Stedelijke ontwikkeling & architectuur27 mei 2016

Architect Winy Maas droomt groots, ook over de kleine ingrepen

“We moeten voeden, herhalen, invullen en uitvergroten”

Op 30 mei opent Winy Maas de Rotterdam Architectuur Maand, waarin de toekomst van de stad centraal staat. Priscilla de Putter sprak hem over zijn grote en kleine dromen voor Rotterdam, internationaal en lokaal.

Beeld: Frank Hanswijk

De hele maand juni staat in Rotterdam de architectuur centraal. De motivatie erachter? Om als architectuurstad (h)erkend te worden moet de stad blijven inspireren en innoveren. De Architectuur Maand vestigt de aandacht hierop en nodigt het publiek uit de gebouwen te ervaren en vooral mee te denken over de toekomst van de stad.

Hoe denkt Winy Maas over deze toekomst? In zijn toespraak ‘I Love Rotterdam’ uit december 2014 zegt hij uit te kijken naar nog veel ‘architectonische heroïek’ in de stad. ‘Rotterdam is niet af. We zijn niet klaar. Nog lang niet. En nooit niet,’ droeg hij voor. “Juist die eindeloze zee aan ideeën is Rotterdam voor mij.” Zijn bruggenroute over de daken van de binnenstad is daar een recent voorbeeld van, wellicht ingegeven door het succes van De Trap?

Winy Maas daalt De Trap voor de zoveelste keer af. Zijn overvolle agenda laat een kort gesprek toe. Het is einde middag en druk rondom het station. ‘Nou’, verzucht Maas, ‘ik lust wel een theetje.’ We nemen plaats bij Engels, met uitzicht op De Trap. “Het wordt Smooth Gray. O, ze hebben ook Golden Oolong, die gaat voor.”

"Er is hier een hoop energie om die opgaven aan te gaan"

Een belangrijk thema van de Architectuur Maand is de bijdrage van architectuur aan de grote opgaven van de stad. Wat zijn volgens u de grote opgaven voor Rotterdam?
“Ten eerste zal Rotterdam moeten doorgaan met het ontwikkelen van de economie. Omdat de stad kwetsbaar blijft, met een haven die automatiseert, met een kennisindustrie die op allerlei plekken verschijnt, met een terugloop van de maakindustrie en met een creatieve industrie die overal kan zitten. Het is een heel spannende tijd. Een grote plus is de mix in bevolking hier, mensen die over het algemeen niet de rijksten zijn. Er is hier een hoop energie om die opgaven aan te gaan.”

Hoe draagt architectuur hieraan bij?
“Op allerlei manieren. Allerlei gekke vragen moet je kunnen faciliteren de komende tijd. Je nodigt mensen uit om te investeren. Rotterdam, de gemeente, moet samenwerken met allerlei partijen om dat voor elkaar te krijgen. En op de een of andere manier moeten we de edginess erin houden om dat te kunnen doen. Dat vind ik eigenlijk nog het knapste.”

U heeft het vaak over de economie.
“Ja, dat fascineert me.”

Wat ik u eigenlijk hoor zeggen is dat Rotterdam de ‘iconenkoers’ moet voortzetten, want dat trekt veel toeristen uit binnen- en buitenland en dat is goed voor de economie.
“Ja, dat geldt voor een deel. Ik zeg niet dat dat de ultieme oplossing is, dat hoor je mij niet zeggen.”

Beeld: Frank Hanswijk

Laten we de vraag omdraaien. Hoe kan architectuur afbreuk doen aan die grote opgaven?
“Dat is een goede vraag, want daar denken we te weinig over na. Vaak als we slechte architectuur aantreffen breken we het af, of we gaan eromheen zitten, of we gaan het camoufleren, of we stoppen het in onze perceptie weg. We moeten natuurlijk eerst kijken naar het verleden, om daar iets over te zeggen. Ik vind nog steeds zo’n Weena, jezus zeg, dat vind ik wel een heel moeilijke straat. Mijn handen jeuken om daar iets aan te doen.”

Wat zou u doen?
“Van Unilever naar de overkant zou ik een mooie brug maken. En dat doortrekken en verbinden met andere bruggen. Je kunt proberen de daken te benutten. Als het niet beneden kan, dan moet het boven gebeuren. Dan moet je natuurlijk wel dat programma hebben, er is meer voor nodig dan alleen maar het bruggetje.”

“Er is op het Weena veel programma op straat, dat is goed. Maar de gebouwen zijn erg vlak. Je kunt straks ook verder gaan, toestaan dat de gevels eraf mogen en dat er ook wat ander gebruik gaat zitten. Maar dat is pas betaalbaar over een jaartje of tien. Weena is een lastige casus, dat geldt ook voor het Hofplein. Of de Gerdesiaweg, ook zo een. De stad zit vol met dit soort onhebbelijkheden. Maar we hebben er als Rotterdammers mee geleerd te leven en zien elke keer weer mogelijkheden om dat bij te stellen. Slechte architectuur kan een middel zijn om daarna een goed antwoord te geven.”

"De Lijnbaan slopen? Dat lijkt me echt een ramp!"

U zegt dat we voor een ingreep eerst moeten kijken naar het verleden. Wat vindt u ervan dat een deel van de Lijnbaan wordt bedreigd met sloop?
“Dat lijkt me echt een ramp. Wat een dom idee. Ik vind de Lijnbaan een van de dingen die zo kenmerkend zijn voor Rotterdam. Je moet de vraag beter formuleren bij de Lijnbaan. Wat is dan het probleem? Is de bewinkeling het probleem? Zijn er te veel winkels? Misschien moet je ook op die daken iets gaan doen.”

‘De schoonheid van Rotterdam is dat er alleen maar wordt doorgegaan met het maken van iconische gebouwen. Je hebt geen enkele stad in de wereld die dat kan,’ zei u in een eerder interview met Vers Beton. Op welk punt kan Rotterdam wel leren van andere steden?
“Je kunt het hebben over style en high class, daarin kunnen we leren van andere steden. We kunnen ook leren om nog daadkrachtiger te zijn. Van Bordeaux bijvoorbeeld, hoe het leiderschap daar is geformuleerd. Tja, wat kunnen we nog meer leren van andere steden? Ik vind dat Rotterdam het best goed doet hoor. We kunnen leren onze dingen nog meer te tonen, wat we willen, en dat herhalen. Ik vind nog niet dat we een goede tentoonstelling hebben gehad bijvoorbeeld, waarin we die wilskracht tonen.”

In welke andere wereldsteden zou u graag bijdragen aan de grote opgaven?
“Er zijn steden die het al best goed doen zoals Bordeaux, Oslo en Zürich. Die dat net zo zien als wij hier. Maar er zijn ook steden waar heel wat aan moet gebeuren. Ik vind veel van de grotere steden in China een ramp. Ik ben blij dat president Xi (Jinping, red.) daar nu over nadenkt en meer stedenbouwkundigen wil inzetten, niet alleen planbureaus. Het is een aanlokkelijk moment om dat te gaan doen. Dat geldt ook voor de periferie van China, alle landen eromheen, die door de intimidatie van de grote broer hun eigen rol nog moeten gaan formuleren. Daarin zie ik ook een rol voor de architectuur weggelegd. Seoul maakt daar nu gebruik van, net als Taipei, Taiwan en ook Hongkong begint zich te formuleren.”

“Ik vind nog steeds dat we tussen Oost- en West Europa de scheidslijn nog niet hebben beslecht. Ook in die landen kan architectuur bijdragen. Ik ben blij met onze bijdrage in Tirana (Albanië red.), wat toch als een nulpunt in Europa wordt gezien, met een van de laagste inkomens maar met een van de mooiste en beste premiers. Dat is iets om te steunen, om daaraan bij te dragen. Ook zie ik uit naar hoe we met de Sahara kunnen omgaan, hoe we daar met stedenbouw en energiebouw kunnen werken. En natuurlijk zie ik uit naar hoe we het water van de Andes kunnen opvangen, en het daaromheen om kunnen zetten in benutbare landschappen.”

"We moeten kosmopolitisch blijven denken en willen zijn"

Genoeg dromen en ambities.
“Ja. En voor wat Rotterdam betreft: het is belangrijk dat we niet alleen maar lokaal blijven. We moeten kosmopolitisch blijven denken en willen zijn. Op een Calimero-manier, dat snap ik heus wel, maar dat maakt de stad heerlijk.”

‘Winy Maas neemt ons mee in die (Rotterdamse) traditie, en blaast deze met zijn lezing nieuw leven in,’ staat er in de aankondiging van het openingsdebat. Is het nodig, nieuw leven blazen in die traditie? Is die niet springlevend?
“Ha. Nee, die heeft zijn ups en zijn downs. Daar moet ik je helaas in teleurstellen, al vind ik het buitengewoon charmant dat je dat erin ziet. Ik denk dat dat niet altijd het geval is. Er zijn ook heel grote momenten van somberte geweest, in deze stad. Voor een deel in de zeventiger jaren, waarin we even niet wisten wat we moesten doen. Er was ook een moment, na de periode van de hoogmoed in de negentiger jaren, dat we even met kleinschaligheid weer een ander soort leven inbouwden. Die had ook licht cynische kantjes en miste het grote perspectief. Die tijd ging wel heel erg uit van de kleinschaligheid alleen. Ik snap de kleinschaligheid, die is hartstikke nodig, maar die heeft ook wel weer het bredere perspectief nodig. Het is eigenlijk een soort achtbaan.”

Toch richtten jullie er MVRDV in 1993 op, waarom?
“Op dat moment bood Rotterdam veel mogelijkheden en er heerste een soort laboratoriumgevoel. Dat heerst gelukkig nog. Maar het kan maar zó (knipt met vingers) weg zijn! Mijn overtuiging is dat je dat op een manier moet blijven voeden. Niet herhalen in de zin van het oude woord, je moet het blijven invullen en uitvergroten. En dat moet gepaard gaan met dadendrang.”

Veel later pas gingen jullie zelf bouwen in Rotterdam, was dat frustrerend?
“Ja, dat heeft wel iets hilarisch. Aan de andere kant, dat zal ik maandag laten zien, hebben we ook veel wel kunnen doen. Veel ideeën kunnen roepen, visies kunnen geven. Vanaf het begin was er wel belangstelling voor ons, maar pas laat hebben we die belangstelling kunnen omzetten in grotere bijdragen.”

Wat was het keerpunt?
“De blauwe huisjes. (Didden Village, red.) Dat project combineerde kleinschalig- met grootschaligheid en dat was precies het momentum om te laten zien dat we hier ook kunnen bouwen.”

Didden Village ging om een dakuitbreiding in West, uw eigen buurt. Zou u datzelfde vaker willen doen?
“Ja nou ja, in beginsel was het als een advertentie bedoeld. Ook voor andere mensen, om ze te inspireren dat te doen. Ja, ik wil dat heel graag doen (lachend) dus ik hoop daar volgend jaar op terug te komen.”

In uw toespraak van 2014 droeg u juist ook kleinere verbeterpunten aan voor Rotterdam, op buurtniveau. Een groene dip voor IJsselmonde en een gemengd Oude Westen, als een Rotterdamse Jordaan. Zijn daar nog nieuwe dromen bijgekomen?
“Over kleinschalig gesproken. Het maken van kleine ingrepen, van elk hoekje en gaatje proberen een huis te maken. Dat wil ik graag uitvergroten, daar wil ik iets mee.”

Hoe draagt architectuur bij aan opgaven binnen de buurten van Rotterdam?
“Neem de zuidkant van de Blaak, waar ze tussen en achter bestaande blokken een paar huizen invullen. Dat vind ik heel goed, dat ze op een kleinschalige manier ontwikkelen om de grote kolossen te lijf te gaan. Daarin zie ik meer mogelijkheden, in die hoek van de stad, om dat uit te vergroten en beter te doen.”

"Ik vind de Van Brienenoordbrug ook een geniaal ding, een plek om bij stil te staan"

Over het Oude Westen: verlangt u naar Jordanese gezelligheid in uw eigen woonwijk?
“Nou, de Jordaan op dit moment vind ik helemaal niet zo gezellig. Het is ontzettend veryupt en behoorlijk versteend ook. Maar wat ik daarmee wilde zeggen is dat stadswijken zoals de Jordaan of Le Marais of een Greenwich Village, daar zag je mensen neerstrijken en daar ontstond een mengeling van bevolkingsgroepen, in die eerste momenten, waarvan ik denk dat die prettig zou zijn voor het Oude Westen. Het zou mooi zijn als je daar meer mogelijkheden kunt ontwikkelen voor mensen om zich te vestigen, om meer vermenging te veroorzaken. Dat kan wat mij betreft ook door af en toe wat hoger te bouwen.”

Om in uw eigen buurt te blijven, waar gaat u zelf heen in uw vrije tijd?
“Ik heb niet zoveel vrije tijd, dus ik combineer werken vaak met afspraken in het Westerpaviljoen. Dat is eigenlijk een suffig oubollig café, maar ook wel een heerlijke plek om te blijven hangen. En natuurlijk houd ik van de rivier en kan ik het niet nalaten om langs de Maas te fietsen als het even kan. O ja, en heel gek, ik vind de Van Brienenoordbrug ook een geniaal ding. Dat zal ik ook nog wel uitdrukken maandag tijdens het openingsdebat. Dat is ook een plek om bij stil te staan. Een parkeerplaats met een café met uitzichtpunten, dat zou de brug goed doen.”

Wat gaat u verder vertellen tijdens uw lezing, wat is de boodschap?
“Met name het aspect van Rotterdam dat je kunt doorbouwen en doorgroeien vind ik eigenlijk de grootste huldiging die ik kan geven voor deze stad. En ik wil ook laten zien wat we gedaan hebben en wat het niet geworden is. Dat mensen Rotterdam een beetje snappen. Elke keuze is historisch. Dat is ook leuk, dat maakt elke opgave ook lekker zwaar: we kunnen het altijd fout doen of goed doen. Het is maar goed dat we die druk erop houden, want dat houdt ons scherp.”

De mogelijkheden voor Rotterdam zijn volgens u oneindig. Wat is daarin idealiter uw rol?
“Nou, in ieder geval meehelpen ideeën aan te reiken voor Rotterdam, die zich uitstrekken over het gehele territorium en daar net buiten.”

Beeld: Frank Hanswijk

Juni is dé maand om de gebouwen van Rotterdam te beleven en mee te denken over de toekomst van de stad tijdens de Rotterdam Architectuur Maand, een initiatief van Architectuur Instituut Rotterdam (AIR), Rotterdam Festivals en Rotterdam Partners.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, architectuur, MVRDV, RAM16, Rotterdam Architectuur Maand en winy maas

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *