voor de harddenkende Rotterdammer

Op uitnodiging van de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) bezoekt architect en professor Keller Easterling Rotterdam. Sereh Mandias en Frank Loer spraken haar over de onzichtbare processen die onze steden vormgeven en de potentie van de nieuwe Rotterdamse stadsbrug.

_MG_3064KellerEasterling
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

This city looks incredibly prosperous”. Het is het eerste dat Keller Easterling zegt over Rotterdam, nadat we haar in een klein uur het Rotterdam rondom de rivier hebben laten zien. Deze stad ziet er ongelofelijk welvarend uit. Startend bij het SS Rotterdam fietsten we heen over de Willemsbrug en terug over de Erasmusbrug om uiteindelijk voor een gesprek neer te strijken bij Hotel New York. Hier verbleef ze in 2007 al eens. “Het voelde toen veel afgelegener dan nu, het lijkt alsof de stad een stuk meer rondom de rivier gegroeid is.”
Keller Easterling is een frêle verschijning met een zachte stem, achter wiens bescheiden uitstraling een kalme vastberadenheid schuilgaat. Die richt zich op het doorgronden van de wereld om ons heen, om iets specifieker te zijn op de toenemende complexiteit van hedendaagse wereldsteden en de veelal onzichtbare processen waardoor zij vormgegeven worden. Vanuit de architectuur welteverstaan, Easterling is namelijk architect, schrijver en professor aan Yale University. Zij is in Rotterdam op uitnodiging van de Internationale Architectuur Biennale (IABR) om te spreken over haar nieuwste boek ‘Extrastatecraft’ en hoe de zaken die zij daarin beschrijft zich verhouden tot de stad van de toekomst. Oftewel: ‘The Next Economy’, zoals het thema van deze editie van de IABR luidt.

Afrikaanderwijk Cooperatie uitgelicht kopie

Lees meer

Ondernemen in de Afrikaanderwijk: liever iets harder werken dan een tweede Almere worden

In de Afrikaanderwijk wordt hard gewerkt om de lokale economie te stimuleren. Een…

Freezone

Haar fascinatie voor de freezone bracht Easterling al eerder naar Rotterdam. Freezones zijn gebieden in steden als Dubai en Hongkong waar andere, maar vooral soepelere wetten en regels gelden dan het territorium waar ze onderdeel van uitmaken. Dit met het doel om handel te bevorderen en bedrijven te verleiden zich er te vestigen. In Rotterdam deed Easterling onderzoek in de haven naar de ECT (Europe Container Terminals), het bedrijf dat de meerderheid van de containeroverslag in de Rotterdamse haven beheert, en technologieën ontwikkelt die in freezones over de hele wereld toegepast worden.
Ook in haar nieuwe boek ‘Extrastatecraft’ speelt de freezone een belangrijke rol, maar de focus ligt op de manieren waarop staten bestuurd worden (statecraft). Het begrip ‘extrastatecraft’ legt zij als volgt uit: “Ik gebruik het woord ‘extra’ in de betekenis van ‘buiten’ en ‘als toevoeging aan’. De term beschrijft een wereld waarin de natie een nieuwe reeks van tussenpersonen en stiekeme partners heeft, een plek waar voor sommigen andere wetten, uitzonderingen en privileges gelden, en anderen die permanente verliezers zijn. Ik probeer te laten zien hoe er een soort ruimtelijke matrix bestaat, die ik infrastuctural space (infrastructurele ruimte) genoemd heb. Dit is geen ruimte van pijpen en kabels in de grond, maar een infrastructuur van regels en protocollen en ruimtelijke producten.”

U spreekt in dit kader onder meer over akkoorden van overheden met ontwikkelaars of machtige bedrijven die van invloed zijn op de totstandkoming van de hedendaagse stad. Dat zijn processen die je als buitenstaander niet waarneemt. Denkt u dat deze processen op een andere manier gereguleerd zouden moeten worden?

“Geometrie, vorm, silhouet: het is allemaal onderdeel van het beroep van de architect. Ontwerpers zijn daar goed in, en moeten dat ook zijn. Een architect zegt vaak tevreden ‘hier is mijn gebouw’ of ‘hier is mijn masterplan’, maar ik vraag me af of we niet op een heel andere manier zouden moeten ontwerpen. Misschien moeten we zoeken naar een andere manier om vorm te maken, die niet gaan over het maken van het object, maar over wat ik active form noem.”

Gaat dit dan meer over stedenbouw dan over architectuur?

“Het is zeker stedenbouw, maar ik maak geen onderscheid tussen de twee.”

Kunt u een voorbeeld geven van wat u bedoelt met active form?

“Stel dat je van mening bent dat een stad minder parkeerplaatsen moet hebben. Dan zou je een uitvinding kunnen maken die ervoor zorgt dat de manier waarop parkeren werkt in de stad verandert. Het werkt voortaan bijvoorbeeld via timesharing: de kerk gebruikt het soms, het advocatenkantoor op andere tijdstippen, en op ieder moment kun je op een app zien waar de dichtstbijzijnde vrije parkeerplaats is. In dit geval zou de uitvinding dus een protocol kunnen zijn dat dit mogelijk maakt. Het gaat dan dus niet om het ontwerpen van een ding, maar om het veranderen van bepaalde regels. Je hebt als het ware je handen op het mengpaneel van de stad.”
“Om een ander voorbeeld te geven: een paar oud-studenten van mij hebben een betonnen element ontwikkeld dat bestand is tegen hevige regenval, of iedere vorm van overstroming. Het kan gebruikt worden als stoeprand, maar ook voor iets dat zo groot is als de turbinehal van het Tate Modern. Ze hebben dus niet enkel het element ontworpen, maar ook nagedacht over hoe het zich in de stad kan vermenigvuldigen. Voorbij de clichés van de start-upcultuur, die zich richt op nieuwe digitale technologieën, stel ik dat ruimte het onderbenutte medium van innovatie is.” 

We hebben zojuist een fietstocht gemaakt door Rotterdam, ziet u manifestaties van infrastructural space en zijn ruimtelijke producten in de stad?

“Wat ik ‘ruimtelijke producten’ noem zijn herhaalbare formules voor het maken van ruimte – de regels voor het maken van wolkenkrabbers, resorts, vliegvelden, golfbanen, voorsteden en winkelcentra, die er over de hele wereld hetzelfde uitzien. Je ziet reflecties van dit soort formules misschien in de Markthal en zeker in iedere wolkenkrabber in de stad. Maar Rotterdam is ook zeer specifiek. De meeste plekken waar ik onderzoek naar doe zijn zeer extreem, daar is heel duidelijk sprake van een herhaalbare formules die simpelweg uitgerold zijn. Deze formules hebben weinig van doen met de bijzonderheden van de Rotterdamse stedelijkheid.

tweeluik-kellereasterling
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

Wat heeft Rotterdam aan de manier waarop u voorstelt na te denken over het maken van steden?

“Architectuur in Rotterdam lijkt vooral een soort traditionele rol te hebben. Sommige plekken in de wereld hebben veel extremere problemen, waar de staat of andere instituties ter plaatse geen bevredigend antwoord op hebben. Een van de protocollen waar ik nu aan werk heeft te maken met de Amerikaanse kust. Na Sandy en Katrina is de kust van de VS compleet veranderd, en deze orkanen waren slechts oefeningen voor de langetermijneffecten van de opwarming van de aarde. Nederland heeft lange tijd de mondiale modellen geleverd voor watermanagement door middel van top-downplanning. Aangezien de overheid in de VS niet altijd dat soort autoriteit heeft, gaan de protocollen waar ik aan werk over hoe je kapitaal kan verleiden tot praktijken die in Nederland door de overheid opgepakt worden.”

Denkt u dat er een manier is om top-down management te interesseren voor interventies van onderaf?

“In mijn boek heb ik het over hoe je ruimtelijke verandering kunt ontwerpen. Maar dat is niet voldoende, je moet ook de spin ontwerpen – een stiekem narratief dat het ontwerp vergezelt. Want anders heb je geen hoop op verandering. De formules voor het maken van ruimtelijke producten waar ik het over heb, zijn doordrenkt van fictie in plaats van ijzeren economische logica – het zijn sprookjes en irrationele verlangens.”

Later die dag toont Easterling in haar lezing met een soort duivels genoegen een aantal van die ficties: gelikte reclamefilmpjes van nieuw te verrijzen freezones. Het zijn allemaal vrijwel identieke video’s: vanuit de ruimte wordt ingezoomd op de aarde totdat de freezone in kwestie verschijnt. We zien zielloze opeenhopingen van wolkenkrabbers die weinig te maken hebben met wat wij wenselijke stedelijkheid zouden noemen, maar die wel met ronkende termen als ‘Dubai Media City’ verkocht worden.
Haar campagne voor redelijke beslissingen vergelijkt Easterling met de strijd tussen David en Goliath. Maar als Goliath de status quo vertegenwoordigt, het samenspel van bedrijven, overheden en andere partijen die bepalen hoe de stad gemaakt wordt, en David de ontwerpers, dan moet kleine David niet proberen Goliath te doden, maar hem in proberen te zetten voor zijn eigen doelen, om zo een veel grotere impact te kunnen maken.

Een dag later buigt Easterling zich in een gesprek in De Dépendance met Rients Dijkstra (Rijksadviseur Infrastructuur en Stad) over een concrete Rotterdamse casus: de derde stadsbrug. Deze zal wat de gemeente betreft in het westen van de stad verrijzen, tussen Schiemond en de Sluisjesdijk. Hoe kan Rotterdam deze brug het beste ontwikkelen?
Easterling: “Je kunt een straat veranderen door alle winkelpuien op te knappen, maar ook door het aantal keren dat de tram er stopt aan te passen. We zagen dat de Willembrug aan beide zijden een enorme oprit heeft, die de stroom van voetgangers naar de kade lijkt te verstoren. Je moet dus kijken hoe een stuk van de stad, in dit geval een brug, invloed uitoefent op andere stukken van de stad. Soms ontwerp je een ding, en soms ontwerp je een kleine schakelaar in een veel groter netwerk. En dan moet je goed kijken wat het aan- en uitschakelt en wat zijn invloed op afstand is. Een brug is dus niet enkel een ding, maar ook een schakelaar, een relatie, een link tussen dingen.”

Uiteindelijk zal de brug óók een object zijn. Is het dan nog belangrijk hoe het eruit ziet?

“Het maakt zeker wat uit hoe het eruit ziet. Wat zijn profiel is, hoe je het optisch begrijpt, hoe je eroverheen kunt lopen. Maar we kunnen ook kijken wat de aansluiting is op de stad. Ik zie de stad als een soort informatiesysteem met stromen en connecties die een brug veerkrachtiger kunnen maken. Dus het maakt absoluut uit hoe de brug eruit ziet, maar idealiter positioneer je hem op zo’n manier dat het ook andere wenselijke effecten in de stad heeft.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de IABR. Van 23 april t/m 10 juli 2016 onderzoekt IABR–2016–THE NEXT ECONOMY een waaier aan denkbare toekomstscenario’s voor onze steden. Op Meer informatie over de tentoonstelling en het programma vind je hier. Op 13 mei is Francine Houben (Mecanoo) te gast bij de derde Next Talk. Zij zal ingaan op de rol van leeromgevingen binnen de stedelijke economie.
Benieuwd wat samenwerken met Vers Beton inhoudt?

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Sereh Mandias

Sereh Mandias

Na studies wijsbegeerte en bouwkunde laveert Sereh Mandias (1987) in haar werk tussen ontwerp en theorie, met een specifieke interesse voor de totstandkoming van de hedendaagse stad. Ze is werkzaam als docent en coördinator bij de leerstoel Interiors Buildings Cities (faculteit Bouwkunde, TU Delft) en redacteur van podium voor stadscultuur De Dépendance.

Profiel-pagina
Frank Loer

Frank Loer

Frank Loer (1986) is architect in Rotterdam. Hij denkt door te schrijven, en doet door te dromen. In de Maasstad voelt hij zich als een vis in het water. Het liefst toost hij op het metropolitane leven te midden van het lokale geluk.

Profiel-pagina
GeisjevanderLinden.versbetonkopie

Geisje van der Linden

Geisje van der Linden (Rotterdam, 1985) werkt als documentaire fotograaf aan langlopende foto projecten. In haar werk onderzoekt ze hoe grote veranderingen, vaak van maatschappelijke aard, het leven van mensen en hun omgeving beïnvloedt en hoe zij zich hieraan zowel bewust als onbewust op aanpassen. Dit jaar publiceert ze haar eerste fotoboek met de titel, Stella Maris. Over Oost-Europese gastarbeiders in Nederland. Naast haar eigen projecten werkt ze in opdracht.

Profiel-pagina
Lees één reactie