Kunst & Cultuur26 mei 2016

De oorzaak van de popmisère in Rotterdam

Opinie

Een jaar nadat alle initiatieven voor een gesubsidieerd poppodium in Rotterdam door de RRKC zijn afgekeurd zijn we nauwelijks een stap verder. De markt, met zijn vraag en aanbod, werkt volgens overheid niet mee en is er dan wel een poppodium nodig? Cultuurexpert en zelfstandig adviseur Paul van Oort schijnt een licht op waar het misliep bij podia in het verleden, en hoe we als stad (en gemeente) van onze fouten kunnen leren om door te kunnen naar een Rotterdam mét een volwaardig poppodium.

Poppodium op straat
Poppodium op straat Beeld: Nina Fernande

Is de vorige maand naar buiten gekomen financiële frauduleuze misère bij het voormalige Waterfront een incident? Neen, de lijst Rotterdamse mislukkingen is ellenlang. Nighttown, Waterfront, Nieuwe Oogst/Maassilo, Watt, de mislukte Stadsinitiatieven, Ferro Dome en opnieuw Waterfront – de stapel rapporten over ‘hoe het mis ging’ en over ‘wat er nu moet gebeuren’ moet op de kamer van de wethouder cultuur tot aan het plafond reiken. Blijkbaar is er in Rotterdam bij het dossier ‘popzalen’ méér aan de hand.

Waar het misliep

In de jaren ’80 startte Arena (het latere Nighttown) als particulier initiatief. Alle daarop volgende popzalen in Rotterdam kenden een hoge huur voor hun accommodatie, zeker sinds de invoering van de Wet Markt en Overheid in 2014: een gemeentelijk huurtarief waarin de overheid alle kosten voor die accommodatie verdisconteert. Ook bij Waterfront was de huurprijs voor het slecht verbouwde pand bijzonder hoog en de feitelijke exploitatiesubsidie (kosten van personeel, organisatie, programmering, publiciteit, energie, schoonmaak, etc.) bijzonder laag. Daar hebben alle opeenvolgende huurders tot en met de laatste exploitant terecht over geklaagd. Ook bij Nighttown/Watt was dit het geval: vele tonnen aan huur en slechts een relatief zeer gering bedrag voor de feitelijke exploitatie.

De Nighttown/Watt-situatie was bovendien schrijnend, omdat de huurpenningen betaald werden aan de particuliere eigenaars van het pand. Dit gemeenschapsgeld vloeide dus niet terug naar de gemeente. Het stadsinitiatief voor een nieuwe popzaal hinkte ook op deze gedachte: de markt zoekt een pand, de gemeente draagt een klein bedrag bij aan de verbouwing en vervolgens een klein bedrag aan de exploitatie. Bij Nieuwe Oogst koos de gemeente een tegenovergestelde invalshoek: in de Maassilo moest vanwege het jongerenjaar 2009 snel een Urbanpodium gerealiseerd worden, tegen het advies van het grootste deel van de popsector in. Vele miljoenen werden door de gemeente in dat pand gestoken; ‘de markt’ moest zelf de exploitatie opzetten. Annabel werd opgezet door een particulier (een fantastische zaal; een prestatie om die zaal te realiseren zonder overheidsbemoeienis!), maar kent nog steeds een beperkte popprogrammering. Ook hier blijkt dat Dance (beperkte kosten, groot publieksbereik, dus hoge opbrengsten) gemakkelijker te exploiteren is dan popmuziek (hoge kosten waarbij hoge bezoekcijfers niet gegarandeerd zijn).

De premisse als oorzaak van de problemen

De conclusie lijkt me gerechtvaardigd dat de gemeente al tientallen jaren in diverse varianten een onuitgesproken premisse hanteert: “Popmuziek kan zichzelf voor het grootste deel zelf bedruipen”. Deze premisse is precies de oorzaak van de voortdurende problemen. Als contrast noem ik Amsterdam waar popzaal Paradiso op de lijst met instellingen voor de basisinfrastructuur 2017-2020 is opgenomen, samen met onder andere het Holland Festival, het Stedelijk Museum, Toneelgroep Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest. Een tweede voorbeeld: de succesvolle popzaal 013 heeft de gemeente Tilburg onlangs verzocht een extra subsidie voor de uitbreidingen beschikbaar te stellen (€ 7.000.000) en om een verhoging van de jaarlijkse subsidie van € 700.000 naar € 850.000.

De popsector weet al lang dat de Rotterdamse premisse niet klopt. Door de hoge kostendekkende huur en de kleine exploitatiesubsidies is het niet mogelijk om op basis van particulier initiatief of initiatief vanuit de markt een middelgrote zaal (capaciteit 1.500 bezoekers) duurzaam te exploiteren. Een middelgrote popzaal met een volwaardige popprogrammering kost nu eenmaal jaarlijks meer geld dan dat de horeca in die popzaal kan ophoesten.

Door het onuitgesproken gemeentelijke uitgangspunt blijken in de afgelopen decennia de enige succesvolle voorbeelden van Rotterdamse popzalen: Rotown (volledig particulier eigendom, met een beperkte hoeveelheid exploitatiesubsidie), Bird (particulier met beperkte exploitatiesubsidie) en Grounds (beperkte exploitatiesubsidie). Allen kleinschalige initiatieven, met een specifiek, kleinschalig aanbod.

Verdient Rotterdam niet een reguliere popzaal waar ook net gearriveerd talent een plek krijgt om voor eigen publiek op te treden?

Waar ligt nu de oplossing?

Door de lange lijst met mislukkingen lijkt de heersende gedachte bij de gemeenteraad te zijn: ‘vooral niet de vingers branden aan een popzaal’. Deze gedachte wordt versterkt doordat de Rotterdamse popsector de afgelopen jaren telkens verdeeld bleek over het type popzaal dat er zou moeten komen (onder meer vanuit onderlinge concurrentieverhoudingen) en doordat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) in de afgelopen jaren niet voluit de ontwikkeling van een middelgrote popzaal stimuleerde vanwege het uitgangspunt: ’kleinschalige initiatieven vanuit de doelgroepen zijn op dit moment belangrijker dan wéér een groot gebouw’. Hier valt naar mijn mening veel voor te zeggen, alleen denk ik dat het niet of/of, maar en/en zou moeten zijn.

Verdient Groot Rotterdam,met een bevolkingsareaal van 1,7 miljoen inwoners de grootste bevolkingsconcentratie van Nederland, echter niet een reguliere popzaal? Is er binnen de beschikbare hoeveel cultuursubsidies (omvang circa € 75.000.000, waarvan enkele jaren geleden nog slechts circa 0,1% voor popmuziek) niet een budget te genereren voor een volwaardig popmuziekaanbod? Met een reguliere popzaal bedoel ik 150-200 concerten per jaar, waar zowel het reguliere aanbod van binnen- en buitenlandse bands te zien is en waar bovendien het eigen Rotterdamse net gearriveerde talent een plek krijgt om voor eigen publiek op te treden. Als voorbeeld noem ik de programmering van 013, Paard, Hedon, De Vorstin, Bibelot, Vera, etc.

Waar ik voor pleit, is het volgende:

  1. Beslis als gemeenteraad dat het oprichten en exploiteren van een popzaal een gemeentelijke taak is, net zoals het in stand houden van een schouwburg en concertgebouw dat is.
  2. Ontwikkel in overleg met de popsector een Programma van Eisen voor een dergelijke accommodatie.
  3. Laat een locatiestudie uitvoeren naar geschikte gebouwen en laat een kostenraming maken voor de verbouwing van dat pand tot een reguliere popzaal inclusief goede horecagelegenheid.
  4. Kijk opnieuw naar de Stadsinitiatieven – daar zat meer dan voldoende kwaliteit tussen – en nodig enkele initiatiefnemers uit tot het indienen van een programmering- en exploitatievoorstel.
  5. Laat de beste initiatiefnemer een stichting oprichten en een subsidieverzoek indienen, et voilà: over een jaar of twee heeft Rotterdam eindelijk een weer een reguliere popzaal met ditmaal een fatsoenlijk exploitatiebudget.

De bal ligt wat mij betreft bij de gemeenteraad, niet bij ‘de markt’.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:paul van oort, poppodia, popsector, RRKC en Waterfront

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *