voor de harddenkende Rotterdammer

Na de bevrijding kon de wederopbouw van Rotterdam écht beginnen. De kwantitatieve bijdrage van bekende namen in de wederopbouwarchitectuur, zoals Van den Broek en Bakema, Maaskant, Boks en Bakker, verbleekt bij dat van de broers Kraaijvanger. Paul Groenendijk belicht hun oeuvre.

vers-beton-rotterdam-wederopbouw-bankgebouw-blaak
De Amsterdamsche Bank-Incassobank (1946-1950) aan de Blaak. Beeld door: beeld: Stadsarchief Rotterdam

Tot ieders verbazing bleek een aantal jaren geleden de bijdrage aan de wederopbouw van Rotterdam van de broers Evert en Herman Kraaijvanger veel groter dan gedacht. Samenstellers van het Comité Wederopbouw ontdekten dit bij de inventarisatie van wederopbouwprojecten binnen de brandgrens. Vooruitstrevende architecten als Maaskant en Van Tijen en Van den Broek en Bakema gaven vorm aan het nieuwe Rotterdam, maar geen van deze bekende namen bleken kwantitatief dé Rotterdamse wederopbouwarchitecten te zijn. De gebroeders Kraaijvanger staan inmiddels zowel kwalitatief als kwantitatief op nummer één. Hoe kan het dat hun bijdrage werd onderschat? Het waren namelijk niet de minste projecten waar Evert (1899-1978) en Herman (1903-1981) Kraaijvanger aan werkten.

Naast een handvol gemeentelijke monumenten werd concertgebouw De Doelen in december 2015 hun derde Rotterdamse rijksmonument. Ook de Incassobank aan de Blaak – dat mede door de inspanningen van Comité Wederopbouw werd gered van de sloop – is inmiddels een rijksmonument en huisvest tegenwoordig de Kamer van Koophandel. Qua stijl balanceerden de gebouwen vaak tussen traditie en modernisme.

De eerste naoorlogse realisaties waren nog uiterst traditionalistisch. Zoals het gebouw van de bovengenoemde Amsterdamsche Bank-Incassobank (1946-1950), een solide bakstenen gebouw. Hoe snel het bureau Kraaijvanger meeging met de tijd blijkt uit het geheel glazen kantoorgebouw voor verzekeraar Stad Rotterdam (1958-1963) dat nog geen tien jaar later aan de Blaak verrees (het gebouw werd door een nieuwe generatie architecten van het bureau van een andere gevel voorzien). Ergens halverwege het traditionalisme en de glasgevels vinden we het Holbeinhuis aan de Coolsingel (1951-1954), met een gevelmozaïek van Louis van Roode.

Hoe de Kraaijvangers vele opdrachten vingen

In het boek Architectonische noblesse (2015) over de Kraaijvangers beschrijft Ida Jager hoe de broers aan hun grote hoeveelheid opdrachten kwamen. Herman en Evert Kraaijvanger waren alomtegenwoordig in het naoorlogse Rotterdam en hun katholieke signatuur zorgde voor veel opdrachten. Evert was actief in de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) en De Katholieke Volkspartij (KVP) . Als civiel ingenieur zorgde hij voor de technische expertise en organisatie van het bureau. Herman was de kunstzinnige vormgever, betrokken bij tal van culturele organisaties zoals het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De opdracht voor De Doelen was de kroon op zijn werk. Naast deze goede contacten was het vooral de dienstbaarheid aan de opdrachtgever waardoor de Kraaijvangers veel werk kregen. Een gebouw van Kraaijvanger Architecten beantwoordde aan de functionele eisen, lekte niet, was op tijd klaar en bleef binnen het budget. Een imago dat ver afstaat van de architect als onbegrepen wereldverbeteraar of bevlogen estheet, waar de hedendaagse architect nog steeds mee worstelt.

De manier van (net)werken van de Kraaijvangers legde ze geen windeieren. Zo is het eerste stuk van de Hoogstraat helemaal door hen gevormd, met aan de ene zijde het (diverse malen verbouwde) pand van het voormalige Vroom & Dreesmann en aan de andere zijde de drie kort na elkaar opgeleverde winkelpanden van Peek & Cloppenburg (12 maart 1953), Lampe (13 maart 1953) en Martens (6 november 1953), het huidige Blokker. Stuk voor stuk winkels van statuur die zich ook voor de oorlog al aan de Hoogstraat en Kipstraat bevonden. ‘Hier, aan het einde van de Coolsingel of, zo men wil, aan het begin van de Hoogstraat, zal -dat staat nu wel vast- de modewijk van het nieuwe Rotterdam verrijzen,’ aldus Het Vrije Volk van 17-11-1950 over de nieuwe Hoogstraat.

De architectuur van bovengenoemde winkelpanden is karakteristiek voor de Kraaijvangers. Door de traditionele gevelopbouw en zorgvuldige ornamentiek misschien weinig vooruitstrevend, maar technisch en commercieel zeker vernieuwend. De winkelopzet was zeer functioneel, met grote flexibele winkelruimtes en de expeditie en dienstruimtes aan de achterzijde. Ook constructie en materiaalgebruik waren modern. Zo werd er een nieuw Zweeds type houten tuimelramen toegepast bij P&C en Lampe. De architecten ontwikkelden, geïnspireerd door bezoeken aan warenhuizen in Engeland en Amerika, een roosterplafond: the Rotterdam ceiling. Leidingen en ventilatiekanalen werden zo weggewerkt en de verlichting geoptimaliseerd. Het Vrije Volk schrijft hierover in maart 1953: De architecten ir E. H. Kraaijvanger en H. M. Kraayvanger zijn er in geslaagd vele technische moeilijkheden te overwinnen in hun streven om straat en verkoopruimte als één geheel te zien. Plafond en vloer zetten zich van portieken over smalle etalages voort in de verkoopruimte, zodat de kijker er bijna zonder erg binnengaat. 

vers-beton-rotterdam-wederopbouw-kraaijvanger-pec-overzicht
Peek & Cloppenburg door de gebroeders Kraaijvanger. Beeld door: beeld: Kraaijvanger archief

Prominente posities, minder pretenties

De gebouwen van de Kraaijvangers bevinden zich op prominente posities in de stad. Het functionele robuuste Stationspostkantoor (1955-1959) aan het Delftseplein, baksteen en betonarchitectuur met glas-in-betonraam van Van Roode, is een kloeke beëindiging van de stedenbouwkundige reeks Lijnbaanflats van Krijgsman, Bakker en Maaskant. Het gebouw werd ooit ontworpen voor de mechanische sortering van de post en kreeg onlangs een tweede leven als Central Post, een hip verzamelkantoor. Fijnzinnig is het rijksmonument de Steigerkerk (1957-1960), enigszins verscholen gesitueerd in de luwte van het winkelgebied. Aan de enige gracht van Rotterdam, tussen de kantoren aan de Blaak en de winkels in de Hoogstraat, staat Het Steiger. Open voor bezinning, ontmoeting, een kaarsje opsteken, vieringen en activiteiten, zo wordt de bezoeker online welkom geheten. De soberheid van constructie en materialen gaat hand in hand met uitbundige ornamentiek zoals betonnen reliëfs en siermetselwerk. De grote glas-in-betonwand van Berend Hendriks aan de ingangszijde is acht meter breed en zes meter hoog. De Doelen (1955-1966) wordt door velen gezien als het sluitstuk van de Wederopbouw. De monumentale gevel werd door jonge critici verfoeid, de ruimtelijke opzet met verschillende zalen (en uitstekende akoestiek) en majestueuze foyer werd niet (h)erkend.

Ondanks deze vele grootse projecten op prominenten plekken in de stad wisten andere moderne architecten de wederopbouw van Rotterdam te claimen. Van den Broek & Bakema hadden hun PR bijvoorbeeld goed voor elkaar, met een correspondentschap voor diverse internationale tijdschriften waarin hun eigen gebouwen met regelmaat prijkten. Toonaangevende critici als Blijstra en Vriend hadden bovendien vooral oog voor Van Tijen & Maaskant en Van den Broek & Bakema. De bijdrage van de Kraaijvangers bleef hierdoor veelal buiten beschouwing. Tot slot hadden de broers, met hun functionele en dienstbare aanpak, wellicht minder pretenties. Het oeuvre van Kraaijvanger architecten is er niet minder om. Met het boek Architectonische noblesse en de diverse rijks- en gemeentemonumenten krijgen de Kraaijvangers eindelijk erkenning als dé architecten van de Wederopbouw.

Wil je meer zien van en horen over de wederopbouwarchitectuur? Op 18 mei geeft Paul Groenendijk van Wederopbouw Rotterdam een tour door de oostelijke binnenstad. Lees er hier meer over.

vers-beton-wederopbouw-stadsarchief-lampe-interieur
Het Lampe interieur met ‘the Rotterdam ceiling’ dat de broers ontwikkelden. Beeld door: beeld: Stadsarchief Rotterdam

Wederopbouw Rotterdam
Exact 75 jaar na de start van de wederopbouw schenkt Vers Beton aandacht aan de ontwikkelingen die Rotterdam maakten tot de stad die het nu is. De kenmerkende wederopbouwarchitectuur ondervindt met name de laatste jaren een herwaardering. In samenwerking met Platform Wederopbouw Rotterdam maken we een serie over de vaak nog verborgen verhalen achter de wederopbouwperiode.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
PaulGroenendijk

Paul Groenendijk

Paul Groenendijk werd in 1957 in Rotterdam geboren en studeerde in 1984 af als architect aan de TU Delft. Sindsdien werkt hij als publicist en onderzoeker.
Naast het samenstellen van architectuurgidsen beheert hij www.architectuurgids.nl, is hij betrokken bij Rotterdam Woont en het Platform Wederopbouw Rotterdam. In 2015 verscheen van zijn hand de architectuurgids Rotterdam Architectuur Stad bij NAi010.

Profiel-pagina
Lees 6 reacties