Erasmus in RotterdamWetenschap en onderwijs4 mei 2016

Shit happens: Rotterdamse nietsisten over de eindigheid en nutteloosheid van het bestaan

Hoe geven Rotterdamse ongelovigen invulling aan hun bestaan?  Ze blijven optimistisch, zetten zich in voor de medemens en geven hun leven zélf zin, betogen Julia Peters en Julian Schaap.

Beeld: Mark van Wijk

Mocht Desiderius Erasmus binnenkort van zijn sokkel afstappen om eens poolshoogte te nemen van de toestand van het geloof in Rotterdam, dan zou zijn bonnet waarschijnlijk van schrik van z’n hoofd vallen. Het geloof is Nederland hard aan het verlaten. Niets nieuws onder de zon, zo lijkt het. Dit seculariseringsproces begon immers al met het achttiende-eeuwse verlichtingsdenken die de Rede boven het (blijkbaar onredelijke) geloof stelde. De mens zou niet meer op assumpties, maar op waarneembare feiten moeten navigeren. Maar waar tot voor kort het traditionele geloof – zoals het christendom en de islam – vooral werd vervangen door allerhande spiritualiteit, wordt ongeloof een steeds populairdere optie. Inmiddels geeft ruim een kwart van de Nederlandse bevolking aan in helemaal niets bovennatuurlijks te geloven.

Nietsisten

Volgens NRC-journalist Bas Blokker is scepsis de norm geworden: “Na eeuwen van vast geloof en daarna decennia van ontkerkelijking, lijkt Nederland nu in de jaren van de twijfel te zijn beland”. Toen Erasmus in 1500 het katholieke geloof – in navolging van Luther – wilde omvormen tot een meer individuele, humanistische variant, was het creëren van ongeloof en twijfel niet het doel dat hij voor ogen had (daarvoor moeten we eigenlijk bij zijn latere Amsterdamse collega Spinoza zijn). Want biedt ongeloof niet wat weinig existentiële houvast?

Ruim een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft in helemaal niets bovennatuurlijks

De groep die niet gelooft in een hogere macht of energie wordt doorgaans gecategoriseerd als atheïst. Maar in de praktijk hebben velen die zichzelf zo noemen echter een meer of minder gearticuleerde overtuiging dat er toch ‘iets’ moet zijn dat onze zinnen te boven gaat. Zo’n houding staat ook wel bekend als ‘ietsisme’. Daarom noemen we hen die noch in een Groter Plan, noch in een metafysische energie geloven, hier ‘nietsisten’. Zij hebben in de regel een wetenschappelijke kijk op de wereld. Volgens dat systeem zijn mensen het product van allerlei in principe betekenisloze toevalligheden, en als gevolg moeten zij het doen zonder een supernatuurlijk dak boven het hoofd dat hen kan beschermen tegen de chaos en willekeur van de kosmos.

De elf Rotterdamse nietsisten die wij spraken in het kader van een lopend cultuursociologisch onderzoek naar niet-religieuze betekenisgeving anno 2016, illustreren desondanks hoe het mogelijk is juist in de doelloosheid, nietigheid en eindigheid van het bestaan het verlangen te bereiken om ten volle te leven.

Bevrijdend

Lees ookOude KoeienHoe God uit Rotterdam verdween (en Allah zijn plaats innam)

Existentiële angst is misschien niet zo makkelijk op afstand te houden wanneer je vertrekt vanuit het nihilistische idee dat je leven eindig en inherent doelloos is. Leo (35, Rotterdam-West) onderschrijft die logica: “Als je helemaal niet in een religie gelooft, zou je kunnen zeggen: mijn leven heeft totaal geen zin, ik loop hier rond en ik ben er straks niet meer. Dus wat doe ik hier eigenlijk?” Bruno (34, Rotterdam-Centrum) vindt die zinloosheid niet altijd een makkelijk idee: “Het maakt je af en toe heel cynisch over van alles, over de grote dingen die je in het leven moet doen, over liefde, over werk. Als ik dat te groot maak in mijn hoofd, als ik er echt te lang over nadenk wat het allemaal voor zin heeft, ja dan kom ik er snel op uit: het maakt allemaal niet echt uit, het slaat allemaal niet echt ergens op.”

Gezellig. Toch is er een alternatief voor deze van magie beroofde visie. De cynische conclusie komt voort uit de stuurloosheid van het bestaan, maar opmerkelijk genoeg is diezelfde stuurloosheid het tegengif. Dit hangt samen met een veelgehoord bezwaar onder de Rotterdamse nietsisten tegen religie van het dualistische soort, waarbij er wordt geloofd in een bovennatuurlijk ‘wezen’ dat de wereld overstijgt en beheerst. De absolute waarheden die dit wezen – God – te bieden heeft, worden gezien als beperkend voor het individu.

Aanhakend op wat de socioloog Niklas Luhmann verstaat onder contingentie, namelijk ‘niets is noodzakelijk, niets is onmogelijk, dus is alles mogelijk’, wordt het leven vanuit dit idee een speelplaats met weinig regels en consequenties. Bruno vervolgt zijn verhaal dan ook direct met deze keerzijde van de medaille: “Het is gewoon een heel bevrijdende gedachte. Omdat het allemaal toch nergens op slaat kan je doen wat je wil. Als ik al ergens mee bezig ben en ik durf het misschien niet of ik twijfel er nog over dan kan die gedachte wel een duwtje zijn van: wat maakt het uit! Het slaat toch nergens op. Het maakt ook niet uit of het mislukt of wel lukt.”

Positieve draai

Een pessimistische omkadering van de doelloosheid van het leven kan dus prima naast een positieve bestaan, omdat zij twee kanten vormen van dezelfde medaille. Betekenisgeving wordt daarbinnen gezien als een actief proces: iets wat je zelf moet en, dankzij de zinloosheid, kán doen. Wat je kiest, verandert niets aan het feit dat het leven inherent nutteloos is. Daarom proberen de nietsisten zoveel mogelijk te kiezen voor een optimistische instelling, legt Timon (69, Rotterdam-West) uit: “Er is niet een soort oorzaak van die zinvolheid. Die zit in jezelf. Je geeft het leven zelf zin. Je vindt het leven zinvol. Je kan het net zo interessant maken als je wil. Ik wil dat.”

"Als het leven geen zin heeft, dan máákt het maar zin!"

Niet alleen de willekeurigheid van het symbolische, maar ook van het materiële geeft speelruimte. Dat jij hier rondloopt is stom toeval vanuit nietsistisch oogpunt: de kans dat precies die ene ei- en zaadcel elkaar hebben gevonden, is praktisch nul procent. Nu je toch hier bent, kun je het leven je daarom maar net zo goed laten smaken, volgens Maria (33, Rotterdam-West). “Ik denk niet dat de zin van het leven er echt is, want we zijn hier door allerlei toevalligheden. Laten we er dan in elk geval voor zorgen dat het een beetje draaglijk en misschien zelfs wel leuk en fijn wordt.” Lidewij (31, Rotterdam-West) citeert Gummbah: “Als het leven geen zin heeft, dan máákt het maar zin!”

In schril contrast met het spirituele adagium ‘toeval bestaat niet’ of de christelijke idee van predestinatie, is wanorde de houvast van de nietsist. Toch zijn deze godloochenaars het erover eens dat één evenement universeel en onontkoombaar is, namelijk De Dood. En nog nietsiger dan het zijn, is natuurlijk het niet-zijn. Dat vooruitzicht wordt door sommigen wel als akelig beschouwd, maar vooral ook als buitengewoon belangrijk en nuttig. “Het hoort erbij”, zegt Leo, “want als niemand doodgaat heeft het leven al helemaal geen zin. Dan heb je al helemaal niet meer de noodzaak om iets te gaan doen.” Voor Steven (24, Rotterdam-Zuid) is een hiernamaals “echt de meest deprimerende gedachte ooit, dat het altijd maar doorgaat. Dat lijkt me echt verschrikkelijk. Dan gaat niemand meer iets doen, dan blijf je gewoon in bed liggen. Voor mij is het heel belangrijk, om dingen te maken, dat ik weet: ik word ouder, daar moet ik gewoon hard voor werken.” De dood verschaft het leven urgentie, of, zoals Steven lachend vervolgt in millenialtaal, ”een soort ultieme deadline.”

Goeddoen

Kortom, waar religie een vast wereldbeeld biedt met een min of meer uitgestippeld pad voor het individu, voelt de wetenschappelijk ingestelde nietsist zich als het ware ongeleid. Een wat chaotische en onzekere basis misschien, maar dat wordt overstemd door de mogelijkheid van vrijheid om keuzes te maken en om je belevingswereld vorm te geven. Het vooruitzicht van de dood kan enthousiasmeren om daar dan ook maar actief mee aan de slag te gaan, voordat het te laat is. Toch blijft dit alles vrij nihilistisch aandoen: worden de nietsisten in het slechtste geval lamgeslagen cynici, en op zijn best egoïstische hedonisten die doen en laten waar ze zin in hebben, desnoods ten koste van anderen?

Ook dat laatste is helemaal niet nodig, volgens deze Rotterdammers. Het lot van mensen, dieren en de natuur gaat hen juist vaak aan het hart. “Het is niet dat ik zonder normen leef of zo”, zegt Maria, “ik ben heel erg gevoelig voor onrecht. Nu we er eenmaal zijn, denk ik dat het leuk is als we proberen dat een beetje op een fatsoenlijke manier in te vullen.” Daarbij valt er ook plezier te halen uit het aardig zijn zelf: “Het voelt goed, het voelt beter dan niet aardig zijn.”

Wel kan het gevoel van machteloosheid tegenover macroprocessen ertoe leiden dat zij zich niet snel zullen inzetten voor grote maatschappelijke problemen. Waar Leo zich vroeger druk maakte om zulke vraagstukken, is hij “nu meer bezig om mensen om me heen te helpen dan mensen in Afrika.” Ook Bruno onderstreept zijn voorkeur voor goeddoen in kleine kring: “Gewoon met de mensen om je heen, de dingen die je leuk vindt om te doen, zonder andere mensen daarmee te beschadigen.” Misschien zijn zij geen vurige wereldverbeteraars, maar van moreel verval zonder religie is hier toch geen sprake.

Het vooruitzicht van de dood kan enthousiasmeren om daar actief mee aan de slag te gaan, voordat het te laat is

De zotheid van zinloosheid

Gezien alle aspecten van het bestaan vanuit het oogpunt van deze Rotterdammers relatief zijn, wordt hun levenshouding bijgevolg hoofdzakelijk gekenmerkt door relativering. Vooral onszelf moeten we niet al te serieus nemen. “Ja joh”, zegt Timon, “je bent niet zó belangrijk. Als je denkt dat dingen echt tégen je gericht zijn, dan denk ik, ja, wie bén je nou helemaal, waarom zouden ze de moeite nemen?”

Shit happens“, zegt Nicole (67, Rotterdam-West) laconiek. Humor is hun weapon of choice om deze relativering kracht bij te zetten; bij de meest zwartgallige uitspraken werd in de interviews juist het vaakst gelachen. Dit wijst op een ironische knipoog naar het bestaan die de ogenschijnlijke paradox van de zoektocht van zin in zinloosheid oplost. Bruno: “Als iemand heel erg boos wordt, kan ik dat heel grappig vinden. Dat iemand dan iets heel erg serieus neemt. Terwijl het allemaal nergens op slaat. Ja, dat maakt heel veel dingen grappig. Als er geen humor was, zou ik het niet volhouden.”

En met die conclusie kan Erasmus zijn hart toch nog een beetje ophalen bij de Rotterdamse nietsist. Want we zien hier toch wel een treffende gelijkenis met zijn beroemde satirische betoog over de katholieke kerk en andere Europese tradities. Zonder absurdistische houding viel er ook volgens hem niet om te gaan met de onzin en ellende van het leven. Nietsisme is zodoende een soort lofzang aan de zotheid van het bestaan.

De namen van de geïnterviewden zijn gefingeerd, maar bekend bij de redactie.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Desiderius Erasmus, Erasmusjaar, nietsisme, religie en religieuze kwesties

Secties: Erasmus in Rotterdam en Wetenschap en onderwijs

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *