Oude Koeien20 mei 2016

Strijd door schaarste

Al meer dan 40 jaar is het spreidingsplan van Rotterdam omstreden. Oude Koeien blikt terug, van rellen in de Afrikaanderwijk tot beleid gebaseerd op inkomenseisen.

Als de Actiegroep Het Oude Westen op donderdag 9 september 1971 een bijeenkomst belegt over het ‘gastarbeidersprobleem’ is de opkomst overweldigend. Meer dan duizend belangstellenden melden zich die avond in Odéon aan de Gouvernestraat, te veel om iedereen een plek te kunnen geven.

Het onderwerp dat op de agenda staat verhit de gemoederen al een tijdje. In een paar jaar tijd is de bevolkingssamenstelling van de oude wijken door de komst van buitenlandse arbeiders namelijk ingrijpend veranderd. Volgens de officiële tellingen is circa 4 procent van de bewoners in het Oude Westen van niet-Nederlandse komaf, maar er circuleren ook ramingen die meer dan vijf keer zo hoog liggen. Veel nieuwkomers verblijven illegaal in Rotterdam, meestal in armoedige pensions. Alleen al in het Oude Westen zijn er tientallen van dergelijke pensions.

Ongenoegen spuien

De oorspronkelijke bewoners zien die ontwikkeling met lede ogen aan. De komst van de grote groepen gastarbeiders zet de toch al schaarse woningvoorraad flink onder druk. Oplopende huurprijzen zijn het gevolg. Sommige bewoners voelen zich ook bedreigd door de nieuwkomers uit Marokko en Turkije, landen die de meesten alleen van de krant of televisie kennen.

Voor hen is de bijeenkomst in Odéon een gelegenheid om hun ongenoegen te spuien. De linkse cabaretier Gerard Cox, die ook aanwezig is, hoort het met gemengde gevoelens aan. “Ik neem het ze wel kwalijk daar in het Oude Westen”, zegt hij een paar maanden later tegen Het Vrije Volk, “dat ze denken dat die buitenlanders hier de boel komen opvreten. Want dat is niet zo. Zij vullen de arbeidsplaatsen in die wij niet kunnen of willen vervullen. Maar kijk, je kan hier natuurlijk mooi genuanceerd over deze problemen zitten praten. Maar als je in het Oude Westen woont, liggen die problemen heel wat minder genuanceerd. Dan gaat het erom: hoe kom ik uit de rotzooi?”

De onvrede die in Odéon aan de oppervlakte komt, leeft ook in andere oude wijken. Dat blijkt onder meer in juli 1971 als in Bloemhof-Hillesluis een vechtpartij uitbreekt tussen wijkbewoners en Turkse pensionbewoners. Een jaar later loopt een conflict van een Nederlandse vrouw met haar Turkse huisbaas in de Afrikaanderwijk zelfs uit op ernstige rellen die dagenlang aanhouden.

Onrust op de West-Kruiskade na arrestaties, 1982. Beeld: Lex de Herder

Een strijd om schaarse middelen

In reactie op de onlusten in de Afrikaanderwijk – die de geschiedenis zullen ingaan als de eerste ‘rassenrellen’ in Nederland – neemt de gemeenteraad een aangescherpte logementsverordening aan. Die moet het makkelijker maken de wildgroei van pensions aan te pakken. Bovendien spreekt de raad zich uit voor een spreidingsbeleid: allochtonen krijgen geen woning meer toegewezen in wijken waar ze meer dan 5 procent van de bevolking vormen.

Dat Rotterdamse plan oogst veel kritiek. Vooral in linkse kring beschouwt menigeen het als ronduit racistisch. Een van de weinigen die wél begrip toont is de socioloog J.A.A. van Doorn. In een geruchtmakend artikel in NRC Handelsblad neemt hij het zelfs op voor de bewoners die op de barricaden zijn geklommen. “Wat wij voor het gemak rassenconflicten noemen, is in veel opzichten een strijd om schaarse middelen: om de weinige beschikbare banen, om woningen, om leefruimte, om vrijheid van leven op eigen wijze, vaak ook – als agressie uitbarst – om de gunst van meisjes en vrouwen. Met toenemende schaarste gaat de tolerantiedrempel omhoog. On se défend – dat geldt voor iedereen, maar vooral voor diegenen die weinig te verdedigen hebben.”

Maar, benadrukt Van Doorn, het is meer dan alleen een strijd om schaarse middelen. Sociaal-wetenschappelijk onderzoek toont immers aan dat wat ‘vreemd’ en ‘anders’ is vaak als bedreigend en vijandig wordt ervaren. Daarom is het zo belangrijk dat de overheid snel beleid ontwikkelt dat rekening houdt met die inzichten. “Het voorkomt wat zich in Nederland hier en daar begint af te tekenen: collectieve frustratie, verbittering en openlijke verachting”, aldus Van Doorn.

Een plek aan de vergadertafels

De oproep van de socioloog kan niet verhinderen dat het Rotterdamse spreidingsplan in 1974 sneuvelt bij de Raad van State. Hoewel grote incidenten daarna uitblijven, groeit het ongenoegen. In november 1979 luidt het Rotterdamse gemeentebestuur in de nota ‘Leegloop en toeloop’ de noodklok. Als er niks gebeurt, zal de stedelijke samenleving langs etnische lijnen uit elkaar vallen. Door de verslechterende economische situatie zijn eerste tekenen daarvan al zichtbaar: veel Rotterdammers zijn onzeker over hun toekomst, voelen zich onvoldoende gehoord door de overheid en dreigen die overheid daarom de rug toe te keren.

In een poging die ontwikkeling te stoppen, wil wethouder Jan van der Ploeg (PvdA) opnieuw proberen migranten meer te spreiden over de stad. Dit keer mag het college het plan wel uitvoeren, maar al gauw blijkt het de tegenstellingen in de stad eerder aan te wakkeren dan te temperen. Migrantenorganisaties wijzen het als discriminerend van de hand en ook in de wijken die zijn aangewezen als vestigingslocatie bestaat veel weerstand. In Schiebroek begint een aantal bewoners een handtekeningenactie om de komst van vijftig Turkse gezinnen te verhinderen. En bewoners van Alexanderpolder en Ommoord spreken zich op een hoorzitting van de deelgemeente uit tegen het voornemen om een vast percentage nieuwe woningen te reserveren voor migranten.

“On se défend – dat geldt voor iedereen, maar vooral voor diegenen die weinig te verdedigen hebben”

Bij de verkiezingen van 1982 wordt duidelijk dat de scheuren in het maatschappelijk weefsel dieper zijn dan gedacht. Dat jaar voert de Centrumpartij van Hans Janmaat actief campagne in de Maasstad. Deze partij is in 1980 ontstaan als afsplitsing van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie en profileert zich vooral met haar verzet tegen wat zij de “massa-immigratie” noemt. Die stellingname slaat aan in Rotterdam. Bij de gemeenteraadsverkiezingen slaagt ze er nog niet in een zetel te bemachtigen, maar bij de parlementsverkiezingen op 8 september behaalt de Centrumpartij nergens zoveel stemmen als in Rotterdam: gemiddeld zo’n 4 procent. In sommige wijken, vooral in het westen van de stad, ligt dat percentage echter flink hoger. Twee jaar later weten kandidaten van de Centrumpartij ook door te dringen tot de deelraden van Charlois, Prins Alexander en IJsselmonde. Daarmee heeft de weerzin tegen de veranderende bevolkingssamenstelling een plek gekregen aan de vergadertafels van de Rotterdamse politiek.

De middenklasse teruglokken

In 2002 wordt dat zelfs een van de centrale thema’s in de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is te danken aan Pim Fortuyn. Als lijsttrekker van het pas opgerichte Leefbaar Rotterdam wordt hij niet moe op bijeenkomsten en in interviews te verkondigen dat het vooral voor de oude wijken vijf voor twaalf is. Die dreigen te veranderen in getto’s. “Wandel eens door de omliggende wijken. Apartheid ligt op de loer”, zegt hij tegen het Rotterdams Dagblad. Om die ontwikkeling te stoppen moeten woningbouwcorporaties volgens hem gaan “selecteren op herkomst en inkomen”. Hij pleit bovendien voor een variant van het aloude spreidingsplan: bewoners uit de achterstandswijken moeten als het even kan geherhuisvest worden in de randgemeenten.

Lees ookCategorieOude KoeienWie het verleden kent, begrijpt het heden beter. Jacques Börger en Anne Jongstra blikken maandelijks terug op gebeurtenissen in het verleden van Rotterdam.

Korte tijd nadat de deelraadvoorzitter van Charlois, de PvdA’er Dominic Schrijer, zich in 2003 in soortgelijke termen uitlaat, krijgen die ideeën gestalte in gemeentelijk beleid. Inkomenseisen bij de toewijzing van woonruimte moeten “de instroom van kansarmen verminderen”. En met een uitgebreid sloop- en bouwprogramma wil het gemeentebestuur de middenklasse teruglokken naar de stad.

Opmerkelijk genoeg stuit dit beleid inmiddels op verzet van dezelfde Rotterdamse bewoners- en huurdersorganisaties die 45 jaar geleden het ‘gastarbeiderprobleem’ op de politieke agenda zetten. Zij pleiten voor een referendum over het plan van wethouder Schneider om de komende vijftien jaar 20.000 goedkope woningen te slopen. Zo blijft de strijd om de schaarse woningvoorraad de gemoederen verhitten.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Arbeidsmigranten, inkomenseis, Leegloop en toeloop, Spreidingsplan en xenofobie

Sectie: Oude Koeien

kaart: West-Kruiskade, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *