Kunst & Cultuur18 mei 2016

Hans Sleutelaar: “Ik wilde leven voor de kunst, er niet aan kapotgaan”

Artistiek multitalent Hans Sleutelaar (Rotterdam, 1935) keerde na lang in het buitenland te hebben gewoond, terug in zijn geboortestad. Onlangs werd zijn verzameld proza bezorgd. Vincent Cardinaal sprak met hem. 

Beeld: Frank Hanswijk

Hans Sleutelaar is een optelsom en een vat vol tegenstrijdigheden – hij is dichter, copywriter, redacteur. Sleutelaar is een vader, een grootvader en een weduwnaar. Hij is een Rotterdammer die een tijdschrift met Antwerpenaren maakte en een voormalig inwoner van Thailand en Frankrijk. Hans Sleutelaar is een man van 80 met een jeugdige uitstraling, die nog altijd het liefst wandelend door zijn stad trekt. Hij is een vriend van de kunsten die veel van zijn tijd doorbracht met werken voor de reclamewereld.

Als poëet is zijn invloed op de Nederlandse (en Rotterdamse) letteren onmiskenbaar, maar zijn oeuvre bestond jaren uit een eenregelig gedicht. In het Duits. Hij schreef een schitterend gedicht over de oorlog, maar brak (met Armando) ook een soort lans voor Nederlanders die zich vrijwillig bij de Waffen-SS aansloten. Bovenal is hij Sleutelaar. Martin Bril kalkte het op de muren van Groningen, tijdens zijn studententijd: ‘Sleutelaar worden’, dat was in zijn optiek het hoogste om naar te streven in de letteren. Het is een van de onderwerpen én de titel van een overzichtsboek van Sleutelaars proza. Het verscheen onlangs bij het Rotterdamse Studio Kers en werd bezorgd door Erik Brus.

Ik heb afgesproken met Hans Sleutelaar in Boijmans Van Beuningen, in de schitterende serre van het museum. Op een tafeltje ligt een opengeslagen krant, een kop espresso is net leeggedronken. Hans besluipt me vanachter en legt vriendelijk een hand op mijn schouder. “Zo, ben jij van Vers Beton?” Ik kan het niet ontkennen. Wat volgt is een vriendelijk gesprek, met een man die weigert het leven in te ruilen voor het kunstenaarschap.

Hans – ik mag tutoyeren - het boek is schitterend geworden. Heb je lang moeten twijfelen? Ik sprak Remco Campert twee jaar geleden en die zei me altijd als de dood te zijn als ze hem willen bundelen.

“Ha! Ja, die denkt natuurlijk ‘ik ben nog niet dood!’ Tja. Daar heeft ie een punt. Maar om op je vraag te antwoorden: nee, ik heb niet getwijfeld, hoor. Het werd ook weleens tijd om die stukkies te bundelen. Verder staan er mooie bijdrages in, van onder meer Sanneke van Hassel en Wim Brands. Erik weet wat hij doet en het is prachtig vormgegeven.”

"Ik heb altijd mijn mond pas opengetrokken, als ik ook wat te zeggen had. En ik heb goed om me heen gekeken, mij ontging niet veel"

Wat krijgt de lezer eigenlijk voor boek voorgeschoteld?

“Een overzicht van non-fictieproza, dat ik door de jaren heen heb geschreven. Het is ook een reeks dubbele portretten hè? Je leert mijn leven zo een beetje kennen en ook dat van veel mensen die de revue passeren.”

Goed dat je non-fictie zegt. De betreurde Wim Brands zei over jouw poëzie: eigenlijk is het gewoon non-fictie.

“Ach, Wim. Spijtig dat hij is gestorven. Maar het klopt wel, ja. Ik ben niet zo’n verzinner: ik schep er erg veel plezier en genoegen in om het precies en juist op te schrijven. Zonder al te veel vlees op de botten. Men zegt weleens: je oeuvre is zo klein, Hans…”

Beter dat, dan dat ze over iets anders zeggen dat het zo klein is…

“Ha! Ja, daar snij je een terecht punt aan. Maar goed. Waar was ik? Ja, mijn werk. Nou, het is bescheiden in omvang, maar als schrijver weet ik wel dat het goed is. Ergens heb ik altijd mijn mond pas opengetrokken, als ik ook wat te zeggen had. En ik heb goed om me heen gekeken, mij ontging niet veel.”

Beeld: Frank Hanswijk

Die precieze stijl van je, heeft een geuzennaam: De Nieuwe Stijl, die je met onder meer Vaandrager en Verhagen ontwikkelde in het gelijknamige tijdschrift. Daarvoor runden jullie het tijdschrift Gard Sivik. Was het direct het plan om een bom onder de letteren te leggen?

“Welnee. We waren geestverwanten, dat wel. Maar we wilden voornamelijk een mooi tijdschrift maken. Het is waar dat we bewust afweken van de meer barokke manier van schrijven die je destijds veel tegenkwam. Maar wat over het hoofd wordt gezien, is dat de motor achter de samenwerking tussen mij, Vaan, Armando en noem maar op een grote werklust was. Wij wilden er de schouders onderzetten, produceren! Gard Sivik hebben we min of meer overgenomen van een stel Vlamingen. We werkten eerst vanuit Antwerpen, maar we hebben de operatie naar Rotterdam verplaatst, omdat het in België toch een beetje schering en inslag was om het vrij vroeg op een zuipen te zetten. Dat trok ons, of nu ja, mij in elk geval, niet zo aan, haha.”

Ik wil net zeggen – Cor Vaandrager was toch niet vies van een drankje.

“Nee, dat klopt. Cor is treurig aan zijn einde geraakt. Misschien was dat onvermijdelijk. We hadden een bijzondere relatie, Cor en ik. Eigenlijk konden we niet méér verschillen: ik uit West, hij van Zuid. Het was een grote gestalte, ik ben niet zo imposant gebouwd. We zaten nog op de middelbare school, jazz was onze gedeelde liefde.”

"Ik wilde niet kapotgaan voor de kunst, ik vond - en vind - dat de mensen met wie ik samenleefde ook recht op mij hadden"

Frans Vogel is onlangs ook gestorven, net als Vaandrager een querulant. Jij bent nooit in die val getrapt.

“Nee, ik wilde namelijk leven. Dat is ook een reden waarom ik misschien niet erg veel heb gepubliceerd: ik wilde niet kapotgaan voor de kunst, ik vond – en vind – dat de mensen met wie ik samenleefde ook recht op mij hadden. Dus werkte ik ook jaren met groot plezier achter de schermen, of voor reclamebureaus. Beetje geld in je beursje was tenslotte ook niet weg, hè?”

Je bent met veel romantisch ingestelde mensen opgetrokken – Jan Cremer, om er maar een te noemen. Jouw instelling staat daar totaal haaks op.

“Nou ja, onze Bende van Vier – ik, Vaan, Armando, Verhagen – wij werkten allemaal voor tijdschriften en als copywriter. Wat natuurlijk ook een duidelijke invloed is geweest op de Nieuwe Stijl. Maar het was af en toe ook wel verdacht: geld verdienen, commerciële opdrachten aannemen. Tja. Ik heb er aardigheid in om teksten goed te maken, op welke manier dan ook. Dat telde voor mij.”

Beeld: Frank Hanswijk

Je bent een Rotterdammer pur sang. Toch heb je jaren in het buitenland gewoond. Hoe komt een mens in Thailand terecht?

“Mijn zoon woont daar. Ik ging met pensioen en hij stelde voor dat ik en mijn vrouw er kwamen wonen. Het leven is er een stuk goedkoper, dus je pensioen is op slag meer waard. In principe goed gedacht. En je zit in het paradijs. De ellende begon toen zowel ik als mijn vrouw met de gezondheid ging kwakkelen. Ik heb Parkinson. Je hebt daar geen ziekenhuis, dus je moet echt dagen uittrekken voor een artsenbezoek. Dat werd er teveel aan. Toen zijn we naar Frankrijk gegaan.”

En nu terug in Rotterdam. Heimwee?

“Nee, een verdrietige aanleiding: mijn vrouw is komen te overlijden. Daarna ben ik definitief terug naar de stad gegaan. Naar West, niet ver van waar ik ben opgegroeid.”

Zeg Rotterdam en de oorlog is nooit ver weg. Ook in jouw werk niet. Je hebt een schitterend gedicht geschreven over het bombardement. Tegelijk had je al die tijd een palmares van maar een gedicht: Wollt ihr die totale Poesie. Provocatief – het verwijst natuurlijk naar Goebbels Wollt ihr den totalen Krieg?

“Ja, dat was wel wat. Het gedicht stond in een nummer van De Nieuwe Stijl, in 1965, als ik me niet vergis. Toen was het pas twintig jaar geleden. Tegelijk heb ik het helemaal niet bedoeld als oorlogsding, hoor. Voor mij is dat waar de ‘zwijgzame’ dichter samenkomt – het kan van iedereen zijn, het is een totaalstatement, bijna onpersoonlijk.”

"De wederopbouw is eigenlijk nu pas begonnen, met jonge generaties die hun levens leiden in een stad die min of meer weer af is”

Je bent een oude man in de stad waarin je wieg stond. Doet je dat wat?

“Ja, natuurlijk. Kijk, het is niet zo dat vroeger alles beter was. Sterker: integendeel! Neem wat jullie doen, met Vers Beton. Wat een tijd om zelf een tijdschrift te maken, al die mogelijkheden. Ik was graag nu jong geweest. Verder is het zo dat Rotterdam als stad heel erg veranderd is, maar de mensen, die vond ik toch altijd wel hetzelfde. Dat is nu ook gelukkig aan het verschuiven. Eindelijk gaat het niet meer over stenen, maar over mensen, over de ziel van de stad. De wederopbouw is eigenlijk nu pas begonnen, met jonge generaties die hun levens leiden in een stad die min of meer weer af is. Dat vind ik geweldig.”

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Armando, De Nieuwe Stijl, dichtbundel, dichter, frans vogel, gard sivik, Hans Sleutelaar, Jan Cremer, non-fictieproza, proza, Remco Campert, Rotterdam, Sanneke van Hassel, Sleutelaar worden, Vaandrager en Wim Brands

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *