Stedelijke ontwikkeling & architectuur24 mei 2016

Patrick van der Klooster: “Architectuur is het enige wat we hebben”

Op 30 mei gaat de eerste editie van de Rotterdamse Architectuur Maand van start. Sereh Mandias sprak met Patrick van der Klooster, directeur van architectuurcentrum AIR, over wat we kunnen verwachten, het belang van architectuur en de opgaven voor Rotterdam.

Beeld: Shehera Grot

De Dag van de Architectuur, de Rotterdamse Dakendagen, architectuurfestival ZigZagCity, de Internationale Architectuur Biënnale, allemaal vinden ze plaats in juni. Aanleiding voor AIR, architectuurcentrum en spin in het web van alles wat er in Rotterdam met architectuur te maken heeft, om de punten te verbinden. Dit jaar maakt de Dag van de Architectuur daarom een schaalsprong naar een maand van de architectuur. Ook ondersteunt AIR sinds 2015 de sectie architectuur en stedelijke ontwikkeling van Vers Beton. Tijd voor een bezoek aan het hoofdkwartier van AIR voor een interview met directeur Patrick van der Klooster, over zijn ambities met dit nieuwe festival, de rol van AIR in de stad en de opgaven voor Rotterdam.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, wat kunnen we verwachten van de Architectuur Maand?
“Op dit moment zie je een veelheid aan initiatieven en festivals. De Architectuur Maand is een poging deze bij elkaar te brengen en er een focus in aan te brengen. De eerste editie is dus een verzameling van bestaand programma, maar er zitten wel een aantal duidelijke lijnen in. Als eerste Rotterdam als stad van dromen en verlangen, dat is het utopische waar veel mensen mee bezig zijn. In Rotterdam zijn die dromen altijd gekoppeld aan de gebouwde werkelijkheid. Een tweede lijn is laboratorium Rotterdam, waarin we de vernieuwing en het experiment laten zien. De derde lijn is architectuur als publieke kunst. Een lijn die inhaakt op de discussie over het publieke deel van architectuur, over wat voor stad we willen zijn en hoe je maatschappelijke vragen verbindt met maatschappelijke initiatieven. De vierde is het sociaaleconomische aspect. Je zou kunnen zeggen dat de stad een expressie is van de sociaaleconomische opgave, en Rotterdam gaat deze opgave ook altijd aan. Ten slotte gaat het over de positie van Rotterdam in de nationale en internationale praktijk.”

De stad moet je in staat stellen buiten je eigen grenzen en mogelijkheden te kijken.

Als je kijkt naar deze thema’s, zijn er onderwerpen waar Rotterdam meer op in zou moeten zetten?
“In dat vernieuwende, het laboratorium Rotterdam. Als je bijvoorbeeld wilt dat zelfbouw verder komt, wat doe je daar dan aan? Of hoe vernieuwend is dat Kuip-concept? We halen OMA erbij, dus we positioneren ons in een internationaal domein, maar betekent dat ook dat we een waanzinnig vernieuwend stadionconcept krijgen? De Markthal heeft die aspecten bijvoorbeeld wel; het is vernieuwend, het maakt dingen publiek. Dus ik denk wel dat het op een aantal plekken goed gaat. Maar in architectuur is het heel moeilijk om al die aspecten in een gebouw samen te brengen.”

“Het centraal station is ook een goed voorbeeld. Ik vind dat de stad een plek moet zijn waar je je persoonlijke verhaal met een groter verhaal kunt verbinden. De stad moet je in staat stellen buiten je eigen grenzen en mogelijkheden te kijken. En ik vind dat architectuur een prachtige intermediair kan zijn om dat te laten zien. Echt goede architectuur refereert altijd aan een wereld die groter is dan jijzelf. Vroeger waren dat grote kerkgebouwen. Nu doen we dat met ander programma. Een station heeft dat in zich, als dat goed gedaan wordt.”

Beeld: Shehera Grot

Hoe belangrijk is architectuur voor Rotterdam?
“Architectuur in de meest brede zin van het woord is denk ik het enige wat we hebben.”

Dat klinkt niet zo optimistisch.
“Dat bedoel ik in cultuurtermen. In het cultureel DNA van Rotterdam is architectuur allesbepalend. Als je in de financiën zit ga je naar New York, of Amsterdam, maar als je in de architectuur iets wilt bereiken is het volstrekt geloofwaardig als je dat in Rotterdam gaat doen. En ik vraag me af voor welke sectoren dat nog meer geldt. Maar ik ben benieuwd of dat nu gaat schuiven. Rotterdam is natuurlijk ook een sociaal en bestuurlijk laboratorium, denk aan de opkomst van Pim Fortuyn, de Rotterdamwet. Dus dat laboratoriumdenken is breder dan de architectuur alleen.”

Wat is de rol van AIR daarin?
“Die wijzigt voortdurend. Het uitgangspunt van AIR is dat we niét doen wat anderen doen. In de eerste jaren (vanaf 2002, red.) waren er nog geen debatten, dus toen organiseerden wij ze. Nu zijn er allerlei plekken waar debatten plaatsvinden. Daardoor is er ruimte ontstaan voor AIR om andere dingen te doen. We kunnen naar een hoger abstractieniveau, dingen verbinden en promoten om ze daarmee verder te brengen. Dat is ook de reden dat we Vers Beton steunen. Daarnaast zitten we nu veel meer op het snijvlak van praktijk en beleid, we definiëren onszelf meer als intermediair tussen praktijken en publieke waarden. Dus hoe kan de overheid zich verhouden tot private praktijken, en andersom? De maand van de architectuur is weer anders, daarin schuilt de ambitie om bij te dragen aan het profiel van Rotterdam als architectuurstad. Maar dat kan in de toekomst ook weer verschuiven.”

De stad is voor iedereen, maar doet iedereen ook mee?

Hoe verhoudt Rotterdam zich in internationaal opzicht?
“Mensen die ik op bezoek krijg zijn meestal erg enthousiast over het feit dat er een georganiseerd discours is over de stad. Dat je als stad geluid en tegengeluid organiseert. Maar ik weet niet of Rotterdam genoeg om zich heen kijkt. We vertellen altijd dat we voorop lopen. Op een gegeven moment ging Rotterdam zich bijvoorbeeld profileren als fietsstad, en kwamen ze uit de hele wereld kijken hoe we dat deden. Terwijl ik Rotterdam nooit ervaren heb als fietsstad. Dus dat is voor een deel ook storytelling.”

Zijn er steden waar Rotterdam wat jou betreft wat meer naar zou moeten kijken?
“Ik denk dat van elke stad iets te leren valt. De afgelopen jaren ging het in de stadsontwikkeling over het betrekken van publiek en het inrichten van de publieke ruimte. Wat nu belangrijk gaat worden is hoe we met elkaar een inclusieve stad gaan bouwen. Want de stad is voor iedereen, maar doet iedereen ook mee?”

Je zegt de stad is voor iedereen, ben je niet bang dat de stad op termijn te duur wordt?
“Nee, daar is Rotterdam nog niet aantrekkelijk genoeg voor. Ik vind dat de discussie op dit moment te veel gevoed wordt door de angst dat we een soort London worden, terwijl dat niet aan de orde is. Als dat zou gebeuren zou ik dat fantastisch vinden, want dat is een indicatie dat het goed gaat. Op dat moment zou het natuurlijk wel een probleem zijn, want de stad moet voor iedereen zijn. Saskia Sassen schrijft over de uitputting van de wereld en de stad als wegwerpartikel van internationale kapitaalstromen, in die wereld functioneert Rotterdam ook. Maar zolang mijn huis € 2150,- per vierkante meter kost, op loopafstand van Hotel New York, tegenover € 6000,- in Amsterdam, kun je nu niet zeggen dat er vanwege financiën uitsluitende mechanismen zijn in Rotterdam. Je kunt dat wel zeggen van beleidsmatige interventies. Als we allerlei goedkope woningen gaan slopen dan leidt dat wel tot uitsluiting. Maar dat de stad onbetaalbaar wordt, dat zie ik niet gebeuren.”

Tot slot, wat is wat jouw betreft de grootste opgave voor Rotterdam?
“De opgave is om van de stad een plek te maken waar iedereen mee kan doen, waar we elkaar tegenkomen. Waar kom je mensen tegen die anders zijn dan jij? Dat is een kwestie van cultuur, van ontmoeting en confrontatie. In hun schoolkeuze kiezen mensen bijvoorbeeld en masse voor een geïsoleerd bestaan, voor categoraal gymnasium of VMBO. Dan kom je de ander niet tegen. Culturele voorzieningen zijn steeds voor dezelfde doelgroep. Misschien is dat ver weg van de architectuur, maar ik beschouw dat wel als een belangrijke opgave voor de stad. Ikzelf woon op Zuid in een gebouwde interventie, naast de Peperklip. Dat appelleert ook aan wereld die groter is dan ikzelf.”

“Vanuit de architectuur is het interessant om te kijken of je met het instrumentarium dat we hebben iets kunt betekenen. Dat is dan misschien een armoedig instrumentarium, maar dat komt ook voort uit de Nederlandse en Rotterdamse traditie. De architectuurdiscussie in Rotterdam gaat in mijn ogen daarom terecht óók over de sociaaleconomische opgave van de stad. Dat is in mijn ogen de agenda voor de toekomst.”

Juni is dé maand om de gebouwen van Rotterdam te beleven en mee te denken over de toekomst van de stad tijdens de Rotterdam Architectuur Maand, een initiatief van Architectuur Instituut Rotterdam (AIR), Rotterdam Festivals en Rotterdam Partners.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, architectuur, Architectuurcentrum Rotterdam en Rotterdam Architectuur Maand

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *