De TussenstandPolitiek4 april 2016

Schaduwwethouder Derk Loorbach: “We hebben een nieuwe definitie van werk nodig”

De Tussenstand van het collegebeleid #1: Decentralisatie en Sociale Zaken

Het eerste interview in een reeks van zeven met de schaduwwethouders van Vers Beton. Volgens Derk Loorbach (Decentralisatie en Sociale Zaken) is het collegebeleid te veel gericht op de korte termijn. Écht bijdragen aan fundamentele maatschappelijke veranderingen is er niet bij.

Boven: schaduwwethouder Derk Loorbach. Afbeelding door Jeroen Van de Ruit.
Lees ookPolitiekHet gedroomde college van Rotterdam

Twee jaar geleden, toen de coalitievorming nog in volle gang was, riep Vers Beton een schaduwcollege in het leven. Wij kozen zeven Rotterdamse schaduwwethouders voor ons ‘gedroomde’ stadsbestuur die allen expert of ervaringsdeskundige zijn op een bepaald vakgebied. Inmiddels zit de huidige coalitie na twee jaar besturen halverwege de rit. Daarom vonden we de tijd rijp om met de schaduwwethouders de tussenstand op te nemen van twee jaar collegebeleid, en hen opnieuw te vragen welke opgaven er nog liggen voor de toekomst. Vanaf vandaag publiceren we wekelijks een interview met een schaduwwethouder.

Als eerste: Derk Loorbach. Directeur van DRIFT, het onderzoeksinstituut naar transities van de Erasmus Universiteit. Hij doet onderzoek naar overgang- en veranderingsprocessen, en de manier waarop het sociale, economische en institutionele domein elkaar overlappen. Daarom is hij volgens ons de ideale schaduwwethouder Decentralisatie en Sociale Zaken.

De afgelopen twee jaar is gekenmerkt door een grootschalige bestuurlijke verandering: de decentralisatie. Dit betekent dat een aantal belangrijke taken zijn overgeheveld van het rijk naar de gemeenten. Die hebben nu de verantwoordelijkheid over drie onderwerpen: jeugdzorg, werk en inkomen en ondersteuning van langdurig zieken en ouderen. Dit heeft voor veel burgers grote impact. Volgens Derk Loorbach  zijn de afgelopen jaren  daarom bij uitstek een moment geweest om de decentralisatiegedachte  aan te grijpen voor een  fundamentele heroriëntatie op de uitgangspunten van het beleid. Het stadsbestuur is helaas niet veel verder gekomen dan een pragmatische organisatorische aanpak van het veranderingsproces.  Een gemiste kans, aldus  Loorbach.

Een jaar ná het aantreden van de huidige coalitie, zijn de decentralisaties in het sociale domein daadwerkelijk doorgevoerd. Hoe vindt u dat het tot nu toe gaat?

“Wat je ziet – en waar men al voor vreesde – is dat het vooral is gegaan over de structuur. Ik noem het zelf een ‘decentrale centralisatie’. Alle verantwoordelijkheid is naar de steden gebracht. Daarbinnen – Rotterdam is daar extreem in – is een soort nieuwe centrale organisatie ontstaan met allerlei wijk- en gebiedsteams, maar die zijn eigenlijk bovenop de al bestaande structuren gekomen.”

“Veel sociale teams worden gevuld met mensen vanuit de oude diensten. Ook wordt er nog onvoldoende ruimte gemaakt voor het aanleren van nieuwe werkwijzen, of het ontwikkelen van nieuwe structuren vanuit die nieuwe praktijk. Daardoor blijven vaak de problemen van bureaucratie, fragmentatie en complexe samenwerking bestaan.”

In het interview uit 2014 verweet u de gemeente dat zij zich te laat hebben voorbereid op de (toen aanstaande) decentralisaties. Merken wij daar nu de nadelen van?

“Ik bedoelde dat ze in ieder geval veel eerder hadden kunnen beginnen met experimenteren. Dat is nog steeds mijn punt. Er wordt teveel gericht op de korte termijn, en te weinig op de lange-termijn-verandering. We moeten ons afvragen: waarom doen we dit? En: wat is er nog meer mogelijk dan alleen maar zorgen dat het geregeld is via structuur en organisatie.”

“We moeten anders gaan denken over de gezondheidszorg, de inrichting van het sociale domein en hoe we kijken naar kosten en baten. Het feit dat we nu zo’n grote sociaal economische problematiek hebben, is bewijs van het failliet van hoe we het tot noch toe in het sociaal domein hebben aangepakt. Dat vereist dat we op zoek moeten gaan naar andere modellen. Al die veranderingen kunnen enorm veel voordeel opleveren.”

Wij zien een onderstroom van alternatieve systemen, die niet door de politiek worden gefaciliteerd of gestructureerd

Maatschappelijk rendement

Het idee achter de decentralisatie is om veel dichter in de wijken te zitten. Dat biedt juist mogelijkheden. Er moet meer gekeken worden naar het ontwikkelingspotentieel van mensen, legt de schaduwwethouder uit. “Je moet vroegtijdig zorgen voor stabiliteit in gezinnen, investeren in sociale economie, openbaar groen en aandacht hebben voor gezondheid. Dan gaan schoolprestaties omhoog en de schooluitval omlaag. Dit heeft weer invloed op de instroom in de bijstand en de schuldhulpverlening. Uiteindelijk heb je dan dus een enorm maatschappelijk rendement.”

U zei: “De decentralisaties geven de kans om na te denken over bestaande conventies zoals arbeid en de waarden die wij hechten aan werk." Ziet u dat terug bij de huidige wethouders en beleidsmakers?

“In de politiek zie ik dat dus veel te weinig. Maar ik zie dat het maatschappelijk wél gebeurt. Er zijn allerlei discussies gaande over basisinkomen en sociale economie, er ontstaan ruilsystemen, alternatieve betaalsystemen (de Zuiderling, de DAM) en voedselbewegingen (Rechtstreex). De burger consumeert én produceert. Wij zien hiervan in Rotterdam dus allerlei voorbeelden, maar die worden niet door de politiek systematisch gefaciliteerd of gestructureerd. Wij noemen dat een onderstroom. Die zal pas op een veel langer termijn grootschalig zichtbaar kunnen worden. Misschien wordt het zelfs wel het nieuwe systeem. De politiek is natuurlijk een systeem dat onderdeel is van een korte termijn focus, die moeten binnen vier jaar dingen realiseren.”

Enerzijds is er dus sprake van een nieuw systeem, de onderstroom. Anderzijds wordt er door de politiek nog een oud systeem gehanteerd. Ik voorzie een clash.

“Het klopt dat in het sociale domein die twee stromingen aan het botsen zijn. De decentralisatie is ingezet volgens de oude logica, namelijk het generaliseren van iets wat op een paar plekken bleek te werken. Dat wordt vervolgens overal van bovenaf ingevoerd. In de praktijk zijn er overal initiatieven met buurtteams die integraal werken en bewoners bij elkaar brengen. Die ontstaan organisch vanuit een klik tussen mensen, die met elkaar het wiel opnieuw uitvinden. Ik vind dat de politiek te weinig schakelt tussen die twee werkelijkheden. We moeten systematischer ruimte maken voor alternatieve ideeën.”

Terugkomend op de arbeidsmarkt. Onder het bewind van wethouder Struijvenberg, voert Rotterdam een streng beleid om mensen uit de bijstand te halen en aan het werk te krijgen. Is zijn beleid, denkt u, de juiste manier?

“Sinds Leefbaar hier is, is er wel iets verbeterd, zoals mensen aanspreken op verantwoordelijkheden. Maar ook dit beleid is gericht op de korte termijn en er is wederom geen duurzame menselijke oplossing. Wat in Rotterdam ontbreekt – de afgelopen 10, 15 jaar-  is een nieuw verheffingsverhaal. Mensen worden nu gedwongen in arbeid die niets voor hen betekent. Het dient als surrogaat bijstand; ‘zolang we maar zeker weten dat de mensen hun geld niet voor niets krijgen’.”

Een beleid waarbij gericht wordt op een laag percentage mensen in de bijstand, daar kan toch niet veel mis mee zijn?

“De verleiding is heel groot om dat via dwang te doen, cijfers of korte-termijn-oplossingen. Maar die houden het probleem op lange termijn gewoon in stand. We kunnen mensen dwingen om in de kassen te werken, maar als dat niet het werk is waardoor hun thuissituatie verbetert, hun instelling verandert of waarmee zij zich persoonlijk ontwikkelen, dan is de kans op terugval heel groot.”

Volgens de wethouder zijn we inmiddels aardig op weg; meer mensen stromen uit naar betaald werk. Zijn beleid lijkt dus te werken.

“Op de korte termijn denk ik inderdaad dat zijn beleid werkt. Maar mijn vermoeden is ook, dat er veel met cijfers te goochelen is.”

Wat bedoelt u?

“Van de zes tot achthonderdduizend werklozen in Nederland, is er maar een klein deel chronisch werkloos. De meeste mensen zijn in-en-uit werk; enkele maanden hier en zes maanden daar. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor vroegtijdig schoolverlaters en de poging om dat percentage om laag te brengen. Wanneer ze de school verlaten, vinden ze ergens voor enkele maanden een uitzendbaantje. Vervolgens worden ze op straat gezet. Ze hebben nog steeds geen diploma, maar we noemen ze dan geen vroegtijdige schoolverlater meer. Maar in hoeverre zijn deze mensen dan echt duurzaam geactiveerd en maatschappelijk aan het participeren? Daar ben ik dus niet van overtuigd.”

“En daarbij moeten we gewoon vaststellen dat er in een samenleving altijd mensen zijn die het niet getroffen hebben. Het is een illusie om te denken dat je iedereen aan het werk krijgt of uit de bijstand kunt halen.”

Lees ookEconomiePolitiekMaarten Struijvenberg: “De tegenprestatie is simpelweg rechtvaardig”

Niet alleen cijfers aandragen

Volgens Derk Loorbach, wordt het tijd dat de discussie op een andere manier wordt gevoerd. Niet alleen cijfers aandragen. Juist nadenken over alternatieven die op een langere termijn bijdragen aan fundamentele oplossingen. “Het percentage werkelozen is alleen een indicatie van een onderliggend probleem. Een relevantere vraag is: ‘Hoe kijk je naar de ontwikkeling in de economie, waarin heel veel arbeid voor laagopgeleiden – waarvan we er veel hebben in Rotterdam – geautomatiseerd wordt?’”

Mensen worden gedwongen in arbeid die niets voor hen betekent: surrogaat bijstand. ‘Zolang we maar zeker weten dat de mensen hun geld niet voor niets krijgen’

U pleit ervoor om het begrip werk opnieuw te definiëren. Hoe zou u dat dan doen?

“We moeten af van het idee dat werk alleen iets is dat je in een formele relatie doet, tussen werkgever en werknemer, waarvoor je betaald wordt. We gaan werk definiëren in de zin van ‘van waarde zijn voor je omgeving’, dat je van betekenis bent voor je wijk of netwerk. Het betekent wel dat je nieuwe manieren moet hebben om die toegevoegde waarde te meten. En dat we na moeten denken over hoe dat beloond wordt. Je zou buurten een budget kunnen geven en ze zelf laten bepalen hoe zij dat uitgeven.”

“Je ziet dit experiment in Rotterdam-Zuid, daar gebruiken ze de Zuiderling. Dit is een alternatieve munt, die gebruikt wordt als een tijdseenheid: ‘Als jij mij een half uur helpt krijg je een Zuiderling, en daar kan jij vervolgens iemand anders voor helpen.’ Inzet voor je samenleving wordt dan iets wat te waarderen valt. Je hebt natuurlijk dan nog steeds wel een vangnet nodig, maar met dit principe ga je uit van het idee dat iedereen kan participeren.”

Kan je de definitie van werk wel enkel op lokaal niveau herdefiniëren?

“Je kan inderdaad natuurlijk niet als stad eenzijdig een definitie veranderen. Maar je kan wel systematischer experimenteren, de grenzen opzoeken en op die manier van invloed zijn op het nationale (of internationale) debat.”

Met betrekking tot arbeid en participatie, wat zou u de wethouder voor de aankomende periode willen adviseren?

“Ik zou adviseren om op tenminste drie niveaus iets anders in gang te zetten. Ten eerste moet er, vanuit een historisch perspectief, een nieuwe definitie gegeven worden aan werk en arbeid. De manier waarop we denken, is heel erg een construct van de tweede helft twintigste eeuw. Je hebt een werkgever en een werknemer, de één produceert en de ander consumeert. Juist in Rotterdam – van oudsher de werkstad en die van het experiment-  zouden we voorop kunnen lopen met het bedenken van nieuwe tussenvormen: collectieve flexibele werkvoorziening, broodfondsen of social impact bonds

“In allerlei maatschappelijke initiatieven zie je dat productie, consumptie en het creëren van meerdere maatschappelijke waarden veel meer bij elkaar komt. Maar in economische zin is dit vaak nog heel kwetsbaar door een gebrek aan professionaliteit of een oneerlijke verhouding tussen investeringen en opbrengst.”

“Er zijn, met andere woorden, een hele hoop maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatprobleem, de renovatieopgave in de stad, het versterken van lokale solidariteit, waarin mensen zich nuttig kunnen maken. Dit zijn zaken waar je een ander toekomstperspectief op kunt ontwikkelen. Wereldwijd zie je hiertoe overal experimenten; waarom ook niet meer systematisch in Rotterdam? Ten tweede moeten partijen en netwerken die zo’n nieuwe definitie kunnen geven aan arbeid en werk, bij elkaar worden gebracht. Zij moeten dan ook écht met elkaar doelen en toekomstbeelden formuleren.”

“Vervolgens moet er op lokaal niveau de ruimte gecreëerd worden om strategisch te experimenteren. Denk aan die social impact bonds, een basisinkomen voor bepaalde groep, een buurtbudget voor maatschappelijke initiatieven of met die nieuwe definitie van werk.”

De Tussenstand: het schaduwcollege maakt de balans op van de coalitie Beeld: Jeroen Van de Ruit

De Tussenstand: kom naar het debat

Dit is het eerste interview in de reeks met zeven schaduwwethouders, die tot stand is gekomen in samenwerking met LOKAAL. Deze interviews monden uit in een debat dat we samen met LOKAAL en de Bibliotheek Rotterdam organiseren op zaterdag 28 mei. Onderwerp: De tussenstand van het collegebeleid. Het debat vindt plaats in de centrale hal van de bibliotheek (aanvang 14.00 uur, toegang gratis). De gespreksleiding is in handen van Geert Maarse. Meer info, klik hier.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:arbeidsmarkt, decentralisaties, derk loorbach, maatschappelijk rendement, Schaduwcollege, tegenprestatie en tussenstand

Secties: De Tussenstand en Politiek

kaart: Stadhuis Rotterdam, Coolsingel, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *