Voor de harddenkende Rotterdammer

Al meer dan 40 jaar is het spreidingsplan van Rotterdam omstreden. Oude Koeien blikt terug, van rellen in de Afrikaanderwijk tot beleid gebaseerd op inkomenseisen.
Als de Actiegroep Het Oude Westen op donderdag 9 september 1971 een bijeenkomst belegt over het ‘gastarbeidersprobleem’ is de opkomst overweldigend. Meer dan duizend belangstellenden melden zich die avond in Odéon aan de Gouvernestraat, te veel om iedereen een plek te kunnen geven.
Het onderwerp dat op de agenda staat verhit de gemoederen al een tijdje. In een paar jaar tijd is de bevolkingssamenstelling van de oude wijken door de komst van buitenlandse arbeiders namelijk ingrijpend veranderd. Volgens de officiële tellingen is circa 4 procent van de bewoners in het Oude Westen van niet-Nederlandse komaf, maar er circuleren ook ramingen die meer dan vijf keer zo hoog liggen. Veel nieuwkomers verblijven illegaal in Rotterdam, meestal in armoedige pensions. Alleen al in het Oude Westen zijn er tientallen van dergelijke pensions.

Ongenoegen spuien

De oorspronkelijke bewoners zien die ontwikkeling met lede ogen aan. De komst van de grote groepen gastarbeiders zet de toch al schaarse woningvoorraad flink onder druk. Oplopende huurprijzen zijn het gevolg. Sommige bewoners voelen zich ook bedreigd door de nieuwkomers uit Marokko en Turkije, landen die de meesten alleen van de krant of televisie kennen.
Voor hen is de bijeenkomst in Odéon een gelegenheid om hun ongenoegen te spuien. De linkse cabaretier Gerard Cox, die ook aanwezig is, hoort het met gemengde gevoelens aan. “Ik neem het ze wel kwalijk daar in het Oude Westen”, zegt hij een paar maanden later tegen Het Vrije Volk, “dat ze denken dat die buitenlanders hier de boel komen opvreten. Want dat is niet zo. Zij vullen de arbeidsplaatsen in die wij niet kunnen of willen vervullen. Maar kijk, je kan hier natuurlijk mooi genuanceerd over deze problemen zitten praten. Maar als je in het Oude Westen woont, liggen die problemen heel wat minder genuanceerd. Dan gaat het erom: hoe kom ik uit de rotzooi?”
De onvrede die in Odéon aan de oppervlakte komt, leeft ook in andere oude wijken. Dat blijkt onder meer in juli 1971 als in Bloemhof-Hillesluis een vechtpartij uitbreekt tussen wijkbewoners en Turkse pensionbewoners. Een jaar later loopt een conflict van een Nederlandse vrouw met haar Turkse huisbaas in de Afrikaanderwijk zelfs uit op ernstige rellen die dagenlang aanhouden.

2005-7017
Onrust op de West-Kruiskade na arrestaties, 1982. Beeld door: beeld: Lex de Herder

Een strijd om schaarse middelen

In reactie op de onlusten in de Afrikaanderwijk – die de geschiedenis zullen ingaan als de eerste ‘rassenrellen’ in Nederland – neemt de gemeenteraad een aangescherpte logementsverordening aan. Die moet het makkelijker maken de wildgroei van pensions aan te pakken. Bovendien spreekt de raad zich uit voor een spreidingsbeleid: allochtonen krijgen geen woning meer toegewezen in wijken waar ze meer dan 5 procent van de bevolking vormen.
Dat Rotterdamse plan oogst veel kritiek. Vooral in linkse kring beschouwt menigeen het als ronduit racistisch. Een van de weinigen die wél begrip toont is de socioloog J.A.A. van Doorn. In een geruchtmakend artikel in NRC Handelsblad neemt hij het zelfs op voor de bewoners die op de barricaden zijn geklommen. “Wat wij voor het gemak rassenconflicten noemen, is in veel opzichten een strijd om schaarse middelen: om de weinige beschikbare banen, om woningen, om leefruimte, om vrijheid van leven op eigen wijze, vaak ook – als agressie uitbarst – om de gunst van meisjes en vrouwen. Met toenemende schaarste gaat de tolerantiedrempel omhoog. On se défend – dat geldt voor iedereen, maar vooral voor diegenen die weinig te verdedigen hebben.”
Maar, benadrukt Van Doorn, het is meer dan alleen een strijd om schaarse middelen. Sociaal-wetenschappelijk onderzoek toont immers aan dat wat ‘vreemd’ en ‘anders’ is vaak als bedreigend en vijandig wordt ervaren. Daarom is het zo belangrijk dat de overheid snel beleid ontwikkelt dat rekening houdt met die inzichten. “Het voorkomt wat zich in Nederland hier en daar begint af te tekenen: collectieve frustratie, verbittering en openlijke verachting”, aldus Van Doorn.

Een plek aan de vergadertafels

De oproep van de socioloog kan niet verhinderen dat het Rotterdamse spreidingsplan in 1974 sneuvelt bij de Raad van State. Hoewel grote incidenten daarna uitblijven, groeit het ongenoegen. In november 1979 luidt het Rotterdamse gemeentebestuur in de nota ‘Leegloop en toeloop’ de noodklok. Als er niks gebeurt, zal de stedelijke samenleving langs etnische lijnen uit elkaar vallen. Door de verslechterende economische situatie zijn eerste tekenen daarvan al zichtbaar: veel Rotterdammers zijn onzeker over hun toekomst, voelen zich onvoldoende gehoord door de overheid en dreigen die overheid daarom de rug toe te keren.
In een poging die ontwikkeling te stoppen, wil wethouder Jan van der Ploeg (PvdA) opnieuw proberen migranten meer te spreiden over de stad. Dit keer mag het college het plan wel uitvoeren, maar al gauw blijkt het de tegenstellingen in de stad eerder aan te wakkeren dan te temperen. Migrantenorganisaties wijzen het als discriminerend van de hand en ook in de wijken die zijn aangewezen als vestigingslocatie bestaat veel weerstand. In Schiebroek begint een aantal bewoners een handtekeningenactie om de komst van vijftig Turkse gezinnen te verhinderen. En bewoners van Alexanderpolder en Ommoord spreken zich op een hoorzitting van de deelgemeente uit tegen het voornemen om een vast percentage nieuwe woningen te reserveren voor migranten.

Bij de verkiezingen van 1982 wordt duidelijk dat de scheuren in het maatschappelijk weefsel dieper zijn dan gedacht. Dat jaar voert de Centrumpartij van Hans Janmaat actief campagne in de Maasstad. Deze partij is in 1980 ontstaan als afsplitsing van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie en profileert zich vooral met haar verzet tegen wat zij de “massa-immigratie” noemt. Die stellingname slaat aan in Rotterdam. Bij de gemeenteraadsverkiezingen slaagt ze er nog niet in een zetel te bemachtigen, maar bij de parlementsverkiezingen op 8 september behaalt de Centrumpartij nergens zoveel stemmen als in Rotterdam: gemiddeld zo’n 4 procent. In sommige wijken, vooral in het westen van de stad, ligt dat percentage echter flink hoger. Twee jaar later weten kandidaten van de Centrumpartij ook door te dringen tot de deelraden van Charlois, Prins Alexander en IJsselmonde. Daarmee heeft de weerzin tegen de veranderende bevolkingssamenstelling een plek gekregen aan de vergadertafels van de Rotterdamse politiek.

De middenklasse teruglokken

In 2002 wordt dat zelfs een van de centrale thema’s in de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is te danken aan Pim Fortuyn. Als lijsttrekker van het pas opgerichte Leefbaar Rotterdam wordt hij niet moe op bijeenkomsten en in interviews te verkondigen dat het vooral voor de oude wijken vijf voor twaalf is. Die dreigen te veranderen in getto’s. “Wandel eens door de omliggende wijken. Apartheid ligt op de loer”, zegt hij tegen het Rotterdams Dagblad. Om die ontwikkeling te stoppen moeten woningbouwcorporaties volgens hem gaan “selecteren op herkomst en inkomen”. Hij pleit bovendien voor een variant van het aloude spreidingsplan: bewoners uit de achterstandswijken moeten als het even kan geherhuisvest worden in de randgemeenten.

Korte tijd nadat de deelraadvoorzitter van Charlois, de PvdA’er Dominic Schrijer, zich in 2003 in soortgelijke termen uitlaat, krijgen die ideeën gestalte in gemeentelijk beleid. Inkomenseisen bij de toewijzing van woonruimte moeten “de instroom van kansarmen verminderen”. En met een uitgebreid sloop- en bouwprogramma wil het gemeentebestuur de middenklasse teruglokken naar de stad.
Opmerkelijk genoeg stuit dit beleid inmiddels op verzet van dezelfde Rotterdamse bewoners- en huurdersorganisaties die 45 jaar geleden het ‘gastarbeiderprobleem’ op de politieke agenda zetten. Zij pleiten voor een referendum over het plan van wethouder Schneider om de komende vijftien jaar 20.000 goedkope woningen te slopen. Zo blijft de strijd om de schaarse woningvoorraad de gemoederen verhitten.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
11913506_10207726898754340_5365108176756306874_n

Fenna Schaap

Profiel-pagina
Lees 9 reacties
  1. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    Soms verbaas ik me over de hardnekkigheid waarmee Marxisten hun kortzichtige en uit de 19e eeuw stammende (toen ging het op!) economische visie blijven herhalen.
    In de jaren 70 was het voor het gros van de Rotterdammers al niet meer zo moeilijk een huis te krijgen (Hoogvliet, Pendrecht,Lombardijen,Alexanderpolder , Ommoord)
    De rellen hadden vooral een culturele oorzaak. De Grieken, Spanjaarden, Italianen en Joegoslaven veroorzaakten weinig problemen en hadden de intentie terug te keren. Daarbij scharrelden ze wel met Nederlandse vrouwen, maar op een acceptabele wijze.
    In een tussen zin – “vaak ook – als agressie uitbarst – om de gunst van meisjes en vrouwen” – wordt het probleem aangeduid.
    Glimlachen naar een niet Westerse allochtoon werd en wordt in die kringen totaal anders geïnterpreteerd dan bij Westerse allochtonen. Dat werd doodgewoon niet gepikt door vaders, broers en vrienden! De houding ten opzichte van Nederlandse vrouwen werd “vreemd en bedreigend” gevonden (vrij naar van Doorn)
    Welke briljante oplossing vond men om te voorkomen dat de soep zou overkoken? Inderdaad : Gezinshereniging! De heren konden dan op geaccepteerde wijze aan hun gerief komen.
    De fout van de vorige eeuw!
    Uiteraard wordt dit vrijwel genegeerd door mensen die steeds denken dat ook in onze welvarende samenleving de economische factoren nog bepalend zijn voor het welbevinden. Jammer want dan kan je niet alle problemen verklaren en wordt de wereld iets te complex. Dus dan maar volharden en als Procrustus de werkelijkheid naar je ideologie modifiseren.

    Het centrale thema van de verkiezingen van 2002 was veiligheid!
    Fortuyn fulmineerde – wat een vooruitziende blik – uitsluitend tegen de Islam, maar werd daarna natuurlijk door links voor xenofoob uitgemaakt. Wel zo makkelijk. Toen na de verkiezingen bleek, dat eenderde van de allochtonen op Leefbaar Rotterdam had gestemd, is dit het enige politieke item geworden dat de PvdA met al haar paladijnen bij de media ter berde bracht. Logisch met alle andere politieke issues werd in de praktijk aangetoond, dat ze al decennia gefaald hadden. Om on topic te blijven. Zo wist wethouder Pastors 3000 woningen per jaar te bouwen, voor hij wegens het geven van zijn mening werd ontslagen.

  2. Profielbeeld van Paul
    Paul

    In de jaren 70 waarschuwde de burgers voor ghetto vorming, werd weggewuifd, resultaat, Rotterdam komt in de top 10 van Vogelaarswijken het vaakst voor. Het is zo erg, dat er zelfs een landelijk Pact van Zuid is opgesteld.

    50 jaar afbraak, ga je niet even in 10 jaar herstellen, dat gaat heel lang duren!
    Maashaven buurt. amper een NL winkel, voertaal is Turks. 3de generatie gast-arbeider is nog steeds niet geintegreerd.

    170 culturen telt Rotterdam alleen al, met één cultuur ligt men constant overhoop.
    Die cultuur is zich steeds verder aan het afzonderen, maar aan de andere kant dringt het zich keihard op.

  3. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    kreeg onverwacht commentaar over mijn kritiek.
    Zal het nog een keer duidelijk maken. Schrijvers hebben een eenzijdige politieke visie.

    “Korte tijd nadat de deelraadvoorzitter van Charlois, de PvdA’er Dominic Schrijer, zich in 2003 in soortgelijke termen uitlaat, krijgen die ideeën gestalte in gemeentelijk beleid. ”
    Zo’n zin illustreert mijn visie. We hadden in die periode ongeveer vijftig deelraadbesuurders en niet één was lid van Leefbaar Rotterdam.
    Eén van de verworvenheden uit de bestuurlijke periode van LR – naast vele anderen lees Regimeverandering in Rotterdam. van prof. Pieter Tops – was de Rotterdamwet. En kijk wie het initiatief genomen heeft volgens schrijvers? Er is in die periode alleen maar gestreden met kortzichtige bestuurders, die zich niet konden neerleggen bij de verkiezingsoverwinning van LR.
    Daar werd dus helemaal niet naar geluisterd! Het sluiten van de Keileweg is gedaan met enorme tegenwerking van het deelraadbestuur. En kijk schrijvers (buitenstaanders) weten ineens dat het Schrijer was die het initiatief nam. Partijgekleurd gebazel! Vadaar mijn kanttekeningen.

    1. Profielbeeld van Anne Jongstra
      Anne Jongstra

      Wat we met het door jou aangehaalde zinnetje vooral wilden uitdrukken is dat rond 2003 een zekere politieke consensus ontstond over de te nemen maatregelen. Het was dus niet de bedoeling te suggereren dat Schrijer de initiatiefnemer was. Overigens heeft Schrijer in interviews nadrukkelijk Pim Fortuyn genoemd als zijn inspiratiebron.

      1. Profielbeeld van Anne Jongstra
        Anne Jongstra

        Dat neemt trouwens niet weg dat ik vind dat je LR iets te veel eer geeft. Als ons verhaal iets duidelijk maakt dan is het dat de Rotterdamwet slechts het voorlopige sluitstuk is van een discussie die deze stad al sinds 1971 voert. Daar heeft LR zonder twijfel een belangrijke bijdrage aan geleverd, maar de PvdA, de Centrumpartij en de marxistisch geïnspireerde actievoerders in de oude wijken net zo goed. Waarom die constatering ‘partijgekleurd gebazel’ zou zijn, ontgaat mij eerlijk gezegd.

  4. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    Dacht dat het heel duidelijk in de reactie staat.
    Een onbelangrijke deelraadbestuurder wordt zonder onderbouwing groot geschreven.
    Daarbij is die meneer ook later een prominente PvdA’er geworden. Lijsttrekker zelfs en weggestuurd i.v.m. fallen en dus gepromoveerd (zo gaat dat bij de partijgenoten) tot burgemeester van Zwijndrecht.
    Een prominente PvdA’er krijgt een rol die echt volkomen flauwekul is. Ik zie dan maar één motivatie. Partijpolitiek! En gebazel omdat het uit de duim gezogen is.
    Kan echt niet duidelijker. Ook omdat de linkse kerk in onze stad de plannen van Fortuyn afdeed als “deportaties” en er zelfs een schofterige godwin aan plakte (fractievz.Groen Links. Naam godzijdank vergeten)

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.