Stedelijke ontwikkeling & architectuur29 juni 2016

De Rotterdamse Aanpak: Leefbaarheid van de stad

Deze serie onderzoekt de veronderstelde typisch Rotterdamse aanpak in architectuur en stadsontwikkeling. Deel 3: hoe verhoudt de Rotterdamse Aanpak in de architectuur zich tot de leefbaarheid van de stad?

Beeld: Fleur Beerthuis

Leefbaarheid. Nergens in het Nederlandse taalgebied is dat begrip zo gepekeld als in Rotterdam – de stad van Pim Fortuyn, van Leefbaar Rotterdam, van de puinhopen van de eeuwig gehate PvdA en alles waar die voor zou staan – elites, corporaties, regenten die doen wat de burger eigenlijk helemaal niet wil. De Rotterdamse architectuur is daar een onlosmakelijk onderdeel van, zij het misschien niet zo gepolariseerd als de meeste andere begrippen die we aan leefbaarheid kunnen koppelen. De Rotterdamse bouwkunde maakt vaak ook de Leefbaarstemmer, of anderen die de zaken graag simpel en deugdelijk houden, zo trots als een aap met zeven staarten.

Spagaat

Tegelijk zal de functionaliteit – en natuurlijk het budget – van alle innovatie vaak kritisch tegen het licht gehouden worden. Illustratief voorbeeld: toen ik afgelopen jaar met een crew van actualiteitenrubriek Brandpunt op stap was, sprak ik een man in de Afrikaanderwijk. Zijn suikerziekte had hem een jaar eerder een voet gekost, hij had daarvoor dertig jaar in een fabriek gewerkt. Hij raakte dus arbeidsongeschikt, en uitte zich tegen mij in een interview als een fervent aanhanger van de ‘leefbaarheid’. Jazeker, van het totale begrip. Hij legde daarbij uit niet altijd op LR te stemmen, maar zeker ‘nooit ofte nimmer meer’ op de PvdA. Die hadden de stad vol wijken gezet die niemand nodig had. We kwamen uit op de Markthal. En daar illustreerde deze beste man op geweldige wijze de spagaat van het onderwerp ‘leefbaarheid van de architectuur’. Hij zei de Markthal schitterend te vinden, een kolos om trots op te zijn als stad. Tegelijk zou hij er nooit naar toegaan. Hij had namelijk gehoord dat het er ‘teringduur’ was, en dat kon hij niet betalen van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering. Rotterdam, een stad vol iconen die vooral de niet-burgers dienen? Ik ging op onderzoek uit.

Allereerst: wat betekent ‘leefbaarheid’ nu eigenlijk letterlijk? Komt ie: ‘hoe aantrekkelijk een gebied is om er te kunnen wonen of werken’. Dat is simpelweg waar het op neerkomt. Zelf groeide ik op in Crooswijk, in de sociale huurwoningen van het gebied rondom de Goudse Rijweg. Ooit neergezet als een slimme, goedkope oplossing, zijn ze verworden tot een brandhaard in de strijd om leefbaarheid. Niet in de laatste plaats dankzij de architectuur – die wordt algemeen gezien als te goedkoop, als lelijk. Ik zelf zou nog wat verder willen gaan, en ze als een misdaad tegen de menselijkheid willen bestempelen. Ook Gyz La Rivière, kunstenaar en officieus stadsarchivaris, zei al vaak genoeg dat Rotterdam door twee bombardementen is getroffen – dat van de oorlog en de stadsvernieuwing. Het heeft veel identiteit gesloopt ten faveure van kleurloosheid.

Beeld: Fleur Beerthuis

Hufterproof

Ik leg deze bevindingen voor aan een vrouw die ik via-via heb leren kennen. Ik druk me zo vaag uit omdat ze niet met naam en toenaam in het stuk wil. Ze werkt voor een groot bouwbedrijf, dat al jaren in Rotterdam orders binnenhaalt voor sociale huurwoningen. Ze uit flinke kritiek: “Kijk, het probleem is dat Rotterdam zo ontzettend veel school gemaakt heeft met stadswijken ‘opnieuw’ op de kaart zetten. Het heeft ertoe geleid dat architecten en bouwbedrijven altijd denken dat er hier weer wat te halen is. Daarbij wordt er vooral snel gewerkt. Ik doe vaak de inkoop van materialen, en als het niet is gericht op tweeverdieners, dan moet het per se zo prefab en algemeen mogelijk. Architecten passen hun ontwerp daarop aan – de eisen die gesteld worden zijn sowieso allemaal preventief. Het mag niet te snel kapotgaan, het moet hufterproof, en snel te installeren. Ik heb in bijna twintig jaar nog niet meegemaakt dat de daadwerkelijke mensen die er moeten gaan wonen wat gevraagd wordt. Dat is mijns inziens een groot probleem van Rotterdam: deze stad rolt de loper uit voor tweeverdieners, voor bakfietsen. Dat kan en moet allemaal zo ‘leefbaar’ mogelijk. Nieuwe sociale wijken moeten alles accepteren. Als ze maar niet voor ‘gezeur’ zorgen.”

Maar, die burger zit natuurlijk niet alleen thuis. Rotterdam is een stad met sterke forensenstromen, tjokvol vormgegeven openbare ruimte. Maarten Struijs was jarenlang hoofdarchitect van Gemeentewerken. Van zijn hand zijn tientallen ontwerpen, en niet zelden iconisch, die de stad mede hebben gevormd. De huidige pensionaris nam afscheid van de stad met alle ondergrondse projecten van Rotterdam Centraal en metrostation Blijdorp.

“Rotterdammers waarderen de toegankelijkheid van hun architectuur”

Beeld: Fleur Beerthuis

Ik vraag hem te reflecteren op de ‘Rotterdamse Aanpak’ en leefbaarheid. Maarten Struijs: “Ik denk dat Rotterdam ontzettend leefbaar is geweest in zijn architectuur van de openbare ruimte. Ik heb jaren hartstikke vrij kunnen werken. Sterker – in andere grote steden zag ik veel eerder ‘het slot op de deur’ gaan. Hier kon ik bijvoorbeeld mijn metrostations helemaal openlaten, zodat het echte openbare ruimte was. Het was al niet de mooiste stad, maar in elk geval wel een toegankelijke stad voor zijn burgers. Het wrang-ironische is alleen natuurlijk dat ‘leefbaarheid’ een heel andere lading heeft gekregen aan het begin van deze eeuw. Veiligheid en controleerbaarheid deden hun intrede en die hebben de architectuur van Rotterdam totaal veranderd. Dat is niet eens per se negatief hoor; het is simpelweg hoe het gaat. De samenleving wijzigt, en architecten zullen daar toch mee moeten werken. Ik werkte als student in 1968 bij Shell, in Pernis. Daar viel me toen een hek op, waar je alleen met een pasje toegang kreeg. Toen is bij mij het zaadje geplant dat de wereld langzaam alleen functioneel toegankelijk zou gaan worden, en dat is gebeurd! De nieuwe iconen van de stad kun je echt alleen nog maar van buiten bewonderen. Dat is ook het geheim van het succes van zoiets als De Trap die tot voor kort voor het Groothandelsgebouw stond: Rotterdammers waarderen de toegankelijkheid van hun architectuur. Gelukkig is na veel strijd met de NS de hal van Rotterdam Centraal bijvoorbeeld opengebleven. Maar verder zijn het tourniquets, overal tourniquets wat de klok slaat.”

“Ik merkte de omslag voor het eerst toen we de metro doortrokken van Marconiplein naar Spijkenisse. Op het laatst, het was 2002, Pim Fortuyn-tijd, moesten het helemaal dichtgesmeerd worden met poortjes en afgrendeling. Dat was me wel een doorn in het oog, het is op veel plekken toen ook niet zo fraai uitgepakt. Het was echt frommelen geblazen. Nu kun je er wel rekening mee houden, dus dan valt het mee. Maar het heeft er wel toe geleid dat Rotterdam, de stad van de openbare ruimte, een stad geworden is van publieke ruimtes. Een belangrijk nuanceverschil – alleen met een duidelijke functie mag je er nog komen. Daarom zijn de as voor Centraal en bovenal de Markthal zo succesvol: je mag er gewoon lopen! Het is toegankelijk, je kunt je er nog vergapen. Ik denk dat die plekken steeds belangrijker voor de stad gaan worden, want alle nieuwe ‘iconen’, zoals woontorens, zijn alleen voor een specifiek publiek.”

"Zo’n gebouw gaat leven als het actief bij de publieke ruimte wordt betrokken – dan heeft de burger er wat aan"

Joep Klabbers is architect en organisator van de Rotterdamse Dakendagen. Het evenement beleefde net zijn tweede editie en was wederom succesvol. Klabbers en zijn compagnon Léon van Geest spelen in op de materie zoals geschetst door Struijs. De Rotterdammer wil snuffelen. Klabbers: “Architectuur is uiteindelijk best een platte aangelegenheid. Naar geveltjes kijken, dat werk, oh wat mooi. Of lelijk, whatever. Zo’n gebouw gaat pas leven als het actief bij de publieke ruimte wordt betrokken – dan heeft de burger er wat aan. Wij zien dat met de Dakendagen, de mensen staan ervoor in de rij. De hoogte is natuurlijk een aantrekkingskracht, maar ook het simpelweg door gebouwen heenlopen is geweldig, iets dat veel vaker zou moeten kunnen.”

Deelgenoten

Als het in Rotterdam al wringt tussen de leefbaarheid en architectuur, dan ligt dat volgens Klabbers niet bij de architectuur zelf. “Het is het eigendom van die iconen, van die grote gebouwen. Dat is vaak corporate. Het zijn Zweedse investeerders of een Duits pensioenfonds. Die hebben geen idee wat Rotterdam wil, die zien alleen maar moeilijkheden en grendelen de boel dus af. Rotterdamse tussenpersonen – makers, organisatoren, betrokkenen – zijn dus des te belangrijker. Zij kunnen de eigenaren overtuigen om gebouwen veel actiever bij de stad te betrekken en zo ook de leefbaarheid te stimuleren. Zeker in Rotterdam zie ik dat een gigantisch succes worden. Ik kan het niet staven met keiharde cijfers, maar wat ik in Rotterdam zie is dat bewoners en bezoekers hier de stad écht als een gebouwd en ontworpen geheel zien. Ze willen daarbij betrokken worden, ze willen er deelgenoot van zijn. Dat moeten we nog veel meer met elkaar bewerkstelligen. Goed voorbeeld? Het Nhow Hotel in De Rotterdam. Die doen bij elk evenement hun best om de stad uit te nodigen. Is er North Sea Jazz? Hop, er staat al een brass band in de lobby!”

Beeld: Fleur Beerthuis

“Stedelingen moeten kunnen struinen ín de gebouwen van hun stad”

Er zijn al Rotterdamse bureaus die anticiperen op de door Klabbers uitgesproken wens. Zoals TomDavid Architecten, die het onderwerp leverden voor de verbouwing van de Willem de Kooning Academie. Zij voegden op eigen initiatief een publieke ‘belevingslaag’ toe aan het geheel. Tom van Odijk: “Het idee van POPS – Public Owned Public Spaces – is dat stedelingen ook moeten kunnen struinen ín de gebouwen van hun stad. Dat versterkt de band, belangrijk in het geval van de WDKA: het is een onderwijsinstelling, nonprofit. Zo creëer je plekken waar mensen los van allerlei marktverwachtingen kunnen verblijven, werken en nadenken. Bij de WDKA is er een route die je door heel het gebouw voert. Je kunt de studenten aan het werk zien, eigenlijk verleng je de straat door het gebouw. We deden hier onderzoek naar en ontwikkelden een app: pops.city.”

Wie al deze statements doorleest kan eigenlijk maar tot één conclusie komen: in Rotterdam is architectuur met recht leefbaar als er actief deelgenomen kan worden, als de burger erbij betrokken wordt. Een fraaie facade, zoals een historisch stadscentrum dat toch al ontbreekt, is niet genoeg. Misschien dat je in het licht van de Rotterdamse Aanpak en architectuur daarom de definitie van leefbaarheid wat moet aanpassen. Leefbaarheid: ‘hoe aantrekkelijk, toegankelijk en transparant een gebied is, om er fijn te kunnen samenleven.’

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met International Course Rotterdam Architecture (IC-RA). In 3 dagen – van 6 t/m 8 juli 2016 – bezoeken deelnemers 30 projecten en bureaus in de stad en maken ze kennis met 30 experts. De cursus onderzoekt de rol van architectuur en creatieve industrie in het maken van de stad. Met workshops, reflecties, presentaties en kijkjes achter de schermen wordt de ‘Rotterdamse Aanpak’ ontleed. Voor deze course-en-route met titel ‘City force: Rotterdam architecture’ is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:architectuur, IC-RA, International Course Rotterdam Architecture, Leefbaarheid, POPS, Rotterdam, rotterdamse dakendagen en TomDavid Architecten

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *