De TussenstandPolitiek19 april 2016

Schaduwwethouder Aruna Vermeulen pleit voor een cultuuromslag in de cultuursector

De Tussenstand van het collegebeleid #3: Kunst en Cultuur

De gemeente zegt graag meer diversiteit in het culturele aanbod te willen. Volgens schaduwwethouder Aruna Vermeulen zijn het mooie woorden, maar blijven de daden vooralsnog uit.

Beeld: Jeroen Van de Ruit
Lees ookPolitiekHet gedroomde college van Rotterdam

Twee jaar geleden, toen de coalitievorming nog in volle gang was, riep Vers Beton een schaduwcollege in het leven. Wij kozen zeven Rotterdamse schaduwwethouders voor ons ‘gedroomde’ stadsbestuur, die allen expert of ervaringsdeskundige zijn op een bepaald vakgebied. Inmiddels zit de huidige coalitie na twee jaar besturen halverwege de rit. Daarom achten we de tijd rijp om met de schaduwwethouders de tussenstand op te nemen van twee jaar collegebeleid en hen opnieuw te vragen welke opgaven er nog liggen voor de toekomst.

In de voorafgaande weken publiceerden we interviews met Derk Loorbach en Anke Griffioen. Vandaag is het de beurt aan Aruna Vermeulen, directeur van het HipHopHuis. Die organisatie bestaat sinds 2002 en is inmiddels een gevestigde naam binnen de cultuursector. In 2012 ontving zij de Laurenspenning vanwege haar bijdrage aan de ontwikkeling van de hiphopcultuur in Rotterdam. Daarbij biedt het HipHopHuis een grote groep jongeren de mogelijkheid om zich te ontwikkelen.

Enkele speerpunten uit het gemeentelijke Cultuurplan 2013-2016 waren talentontwikkeling, het bereiken van diverse doelgroepen en het verkleinen van de kloof tussen jongerencultuur en de gevestigde kunstsector. In haar rol als directeur van het HipHopHuis is Vermeulen hierover regelmatig in gesprek met andere kunstinstellingen. Daarnaast zit zij in de Adviescommissie Kunst en Cultuur van de gemeente Den Haag. Volgens ons is zij daarom de ideale wethouder Kunst en Cultuur. Het HipHopHuis bereikt namelijk, in tegenstelling tot veel andere culturele organisaties, wel een jong en cultureel divers publiek.

Als we kijken naar het huidige cultuurbeleid, wat gaat er dan volgens jou wel en niet goed?

“Laten we vooral naar het grote plaatje kijken. Als ik wethouder was, zou ik willen dat de middelen die ik beschikbaar stel voor kunst en cultuur, gebruikt worden door alle Rotterdammers. En niet onevenredig veel door culturele alleseters. Ik zou geïnteresseerd zijn in de haarvaten van mijn stad. Precies willen weten wat er allemaal gebeurt en waar vernieuwing plaatsvindt. Buiten de gevestigde organisaties zijn er, informeel en underground, interessante ontwikkelingen gaande.”

“Neem bijvoorbeeld de veelheid aan jonge collectieven, die op verschillende creatieve manieren iets toevoegen aan de stad. Als wethouder wil ik jonge collectieven op mijn netvlies hebben, omdat zij mensen mobiliseren die de gemeente niet bereikt. Hier zitten de kansen en de vernieuwing. Daar moet je op inspelen. Maar dat gebeurt vanuit de gemeente nu helemaal niet.”

“Het culturele aanbod moet veranderen. Waarom maakt nog steeds maar een relatief kleine groep er gebruik van? De huidige instellingen bereiken veel dezelfde mensen. Zij zouden meer ruimte moeten maken voor aanbieders met een ander publiek. Daarmee bereiken ze ook weer dat hun huidige publiek nieuwe dingen ervaart. Wanneer theaterbezoekers een breakdancer op het toneel zien verschijnen, denken zij: wat interessant. Maar wanneer ze dezelfde danser op het Schouwburgplein zien, lopen zij hem waarschijnlijk straal voorbij.”

Ook de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) heeft de gemeente geadviseerd om beter in te spelen op dit soort ontwikkelingen. Deze adviezen worden blijkbaar onvoldoende opgevolgd. Waar liggen de knelpunten?

‘Een kant en klare oplossing is er niet, het is een langdurig proces. Maar ik zie wel een langzame vooruitgang. Bijvoorbeeld bij de samenstelling van de kunstcommissies is men wél actief op zoek gegaan naar een diverse groep. Het is een probleem waarvoor de hele sector zich moet inspannen.”

Tussen de RRKC en de wethouder voor kunst en cultuur bestond tot voor kort een slechte verstandhouding. Hoe beïnvloedt dat de sector, en hoe kan dat worden verbeterd?

“De interactie tussen de raad en de gemeente kwam op mij soms over als een theaterstuk. De resultaten zijn daarentegen wel keiharde werkelijkheid. Ik kan het mij voorstellen dat de kunstinstellingen het idee krijgen dat de sector niet serieus genomen wordt. De rol van de RRKC kan alleen goed uitgevoerd worden als het een onafhankelijk adviesorgaan is dat volledig op zichzelf staat.”

Vanuit het Cultuurplan worden instellingen gestimuleerd om een beleid te voeren dat hun publieksbereik vergroot. Wat denk jij dat er moet gebeuren?

“Instellingen moeten doen waar ze goed in zijn. Dat staat vaak in contrast met ‘het bedienen van andere doelgroepen’. Daarom ben ik ervoor om meer ruimte te creëren voor nieuwe aanbieders, die vanuit andere doelgroepen komen. Als je binnen de huidige instellingen iets wil veranderen, dan zal dat vanuit binnenuit moeten gebeuren. Het gaat dan dus ook over programma, personeel, marketing en communicatie.”

Het bedrag dat de gemeente uittrekt voor jongerencultuur, staat niet in verhouding tot de leeftijdsopbouw van de stad

Je pleit voor meer investeren in jongerencultuur. Waarom is dat belangrijk?

“Investeren in jongeren is belangrijk voor de toekomst van onze stad. De samenstelling van de Rotterdamse bevolking verandert al heel lang. Daar moet de culturele sector op inspelen. Geëngageerde jongeren zijn er zat. Maar de gevestigde orde heeft er nauwelijks een boodschap aan.”

“Cultuur biedt de kans om mensen te laten inhaken op wat er leeft. Het La Haine Art Festival van afgelopen weekend bijvoorbeeld. Dat was super actueel en leende zich uitstekend voor een groot publiek.”

“Het is mooi dat de politiek zegt dat het belangrijk is om in jongeren te investeren. Maar het bedrag dat de gemeente uittrekt voor jongerencultuur, staat niet in verhouding tot de leeftijdsopbouw van de stad. Mijn verzoek aan de wethouder is dan ook: Put your money where your mouth is! Afwachten tot jongeren voor de deur staan, zal niet werken. Mede vanwege de manier waarop de culturele infrastructuur momenteel is ingericht. Op dit terrein zouden er veranderingen moeten plaatsvinden. Bijvoorbeeld door anders te kijken naar vergunningen, relatiebeheer en de criteria voor het krijgen van subsidies.”

Hoe kan dat beter georganiseerd worden?

“De criteria voor het krijgen van subsidies zijn voor veel startende organisaties een te hoge drempel. Eigenlijk wordt van mensen verwacht dat ze een volledig geprofessionaliseerde, financieel gezonde organisatie zijn. Maar veel kleinschalige initiatieven voldoen niet aan de eisen. Het gaat overigens niet alleen om geld. De gemeente kan ook meer faciliteren op het gebied van huisvesting, of het verlenen van toegang tot bepaalde netwerken.”

“Laat ik een concreet voorbeeld geven. Stel je voor dat een jongerencollectief dat festivals of exposities organiseert, tijdelijk of structureel curator wordt van een gerenommeerde instelling. In het John F. Kennedy Center in Washington is hiphoporganisatie Hi Arts bijvoorbeeld curator. Zo kan er een reële uitwisseling ontstaan. Andersom kunnen zakelijk leiders van gevestigde culturele instellingen juist in het bestuur plaatsnemen van jonge collectieven, om constructief te helpen de sector te vernieuwen.”

De gemeente bezuinigde de afgelopen jaren fors op cultuur en vroeg van culturele organisaties meer zelfredzaamheid. Welke gevolgen zie jij daarvan?

“Je ziet dat er weinig financiële ruimte is voor nieuwe initiatieven. Dat geld moet dus bij al bestaande instellingen vandaan komen. Het is begrijpelijk dat niemand wil krimpen, dus dat is vooral zwaar voor nieuwe partijen die geen sterke lobby hebben.”

Het mislukken van De Nieuwe Oogst heeft het imago van de jongerencultuur aangetast

Het HipHopHuis bedient een publiek dat voor veel organisaties moeilijk te bereiken is. Worden jullie vaak benaderd om samen te werken?

“Zeker. En dat doen we graag. Vorige maand hebben we een avond geprogrammeerd in het Stedelijk Museum Amsterdam. Met talkshows, workshops en natuurlijk optredens. Dat ging helemaal los. Pubertranen en een moshpit. Wij waren dik tevreden. Maar vaak komen instellingen pas naar ons toe wanneer het al te laat is. Zij hebben dan iets georganiseerd en in de marketingfase vragen ze onze hulp. Het liefst willen ze dan ook nog dat wij een bus vol jongeren sturen. Ze zien ons dan eigenlijk vooral als marketinginstrument.”

“Organisaties moeten zich meer afvragen wat jongeren zelf willen. En dat hen ook vragen. Nog steeds wordt veel van bovenaf geïnitieerd. Het verleden leert dat dit niet werkt. Neem De Nieuwe Oogst. De gemeente had veel beter kunnen investeren in verschillende kleinschalige initiatieven, dan zo’n groot project. Het vervelende is, dat het mislukken van De Nieuwe Oogst het imago van de jongerencultuur heeft aangetast. Mensen zeggen nu: zie je wel, urban werkt niet.”

“Volgend jaar komen de MTV Awards naar Rotterdam. Iedereen vindt dat geweldig, maar wat heeft de jonge Rotterdammer eraan? Het is een uitgelezen kans om aansluiting te vinden bij jonge doelgroepen en hen bij het evenement te betrekken. Zorg dat het iets van hun wordt.”

Heb je een voorbeeld van hoe je dat zou kunnen bereiken?

“Als hij er toch is, laat iemand als Kendrick Lamar dan voor de grootste school van Rotterdam een lezing geven over zwarte identiteit, à la College Tour. Natuurlijk probeer ik zoiets van de grond te krijgen. Maar ik stuit, zoals wel vaker, op desinteresse. Men zegt al snel: dit is iets internationaals, daar hebben wij weinig invloed op. Met jongeren kun je niet scoren, zo lijkt het.”

De gemeente stimuleert samenwerking, mede omdat het een middel is om de zichtbaarheid van organisaties in de stad te vergroten. Het HipHopHuis is al vrij zichtbaar. Hoe komt het dat de zichtbaarheid van vergelijkbare organisaties minder groot is?

“Als HipHopHuis vinden wij goede relaties met andere culturele instellingen in de stad belangrijk. Op die manier komt ons publiek in aanraking komt met andere kunstdisciplines. Maar het aangaan van zulke relaties, is voor ons niet altijd makkelijk geweest. En als het voor ons moeilijk is om ergens binnen te komen, dan geldt dat ook voor andere (startende) organisaties. Daarbij merken wij dat de samenwerking met grotere kunstinstellingen soms lastig is.”

“Als voorbeeld noem ik onze samenwerking met de Rotterdamse Schouwburg. Wij organiseren daar onze talkshow Talk the Talk, want het is een supertoffe plek in de stad en de voorzieningen zijn uitstekend. Maar als wij op het laatste moment de DJ-set willen verplaatsen van de linker- naar de rechterzijde van het podium, dan zien we dat op de factuur. Dat is logisch, want er moet iemand komen om dat te doen. Maar wij staan dicht bij ons publiek en daar hoort een losse organisatiestijl bij. Er moet ruimte zijn voor improvisatie. Gelukkig hebben we een goede verstandhouding met de Schouwburg, dus daar komen we wel met elkaar uit. Het formele en informele gaan echter niet altijd samen, hoe aardig je elkaar ook vindt.”

Vermeulen benadrukt het belang van een sterke lobby bij de gemeente, als je iets voor elkaar wilt krijgen. “Voor gevestigde kunstinstellingen is lobbyen vanzelfsprekender. Daar komt een politieke strategie bij kijken. Wij zijn daar minder sterk in en houden ons liever bezig met waar we wel goed in zijn: hiphop.”

Sommige mensen vinden dat informele organisaties zich meer moeten professionaliseren. Waardoor samenwerkingen met gevestigde kunstinstellingen succesvoller worden. Hoe denk jij daarover?

“Jazeker. Dat is minstens zo belangrijk. Daar moet dus ook aandacht en ruimte voor komen. Professionaliseren is trouwens niet per se formaliseren. Wel weten hoe je verwachtingen moet managen bijvoorbeeld.”

Diversiteit begint bij jezelf, niet bij je publiek

Cultuuromslag in de cultuursector

Als je echt nieuwe doelgroepen aan wilt spreken, moet er ook op organisatorisch niveau een verandering binnen de cultuursector plaatsvinden, stelt de schaduwwethouder.

“Ik schuif regelmatig aan bij vergaderingen met mensen op hoge posities in culturele instellingen. Dat zijn voornamelijk witte mannen en vrouwen. Aardige mensen met goede bedoelingen, maar in essentie verandert er niets. Diversiteit begint bij jezelf, niet bij je publiek. Er is te weinig diversiteit binnen die instellingen.”

“Wat Rotterdam nodig heeft, is een wethouder met lef en durf, die moeilijke keuzes maakt. Door de bezuinigingen is er helaas minder geld om te verdelen. Het is logisch dat organisaties moeten inleveren. Aangezien de gemeente meer wil investeren in jongerencultuur, zou je dat geld dus bij de gevestigde kunstinstellingen weg moeten halen. Maar aangezien dat waarschijnlijk organisaties zijn die wel een sterke lobby hebben, zie ik dat niet snel gebeuren.”

De Tussenstand: het schaduwcollege maakt de balans op van de coalitie. Beeld: Jeroen Van de Ruit

De Tussenstand: kom naar het debat

Dit is het derde interview in de reeks met zeven schaduwwethouders, die tot stand is gekomen in samenwerking met LOKAAL. Deze interviews monden uit in een debat dat we samen met LOKAAL en de Bibliotheek Rotterdam organiseren op zaterdag 28 mei. Onderwerp: De tussenstand van het collegebeleid. Het debat vindt plaats in de centrale hal van de bibliotheek (aanvang 14.00 uur, toegang gratis). De gespreksleiding is in handen van Geert Maarse.Meer info, klik hier.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:010-debat, Aruna Vermeulen, Coolsingel, hiphophuis, jongeren, politiek, Schaduwcollege en wethouder

Secties: De Tussenstand en Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *