De TussenstandPolitiek16 mei 2016

Schaduwwethouder Vincent Taapken: “Maak eindelijk eens af waar je aan begonnen bent”

De Tussenstand van het collegebeleid #5: Bouwen en Stadsontwikkeling

Het vijfde interview in een reeks van zes met de schaduwwethouders van Vers Beton. Volgens Vincent Taapken (Bouwen en Stadsontwikkeling) gaat er veel goed in Rotterdam, maar is het tijd om de stad ‘aan elkaar te lassen’.

Schaduwwethouder Bouwen en Stadsontwikkeling Vincent Taapken

Twee jaar geleden, toen de coalitievorming nog in volle gang was, riep Vers Beton een schaduwcollege in het leven. Wij kozen zeven Rotterdamse schaduwwethouders voor ons ‘gedroomde’ stadsbestuur, die allen expert of ervaringsdeskundige zijn op een bepaald vakgebied. Inmiddels is de huidige coalitie na twee jaar besturen halverwege de rit. Tijd om met de schaduwwethouders de tussenstand op te nemen van twee jaar collegebeleid en hen opnieuw te vragen welke opgaven er nog liggen voor de toekomst. In de voorafgaande weken publiceerden we interviews met Derk Loorbach, Anke Griffioen, Aruna Vermeulen en Sandra Phlippen. Vandaag is de beurt aan Vincent Taapken.

Met zijn bedrijf New Industry Development zet hij zich al jaren in voor herontwikkeling van erfgoed en kenmerkende gebouwen in Rotterdam. Hij wordt niet voor niets de burgemeester van de Wilhelminapier genoemd: tegen iedereen die hij tegenkomt vertelt hij waarom dit zo’n succesverhaal is. Taapken kan dus zowel praten met de grote vastgoedjongens, als met de eigenzinnige architecten die zich bezig houden met hergebruik. Wat wil je als wethouder Bouwen en Stadsontwikkeling nog meer?

Rotterdam heeft de goede lijn te pakken, ziet Taapken. Maar die goede golf kan zo voorbijgaan als we niet inzetten op de eigenheid van de stad. De Stadsvisie 2007 heeft zijn vruchten afgeworpen, maar de verbinding ontbreekt. Nu is het tijd om de stad aan elkaar te lassen. En eindelijk eens af te maken waar je aan begonnen bent.

Lees ookPolitiekHet gedroomde college van Rotterdam

In 2014 zei je: wethouder Schneider moet het beleid dat in acht jaar vóór hem gevoerd is vooral doorzetten. Is dat gebeurd?

“Dat is naar mijn idee zeker gebeurd. Wat in 2007 in de stadsvisie is vastgelegd, daar wordt nog steeds heel hard aan gewerkt. Dat zie ik duidelijk in de stad. Een aantal grote projecten daarvan is inmiddels opgeleverd. De Markthal, De Rotterdam en het Centraal Station.”

Overal zijn er signalen dat de stad zich economisch gezien in de goede richting beweegt. Bijvoorbeeld dat het hoofdkantoor van KPN en Media Markt naar de Wilhelminapier komen, zoals afgelopen weken bekend werd. Dat zulke grote commerciële bedrijven zich hier willen vestigen is een goed teken. Het ruimtelijk economisch plan dat in de Stadsvisie 2007 zit, begint nu zijn vruchten af te werpen. Tien jaar later!”

Zelf ben je vaak vol lof over Rotterdam. Maar wat ontbreekt er nog in de stad?

“Verbinding tussen de verschillende stadsdelen, dat mis ik. Rotterdam is heel goed in iets nieuws verzinnen, maar niet in afmaken waar je mee bezig bent. En dat voel je in de stad, fysiek en ruimtelijk. Tussen de Oude Haven en de Coolsingel bijvoorbeeld. Er wordt wel aan gewerkt, maar er is nét geen lekkere verbinding. We moeten Rotterdam nu aan elkaar gaan lassen.

Ook een goed voorbeeld is de herinrichting van de Coolsingel. Die is precies getekend van het Hofplein tot aan de Schiedamsedijk ter hoogte van de Schilderstraat (Witte de With). Waarom trek je hem dan niet door tot de Erasmusbrug? Zo verbind je het Hofplein ruimtelijk met de Wilhelminapier tot over de Maas. Daar is dan misschien nu geen geld voor. Maar zet het alvast in de tekeningen als wenkend perspectief. Teken de plannen in zijn geheel en maak ze voor een deel. Dan zie je opeens de potentie van de Schiedamsedijk, dat is namelijk gewoon de verlengde Coolsingel.”

"Zuid is geen ‘moeilijke wijk’, maar net zo groot als Eindhoven. Alle ingrediënten zijn er. Maar maak het wel af"

Wat is er nodig om ‘de sprong over de rivier’ echt af te maken?

Zuid is geen moeilijke wijk’, maar net zo groot als Eindhoven. Alle ingrediënten zijn er. Maar maak het wel af. Leg die derde stadsbrug aan de oostkant tussen Feijenoord en Kralingen vast in de plannen, teken die in. Dan heb je een perspectief. Veranker dat in de visie. Een mooi Rotterdams woord is dat, vind je niet?”

Waar komt die cultuur van ‘niet afmaken waar je aan begint’ dan vandaan?

“We zijn altijd second city geweest. Al eeuwen moet havenstad Rotterdam wedijveren met hoofdstad Amsterdam en hofstad Den Haag. Maar die underdoghouding is achterhaald. Tweede stad zijn, dat moet je benutten. We moeten juist dicht bij onszelf blijven en onze onderscheidende kwaliteiten uitbouwen. Op de internationale schaal zijn we allemaal wijken van de policentrische Randstad geworden. Ieder ‘kwartier heeft daarin zijn eigen karakter.”

Vooral qua architectuur en op culinair gebied is Rotterdam de laatste jaren heel sterk geworden. We hebben een unieke, jonge, multiculturele bevolking met veel talent en potentie. Benut die nog meer. Door experimenten mogelijk te maken en niet te willen institutionaliseren. Door heel eigen te zijn en de lokale creativiteit van de stad te benutten, kun je wedijveren met de wereld. Niet door te willen laten zien wat je kan met grote projecten als een World Expo.”

Goede vibe

In de huidige zapp-cultuur kan Rotterdam als hippe aanvoerder van toeristenlijstjes zo weer voorbij zijn, vindt Taapken. Hij juicht natuurlijk mee, maar wijst ook op het feit dat het momentum volgend jaar weg kan zijn. Het is dan ook een goede keuze om niet te gaan voor een World Expo 2025. “Maak eerst af waar je mee bezig bent en versterk bestaande verbindingen in plaats van weer een nieuwe bestemming te creëren. Dat is al uitdaging genoeg”, zegt Taapken. Juist alle capaciteit is nodig om mee te blijven surfen op ‘de goede golf’.

Kan zo’n Wereldtentoonstelling niet juist een manier zijn om dat momentum vast te houden?

“De ruimtelijke ontwikkeling van een stad koppelen aan een evenement, vind ik niet verstandig. De keuze voor het binnenhalen van de World Expo zou ook niet logisch zijn in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling. Want de Expo zou zich vooral afspelen rondom het Vierhavensgebied. Terwijl het afmaken van de Kop van Zuid, het Stadionpark en de oostelijke oververbinding tussen Kralingen en Feijenoord hogere prioriteit hebben dan die westelijke kant van Rotterdam.”

‘Alle ballen op de binnenstad’, zegt het College, ben je het daar mee eens?

“Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar zorg wel dat er een creatieve humuslaag omheen blijft waar vrijheden zijn en lage huren. Het Merwe-Vierhavensgebied moet niet een soort festivalterrein worden waar Joep van Lieshout zich ineens aan allerlei regels moet houden. De creatievelingen moet je niet aan regels binden en met marketingcampagnes overstemmen. Joep van Lieshout, Daan Roosegaarde, Richard Hutten en de architecten van Group A zitten daar juist omdat ze daar die vrijheid hebben. We moeten heel trots zijn dat zij er zijn. Zij zijn de ambassadeurs van dat lokale, dat eigene.”

Toerisme

Nu Rotterdam veel meer in de belangstelling staat, meer toerisme kent en grote bedrijven aantrekt, vraagt dat ook om nieuwe dingen. Gastvrijheid en meer vertier zijn belangrijk, stelt onze schaduwwethouder Stadsontwikkeling. Meer bezoekers geeft de verantwoordelijkheid om de stad meer te scripten’. Hoe loop je als bezoeker gezellig van A naar B en wat kan je daar dan beleven? Taapken noemt Rotterdam Centraal als voorbeeld: een beetje ‘een rode loper zonder feestje’. “Het is heel mooi geworden en overdag met lekker weer een fijne plek. Maar loop maar eens op een druilerige maandagavond in november daar de stad in. Waar is dan het vertier?” vraagt hij zich af.

Naast aandacht voor de buitenruimte en architectuur, moet er juist ook aandacht komen voor de programmatisch-culturele invulling. Stuur op kleinschaliger voorzieningen, op nog meer goede horeca, op kunst en cultuur. Want gebouwen alleen leveren geen toegevoegde waarde als er geen goede programmatische invulling inzit. Daarvoor zijn ook creatieve ondernemers nodig. Dat is de grote opgave voor Rotterdam de komende jaren.

"Trek de Coolsingel door tot aan de Maas en zet die derde stadsbrug tussen Feijenoord en Kralingen vast op de agenda"

Waar liggen verder kansen op het gebied van stadsontwikkeling?

“De grote dingen doet Rotterdam wel goed, maar de problemen zitten vaak in details. Laat me zo’n voorbeeld van een gemiste kans noemen. Op de hoek van het Stadhuisplein, onderin het Holbeinhuis, misschien wel de belangrijkste plek van de stad, waar een prachtig grand café zou moeten zitten, heeft nu de ING Bank hun kantoor uitgebreid met een dichte wand achter het raam. In het plein zijn miljoenen geïnvesteerd en het valt op zo’n detail. Oprecht, als ik wethouder zou zijn zou ik er alles aan doen om deze hoek ruimtelijk een succes te maken. Dit doet me echt pijn!”

“Hoe dat komt? Nog te weinig dialoog tussen overheden, beleggers, ontwikkelaars en exploitanten over de programmering in de stad. Die communicatie is essentieel om op kleine schaal goede stadsontwikkeling te krijgen.”

Zei je daarom in 2014 ook dat de wethouder vooral moet kunnen luisteren en samenwerken?

Ja, dat moet hij allebei, maar hij moet er ook op acteren. Zelf kiezen: dat vind ik belangrijk. Je hoeft het niet zelf te doen, maar praat met beleggers over wat je heel belangrijk vindt. Dat gebeurt ook zeker in Rotterdam, maar op cruciale punten gaat het soms toch niet goed.”

Focus op een aantal dingen die je echt goed wil doen, want je hebt feitelijk maar twee jaar. Zorg dan dat die Coolsingel zo vet is, helemaal doorloopt tot over de rivier en maak hem af als scharnier tussen de stadsdelen. Kies ervoor één ding heel goed te doen in plaats van overal een beetje.”

En wat moet dat ene dan zijn, dat hij als wethouder nog heel goed moet doen?

“Als ik toch een pleidooi mag houden? Trek de Coolsingel door tot aan de Maas en zet die derde stadsbrug tussen Feijenoord en Kralingen vast op de agenda. Die kans heb je als wethouder, ondanks je korte termijn nu juist wel. Ook de Rijnhavenbrug is er gekomen omdat hij al decennia in de plannen stond.

Dan kun je altijd zeggen ik was de wethouder die de fysieke sprong naar Zuid afmaakte’. Toeristen kennen de barrière niet hè, die lopen gewoon. Die hoef je alleen maar te faciliteren. Ik hoop dat hij dat meeneemt. Maar begrijp me niet verkeerd. Over Rotterdam is eigenlijk niks te klagen: het gaat goed en we zijn nog maar net begonnen.

De Tussenstand: het schaduwcollege maakt de balans op van de coalitie Beeld: Jeroen Van de Ruit

De Tussenstand: kom naar het debat

Dit is het vijfde interview in de reeks met zes schaduwwethouders, die tot stand is gekomen in samenwerking met LOKAAL. Deze interviews monden uit in een debat dat we samen met LOKAAL en de Bibliotheek Rotterdam organiseren op zaterdag 28 mei. Onderwerp: De tussenstand van het collegebeleid. Het debat vindt plaats in de centrale hal van de bibliotheek (aanvang 14.00 uur, toegang gratis). De gespreksleiding is in handen van Geert Maarse.Meer info, klik hier.

Reageer of deel op Social Media

Tags:bouwen, Schaduwcollege, schaduwwethouder, stadsontwikkeling, Taapken, Vincent en Vincent Taapken

Secties: De Tussenstand en Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *