Stedelijke ontwikkeling & architectuur21 juni 2016

De Rotterdamse Aanpak: Wat is dat?

Deze serie onderzoekt de veronderstelde typisch Rotterdamse aanpak in architectuur en stadsontwikkeling. Deel 2: de Rotterdamse Aanpak, wat is dat?

Beeld: Loes van Duijvendijk

Het klinkt als een mooi begrip, ‘De Rotterdamse Aanpak’. Het is duidelijk dat de stad op dit moment een soort renaissance beleeft, maar is dat uitsluitend het gevolg van een doelgericht stedelijk plan, of ligt dat complexer? Bestaat er eigenlijk wel een typisch Rotterdamse aanpak? Waar in deel één van deze serie de focus lag op architectuur, zoeken we het in deel twee in de periferie ervan: gebiedsontwikkeling, design en de cultuurhistorie van de stad. We spreken Richard Hutten (ontwerper), Astrid Sanson (directeur binnenstad en stedelijke kwaliteit), Bernadette Janssen (directeur BVR-adviseurs) en Paul Groenendijk (publicist) erover.

“Rotterdammers staan ook mentaal open voor nieuwe dingen”

Ontwerper Richard Hutten vestigde zich in 1993 doelbewust in Rotterdam, nadat hij afstudeerde in Eindhoven. Hij heeft een studio en werkplaats in het Merwe-Vierhavengebied. “Tijdens mijn studie liep ik stage in San Francisco. Door de ervaring in zo’n grote stad, wilde ik zelf ook graag in een grote stad wonen. We hebben in Nederland geen echt grote steden, maar Rotterdam had en heeft op zijn minst een grootstedelijke allure die mij aantrok. Er speelden hier op dat moment de typische grootstedelijke problemen. Maar er was vooral ook veel ruimte, zowel fysiek als mentaal. Sinds mijn vestiging in Rotterdam zit ik in dit gebied, waar het barst van de mooie grote werkruimtes. Rotterdammers staan ook mentaal open voor nieuwe dingen. Ik denk dat dat met het bombardement te maken heeft, er was geen andere keuze dan het nieuwe.”

Sinds zijn komst heeft hij de stad zien veranderen. “Iedereen is trots op het rauwe van Rotterdam, en zelf houd ik ook van die rafelrandjes. Ik zit niet voor niks in een industriegebied. Dat stoere spreekt mij aan, maar tegelijk zie je dat er een zachte kant aan het ontstaan is, met meer plezier. Het wordt gezelliger en prettiger terwijl de rafelrandjes er ook nog steeds zijn.”

Beeld: Loes van Duijvendijk

Niet alleen maar rauw

Richard Hutten benoemt met ‘die zachte kant’ een proces dat wel degelijk bewust gestuurd wordt vanuit de gemeente. Astrid Sanson is Directeur Binnenstad en directeur Stedelijke Kwaliteit bij Stadsontwikkeling. Zij omschrijft deze ontwikkeling als volgt: “De publieke en semi-publieke ruimte die nu aantrekkelijker gemaakt wordt speelt een grote rol in de ontwikkeling van de stad. Enerzijds moet de stad het rauwe en stoere behouden, maar ook een zachte kant hebben. In een stad die alleen maar rauw is laat je je kinderen niet buitenspelen. Daar hebben we al een enorme slag in gemaakt.”

De combinatie van veel ruimte én die nieuwe zachtere kant van de stad dragen dus sterk bij aan de huidige bloei van Rotterdam. Welke rol spelen nieuwe iconen als de Markthal en het Centraal Station daarin volgens Sanson? “De hang naar grote stoere projecten lijkt wel in de genen van de Rotterdammers te zitten. Op een locatie wordt iets gesloopt, om er vervolgens een icoon neer te willen zetten. Daardoor krijg je uiteindelijk heel veel iconen naast elkaar, en dan zijn het geen iconen meer. Sinds ik hier werk doe ik mijn best om het meer naar gebiedsontwikkeling te sturen. Dat gaat ook om cultuurhistorie en de waarde van de reeds aanwezige gebouwen. Bijvoorbeeld Cool 63, waar nu de Decathlon in zit. Oorspronkelijk was er voor die locatie een ontwerp gemaakt van een toren van weet-ik-hoe-hoog. Daar moet ik niet aan denken op die plek. We hebben gekozen voor een aanpak waarin het hele blok is meegenomen en dat heeft geresulteerd in wat er nu staat.”

“Rotterdam is een stad van projecten”

Bernadette Janssen is directeur van BVR- Adviseurs in Ruimtelijke Ontwikkeling. Dit bureau heeft zich recent onder andere bezig gehouden met de ontwikkeling van de gebiedsvisie Stadionpark Rotterdam. Zij ziet De Rotterdamse Aanpak vooral vorm krijgen in een vergelijking met Den Haag en Amsterdam. “Amsterdam heeft een traditie waarin heel goed wordt nagedacht over de structuur van de stad, het totaalbeeld. Den Haag kijkt goed naar de openbare ruimte, dat zie je ook terug in de plannen die ze daar nu uitvoeren. Rotterdam is echt een stad van projecten. Wat wij goed doen is mooie projecten verzinnen. Van daaruit wordt er wel gekeken naar de bredere visie op de stad, maar die visie is vaak abstract. Deze aanpak heeft heel veel voordelen, maar ook nadelen. De Veranda (het woongebied tussen de Nieuwe Maas en De Kuip, red.) is het beste voorbeeld van hoe ongelukkig het kan uitpakken als je alleen maar op projectniveau denkt. Uiteindelijk komt dat vast wel goed, maar nu staat het er heel verloren bij.”

Beeld: Loes van Duijvendijk

Creatieve voorhoede

Paul Groenendijk, publicist en mede-auteur van o.a. de Architectuurgids Rotterdam, ziet de rol van moderne architectuur als één enkel radertje in het geheel van de stad. “Zodra er ergens een goedkope buurt is, dan komen er creatieve mensen die daar gebruik van maken om er te wonen en werken. Dat zorgt er voor dat een buurt snel kan veranderen in een leuke buurt. Vervolgens gaan de huren omhoog en trekken de creatieven weer verder. Dat is in Rotterdam ook gaande de laatste jaren.”

Groenendijk benoemt de voortrekkersrol van creatieven, die groep ziet kansen die wellicht aan anderen voorbijgaan. “We hebben een heel lange periode alles nieuw moeten bouwen in de binnenstad, want er was niks. Nu zijn we op een punt van herbestemmen en hergebruiken aangekomen. Dat proces heeft vaak wel een impuls nodig in de vorm van toegevoegde nieuwbouw. Rotterdam is daar  helemaal niet bijzonder in. In Amsterdam, New York of Londen zie je dezelfde processen plaatsvinden.”

"Het Industriegebouw heeft jaren staan beschimmelen aan de Goudsesingel, maar nu wil iedereen er opeens zitten"

De grote voorraad wederopbouwpanden is natuurlijk wél een typisch Rotterdams gegeven. En juist die speelt de in door Groenendijk beschreven gentrification een rol. “Die wederopbouwarchitectuur is heel degelijke niets-aan-de-hand-architectuur, die zich daarom heel goed leent voor verschillende vormen van gebruik. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Industriegebouw. Dat heeft daar jaren staan beschimmelen aan de Goudsesingel. Nu wil iedereen er opeens zitten.”

Net als Groenendijk ziet Hutten de rol voor de creatieve klasse scherp. “Ik denk dat de creatieve industrie zeker een grote rol heeft in de ontwikkeling van de stad. Mijn eigen rol is vrij klein omdat mijn opdrachtgevers uit de hele wereld komen en helaas nauwelijks uit Rotterdam. Maar ik denk dat elke vorm van kunst, of dat nu ontwerp is of muziek of beeldhouwkunst of theater, er aan bij draagt om van Rotterdam een betere plek te maken. De gemeente benut het talent wat er in de stad rondloopt nog veel te weinig. Het succes van MVRDV is evident, daarin zie je een voordeel van werken met mensen die de stad goed kennen. Dat zou veel meer moeten gebeuren.”

Beeld: Loes van Duijvendijk

Unique selling points

MVRDV is het bureau dat verantwoordelijk is voor de Markthal en recentelijk De Trap tegen het Groothandelsgebouw in het kader van de Wederopbouwmanifestatie. Projecten die nationaal en internationaal veel media-aandacht hebben gekregen. Die aandacht is er niet zomaar, aldus Groenendijk. “Dat we nu in de mooie lijstjes staan, komt door promotie van de stad. Natuurlijk moeten er af en toe nieuwe dingen bij komen, maar dat kan net zo goed een restauratie of uitbreiding van een bestaand gebouw zijn. Rond de bouw van de toren van het World Trade Center, in de jaren ’80, is Rotterdam zich gaan bezig houden met PR. Sinds dat moment afficheert Rotterdam zich als stad van vernieuwing, vooruitgang en architectuur. Dat is gaan werken.”

Janssen vindt het heel slim dat de focus in de stadsmarketing bij de architectuur ligt. “Op een gebouw kan je verliefd worden, niet op zoiets ingewikkelds als gebiedsontwikkeling. Op een gegeven moment kan je denken: ‘wat een fijne plek is dit opeens.’ Maar dat is complexer en meer een proces van de lange termijn.”

De sterke en gevarieerde architectuur in Rotterdam is een onmisbaar element in wat we een Rotterdamse Aanpak kunnen noemen. Het weerspiegelt op een uitzonderlijke manier de recente geschiedenis van de stad. Het geeft de stad een uniek aanzien én selling point. Maar een goede openbare ruimte, een levendige creatieve sector en goede stadsmarketing zijn minstens zo belangrijk geweest voor de ontwikkeling die de stad nu doormaakt. De Rotterdamse Aanpak is een samenspel van factoren die op zichzelf misschien niet eens zo buitengewoon zijn, maar bij elkaar tot een unieke uitkomst hebben geleid.

Beeld: Loes van Duijvendijk

Lakmoesproef

Als laatste lakmoesproef leggen we een aansprekende case voor: de hypothetische, maar reeds fel bediscussieerde derde en/of vierde stadsbrug. Wat is hierin idealiter de Rotterdamse Aanpak volgens Janssen, Groenendijk, Hutten en Sanson? Janssen pleit ervoor te beginnen bij de eerste stadsbrug. “De Willemsbrug zou eens een échte stadsbrug moeten worden, dat is die namelijk nu niet. Het is alleen een verbinding, terwijl je ziet dat de Erasmusbrug een verbinding, een bestemming en zoveel meer is. De Koninginnebrug (brug tussen Noordereiland en Zuid, red.) moet aangepakt worden, Feijenoord gaat ontwikkeld worden, we moeten daar aan de slag. De brug moet recht doorgetrokken worden naar Zuid en veel beter gebruikt worden. Openbaar vervoer er overheen en de aanlandingsplekken verbeteren. Dat is een forse operatie, maar het zou fantastisch zijn.”

"Hoe meer bruggen hoe beter"

Ook Groenendijk is terughoudend over een nieuwe brug. “Ik zou eerder in fietsverbindingen en metrotunnels denken. Kijk naar de Rijnhavenbrug, die heeft veel meer betekend voor de ontwikkeling van Katendrecht dan iemand van te voren had kunnen denken.” Als de brug in West komt zal Hutten deze zo ongeveer in zijn achtertuin krijgen, maar dat schikt hem niet af. “Ik zit hier niet voor de rust, ik houd van reuring dus ik zal een brug zeker verwelkomen. Als ik vanaf hier naar de overkant kijk, zie ik de RDM liggen. Maar als ik daar met de auto heen wil, ben ik een half uur onderweg. Om de stad tot een geheel te maken heb je die makkelijke verbinding nodig.”

Sanson pleit ook voor meer verbinden, hetzij zorgvuldig uitgevoerd. “Hoe meer bruggen hoe beter. De noord-zuid verbinding is heel belangrijk, en je ziet bij zo’n brug dat het gebied er om heen zich kan ontwikkelen doordat zich er van alles gaat vestigen. Op zo’n moment gaan we natuurlijk niet alleen een brug maken, we werken aan gebiedsontwikkeling. Precies zoals Riek Bakker dat heeft gedaan met de Kop van Zuid. Dezelfde voorwaarden gelden. Het is gebiedsontwikkeling aan twee kanten van de rivier, waar een brug een onderdeel van is.”

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met International Course Rotterdam Architecture (IC-RA). In 3 dagen – van 6 t/m 8 juli 2016 – bezoeken deelnemers 30 projecten en bureaus in de stad en maken ze kennis met 30 experts. De cursus onderzoekt de rol van architectuur en creatieve industrie in het maken van de stad. Met workshops, reflecties, presentaties en kijkjes achter de schermen wordt de ‘Rotterdamse Aanpak’ ontleed. Voor deze course-en-route met titel ‘City force: Rotterdam architecture’ is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:architectuur, IC-RA, International Course Rotterdam Architecture en Rotterdamse Aanpak

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *