Erasmus in RotterdamWetenschap en onderwijs2 juni 2016

De opvoeding van toekomstige politici

Of: Waarom Jordy Dijkshoorn de hedendaagse Erasmus is volgens Jan Bransen

Een goede politicus heeft gezag en karakter, vond Erasmus. In zijn tijd betekende dat: studie van Grieks en Latijn, vorming door de klassieke ouden. Nu gaan we allemaal braaf naar school en is er heel wat anders nodig om onze leiders hard met deugdzaamheid te confronteren.

Stel dat Desiderius Erasmus met 21e-eeuwse ogen naar ons huidige politieke bestel zou kunnen kijken en zich zou afvragen wat er nodig is om toekomstige politici voor te bereiden op hun ambt. Dan zou hij een ander boek schrijven dan hij in 1515 schreef en dat beroemd is geworden onder de titel De opvoeding van de christenvorst. Erasmus schreef dit boek voor kroonprins Karel, die voorbestemd was om keizer van het grote Franse rijk te worden. De kanselier van Brabant, Jean le Sauvage, had bedacht dat het misschien een goed idee zou zijn om Erasmus te benoemen tot raadsheer van de jonge Karel, en met dit geschrift solliciteerde Erasmus naar de gunst van deze aanstaande christenvorst. Het is een erg aardig en wijs boek geworden waarin Erasmus op een boeiende manier zijn humanistische ideeën uiteenzet over de karakterontwikkeling die een toekomstige leider moet doormaken om een goede vorst te kunnen worden.

Karakter

Maar wat voor boek zou Erasmus schrijven als hij vandaag de dag zou solliciteren naar de gunst van toekomstige politici? Hoe zouden zijn humanistische ideeën over opvoeding er op dit moment uitzien? Welke karakterontwikkeling zou hij bij onze toekomstige leiders willen zien? En hoe zou hij menen dat die karakterontwikkeling tot stand gebracht zou kunnen worden?

Over die vragen heb ik lopen filosoferen tijdens een mooie lange stadswandeling die ik onlangs door Rotterdam heb gemaakt. En hoe langer ik door die straten liep, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat Erasmus op straat zou willen leven en zijn 21e-eeuwse opvoedende geschrift in de taal van de straat zou willen schrijven.

Hoezo dan?

Beeld: Krzysztof Soroka

Braafheid

We kennen Erasmus vooral als pedagoog avant la lettre, als een wijsgeer die er op hamert dat alle kwaliteiten van alle mensen (en dus ook die van de vorst) het resultaat zijn van vorming, opvoeding, scholing. We kennen hem daarmee ook als de voorvechter van de studie van het Grieks en het Latijn, iets waarmee kinderen volgens Erasmus niet vroeg genoeg kunnen beginnen.

Waarom? Omdat ons denken en ons karakter gevormd moeten worden, en omdat we daar een vorm voor nodig hebben, een gestalte of structuur waarin dat denken en dat karakter tot hun recht kunnen komen. Die vorm trof Erasmus in zijn tijd uitsluitend en bij uitstek aan in de schone letteren, in wat geschreven stond. Vandaar Erasmus’ pleidooi voor scholing, voor klassiek onderwijs, voor het oprichten van gymnasia, waarin de kinderen zich zouden moeten bekwamen in het lezen van Dimedes, Lucianus, Aristophanes, Valla, Aristoteles, en ga zo maar door.

Lees ookKunst & CultuurDe Likt: “Op Zuid kun je in je badjas de straat op”Interview met Jordy Dijkshoorn

Maar vandaag de dag zou Erasmus ongetwijfeld heel anders reageren. In zijn tijd ging immers niemand, of nagenoeg niemand, naar school. Tegenwoordig iedereen! In zijn tijd deden de mensen maar wat: ze ploeterden zich lukraak een slag in de rondte en beulden op goed geluk zichzelf en anderen af. Maar tegenwoordig is het één en al schoolse disciplinering, één en al instrumentele efficiëntie, van deeltoets naar deeltoets, in kleine behapbare brokjes.

In zijn tijd hadden kinderen de klassieke literatuur nodig om buiten de vanzelfsprekende kaders te leren denken, om met deugdzaamheid als een menselijk ideaal geconfronteerd te kunnen worden. Maar tegenwoordig heb je heel iets anders nodig om out of the box te leren denken, om te ontdekken dat menselijke deugdzaamheid iets anders is dan schoolse braafheid.

Vandaag de dag zou Erasmus zich vooral zorgen maken over de vitaliteit van onze jeugd, over hun intrinsieke gedrevenheid. Hij zou als werkelijk onafhankelijke denker vermoedelijk al lang geleden van school geschopt zijn, of zelf zijn weggebleven. Hij zou een rapper geworden zijn, vermoed ik, in zijn badjas in Zuid naar de snackbar gaan, net als Jordy Dijkshoorn van De Likt, of tussen zijn trouwe fans in het Schollebos zoeken naar zijn eigen geluid, net als Ronnie Flex, of als Raw Roets overal schijt aan hebben en van vroeg tot laat werken tot hij zoveel shit te delen zou hebben dat iedereen zou willen connecten.

Erasmus zou waarschijnlijk allang van school geschopt zijn

Dit klinkt natuurlijk wel stoer en ongerijmd, maar het klinkt ook zó onwaarschijnlijk en zó onverenigbaar met wat Erasmus in zijn De opvoeding van de christenvorst zelf opgeschreven heeft, dat ik dit beslist verder moet uitleggen en moet onderbouwen.

Voorgekookt

Om te beginnen moeten we ons dan realiseren dat Erasmus geen opvoedingsadviezen geeft zoals wij die vandaag de dag associëren met, bijvoorbeeld, Ouders Online. De tekst van Erasmus is vooral een politiek traktaat, geschreven in de vorm van een persoonlijk advies aan de gedoodverfde keizer, maar in feite gericht aan al zijn weldenkende medeburgers.

Erasmus verkent de contouren van een volstrekt nieuwe manier voor het gewone volk om invloed uit te kunnen oefenen op de politieke macht. Omdat Karel kroonprins is en de macht over een gigantisch groot rijk dankzij allerlei familiale banden in de schoot geworpen zal krijgen, merkt Erasmus op dat het volk deze vorst weliswaar niet voor het kiezen heeft, maar toch iets anders, dat minstens zo belangrijk is, wel voor het kiezen heeft: namelijk de opvoeding van deze prins. Daarin schuilt de echte macht, omdat ieder mens, en dus ook iedere vorst, al zijn kwaliteiten onder invloed van anderen ontwikkelt. Hoe vertaalt zich dat naar vandaag?

Wij kunnen onze politici ogenschijnlijk wel kiezen, maar dat is helemaal de cruciale keuze niet. Het maakt immers niet uit wie wij kiezen als we ons niet serieus buigen over de vraag welke opvoeding wij die toekomstige politici dan moeten bieden. En die vraag moet niet gaan over het onderwijs dat iedereen al krijgt, of over de profielen die je kunt kiezen, of over de universiteit waar tegenwoordig iedereen al heengaat. Nee. Dat is totaal niet onderscheidend.

Een honoursprogramma, een bestuursjaar, een wereldreis, en een cum laude behaald diploma geeft geen enkele toekomstige politicus een uitgesproken nobel karakter.

Het zal voor onze toekomstige politici niet moeten gaan om een onderwijstraject dat iedereen al doorloopt. En dus ook niet om een opgeklopt CV, met al die verplichte nummers: een honoursprogramma, een bestuursjaar, een wereldreis, en een cum laude behaald diploma. Zo’n voorspelbaar, voorgekookt, excellent traject geeft geen enkele toekomstige politicus een uitgesproken nobel karakter.

En op karaktervorming komt het volgens Erasmus aan. Daar is een harde leerschool voor nodig. Daarvoor moet gewerkt worden, van jongsaf aan. Daarvoor is een contrast nodig, een groot contrast, een flinke zet uit de eigen comfortzone.

In de vroege renaissance betekent dat voor de jonge kroonprins een grondige kennismaking met de klassieken. Karel heeft de confrontatie nodig. Hij moet tot in ieder detail kennismaken met de verschillen tussen enerzijds de gewoonten en neigingen van een tiran – de absolute vorst waarmee Karel in zijn tijd vanzelfsprekend vertrouwd is – en anderzijds de deugdzame oriëntatie van een wijze en goede heerser. Met die laatste kan Karel vertrouwd gemaakt worden door het bestuderen van de werken van Plato en Aristoteles. Dat zal niet gemakkelijk zijn, maar een nobel karakter krijg je dan ook niet vanzelf. Een goede en wijze heerser word je niet zomaar. Daar moet je voor werken!

Het maakt niet uit wie wij kiezen als we ons niet serieus buigen over de vraag welke opvoeding wij die toekomstige politici dan moeten bieden.

Achterbankgeneratie

Vandaag de dag ziet zo’n flinke zet uit de eigen comfortzone er heel anders uit. Voor het benodigde contrast moet de toekomstige politicus van school geschopt worden. Daarin zal Erasmus hem zijn voorgegaan, zo verwacht ik. Niet in de studie van de klassieken, maar in de harde leerschool van de stadsjungle.
Onze politicus moet het contrast tot in iedere vezel leren voelen en moeten gaan inzien wat Erasmus bedoelt met het belang van puur overleven. Want daarin bestaan de details van de verschillen waar het vandaag de dag om draait.

Beeld: Krzysztof Soroka

Dat zijn de verschillen tussen enerzijds de gewoonten en neigingen van de achterbankgeneratie, de verwende, brave prinsen en prinsessen die alles in het leven aangereikt krijgen als ze maar netjes en gedwee doen wat er van hen verwacht wordt, en anderzijds de al te menselijke vitaliteit van de dakloze weglopers, de rappers, die het op straat gemaakt hebben, die hun eigen taal hebben moeten ontwikkelen, die hun eigen boontjes hebben moeten leren doppen, die hun eigen naam hebben weten te vestigen, vanuit het niets.

Erasmus zal ze de weg wel wijzen, als een literaire gids, net als in de vroege zestiende eeuw. Met vergelijkingen, aforismen, gevatte, harde beelden. Met woorden die als een heftige rap aan de deur rammelt van iedere brave burger.

"Ja, dat bedoel ik!"

Populariteit en schone schijn

Erasmus probeert onophoudelijk de kroonprins, maar vooral ook zijn volgelingen, zijn hofhouding en zijn hele volk, op het verkeerde been te zetten. Erasmus morrelt consequent aan de sterk sturende vanzelfsprekendheden die vorst en volk in een voor beide onfortuinlijke greep gevangen houden. Het is niet de macht, zo maakt Erasmus duidelijk, die kenmerkend is voor de relatie tussen volk en vorst. Macht is voor de tiran, gezag voor de vorst. Macht is alleen uiterlijkheid, uiterlijkheid die niets waard is als de heerser die de macht heeft, niet beschikt over een vorstelijk, wijs en nobel karakter.

De huidige politici laten vooral zien hoe begaafd en getalenteerd hun spindokters zijn

In een prachtige passage maakt Erasmus duidelijk dat een vorst zichzelf volledig deklasseert als hij de uiterlijke tekenen van macht nodig heeft. Een ambtsketting, een scepter, purperen gewaden, beeldhouwwerken en portretten – ze betekenen niets, omdat we er immers ook een acteur mee kunnen sieren. Die lijkt dan wel een vorst, maar is het natuurlijk niet. (Wat zou Erasmus zich, tussen haakjes, geschaamd hebben voor Ronald Reagan, een acteur die op een troon geheven werd.) De enige lof die in zulke uiterlijkheden schuilt, komt volgens Erasmus de kunstenaar toe, die immers zijn talent laat zien in de pracht en de praal waarmee een tiran te koop loopt.

Wat dat betreft laten de huidige politici vooral zien hoe begaafd en getalenteerd hun spindokters zijn, maar ook hoe zwak hun eigen karakter. Zij laten immers hun oren hangen naar de grote massa, streven vooral naar hun eigen populariteit, en denken dat hun politieke kwaliteit gemeten kan worden aan de hand van het electorale effect dat ze boeken. Hoe groter dat effect, hoe populairder de politicus, maar in feite ook alleen maar hoe begaafder de spindokter. Met een vorst, een heerser die goed is voor zijn volk, heeft dat niets te maken. Populariteit ondermijnt de loyaliteit van het volk, aldus Erasmus, omdat het hebzucht aanwakkert en uiteindelijk iedereen ontevreden achterlaat.

Beeld: Krzysztof Soroka

Radicaal

Natuurlijk kun je deze woorden inpassen in een humanistisch pleidooi voor beschaving en voor deugdzaamheid, zoals honderden jaren met Erasmus’ erfenis is gebeurd. Maar als je deze woorden in hun context probeert te verstaan, dan zie je hoe radicaal ze zijn, en hoe vernieuwend.

Erasmus spreekt vanuit het niets ten overstaan van de hele Europese gemeenschap een extreem bevoorrecht jong van vijftien toe, een prins die opgroeit tussen pracht en praal, die het centrum vormt van machtige, koninklijke families die door slinks gekonkel de absolute, tirannieke macht over een gigantisch rijk naar zich toegetrokken hebben.

Binnen die context roept Erasmus op tot Christelijke dienstbaarheid. Binnen die context stelt hij dat een prins zichzelf het best kan begrijpen als het hart van het lichaam dat zijn land is, als degene die over het hele lichaam de levenssappen verdeelt, degene die met wijsheid en gezond verstand de belangen van al zijn onderdanen ter harte neemt. Zo’n oproep aan een aanstaande keizer is dapper, is ronduit brutaal, is buitengewoon controversieel in zijn grensverleggende, morele stelligheid.

Erasmus' oproep aan de aanstaande keizer is dapper, ronduit brutaal

Als we de radicale, vernieuwende, kritische houding van Erasmus recht willen doen in deze 21e eeuw dan is het cruciaal dat we door de letter van zijn pleidooi heen kijken. Erasmus pleitte weliswaar voor een schoolse, gymnasiale bestudering van de klassieke Griekse en Latijnse letteren, maar dat zou hij nu, in deze door en door brave, schoolse en burgerlijke cultuur natuurlijk helemaal niet meer doen.

Erasmus zocht de latente menselijkheid in door macht vervormde relaties, een menselijkheid die tot ontwikkeling gebracht moet worden. Hij was een pedagoog en een wijsgeer die mensen uit hun comfortzone haalde. Vandaag de dag zou Erasmus zoeken naar de latente menselijkheid in door verschoolsing vervormde relaties. Hij zou een pedagoog en wijsgeer blijven: die menselijkheid moet nog tot ontwikkeling gebracht worden.

Onze toekomstige politici moeten nog leren ontdekken wat hen drijft, wat hen ten diepste beweegt. Zij moeten hun eigen vitaliteit nog ontwikkelen, en daarvoor moeten zij uit hun gezapige comfortzone gehaald worden. Ze moeten de straat op geschopt worden, moeten leren overleven, moeten hun eigen stem leren vormen. Voor inspiratie kunnen ze bij Erasmus terecht, de nieuwe rapper, kritisch, radicaal, vernieuwend, een nieuwe ster aan het firmament dat zich vormt in de goot van de Middellandstraat. Check, bijvoorbeeld, de rhymes van zijn laatste stukje shizzle:

Brave jochies protesteren
Wat een armoe, in de goot
Zot, verward, en dom
Ze zien ons niet als
Mens
Ik lust ze rauw

Lof der Zotheid, 32: “Maar ik geloof dat ik de filosofen hoor protesteren. ‘Maar het is per definitie zielig’, zeggen ze, ‘om in dwaasheid te leven, verkeerd te handelen misleid en onwetend te zijn’. Nee, dat is mens zijn!”

Reageer of deel op Social Media

Tags:deugdzaamheid, erasmus, filosofie, Jordy Dijkshoorn, opvoeding, politici, rap en Ronnie Flex

Secties: Erasmus in Rotterdam en Wetenschap en onderwijs

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *