strak en beleidsplannen vaak minder open dan wordt gesuggereerd. Eigenlijk moet het bestuur eerst met de burgers in gesprek gaan, voordat er een plan wordt gemaakt. Hiermee creëer je meteen draagvlak, waardoor de kans op succes groter wordt.”

Als je werkelijke participatie wilt, moet je niet voor een vaste structuur kiezen. Bottom-up-participatie biedt meer kansen

Burgerparticipatie als window dressing

Griffioen verwijst naar het boek ‘Proeftuin. Droom & Daad’ van historica Els van den Bent. Hierin onderzoekt de schrijfster 25 jaar overheidsbeleid in Rotterdam. “De titel zegt eigenlijk al hoe ‘de Coolsingel’ functioneert: er wordt mooi gedroomd maar gebrekkig uitgevoerd”, zegt Griffioen. Ze gaat verder: “Veel projecten waarbij burgers zogenaamd mee mogen doen, blijken in de praktijk slechts window dressing. Wanneer het er echt om gaat, mogen ze niet meer meepraten. Of er is onvoldoende zicht op hoeveel effect die inspraak daadwerkelijk op beleidsontwikkeling heeft.” Dit leidt tot ongewenste effecten, aldus de schaduwwethouder.

“Het is ten eerste zonde van alle investeringen. Met meer aandacht voor beleid en de ontwikkeling van kwalitatief goede projecten, zou het rendement veel hoger zijn. Nu mislukt veel. Ten tweede maakt het de kloof tussen de burger en de overheid juist groter. Men is aanvankelijk blij met de uitnodiging om mee te denken, maar ziet uiteindelijk dat men niet serieus genomen wordt. Slimme en kritische burgers haken dan af.”

Zijn er momenteel projecten waarbij u dat terugziet?

“Zeker. Bijvoorbeeld de nieuwbouw van het Erasmusziekenhuis en de ontwikkeling van het Hoboken-gebied. Dat is één van de grotere VIP-projecten zoals gedefinieerd in Stadsvisie 2030. In de regieraad zitten bewoners, ondernemers en mensen van het ziekenhuis. In eerste instantie mochten zij over de hele ontwikkeling van het gebied meepraten. Maar zodra er beslissingen genomen worden, mag de regieraad niet meebeslissen. Hetzelfde geldt voor het nieuwe depot van Museum Boijmans. Ook daar is de hele regieraad buiten gehouden: ineens lag er een besluit van de gemeente.”

“Dan neem je participatie niet serieus. Zelf nam ik aan verschillende participatie-initiatieven deel, maar ik doe het niet meer. Dan zit ik in mijn eigen tijd het gepruts van de gemeente te legitimeren.”

In het project ‘Mooi Mooier Middelland’ komen bewoners, ondernemers en de gemeente samen om een plan te maken voor de ontwikkeling van dat gebied. Is dat wel een goed voorbeeld van burgerparticipatie?

“Ook dat vind ik een vorm van window-dress-participatie. Schijninspraak om het beleid te legitimeren. De grote lijnen lagen namelijk al vast. Er zitten fundamentele fouten in dat project. Hoe men de Middellandstraat als winkelstraat wil ontwikkelen, deugt bijvoorbeeld niet. Dat heb ik verschillende malen aangegeven, maar men stond niet open voor mijn kritiek. Dan haak ik dus af.”

Welke voorwaarden moeten er dan geschapen worden voor succesvolle burgerparticipatie en het verkleinen van de kloof tussen burger en politiek?

“Meer participatie en interactieve beleidsvorming vragen om een andere bestuurscultuur en een kwaliteitsimpuls die ik vooralsnog niet zie. Ik ben voor een vorm van bestuur waarbij duidelijk is wat de verantwoordelijkheid van de gemeente is en wat men wel en niet van burgers verwacht. Betrek burgers ergens pas bij als je dat als gemeente echt wilt.”

“Daarnaast moeten de projectplannen beter. Ook ‘Mooi Mooier Middelland’. Daarin stond de grootst mogelijke onzin! Nu heeft er een co-creatieproces plaatsgevonden, dat nog altijd erg ambtelijk is aangestuurd en vooral binnen de bestaande gemeentekaders blijft vallen. Dat is met name voor de status van winkelstraten nog een kader vol schone schijn. Een goed project start met een degelijke opzet en een interne organisatie die alle vaardigheden heeft om een kwalitatief goed resultaat te bereiken. Dat schept vertrouwen bij burgers. Dat vertrouwen heb ik nu niet.”

Sinds maart 2015 zijn de deelgemeenten omgezet naar gebiedscommissies. ‘Meer burgerschap en dichterbij het volk’, is een van de doelstellingen. Lukt dit volgens u?

“Gebiedscommissies, eigenlijk een soort deelgemeente light, stimuleren participatie niet. Ze zijn eerder een tussenlaag die vooral veel ruis geeft. De gebiedscommissies hebben heel weinig bevoegdheden, maar bieden het stadsbestuur wel manipulatieruimte om de burger op afstand te houden. Als een gebiedscommissie een advies uitbrengt dat in het straatje van de gemeente past, zegt de gemeente: ‘Mooi, dankjewel’. En: ‘Kijk, de gebiedscommissie is het met ons eens’. Maar als dat niet het geval is, zegt men: ‘De gebiedscommissie gaat daar toch niet over’. Gebiedscommissieleden worden bovendien te weinig gefaciliteerd. Ze hebben amper tijd en krijgen weinig betaald. Wederom een vorm van window dressing.”

De gebiedsgerichtheid van gebiedscommissies en dat mensen voor hun ‘eigen gemeenschap’ werken, zouden meerwaardes van deze bestuurslaag zijn.

“Die gebiedsgerichtheid kun je beter bereiken zonder gebiedscommissie. Door in ieder stadsdeel een kantoor te plaatsen met sociale wijkteams, ambtenaren van Gemeentewerken en de politie. Voor de politieke verbinding wijs je aan elk gebied enkele raadsleden toe, die op deze manier ook beter ‘gevoed’ worden. Nu heb je heel veel ruis, onnodig overleg, miscommunicatie en desinformatie. Als je de lijnen korter en strakker maakt, gaan informatiestromen ook beter.”

“Als je werkelijke participatie wilt, moet je niet voor een vaste structuur kiezen. Bottom-up-participatie biedt meer kansen. Je laat burgers dan vanaf het begin serieus meewerken aan een project in hun wijk. Organiseer als gemeente rondom een opgave een projectgroep met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Als het project klaar is, hef je die projectgroep weer op. Dit kan prima binnen de huidige structuur van de gemeenteraad, wat er ook weer toe leidt dat raadsleden direct betrokken zijn. Je zou rondom een aantal noodlijdende winkelstraten voor zo’n aanpak moeten kiezen. De raad kan samenhang in de gaten houden, dat is nu ook veel moeilijker.”

Dure woorden

Right to challenge, Right to Cooperate, Rotterdamgerichtheid”, leest Griffioen voor uit een brief die de gemeente begin maart naar alle Middellanders stuurde. “Waarom heb je dit soort begrippen nodig om uit te leggen wat je bedoelt?” Volgens haar gebruikt de gemeente dure woorden om indruk te maken, maar weet de kritische lezer inmiddels dat het project niet gaat werken. “Dat men dit soort begrippen hanteert, illustreert treffend wat er op de Coolsingel gebeurt.”

Er wordt niet meer nagedacht, er wordt geschreeuwd en ontzettend veel onzin verkocht

Eerder zei u dat de kwaliteit van veel gemeenteprojecten onvoldoende is. Wat gaat er volgens u fout?

“Er zit een aantal systematische denkfouten in het gemeentelijke optreden. Dat heeft niet zozeer met bestuurlijke vernieuwing te maken, maar met kwaliteit, kritiek, reflectie en evaluatie. Vaak wordt ook de maakbaarheid en invloed die de gemeente kan oefenen op het werkveld overschat.”

“Neem bijvoorbeeld de retail-situatie in Rotterdam. Het is duidelijk dat in de toekomst dertig procent van de winkels zal wegvallen. Alle winkelstraatprojecten van de afgelopen jaren zijn mislukt omdat de vastgoed- en veiligheidsaanpak leidend is en de gemeente geen kennis heeft van de detailhandel. Het college moet ophouden te doen alsof het, door er een paar miljoen in te steken, nu wel gaat lukken. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Maar er is inmiddels al zoveel geïnvesteerd, dat de wethouder niet kan stoppen”

“Verder worden projecten te weinig geëvalueerd en verkoopt de gemeente alleen successen. Onsuccesvolle projecten worden onder het tapijt geschoven. Terwijl er eigenlijk een grondige analyse moet plaatsvinden van wat er is misgegaan. Daarom pleit ik ook voor een voltijd aanstelling van gemeenteraadsleden.”

Wilt u dat toelichten?

“Gemeenteraadslid moet een voltijdfunctie worden, zodat raadsleden hun taak beter uit kunnen voeren. De raad moet plannen van het college kritisch beoordelen, maar doet dat nu onvoldoende. Raadsleden hebben gewoon te weinig tijd. Het is een serieuze functie, je moet namens de inwoners van Rotterdam het beleid meesturen en evalueren. Als je dat goed wilt doen, moet je de wijk in gaan.”

Ter afsluiting, wat is er volgens u de laatste jaren wel goed gegaan?

“Rotterdam zit enorm in de lift. Steeds meer mensen bezoeken onze stad. Nu moeten we dat elan vasthouden om een volgende stap te zetten.”

“Terugkomend op dat er mooi gedroomd wordt, maar gebrekkig uitgevoerd: ik ben niet tegen dromen, zolang die maar gekoppeld worden aan een realistische uitvoerstrategie. Ambities mogen best heel groot of zelfs irreëel zijn, daarmee verander je namelijk processen. Als het uiteindelijk allemaal maar leidt tot goede projecten. Helaas zag ik dat dus te weinig terug in veel projecten waaraan ik deelnam. Het kwalijke is, dat men niet lijkt te leren. De gemeentelijke leercurve is minder dan die van een platworm. Men blijft maar doorgaan.”

De Tussenstand: het schaduwcollege maakt de balans op van de coalitie Beeld: Jeroen Van de Ruit

De Tussenstand: kom naar het debat

Dit is het tweede interview in de reeks met zeven schaduwwethouders, die tot stand is gekomen in samenwerking met LOKAAL. Deze interviews monden uit in een debat dat we samen met LOKAAL en de Bibliotheek Rotterdam organiseren op zaterdag 28 mei. Onderwerp: De tussenstand van het collegebeleid. Het debat vindt plaats in de centrale hal van de bibliotheek (aanvang 14.00 uur, toegang gratis). De gespreksleiding is in handen van Geert Maarse. Meer info, klik hier.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Anke, Coolsingel, gebiedscommissies, herinrichting Coolsingel, politiek, retail en Schaduwcollege

Secties: De Tussenstand en Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *