Kunst & Cultuur17 mei 2016

De lassokken van een avondbeeld

Naum Gabo’s constructie voor de Bijenkorf heeft in het verleden veel te verduren gehad. Het verdient een publieke restauratie, betoogt Chris van der Meulen.

Beeld: Bram van Rijen

Het mooiste beeld van Rotterdam staat tegenwoordig na zonsondergang in het donker. Ik heb het uiteraard over het in 1957 onthulde Bijenkorfmonument (alias ‘Het Ding’) van constructivistisch kunstenaar Naum Gabo. Er zitten twee lichtbakken in de zwart natuurstenen voet, maar die staan al jaren uit. Toen in andere tijden het beeld ’s avonds nog was uitgelicht, zag het er nog veel sensationeler uit dan overdag. Het strijklicht langs de acht staanders en het met veren bespannen zwarte binnenwerk maakte het tot een geweldig beeld.

Zorgenkind

Het mooiste beeld van Rotterdam ziet er nu uit alsof het eczeem heeft en nog steeds is het mooiste beeld van Rotterdam. De bruine en witte uitslag heeft misschien bij iemand tot een soort plaatsvervangende schaamte geleid, waarna hij of zij de stekker uit de verlichting heeft getrokken. Als de zon lokaal zou kunnen worden uitgezet was dat misschien ook gebeurd. Maar al ziet het beeld er niet helemaal okselfris uit, er is een goede reden om juist nu naar het beeld te gaan. Je kunt dan nog een paar verwijzingen naar een verhaal vinden die na een restauratie waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk weer zullen verdwijnen.

Het mooiste beeld van Rotterdam ziet er nu uit alsof het eczeem heeft

Als je dichtbij gaat staan zie je, behalve de witte en bruine uitslag, nog een paar littekens van de 26 meter hoge patiënt. Er steken, als ik goed geteld heb, zestien afgedopte lassokken uit het beeld. Gewoon, stukjes pijp met een dop erop en volgens mij heeft een ervan een kraantje. Het zijn restanten van verder redelijk goed gemaskeerde pogingen het beeld te conserveren. Dat je niet meer littekens ziet is best bijzonder, omdat het beeld nogal wat te verduren heeft gehad. De Bijenkorfconstructie is van het begin af aan een zorgenkind geweest.

Ik ken zelf geen Rotterdams beeld waarmee zo veel gesold is. Natuurlijk is het ook niet het meest eenvoudige constructie. De manier waarop het geconstrueerd is, maakt dat het 350 afzonderlijke compartimenten heeft die na verloop van tijd zijn gaan roesten. Ook werden er materialen gebruikt die elkaar slecht verdragen. De geschiedenis van de twee grote reparaties in 1960 (drie jaar na plaatsing!) en in 1997 alleen al is genoeg om een dik en spannend boek te vullen.

Restauratiegeschiedenis

Ik ga hier niet een nette chronologische samenvatting van maken, maar een kleine bloemlezing uit de reeks therapieën die de Bijenkorfconstructie heeft moeten ondergaan is wel gepast. Er is honderd meter aan poreuze lasnaden opengemaakt (gegutst) en opnieuw dichtgelast. Tijdens het lassen vloog de steiger in de fik en ging de sprinklerinstallatie op de eerste verdieping van de Bijenkorf aan, maar dat terzijde.

Er zijn 400 gaten in geboord om het binnenwerk te vullen met achtereenvolgens menie, vaseline en VPI-poeder. Het is twee keer (tijdelijk) verplaatst, meerdere malen gestraald, geschoopeerd (voorzien van een zinklaag), en het is een keer opgeblazen als een fietsband om met zeepwater te zoeken naar kleine gaatjes. De 400 gaten zijn dicht, maar de lassokken zijn gebleven. De geschiedenis van het materiaal is zo rijk dat het een belangrijk onderdeel is geworden van de biografie van het beeld. Het verhaal is zo woest dat het ook de moeite waard is om kennis van te nemen als je geen bijzondere interesse hebt in bijvoorbeeld het constructivisme of andere kunstwerken uit de wederopbouwtijd.

Making-of

Wanneer politici, kunstprofessionals of andere commentatoren zich kwaad maken over het beeld, dan gaat het vaak over de moeizame onderhandelingen, de eigendomsconstructie of over de kosten van de restauratie. Zelden gaat het om de kwaliteit van de restauratie of over de documentatie ervan. Ik vind dat een gemis. Zoals een goede film een making-of krijgt, zo verdient de plastiek van Gabo een gelijksoortig attest.

Wat zou het fantastisch zijn als het in Rotterdam over de kwaliteit van de restauratie zou gaan. Kijk naar de discussie die ontstond over het ‘broddelwerk’ aan de Koningssloep. Of over het dilemma rond de restauratie van De Denker in het Singer Museum: de schade restaureren of juist tentoonstellen? Ik verheug me bijvoorbeeld enorm op gesteggel over de vraag of de lassokken mogen blijven. Misschien, als ze iets minder lomp uitgevoerd worden? Gabo heeft ze niet ontworpen en er is technisch gezien geen noodzaak om ze zo weinig subtiel te maken, maar ze zijn onderdeel geworden van het verhaal van het beeld.

Het maakt misschien niet echt uit of de littekens uiteindelijk zichtbaar mogen blijven of niet, maar iets meer aandacht voor het kwaliteit van de restauratie zou wel op zijn plaats zijn.

Ik wil iets verder gaan. Ik wil dat het verslag openbaar wordt. Het is de making-of die we allemaal moeten kunnen zien

Publieke restauratie

Artikel 10 van de ethische code van Restauratoren Nederland luidt als volgt: “De conservering en restauratie behandeling van cultureel erfgoed moet worden vastgelegd in woord en beeld en moet verslagen bevatten van het diagnostisch onderzoek, van elke conserverings-/restauratie-interventie en van andere relevante gegevens. (…) Een kopie van het rapport moet worden overhandigd aan de eigenaar of beheerder van het cultureel erfgoed en moet toegankelijk blijven. (…)”

Ik wil iets verder gaan. Ik wil dat het verslag openbaar wordt. Het is de making-of die we allemaal moeten kunnen zien. Sterker nog: ik zou ervoor willen pleiten dat de volgende restauratie een publieke restauratie wordt. Eén keer in de week moet de werkplaats opengesteld worden voor het publiek, zodat we de vorderingen kunnen volgen. Het liefst ook op 26 meter hoogte.

Er zijn mensen die stellen dat het er alleen maar toe doet hoe het beeld eruit ziet, maar daarmee doen ze het beeld te kort. Er zijn vele verhalen die vastzitten aan de plastiek van Gabo. Verhalen over de ontstaansgeschiedenis, over de geschiedenis die het deelt met Zadkines Verwoeste Stad (via de Bijenkorf) en over hoe het bijna nog een monument voor de gastarbeider werd. Allemaal verhalen die te weinig verteld worden. Het verhaal over het materiaal is ook zo’n verhaal dat vaker en beter verteld moet worden.

Tot besluit: we hoeven geen medelijden met het beeld te hebben. Het zijn niet onomkeerbare veranderingen die aan het beeld zijn aangebracht. Het eczeem is niet blijvend, het beeld valt niet om, het licht kan weer aan. Alleen wijzelf zijn stakkers zolang we geen making-of hebben en zolang we het beeld ’s avonds en ’s nachts niet uitgelicht in al zijn glorie kunnen zien.

Dit artikel is een bewerking van een eerdere publicatie op de website van het Historisch Genootschap Roterodamum. De auteur bereidt een publicatie voor met aantal verhalen rond het beeld van Naum Gabo.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:constructivisme, Naum Gabo, restauratie en wederopbouwkunst

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *