Stedelijke ontwikkeling & architectuur14 juni 2016

De Rotterdamse Aanpak: Rotterdam een architectenwalhalla?

Deze serie onderzoekt de veronderstelde typisch Rotterdamse aanpak in architectuur en stadsontwikkeling. Deel 1: wanneer werd Rotterdam een architectenwalhalla?

Beeld: Frank Hanswijk

Rotterdam staat al jaren te boek als architectuurstad. Toeristen komen zich vergapen aan de Markthal, Rotterdam Centraal en De Rotterdam. Stuk voor stuk kregen ze prompt een iconenstatus. Ze lijken Rotterdam inmiddels te definiëren. Hoewel de status van Rotterdam als dé architectuurstad relatief recent is, was de aanloop hier naartoe al jaren eerder ingezet. Beeldbepalende gebouwen werden veelal tussen 1980 en 2010 ontworpen.

Als geen andere stad rolde Rotterdam de rode loper uit voor architecten. Illustratief is de uitspraak van Riek Bakker (voormalig directeur Stadsontwikkeling Rotterdam) hierover in nrc.next: “Al zou de rest van mijn leven waardeloos zijn (…) dan nog zou ik heel tevreden zijn om wat ik in Rotterdam heb mogen meemaken. In geen enkele andere stad in Nederland was dit mogelijk geweest.” Ze doelt hier op de ontwikkeling van de Kop van Zuid die onder andere de Erasmusbrug tot gevolg had. Hoe waren de omstandigheden toen? Hoe vruchtbaar was de bodem die architecten vonden voor hun bouwdrang? Kees Christiaanse (KCAP), Winy Maas (MVRDV) en Sjoerd Berghuis (Klunder Architecten) vertellen erover.

Kees Christiaanse: “Koolhaas celebreerde Rotterdam als stad van goede voedingsbodem”

Kees Christiaanse, die in 1989 KCAP oprichtte, begon zijn carrière bij OMA van Rem Koolhaas. “Rem was tien jaar ouder dan ik en mijn leraar. Of ik bleef daar en was altijd nummer twee, of ik startte mijn eigen bureau.” Het werd dat laatste. Lagen de kansen voor architecten destijds voor het oprapen? ‘Er was een gemeenschappelijk elan,’ vertelt Christiaanse. “Het gevoel dat we van Rotterdam, van zichzelf niet zo spectaculair, een ware wereldstad konden maken.” Volgens Christiaanse heerste er al veel langer een sterk ondernemersklimaat in de stad. Bovendien was er veel bouwland beschikbaar door de aanleg van de Nieuwe Waterweg, de expansie van de havens en natuurlijk door het bombardement. Die combinatie creëerde veel kansen. “Door de eerdere bouw boom buiten de stad en de trek van de middenklasse naar de voorsteden, ontstond een leegte in het centrum die in de jaren ‘90 weer voor nieuwe ontwikkelingen werd gebruikt, zoals de Kop van Zuid.”

Christiaanse onderscheidt vier bouwgolven. “In de jaren ’30 werd de Van Nellefabriek gebouwd, wereldwijd een voorbeeld in de architectuur. De tweede golf was in naoorlogs Rotterdam, ten tijde van de wederopbouw. Ook toen was Rotterdam wereldwijd zeer invloedrijk.” De derde golf kwam met komst van OMA in Rotterdam. “Koolhaas celebreerde Rotterdam als stad van goede voedingsbodem. De boom ontstond in 1990. Ik had het geluk dat ik mijn bureau toen net geopend had.” Tussen 1990 en 2012 werd het bureau groot, daarna zakte de markt in en gingen veel bureaus failliet. “Wij overleefden door veel buitenlandse opdrachten.” De vierde golf rolt momenteel door Rotterdam.

Red Apple Buiding Beeld: Frank Hanswijk

Enorm ontwikkelpotentieel

Het architectenmekka dat Rotterdam nu is, is een optelsom van ontwikkelingen. De komst van OMA heeft volgens Christiaanse voor veel navolging gezorgd. “Veel medewerkers die in de jaren tachtig bij OMA werkten, startten in de jaren negentig voor zichzelf in Rotterdam.” Christiaanse zegt het meest trots te zijn op zijn gebouwen rondom de Wijnhaven en in het Laurenskwartier: de Red Apple en Blaak 31. Nu verblijft Christiaanse een groot deel van zijn tijd in andere wereldsteden. “Het verschil met Hamburg, Berlijn, Kopenhagen of Londen is dat je eenzelfde cultuuraanbod en sociale en economische infrastructuur hebt, maar dat je in Rotterdam een betaalbare woning kunt vinden, of kantoorruimte. Voor weinig geld woon je hier goed. In die zin heeft Rotterdam een enorm voordeel. Rotterdam is misschien nog een beetje kleurloos en klein, maar heeft een enorm ontwikkelpotentieel.” Hij kijkt met een goed gevoel terug op die beginperiode van zijn carrière en de hechte groep van architecten, studenten en ontwikkelaars die regelmatig bij elkaar kwamen om over de Rotterdamse toekomst te spreken. “Het leefde sterk. De sectie architectuur van de Rotterdamse Kunststichting was wereldwijd bekend. Het was super.”

Winy Maas: “Er heerste een soort van laboratoriumgevoel, en dat heerst gelukkig nog.”

Architect Winy Maas werkte, net als Christiaanse, bij OMA voordat hij in 1993 MVRDV mede oprichtte in Rotterdam. Als reden geeft hij dat Rotterdam op dat moment veel mogelijkheden bood. “Er heerste een laboratoriumgevoel, en dat heerst gelukkig nog.” De aanwezigheid van andere creatieve ondernemers, van kunstenaars en computerbedrijven tot goede maquettebouwers, speelde voor Maas mee. “Er was in Rotterdam bijvoorbeeld veel rauwe kunst, niet die elitaire kunst.” Juist deze ontwikkelingen voor en door ‘het volk’ zag hij als een positieve ontwikkeling. Het bracht een pioniersgeest met zich mee. Maas’ gevoel bij Rotterdam was positief, maar hij moest zijn dadendrang een paar jaar beteugelen. “We konden in die tijd veel ideeën roepen en visies geven, vanaf het begin was er zeker belangstelling voor ons, maar pas later hebben we het kunnen omzetten in grotere bijdragen.” Didden Village uit 2006, de blauwgekleurde dakuitbreiding in West, noemt Maas als doorbraak. Het toont dat MVRDV zowel groot- als kleinschalig kan denken en doen. Van het grootschalige is de Markthal van MVRDV natuurlijk het beste voorbeeld.

Markthal Beeld: Frank Hanswijk

Bredere perspectief

Maas benadrukt dat het klimaat voor architectuur in de stad lang niet altijd zo optimistisch was als nu het geval is. “Er zijn grote momenten van somberte geweest, voor een deel in de jaren ‘70.” Na de periode van hoogmoed in de nineties kwam er volgens Maas de focus op de kleinschaligheid. “Dat had licht-cynische kantjes en miste het grote perspectief. Kleinschaligheid is hartstikke nodig, maar je kunt niet zonder brede blik.” Iconisch én kleinschalig bouwen met het oog op zowel bewoner als bezoeker, dat is Maas’ ideaal. ‘We moeten kosmopolitisch blijven denken en willen zijn,’ zei hij onlangs in een interview op Vers Beton. De stedelijke ontwikkeling van Rotterdam noemt hij ‘een soort rollercoaster.’ Het heeft zijn ups en downs. Groots en utopisch denken is het devies van Winy Maas, want ‘het kan maar zó weg zijn.’

Sjoerd Berghuis: “De Rotterdamse aanpak gaat met golfbewegingen”

Sjoerd Berghuis van Klunder Architecten startte in 1995 bij het bedrijf dat hij bewonderde vanwege grootschalige projecten als de drie woontorens aan de Boompjes, die van eind jaren ’80 stammen. Klunder, opgericht in ’78, is een belangrijke vormgever van het nieuwe Rotterdam. Berghuis: “Klunder past in het rijtje van de oude garde, zoals Groosman en Hoogstad. Bij het bureau werkt nu niemand meer uit die beginperiode.” Hoewel aanpak van het bureau hetzelfde bleef, is de visie inmiddels totaal anders dan in de jaren ‘80. “Anders hadden we heel wat projecten niet kunnen doen.”

Toen Berghuis zich bij het bureau voegde, lag de focus op Vinex. “In de stad zelf gebeurde niet veel, iedereen zette in op gezinswoningen in groeikernen als Carnisselande of Capelle aan den IJssel. Rond de eeuwwisseling werd de vraag gesteld of we niet meer naar de binnenstad moesten kijken. Vlak daarna kregen wij de opdracht voor de Hofdame en sindsdien werken we weer vooral in de stadskernen. De laatste jaren betekent dat 90% woningbouw.” Berghuis beschrijft de visie. “We ontwerpen veel vanuit de binnenkant en zijn niet in de eerste plaats bezig met iconisch ontwerpen.” De bewoner is hun uitgangspunt, niet de architectuurtoerist. Geen gevelarchitectuur kortom, maar goede woningbouw met veel glas, buitenruimte en groen. “Dat beantwoordt ook over dertig jaar nog aan de vraag.” Illustratief voor hun huidige manier van werken zijn woontoren 100Hoog aan de Wijnhaven en de Hofdame aan de Binnenrotte.

100Hoog Beeld: Frank Hanswijk

Daadkracht

Hoewel er de laatste jaren veel gerealiseerd is in de binnenstad, benadrukt Berghuis dat het voor hem nú op daadkracht aankomt. “De Rotterdamse aanpak bij de gemeente is nu anders dan vijf jaar geleden. Karakus (wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling van 2006 tot 2014) heeft veel geïnitieerd. Er is nu zoveel dat ik twijfel of het huidige college het momenteel wel aankan.” Bovendien, zegt Berghuis, is er een angst ontstaan voor het verliezen van de ziel van de stad. Daarom wordt er minder gesloopt en meer getransformeerd. “Wel of niet slopen is een gevoelig onderwerp nu, vooral in het wederopbouwjaar. Helaas ontstaat er daardoor vertraging. Er worden geen termijnen meer gesteld terwijl sommige plannen er al bijna een jaar liggen.” Berghuis pleit voor daadkracht om de Rotterdamse aanpak op gang te houden.

De herwaardering voor wederopbouwgebouwen juicht hij enerzijds toe, maar hij vindt dat niet al die gebouwen over een stedenbouwkundige kwaliteit beschikken. “Tien jaar geleden vond iedereen de stad grijs en saai. Het leefde niet en er was te veel kantoorarchitectuur. Nu is er opeens een herwaardering.” Transformaties kunnen goed zijn, zegt Berghuis, maar ‘laten we niet alles heilig verklaren en alleen maar kleine ingreepjes doen.’ Hij benadrukt het belang van een balans tussen groot- en kleinschalig bouwen. “Maar soms mag je een rotte kies ook gewoon helemaal weghalen in plaats van vullen, en er een mooie kroon voor in de plaats neerzetten.” Hij vertelt dat de gemeente onlangs een coördinator (Mattijs Rommelse) aanstelde om plannen te beoordelen en te begeleiden. “Ik hoop dat Rommelse een Rotterdams shirt draagt waarvan de mouwen zijn opgestroopt, dat er wat vaart in komt.”

Is dát wat de Rotterdamse aanpak is? Opgestroopte mouwen, het anticiperen, het durven én doen? Christiaanse, Maas en Berghuis benoemen de golven in de ontwikkeling, die zijn ups en downs kende. Daarin wisselden grootschalig en kleinschalig bouwen elkaar af. Een balans tussen beide lijkt het ideaal, zonder het ‘laboratoriumgevoel’, het ‘gemeenschappelijk elan’ en ‘daadkracht’ te verliezen. Om zo dat ‘enorme ontwikkelpotentieel’ van de stad te benutten. Ga er maar aan staan!

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met International Course Rotterdam Architecture (IC-RA). In 3 dagen – van 6 t/m 8 juli 2016 – bezoeken deelnemers 30 projecten en bureaus in de stad en maken ze kennis met 30 experts. De cursus onderzoekt de rol van architectuur en creatieve industrie in het maken van de stad. Met workshops, reflecties, presentaties en kijkjes achter de schermen wordt de ‘Rotterdamse Aanpak’ ontleed. Voor deze course-en-route met titel ‘City force: Rotterdam architecture’ is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:architectuur, IC-RA, International Course Rotterdam Architecture, KCAP, Kees Christiaanse, Klunder Architecten, MVRDV, Sjoerd Berghuis, stadsontwikkeling en winy maas

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *