De TussenstandPolitiek23 mei 2016

Schaduwwethouder Carolien Dieleman: “Investeer vooral in primair onderwijs voor de allerarmste kinderen”

De Tussenstand van het Collegebeleid #6: Onderwijs

Het laatste in een reeks van zes interviews met de schaduwwethouders van Vers Beton. Volgens Carolien Dieleman (Onderwijs) moet de gemeente jongeren beter voorbereiden op de beroepen van de toekomst.

Schaduwwethouder Onderwijs Carolien Dieleman

Twee jaar geleden, toen de coalitievorming nog in volle gang was, riep Vers Beton een schaduwcollege in het leven. Wij kozen zeven Rotterdamse schaduwwethouders voor ons ‘gedroomde’ stadsbestuur, die allen expert of ervaringsdeskundige zijn op een bepaald vakgebied. Inmiddels is de huidige coalitie na twee jaar besturen halverwege de rit. Tijd om met de schaduwwethouders de tussenstand op te nemen van twee jaar collegebeleid en hen opnieuw te vragen welke opgaven er nog liggen voor de toekomst.

In de voorafgaande weken publiceerden we interviews met Derk Loorbach, Anke GriffioenAruna VermeulenSandra Phlippen en Vincent Taapken. Het laatste interview in deze reeks is met Carolien Dieleman, directeur van het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI). Deze door de Hogeschool Rotterdam geïnitieerde organisatie zoekt oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken op het gebied van wonen, welzijn, zorg en onderwijs op Zuid. Het EMI doet dit in samenwerking met innovatieve partners in de stad, die zij vervolgens verbinden aan docenten, onderzoekers en studenten voor het uitvoeren van projecten. “De opeenstapeling van complexe problematiek (schooluitval, lage Citoscores, werkloosheid) maakt Rotterdam Zuid voor studenten de ideale leeromgeving”, aldus de schaduwwethouder Onderwijs.

Met Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid zet Rotterdam in op het verbeteren van levenskwaliteit van bewoners. Veel aandacht gaat daarbij uit naar onderwijs en arbeid als belangrijke mogelijkheden om te stijgen op de sociale ladder. Dieleman is hierover positief gestemd, hoewel het resultaat van deze investering pas in de (verre) toekomst zichtbaar zal zijn. Een belangrijke uitdaging in het hoger onderwijs is ervoor te zorgen dat minder jongeren uitstromen zonder diploma. “Veel talent redt het vaak niet omdat de eisen ten aanzien van de Nederlandse taal te hoog zijn en bovendien Engels als tweede taal steeds belangrijker wordt”, aldus Carolien Dieleman.

Lees ookPolitiekHet gedroomde college van Rotterdam

Waar ligt volgens u de grootste kans met betrekking tot het onderwijs in Rotterdam?

“De grootste kans ligt in het investeren in primair onderwijs voor de allerarmste kinderen. Onze stad heeft daar veel belang bij. Uit een recent verschenen rapport van het CBS blijkt dat één op de vier kinderen in Nederland in armoede opgroeit. In Rotterdam Zuid is dat in sommige wijken nog hoger.”

“Er zijn op dit terrein interessante projecten gaande om talentontwikkeling van kinderen te bevorderen. Zoals het Mentor Project op Zuid, waarbij  studenten ingezet worden als peercoach / mentor voor kinderen. En op het gebied van loopbaanbegeleiding zijn er plannen voor digitale portfolio’s voor kinderen in het primair onderwijs. Ook worden ouders betrokken bij het onderwijs en de schoolloopbaan van de kinderen. Dat zijn positieve ontwikkelingen, maar het kan nóg beter, grootschaliger en sterker.”

"Eén op de vier kinderen in Nederland groeit op in armoede. In Rotterdam Zuid is dat in sommige wijken nog hoger"

Het aantal studenten met een niet-westerse achtergrond dat het hoger onderwijs verlaat zonder diploma, is in Rotterdam Zuid hoger dan elders in de stad. Wat is er volgens u aan de hand?

“Dat klopt. Vooral bij de tussenstap van het MBO naar het HBO, zien we dat er een grote groep studenten is die het niet redt. Er is natuurlijk ook een groep studieswitchers, die uitstromen omdat ze niet de juiste studiekeuze hebben gemaakt. Hier moet meer ingezet worden op betere voorlichting.”

“Een andere belangrijke factor die meespeelt is dat de instroomeisen ten aanzien van het hanteren van de Nederlandse taal, hoger zijn geworden. Hierdoor valt heel veel ‘kleur’ in het eerste jaar van het hoger onderwijs af. Dat is een verschrikkelijk verlies aan talent. Het gaat vaak om eerstegeneratiestudenten. Dit zijn studenten, zowel allochtoon als autochtoon, die als eerste uit hun gezin hoger onderwijs volgen. Deze studenten missen vanuit hun achtergrond een connectie met de academische wereld. Zij moeten dat dus op eigen kracht opbouwen. Dat is goed, hoewel ik vind dat er op dit terrein meer mag gebeuren om die studenten te ondersteunen.”

Wat stelt u voor om dit probleem aan te pakken?

“Dit is iets waar alle overheden over na moeten denken. Wij pleiten voor een tussenjaar voor studenten, vóórdat zij uit het MBO het HBO instromen. In dit voorbereidende programma ligt de focus dan op taal. Het gaat dan vooral over de academische taal, zowel Nederlands als Engels.”

“Maar het gaat ook om het ontwikkelen van een professionele attitude en de sociale vaardigheden die nodig zijn om te kunnen opereren in een academische wereld en in allerlei netwerken. Ik geloof dat zo’n voorbereidend jaar ertoe zal leiden dat veel meer studenten succesvol hun studies afronden. Het belang van de intensivering van het taalonderwijs wordt erkend en is goed onderzocht. Echter dat betekent niet dat er al plannen en budgetten voor zijn.”

In het primair onderwijs wordt in het kader van onderwijsvernieuwing ook een andere (pioniers)rol verwacht van docenten. Is dit voor het hoger onderwijs ook relevant?

“Het probleem in het hoger onderwijs is dat er te weinig docenten zijn, die goed kunnen manoeuvreren in de cultureel diverse wereld. De studentenpopulatie is erg ‘verkleurd’, dus we hebben docenten nodig die goed op die situatie zijn voorbereid. Een betere afspiegeling van de samenleving onder de docenten is belangrijk voor identificatie en pedagogische en culturele gevoeligheid in de lessen. Didactisch zijn docenten vaak geweldig, maar pedagogisch kan het vaak een stuk beter.”  

Uw voorganger, schaduwwethouder Erik Zevenberg zei: “Het zou ook een mooie taak zijn voor een wethouder Onderwijs om contacten tussen het bedrijfsleven en onderwijs meer te faciliteren”. Ziet u op dit terrein vooruitgang?

“Ik ben het met Zevenberg eens. Het is belangrijk voor het hoger onderwijs om partnerschappen aan te gaan met bedrijven. Op die manier wordt onderwijs verbonden met de praktijk, doordat studenten werken aan onderzoeksopgaven die geformuleerd zijn door praktijkpartners. Daarmee verbind je studenten aan organisaties. Dat levert voor studenten op dat zij zelfverzekerder uitstromen. En bedrijven hebben al kennis gemaakt met de mogelijkheden. Daarnaast kan een organisatie kijken of ze iemand een baan kunnen geven. Rotterdam heeft er veel baat bij om hierin te investeren. De stad wil namelijk graag dat jonge mensen ook ná hun studies in Rotterdam blijven.”

"Het probleem in het hoger onderwijs is dat er te weinig docenten zijn, die goed kunnen manoeuvreren in de cultureel diverse wereld"

Enkele programma’s van het EMI zijn opgebouwd rondom het Communities-of-Practice-principe (CoP's). Wat is hier de meerwaarde van?

“CoP’s zijn erop gericht om onderwijs, onderzoek en de praktijk bij elkaar te brengen. In de toekomst zal het hoge onderwijs misschien meer modulair opgebouwd zijn. Het is daarom belangrijk dat wij studenten een authentieke leeromgeving bieden. Enerzijds in de klas en anderzijds in de samenleving. Het gaat dus erg uit van het learning-by-doingconcept. De organisaties met wij samenwerken hebben ook de behoefte om te innoveren en vernieuwen.”

‘Learning by doing’ in de zorg

Het EMI heeft het plan opgevat om binnen het verzorgingstehuis Simeon & Anna een werkplaats te beginnen voor MBO- en HBO-studenten. Dit biedt die studenten de mogelijkheid om opdrachten te maken rondom zorgvraagstukken.

“We hebben breed geïnventariseerd wat voor vraagstukken spelen in de zorg. Het gaat dan om basisvragen als: hoe maken we de verbindingen met de buurt? Maar ook: wat zijn de toekomstige beroepsprofielen van verzorgers? Wat moeten zij kunnen en waarom? Daarover gaan we nadenken in de werkplaats, samen met professionals en bewoners, waardoor studenten ervaren wat de gevolgen zijn van bepaalde overheidsmaatregelen.”

Een belangrijk ambitie van Rotterdam is om het onderwijs zoveel mogelijk aan te laten sluiten op beroepsvelden van de toekomst. Hoe kunnen baangaranties voor jongeren gerealiseerd worden?

“Dat begint met de vraag: hoe kun je kinderen die uit kwetsbare groepen komen of waarvan de ouders zelf niet hebben doorgestudeerd, goed door het onderwijs heen leiden? Daarna is het belangrijk om ervoor te zorgen dat mensen de juiste opleidingen volgen. Daarom wordt er nu veel ingezet op loopbaanoriëntatie (Gaan voor een Baan) vanaf de basisschool tot en met het MBO. Daarbij moeten er voldoende bedrijven zijn die een baangarantie kunnen geven. De aandacht gaat nu vooral uit naar de beroepsvelden zorg en techniek, met als hoofdvraag: hoe krijgen we meer meisjes geïnteresseerd in technische beroepen? Daar liggen namelijk veel mogelijkheden. Hierover worden momenteel gesprekken gevoerd met, onder andere, bedrijven in de haven. Een andere manier om dit te bevorderen is door techniek in het curriculum van het primair onderwijs te plaatsen.”

De beroepen van de toekomst

Volgens schaduwwethouder Dieleman is het belangrijk om vanaf het basisonderwijs tot aan het wetenschappelijk onderwijs te kijken naar de belangrijkste ontwikkelingen in de samenleving. Zodat het onderwijs beter aansluit op de beroepen van de toekomst en jongeren beter getraind worden op de vaardigheden die daarvoor gevraagd worden.

“We moeten ons afvragen wat de gevolgen zijn van digitalisering en robotisering voor de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet met werkgevers afspreken dat als dit de banen van de toekomst zijn, we gaan proberen een X-aantal leerlingen voor dat werk geïnteresseerd te krijgen. De verwachting is tevens dat laaggeschoolde arbeid zal afnemen. Maar dat wil dus niet zeggen dat iedereen hoogopgeleid kan worden.”

“Dit zijn vraagstukken waar goed over nagedacht moet worden, ook om tweedeling in de samenleving te voorkomen. Dat wordt momenteel ook gedaan, maar de concrete plannen blijven vooralsnog uit.”

In het algemeen lijkt u positief gestemd over de ontwikkelingen met betrekking tot het onderwijs in Rotterdam.

“Er zijn positieve ontwikkelingen gaande. Maar veel projecten zijn nog maar net gestart. Bovendien gaat het vaak om meerjarenprogramma’s, waardoor het resultaat nog niet direct zichtbaar is.”

“Ik vind wél dat de gemeente meer ruimte mag maken voor experimenten van burgers. De overheid moet zich realiseren dat de systeemwereld van de overheid niet automatisch combineert met de leefwereld van burgers die participeren. Ik heb Rotterdam altijd beschouwd als een stad met veel ruimte voor sociale en maatschappelijke vernieuwing. Maar die experimenteerruimte vind ik momenteel beperkt. Er zijn sociale ondernemers die samen met bewoners zorgconcepten aan het ontwikkelen zijn. De overheid moet dit koesteren en niet meteen willen blokkeren. Ik onderschrijf dan ook de stelling van schaduwwethouder Derk Loorbach: investeer in de kleine burgerinitiatieven.”

De Tussenstand: het schaduwcollege maakt de balans op van de coalitie Beeld: Jeroen Van de Ruit

De Tussenstand: kom naar het debat

Dit is het zesde interview in de reeks met zes schaduwwethouders, die tot stand is gekomen in samenwerking met LOKAAL. Deze interviews monden uit in een debat dat we samen met LOKAAL en de Bibliotheek Rotterdam organiseren op zaterdag 28 mei. Onderwerp: De tussenstand van het collegebeleid. Het debat vindt plaats in de centrale hal van de bibliotheek (aanvang 14.00 uur, toegang gratis). De gespreksleiding is in handen van Geert Maarse.Meer info, klik hier.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Carolien, Carolien Dieleman, De Tussenstand, Dieleman, onderwijs en schaduwwethouder

Secties: De Tussenstand en Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *