Wetenschap en onderwijs9 juni 2016

Reconstructie: Hoe de kleinschalige mbo-scholen er in Rotterdam uiteindelijk toch niet kwamen

De reconstructie

Iedereen wilde ze: goede, kleinschalige mbo-scholen in Rotterdam. De grote mbo-instellingen in Rotterdam, Zadkine en Albeda, zouden zichzelf opheffen om meerdere zelfstandige colleges te vormen. Maar het kwam er niet van. Hoe kwam dat?

UPDATE 9/6 14:45: Reactie van wethouder Hugo de Jonge (onderin het artikel)
UPDATE 10/6/2016 16:53: Minister Bussemaker is door de Tweede Kamer gevraagd te reageren op dit artikel, zie hier (besluit 29)

Lees meer:

Jullie gaven gul om Ronald Buitelaar te laten uitzoeken wat er in vredesnaam gebeurd is. Hier lees je het resultaat: de volledige reconstructie, aan de hand van documentatie en interviews met de belangrijkste betrokkenen. In de analyse vatten we de gebeurtenissen samen en duiden we.

Het journalistieke onderzoek naar het mislukken van de plannen is mede mogelijk gemaakt door de financiële steun van 131 donateurs. In januari heeft Vers Beton samen met Yournalism met een crowdfundingcampagne geld opgehaald voor dit onderzoek van Ronald Buitelaar. In zes dagen was het benodigde bedrag van 2500 euro binnen. Dankzij deze financiële steun kon Vers Beton tijd en mankracht vrijmaken in de redactie voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek naar het mbo-onderwijs.

Proloog: het diner

Een maandagavond, juni 2015. Luc Verburgh, bestuursvoorzitter van ROC Zadkine, schuift aan bij een diner ergens in Rotterdam. Naast hem zit een lid van de Raad van Toezicht van het Albeda College, het andere Rotterdamse ROC. De afgelopen tweeënhalf jaar zijn de twee mbo-instellingen intensief bezig geweest om samen een aantal mbo-colleges te vormen: relatief kleine scholen voor middelbaar beroepsonderwijs met eigen smoelen als gezondheidszorg, techniek en handel.

Volledige verzelfstandiging van de scholen is een stap te ver gebleken, maar een model wat daar dichtbij komt ligt voor het grijpen. Albeda en Zadkine zijn nog slechts een handtekening van de minister verwijderd van het gedroomde kleinschalige beroepsonderwijs in Rotterdam. Denkt Verburgh.

Terwijl ze een eerste wijntje nemen stoot de vertegenwoordiger van Albeda hem aan: ‘Hé, heb je het al gehoord van die brief?’ Verburgh’s verraste reactie laat de man van Albeda zijn woorden inslikken: ‘Laat maar, ik heb niets gezegd’. Bij het tweede wijntje kan Verburgh zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen: ‘Wat was dat nou met een brief?’ Zijn gesprekspartner antwoordt verbaasd: ‘Weet je niet dat onze ondernemingsraad een brief naar de minister heeft gestuurd waarin staat dat ze een bestuurlijke fusie tussen Albeda en Zadkine niet ziet zitten?’

Verburgh verschiet van kleur. Van een brief weet hij niet. Hij beseft dat het plan voor mbo-colleges in gruzelementen ligt.

Hoofdstuk 1: Een nieuwe wind

Van Gorsel

Januari 2010. Het Albeda College krijgt een nieuwe bestuursvoorzitter: Anja van Gorsel. Ze is een wat hoekige, ongepolijste en gedreven vrouw. Het Albeda College heeft een financieel woelige periode achter de rug, maar schrijft nu voorzichtig weer zwarte cijfers. Aan de bedrijfssocioloog de taak om het Albeda ook inhoudelijk weer op het goede spoor te krijgen.

Van Gorsel heeft op dat moment vooral ervaring als bestuurder in de zorg en heeft haar eigen adviesbureau verkocht. Omdat ze daarnaast ‘iets voor de samenleving’ wil betekenen, treedt ze toe tot het landelijke partijbestuur van de PvdA. Van Gorsel komt uit Vlaardingen en is idolaat van Rotterdam. Ze noemt het ‘haar stad’ en ziet kansen om als bestuursvoorzitter van Albeda ‘écht’ iets voor de Rotterdamse samenleving te kunnen betekenen.

Na het eerste halfjaar bij het Albeda constateert Van Gorsel dat de twee grote ROC’s in Rotterdam, Albeda en Zadkine, eigenlijk nodeloos concurreren. Ze begrijpt niet dat twee ROC’s die voor 95% dezelfde opleidingen verzorgen en in sommige straten letterlijk tegenover elkaar zitten, jaarlijks veel energie en geld verspillen om elkaar in een krimpende markt te beconcurreren. Ook ziet ze het lokale bedrijfsleven worstelen met de twee ROC’s. Daarnaast merkt ze dat het bestuur van een groot ROC als Albeda onnodig complex is. De afstand die tussen bestuur en werkvloer ontstaat is in haar ogen onacceptabel.

Beeld: Femke van Geffen

Het zet haar aan het denken over de wijze waarop het Rotterdamse middelbaar beroepsonderwijs anders en beter georganiseerd zou kunnen worden: ‘De aanwezigheid van twee grote, elkaar beconcurrerende, ROC’s in één stad is uniek voor Nederland. Ik zag het daarom als een Rotterdams probleem, waarvoor ik een Rotterdamse oplossing wilde zoeken.’

Zadkine en Albeda zijn volgens Van Gorsel vrijwel uitwisselbaar. Ze ziet daarom een oplossing voor zich waarbij de twee ROC’s opgesplitst worden in een aantal zelfstandige scholen, die zich op beroepenvelden als techniek, zorg en handel moeten gaan richten. Een fusie van beide onderwijsgiganten wil ze absoluut niet. Van Gorsel heeft geleerd dat opgelegde fusies nog decennia negatief kunnen doorwerken: ‘Ik ging voor zelfstandige mbo-colleges en niets anders’. De-fuseren dus: samengaan om in kleinere eenheden op te gaan.

"Ik ging voor zelfstandige mbo-colleges en niets anders"

Anja van Gorsel, voormalig bestuursvoorzitter Albeda

Rotterdams probleem

Dát Rotterdam als enige grote stad twee ROC’s telt, vindt zijn oorsprong in de ontstaansgeschiedenis van de ROC’s, een grote operatie die begin jaren negentig plaatsvond. Onderwijsminister Jo Ritzen vormt het bonte palet van honderden educatieve voorzieningen en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs om tot een stelsel met enkele tientallen ROC’s, die zelf veel bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen.

In deze grootschalige operatie bleek Ritzen gevoelig voor het argument uit confessionele hoek dat er ook bij middelbaar beroepsonderwijs iets te kiezen moest blijven. Hierdoor ontstaan in het land ROC’s op verschillende grondslag. Héél grof gezegd: openbaar en bijzonder. Over het algemeen verdelen de ROC’s zich in de loop der tijd op natuurlijke wijze over de stedelijke en landelijke regio’s en lopen ze elkaar niet in de weg. Behalve in Rotterdam: daar richten zowel het ‘openbare’ Zadkine als het ‘bijzondere’ Albeda zich beide op Rotterdam en omgeving.

Lees ookWetenschap en onderwijsAnalyse: Waarom de kleinschalige mbo-scholen er in Rotterdam uiteindelijk toch niet kwamenWaarom benadrukte Van Gorsel het 'Rotterdamse' probleem? Lees onze interpretatie.

Verburgh

In 2010 komt ook Zadkine in zwaar weer, er verschijnen rode cijfers op de resultatenrekening. Door minder inkomsten en duur vastgoed moet de instelling fors ingrijpen. In 2012 is de financiële situatie benard: “Scholenreus aan rand van afgrond”, koppen de kranten.

Verder zijn er landelijk en stedelijk zorgen over de kwaliteit van Zadkine en Albeda. De onderwijsresultaten laten te wensen over en er zijn relatief veel schoolverlaters. Als Luc Verburgh in juni 2012 Henri van Vlodrop opvolgt als bestuursvoorzitter van Zadkine gaat er ook bij Zadkine een andere bestuurlijke wind waaien. Meer gericht op samenwerken, in plaats van dirigeren, zegt de ondernemingsraad van Zadkine achteraf.

Van Gorsel ziet de veranderingen bij Zadkine en herkent in Verburgh een ‘wapenbroeder’. Verburgh is een aimabele man die na een carrière in het internationale zakenleven kiest voor de relatieve luwte van het Nederlandse beroepsonderwijs. Als bestuursvoorzitter van het Wellantcollege, een instelling voor agrarisch vakonderwijs, doet hij ervaring op met kleinschalig vakonderwijs. Met die ervaring in het achterhoofd vraagt hij zich af of de wijze waarop het beroepsonderwijs binnen instellingen als Albeda en Zadkine georganiseerd is wel het beste is.

In enkele ‘voeten op tafel’ gesprekken blijken de beide bestuursvoorzitters elkaar verrassend goed aan te voelen. Verburgh is onder de indruk van Van Gorsel’s frisse kijk op het publieke domein en Van Gorsel ziet in de voorkeur van Verburgh voor kleinschaliger vakonderwijs het bewijs dat het ook anders kan. Hun visies op het Rotterdamse middelbaar beroepsonderwijs blijken voor een groot deel te overlappen. Ze besluiten samen te gaan werken aan een nieuw Rotterdams model.

Gemengde reacties

Eind 2012 leiden de gesprekken tussen Van Gorsel en Verburgh tot een plan om de opleidingen van Albeda en Zadkine te laten versmelten tot zes of zeven zelfstandige mbo-colleges. De colleges zullen een herkenbaar onderwijsprofiel krijgen en krijgen elk een eigen bestuur en directie. Verburgh en Van Gorsel leggen hun ideeën vast in de negen pagina’s tellende notitie Samen voor een sterk beroepsonderwijs in Rotterdam en Rijnmond en kondigen aan het plan op haalbaarheid te toetsen. Rond de kerstvakantie van 2012 overleggen Verburgh en Van Gorsel met hun eigen Raden van Toezicht. Daarin zitten belangrijke spelers in het lokale bedrijfsleven, waaronder Leendert Bikker (Zadkine, aangetreden september 2013) en Klaas Groenendijk (Albeda). Die geven hun fiat.

Op 8 januari 2013, de dag voordat het Financieel Dagblad de primeur brengt, worden de ondernemingsraden van Zadkine en Albeda, de minister en de mbo-raad op de hoogte gebracht van de voorgenomen plannen. De reacties uit Rotterdam zijn bijzonder positief. Het plaatselijke bedrijfsleven en de stedelijke politiek juichen de ontwikkeling van harte toe. De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge noemt het ‘een stap die getuigt van durf en een scherpe visie’.

Voor de ondernemingsraden van Albeda en Zadkine komen de plannen echter ‘als een donderslag bij heldere hemel’. De ondernemingsraden vertegenwoordigen het personeel. Michel van ’t Hof, voorzitter van de ondernemingsraad van Albeda, geeft aan dat ze natuurlijk niet tegen kleinschaliger onderwijs en beter onderwijs kunnen zijn. Maar hij vreest dat de bestuurders er te makkelijk over denken: ‘Ik was niet bereid om op dat moment al de polonaise mee te dansen. Ik wilde het proces rustig volgen omdat ik ervan overtuigd ben dat zo’n operatie alleen kan slagen als het hele stelsel gewijzigd wordt, het ministerie er volledig achterstaat en de hele ellende van lumpsum en perverse prikkels verdwijnt’.

"Ik wilde het proces rustig volgen omdat ik ervan overtuigd ben dat zo’n operatie alleen kan slagen als het hele stelsel gewijzigd wordt"

Michel van 't Hof, voorzitter ondernemingsraad Albeda, over januari 2013

Aan de kant van Zadkine is er verbazing dat de eigen bestuursvoorzitter al zo snel met zo’n gewaagd plan op de proppen komt. En waarom was Albeda zo enthousiast? Paul Dries, voorzitter van de ondernemingsraad van Zadkine: ‘We dachten dat Verburgh wilde voorkomen dat Albeda ons weg zou concurreren nu we zo zwak stonden. De top van Albeda omarmde de plannen wel heel snel. We vroegen ons zelfs af of het ministerie daar misschien een rol in speelde’.

Maar de minister van Onderwijs reageert juist gereserveerd. Ze heeft op dat moment haar handen vol aan de afwikkeling van het Amarantis-drama in Amsterdam en zit niet te wachten op nieuwe mbo-avonturen. En ook Jan van Zijl van de mbo-raad, spreekbuis van het middelbaar beroepsonderwijs, reageert lauw: ‘Ik ga er vanuit dat hier goed over is nagedacht, maar onderzoek moet de nodige vragen beantwoorden over doorstroming, verandering van opleiding en efficiency’.

De aankondiging van het plan levert landelijke publiciteit op en is zelfs het openingsitem in het NOS Journaal.

Hoofdstuk 2: onder het vergrootglas

Nationale aandacht

Een week later gebeurt waar minister en mbo-raad al bang voor waren. Het lokale initiatief voor zelfstandige mbo colleges wordt naar een nationaal politiek niveau getild. Tweede Kamerlid Manja Smits (SP) grijpt de ontwikkelingen in Rotterdam aan om de minister op te roepen om met een plan te komen voor schaalverkleining in het hele mbo.

De minister reageert voorzichtig. Ze is enthousiast over de Rotterdamse discussie over de menselijke maat, maar zegt minder te zien in het fuseren van twee grote instellingen. In het debat valt op dat de minister nog zoekend is naar een standpunt. Een fusie wijst ze in dit stadium af, maar als het Kamerlid Beertema (PVV) vaststelt dat het eindplaatje is dat Albeda en Zadkine verdwijnen en plaatsmaken voor zeven zelfstandige rechtspersonen geeft zij aan dat ook zij dat eindperspectief voor zich ziet: ‘Het is dat deel van de plannen dat bij mij enig enthousiasme opriep.’

Wel stelt de minister in het gesprek met de kamer meerdere malen vast dat er ‘niet één oplossing voor alle scholen’ is. Hiermee laat de minister ook weten dat ze wil voorkomen dat de casus Rotterdam een precedentwerking heeft voor andere ROC’s en het hele stelsel omver haalt.

Van Gorsel en Verburgh voelen zich gesteund: ze zijn niet uit op een stelselwijziging, maar willen alleen een concreet Rotterdams probleem oplossen.

Kwesties, nummers en codes

Van Gorsel en Verburgh verwachten dan ook dat de minister voortvarend de knelpunten zal aanpakken die opgelost moeten worden om de mbo-colleges tot stand te brengen. Zo is daar de btw-kwestie die inhuur van elkaars mensen duur en onnodig ingewikkeld maakt. Vice-voorzitter Peter den Turk van de ondernemingsraad van het Albeda rekent voor dat het niet over klein bier gaat:

‘Albeda en Zadkine werken al jaren aan een gezamenlijk Techniekcollege. Omdat ze van elkaars personeel gebruikmaken moet er btw over die inhuur betaald worden. Alleen voor het Techniekcollege al komt dat neer op zo’n 2,5 miljoen per jaar, het equivalent zo’n 30 fte’.

Een andere hobbel is dat de nieuw te vormen mbo-colleges een eigen BRIN-nummer nodig hebben. Dit is de code waarmee de overheid een onderwijsinstelling identificeert én betaalt. En ook het toezicht van de Onderwijsinspectie zal naar het niveau van de scholen moeten verschuiven. In de ambtelijke werkelijkheid bestaan er geen scholen of colleges, alleen regionale instellingen.

Opties

In mei 2013 verschijnt het haalbaarheidsonderzoek MBO Colleges Albeda College en ROC Zadkine, uitgevoerd door de Galan Groep. Het telt net geen honderd pagina’s. ‘Voor de zuiverheid’ onderzoekt de Galan Groep niet alleen het model van volledig zelfstandige mbo-colleges, maar ook alternatieven:

  • beide ROC’s gaan zelfstandig door en gaan zich meer specialiseren;
  • de twee ROC’s fuseren tot één super-ROC;
  • de ROC’s gaan als zelfstandige ROC’s door, maar gaan wel meer samenwerken, zoals bij het Techniekcollege (samenwerkingsschool);
  • de ROC’s vormen een gemeenschap van scholen, waarbij één bestuur een aantal scholen met eigen directies beheert.

De minister ontwikkelt gaandeweg een voorkeur voor de twee laatste opties: samenwerkingsschool of gemeenschap van scholen. Van Gorsel en Verburgh prefereren hun eigen model: ‘kleine, zelfstandige scholen met een eigen bestuur en directie.’ Bij de alternatieve modellen blijven de twee ROC’s los van elkaar bestaan of ontstaat er toch weer een bestuurslaag boven de afzonderlijke scholen. Dat willen ze niet.

Beeld: Femke van Geffen

Beste uit de bus

De Galan akkert alle opties door, hoort interne en externe partijen en concludeert: er is een ‘groot intern en extern draagvlak voor de idee van Albeda College en ROC Zadkine om te komen tot zelfstandige colleges.’ Verder verwacht de Galan Groep dat zelfstandige colleges positieve effecten op de onderwijskwaliteit zullen hebben, dat ze beter aansluiten bij het bedrijfsleven en dat ze herkenbaarder en aantrekkelijker zullen zijn.

Wel wijzen de onderzoekers erop dat de ontwikkeling van twee ROC’s naar zeven zelfstandige mbo colleges ‘een flinke operatie is die een zorgvuldig transitietraject vergt, waarbij aandacht dient te zijn voor de cultuurverschillen tussen beide instellingen en die enkele jaren in beslag zal nemen.’ Om de omzetting naar zelfstandige colleges mogelijk te maken zal een coöperatieve vereniging worden opgericht. Deze rechtsvorm maakt het voor Zadkine en Albeda mogelijk om zonder ingewikkelde wetswijzigingen de zelfstandige mbo-scholen te ontwikkelen.

"Er is een groot intern en extern draagvlak om te komen tot zelfstandige colleges."

Galan Groep, 2013

De onderzoekers merken verder op dat er nog een verdiepingsslag nodig is om de financiële haalbaarheid ‘daadwerkelijk’ en ‘meer robuust’ te kunnen vaststellen. De vlag gaat voorzichtig uit bij beide besturen, maar met name de ondernemingsraad van Albeda heeft dan al de nodige bedenkingen: ‘Je merkte dat de alternatieven alleen voor de vorm waren onderzocht en dat de zelfstandige mbo-colleges als best haalbaar uit het onderzoek zouden komen.’

Hoofdstuk 3: scheuren in het bouwwerk

Cultuurverschillen

De zuinige reactie van de ondernemingsraad van Albeda laat zien dat de cultuurverschillen tussen Albeda en Zadkine beginnen op te borrelen. Vergelijk maar eens de twee jaarverslagen van beide ondernemingsraden. De ondernemingsraad van Zadkine blikt in het jaarverslag van 2013 samen met College van Bestuur, Raad van Toezicht en de Studentenraad terug op een ‘turbulent jaar’ en schrijft dat de bestuurder ‘de juiste beslissingen heeft genomen’. De ondernemingsraad van Albeda merkt zuinigjes op dat het College van Bestuur met de zeven zelfstandige colleges wel een stip op de horizon ziet, maar is zelf nog lang niet overtuigd dat dit de enige mogelijkheid is waarop Zadkine en Albeda samen het Rotterdamse beroepsonderwijs kunnen verbeteren.

Wie de wordingsgeschiedenis van beide ondernemingsraden onder de loep neemt begrijpt de verschillen beter. Bij Zadkine is de ondernemingsraad een relatief nieuw verschijnsel en er wordt meer geredeneerd vanuit een gedeeld belang en onderscheiden verantwoordelijkheden. Meer een medezeggenschapsraad.

De ondernemingsraad van Albeda heeft een meer politiek karakter en treedt meer op als belangenbehartiger voor het personeel. De raad ontstond in de tijd van de grote fusies in de jaren tachtig/negentig. Die zorgden nog lange tijd voor veel napijn. De ondernemingsraad van Albeda vindt dat de raad vooral de belangen van de eigen instelling en het eigen personeel behoort te behartigen. Soms is het nodig om de bestuurder daarbij voor de voeten te lopen.

Miljoenenrisico

De verdiepingsslag op het rapport van de Galan Groep, door KPMG, neemt veel meer tijd in beslag dan in eerste instantie is voorzien. Dit zorgt bij alle betrokkenen al voor onrust. Bij de bestuurders omdat ze de vaart erin willen houden. En bij de ondernemingsraad van Albeda, omdat daar het gevoel ontstaat dat het rapport ‘gemasseerd’ wordt.

Dát het verdiepende onderzoek zoveel tijd in beslag neemt heeft te maken met de complexiteit van het vraagstuk. Het uiteenrafelen van twee instellingen met in totaal zo’n veertigduizend studenten, duizenden medewerkers en een gezamenlijke omzet van honderden miljoenen is op zich al een opgave, maar ramingen maken voor zelfstandige mbo-colleges op basis van razend ingewikkelde en onvoldoende uitgewerkte regelgeving blijkt vele malen lastiger dan vooraf bedacht.

Als het rapport in november 2013 dan toch eindelijk verschijnt slaat het in als een bom. Er blijkt uit dat de instellingen tussen 2013 en 2020 78 miljoen minder te besteden krijgen. Daarvan schrijft KPMG 36 miljoen toe aan de vorming van de mbo-colleges: 29 miljoen transitiekosten en 7 miljoen om risico’s op te vangen. Een financiële domper.

De berekeningen laten zien dat vijf van de gewenste zeven zelfstandige mbo-colleges onder water zullen komen te staan

KPMG rapport, november 2013

De berekeningen laten zien dat vijf van de gewenste zeven zelfstandige mbo colleges onder water zullen komen te staan. Verwezenlijking van het plan is alleen mogelijk als er structureel vijf procent bezuinigd wordt en Zadkine en Albeda gezamenlijk plannen ontwikkelen om de financiële positie van beiden in de toekomst te verbeteren.

Deze boodschap had niet op een slechter tijdstip kunnen komen: Zadkine is zich nog maar nét aan een wankele financiële situatie aan het ontworstelen. Het doet de inmiddels groeiende scepsis bij de ondernemingsraad van Albeda verder toenemen: die denken dat Zadkine de plannen voor mbo-colleges gebruikt om hun financiële problemen op Albeda af te wentelen.

In de bestuurskamers van Albeda en Zadkine wordt intussen met ongeloof naar de stukken gekeken. Van Gorsel en Verburgh geloven niet dat twee, inmiddels weer redelijk gezonde, instellingen na een efficiencyronde zó in de rode cijfers zouden kunnen komen. Drie jaar later vertellen de financieel deskundigen van beide instellingen, Henk Slagt (Zadkine) en René Louwerse (Albeda), dat het rapport een goede inventarisatie was van kansen en bedreigingen. Maar omdat het om een nieuwe en unieke situatie ging, met veel onbekenden, rekende KPMG met lage opbrengsten, hoge kosten en hoge risicopercentages.

Beeld: Femke van Geffen

Ondertussen in Den Haag

Terwijl de Rotterdamse bestuurders zich het hoofd breken over hoe zij in vredesnaam de scherven van het KPMG rapport moeten lijmen, begint zich in Den Haag een eigen dynamiek te ontwikkelen. Niet alleen blijft het failliet van het Amsterdamse Amarantis de gemoederen bezighouden, in Leiden komt ROC Leiden ernstig in de problemen dankzij een megalomaan bouwproject. En dan willen twee Rotterdamse ROC’s die beide financiële problemen hebben gekend hun twee instellingen opsplitsen in zelfstandige mbo-colleges.

Den Haag zit ermee in de maag en vraagt zich af of ROC’s die ‘too big to fail’ zijn geworden niet aan banden moeten worden gelegd. Maar de minister wil ook niet terug naar het gefragmenteerde en onoverzichtelijke bestel van de jaren negentig. De minister stuurt daarom steeds meer aan op een model van gemeenschap van scholen of samenwerkingsschool. Ze wil een overkoepelend bestuur en toezicht houden. Die moeten toezien op kwaliteit van onderwijs, de financiën en als aanspreekpunt fungeren. Wél kleinschalige scholen dus, maar onder verantwoordelijkheid van één bestuur dat de minister kan aanspreken.

Het toeval wil dat juist in die tijd in Haagse en mbo kringen het boekwerkje Focus op het mbo-bestel circuleert. De schrijver is Hans van Nieuwkerk, een oudgediende in mbo-land. Van Nieuwkerk begint zijn carrière als leraar op een school voor middelbaar beroepsonderwijs, wordt al op jonge leeftijd directeur, geeft leiding aan diverse fusieprocessen, begeleidt de ROC-vorming in de jaren negentig en werkt af en aan voor het ministerie.

De minister wil een overkoepelend bestuur en toezicht houden.

Volgens van Nieuwkerk waren het maar ‘gedachtenspinsels’ die hij op papier had gezet voor het afscheid van een ambtenaar. Maar het ging snel een eigen leven leiden. ‘Toen Jet Bussemaker minister werd heb ik ook haar een exemplaar gegeven in de veronderstelling dat ik er niets meer over zou horen. Tot mijn verbazing zwaaide ze niet veel later tijdens een ledenvergadering van de mbo-raad met mijn boekje en vroeg de bestuurders of ze er kennis van hadden genomen’. Het boekje kwam daarmee op de bestuurstafels terecht en toen trok het ook de aandacht van Anja van Gorsel.

Van Gorsel kent de statuur van Van Nieuwkerk en is er na lezing allerminst gerust op dat het boekje een vrijblijvend gedachtenexperiment over een toekomstig mbo-bestel is. Zij voorziet dat de door Van Nieuwkerk genoemde gemeenschap van mbo-scholen wel eens de favoriete ontwikkelrichting van de minister zou kunnen zijn.

Maar een gemeenschap van scholen is niet wat Van Gorsel voor ogen heeft. Zij wil juist af van een overkoepelend bestuur en pleit voor zelfstandige, kleinschalige, mbo-colleges met een eigen bestuur. Om de zaken niet op hun beloop te laten schrijft zij op Tweede Kerstdag 2013 een open brief aan Hans van Nieuwkerk. Een afschrift gaat naar voorzitter Jan van Zijl van de mbo-raad en Hans Leenders, de toenmalige directeur beroepsonderwijs bij OCW.

In de negen kantjes tellende brief wijst Van Gorsel het model van de gemeenschap van scholen van de hand. Haar belangrijkste argument: Zadkine en Albeda hoeven helemaal niet te fuseren omdat ze geen gemeenschap van scholen willen vormen. Er is maar één model waar Zadkine en Albeda op koersen en dat zijn zelfstandige mbo colleges met een eigen bestuur: ‘Wij willen geen mega-school, maar herkenbare scholen met een menselijke maat.’

Volgens Van Gorsel is dit geen stelselwijziging – de angst van elke politicus – maar een organisatorische oplossing voor een geconstateerd lokaal probleem.

"Wij willen geen mega-school, maar herkenbare scholen met een menselijke maat"

Van Gorsel, december 2013

In Rotterdam bestaat ken-nie niet

In de tussentijd zijn de bestuurders van Zadkine en Albeda de schrik van het KPMG rapport enigszins te boven en gaat men met hulp van projectleiders van Ernst & Young zelf aan de slag om vijf mbo-colleges van de grond te tillen. De bedoeling is dat teams van Albeda en Zadkine tot in detail zelfstandige scholen gaan ontwikkelen. Omdat op dat moment ook nog altijd de btw-kwestie – inhuur van elkaars personeel maakt samenwerking nodeloos duur en ingewikkeld – niet geregeld is en de minister ook geen aanstalten lijkt te maken om het wel te regelen, besluiten de besturen van Albeda en Zadkine de kwestie voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen. In maart 2014 gaan ze gezamenlijk in beroep tegen een gerechtelijke uitspraak die de Belastingdienst in het gelijk stelde.

Eenzijdige liefde

Wat draagvlak voor de plannen betreft moeten beide besturen inmiddels stevig met hun ondernemingsraden aan de bak. Bij Zadkine worden de gesprekken als ‘pittig maar constructief’ omschreven. Bij Albeda blijft men sceptisch. Van Gorsel praat zich de blaren op de tong om de ondernemingsraad over de streep te trekken, maar deze wil niet van wijken weten. Telkens weer doemen nieuwe vragen op die om nieuwe antwoorden en voorstellen van Van Gorsel vragen. Verburgh slaat het van een afstandje met zorg gade en constateert dat de ondernemingsraad van Albeda geen verloving wil tussen beide instellingen.

Op kamers

Toch is op dat moment het standpunt van de ondernemingsraad niet de grootste zorg van de Albeda en Zadkine bestuurders: dat wordt pas echt van belang als er daadwerkelijke stappen gezet worden. Veel belangrijker is wat er in Den Haag gebeurt en meer specifiek wat het standpunt van de minister is. Dat wordt duidelijk als ze in juni 2014 haar visie op de toekomst van het mbo geeft in de brief: Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo.

In de brief komt de minister zoals verwacht op de proppen met twee mogelijke modellen: de samenwerkingsschool en het model van een gemeenschap van scholen. Beide modellen gaan uit van een of meer overkoepelende besturen en sluiten dus niet aan bij de Rotterdamse wens voor zelfstandige mbo scholen.

Het opsplitsen naar zelfstandige mbo-colleges is financieel te kwetsbaar en zal tot meer bestuurlijke drukte leiden.

Minister Bussemaker, 2014

Wel is de minister enthousiast over het Techniekcollege dat op dat moment door Zadkine en Albeda ontwikkeld wordt. In de ogen van de minister is dit een goed voorbeeld van hoe een samenwerkingsschool eruit zou moeten zien. Voor Zadkine en Albeda is het een tijdelijke oplossing, totdat de zelfstandige mbo-scholen gerealiseerd kunnen worden. Wat de gemeenschap van scholen betreft verwijst de minister regelmatig naar ROC Midden-Nederland, een instelling met mbo-scholen die een eigen gezicht hebben maar onder één bestuur vallen.

Het opsplitsen naar zelfstandige mbo-colleges noemt de minister ‘financieel te kwetsbaar’ en zal bovendien volgens haar ‘tot meer bestuurlijke drukte’ leiden.

Lees ookWetenschap en onderwijsAnalyse: Waarom de kleinschalige mbo-scholen er in Rotterdam uiteindelijk toch niet kwamenWaarom ging de minister niet akkoord met de zelfstandige mbo-colleges? Lees de interpretatie.

In Rotterdam worden de zorgen van de minister gehoord en volgens Van Gorsel en Verburgh ‘stuk voor stuk’ met argumenten weerlegd. Volgens hen mogen de zelfstandige mbo-colleges ‘natuurlijk pas op kamers’ als ze volledig op eigen benen kunnen staan. Ze zetten de ontwikkeling naar zelfstandige mbo-colleges dan ook onverminderd voort. Misschien tegen beter weten in, maar ook met in het achterhoofd de wetenschap dat de bestuurlijke wind in Den Haag op zeker moment wel weer eens uit een andere hoek kan gaan waaien.

Hoofdstuk 4: de Haagse granaat

In de late herfst van 2014 zijn de bestuurders van Zadkine en Albeda er zeker van dat de tot op de komma uitgewerkte plannen voor inmiddels vijf zelfstandige mbo-colleges levensvatbaar zijn: ‘We waren ongelooflijk ver met onze plannen. We konden binnen een aantal jaar vijf scholen realiseren die robuust waren, herkenbare huisvesting hadden en een voor iedereen helder profiel.’

Omdat de gesprekken tussen Den Haag en Rotterdam echter niet tot veel beweging leiden en het ontwikkelproces inmiddels bijna twee jaar duurt, wordt er door Zadkine en Albeda in de Tweede Kamer gelobbyd voor meer druk op de ketel. De lobby heeft effect en in september 2014 neemt de Kamer een motie aan van SP’er Jasper van Dijk. Hij roept de regering op om ‘de mogelijkheid te onderzoeken hoe het plan van Albeda en Zadkine om zich op te splitsen in vijf zelfstandige mbo-colleges zonder overkoepelend bestuur versneld kan worden doorgezet’.

In Rotterdam is men euforisch en bij de bestuurders overheerst het gevoel dat dit de langverwachte versnelling inluidt. Zeker als de minister in een overleg met de bestuurders belooft om de twee belangrijkste struikelblokken, de BTW-problematiek en de BRIN-nummers te gaan oplossen.

Beeld: Femke van Geffen

Klap in het gezicht

Rond de jaarwisseling 2015 kantelt de stemming. Eerst brengt de ondernemingsraad van Albeda een negatief advies uit tegen duurzame samenwerking tussen Albeda en Zadkine, op technische gronden. Niet veel later meldt het ministerie dat het oplossen van het btw- en BRIN-vraagstuk toch ingewikkelder en taaier is dan voorzien. De enige uitweg die het ministerie ziet is een bestuurlijke fusie tussen Zadkine en Albeda en daarna een doorontwikkeling naar een gemeenschap van scholen met een zo slank mogelijke overkoepelende bestuurslaag.

Het is een klap in het gezicht van Van Gorsel. Voor haar stond vanaf het begin vast dat het alles of niets zou zijn: óf zelfstandige mbo colleges óf niets. In een overkoepelend bestuur in wat voor vorm dan ook gelooft zij niet. Ze biedt haar ontslag aan.

De overige bestuursleden van Zadkine en Albeda, alsook beide Raden van Toezicht, zijn evenmin enthousiast over de wending. Maar zij zien kans om in elk geval een deel van de gemaakte plannen uit te gaan voeren. Omdat met name de ondernemingsraad van Albeda nog steeds niet erg warmloopt voor de plannen wordt in de bestuurskamers bedacht dat het wellicht verstandig is om de beide ondernemingsraden op het ministerie te laten bijpraten over de stand van zaken. Het idee is dat de ondernemingsraden, en dan vooral die van Albeda, overstag zullen gaan als ze horen dat het ministerie brood ziet in een fusie.

Het blijkt heel anders uit te pakken. Met name de ondernemingsraad van Albeda schrikt zich een hoedje als blijkt dat er niet alleen plannen zijn voor een bestuurlijke fusie, maar zelfs voor een institutionele fusie. Eén Rotterdamse onderwijskolos. Dat was niet de bedoeling!

Fusie is niet noodzakelijk en feitelijk ongewenst

Ondernemingsraad Albeda, in brief naar minister Bussemaker, juni 2015

Monsterverbond

De schrik leidt tot een onorthodoxe reactie van de ondernemingsraad van Albeda. De minister heeft hen duidelijk gemaakt alleen toestemming te geven voor de fusie als de ondernemingsraden dat ook willen. De ondernemingsraad van Albeda raadpleegt zijn achterban en schrijft vervolgens op 15 juni 2015 een niet mis te verstane drie kantjes tellende brief aan de minister. De ondernemingsraad stelt dat een fusie ‘niet noodzakelijk en feitelijk ongewenst is’. Hierbij verwijst de raad naar een brief uit 2009 van toenmalig staatssecretaris Dijksma dat fusies ‘alleen worden toegestaan als de continuïteit van scholen, opleidingen of instellingen in het geding is.’ Die redenen zijn bij Zadkine en Albeda niet aan de orde en ‘fusies in het verleden hebben laten zien dat deze niet het onderwijsparadijs op aarde brengen’. Een afschrift van de brief gaat naar Renata Voss, de Albeda bestuurder die na het vertrek van Van Gorsel haar portefeuille heeft overgenomen.

Beeld: Femke van Geffen

Granaat

Als Verburgh tijdens het diner in die zelfde junimaand hoort van de zojuist verstuurde brief beseft hij dat het goed mis is. De ondernemingsraad heeft zojuist de pin uit de door het ministerie verstrekte granaat getrokken. En een ondernemingsraad die zo duidelijk afstand van de voorgenomen plannen neemt, betekent dat de minister geen handtekening zal zetten onder een fusieverzoek. En minstens zo belangrijk: verder uitstel zal de kloof tussen de dagelijkse werkelijkheid op de scholen en de gedroomde werkelijkheid alleen maar vergroten.

Verburgh beseft dat het momentum definitief voorbij is. Eerst verdween zijn ‘strijdmakker’ Van Gorsel van het toneel. Daarna kon haar vervanger Renata Voss ook niet de gewenste beweging forceren. En nu de ondernemingsraad zo duidelijk stelling neemt zijn de kansen wat Verburgh betreft definitief verkeken.

Lees ookWetenschap en onderwijsAnalyse: Waarom de kleinschalige mbo-scholen er in Rotterdam uiteindelijk toch niet kwamenSpande de minister de ondernemingsraad voor haar karretje? Of was het juist andersom? Lees onze interpretatie.

Doodzonde

Drie dagen na de brief zet Zadkine de samenwerking met Albeda stop. Zadkine zegt de samenwerking in het Techniekcollege voort te willen zetten en de daaropvolgende weken te willen bezien hoe deze samenwerking verder gestalte moet krijgen. Wat resteert is een kater. Dwars door beide instellingen lopen gevoelens van woede en teleurstelling en bij veel betrokkenen leeft de overtuiging dat het middelbaar beroepsonderwijs in Rotterdam de grootste verliezer is. Van Gorsel: ‘Luc en ik hoopten dat iedereen zou inzien dat Albeda en Zadkine geen zelfstandig bestaansrecht hebben, maar alleen bestaan bij gratie van gemeenschapsgeld. Wij waren op zoek naar wat het beste is voor de stad, niet wat het beste is voor de afzonderlijke instellingen. Dat is niet gelukt en dat is dood en doodzonde’.

Epiloog

Op 22 januari 2016 doet de Hoge Raad in cassatie uitspraak in de door Zadkine en Albeda aangespannen zaak over de btw-kwestie. De Hoge Raad stelt beide ROC’s in het gelijk en verruimt de toepassing van de btw-vrijstelling voor samenwerkende scholen. Deze uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor het hele Nederlandse onderwijs. Het ministerie laat weten dat gedeelde onderwijsondersteunende diensten voortaan in elke onderwijssector vrijgesteld worden van btw. Het besluit van de Hoge Raad is voor de ondernemingsraad van Albeda reden om in het voorjaar van dit jaar groen licht te geven voor de definitieve start van het Techniekcollege, een mbo-samenwerkingsschool van Albeda en Zadkine. Het Techniekcollege zal naar verwachting in augustus van start gaan.

Lees ookWetenschap en onderwijsCrowdfundingonderzoek Vers Beton bereikt Minister van OnderwijsBussemaker reageert op ons spraakmakende mbo-onderzoek

Reactie minister Bussemaker:
In een reactie laat de woordvoerder van minister Bussemaker weten dat de btw-kwestie niet eerder was opgelost als de minister ‘harder gelopen had’. ‘Dit is een kwestie die door het ministerie van Financiën opgelost moest worden. De minister van Onderwijs heeft daarin geen zeggenschap.’ De suggestie dat de minister het bezoek van de ondernemingsraden aan het ministerie heeft gebruikt om duidelijk te maken dat de OR’s een fusie kunnen tegenhouden, wijst de woordvoerder van de hand.

Reactie Hugo de Jonge, wethouder Onderwijs in Rotterdam

‘Ik juich de samenwerking tussen de Albeda en Zadkine om tot nieuwe, kleinere scholen te komen toe. Meer herkenbaarheid voor studenten, hun ouders en voor het bedrijfsleven, meer menselijke maat, meer aandacht voor vakmanschap. Dat is wat het beroepsonderwijs nodig heeft. De tijd van ‘big is beautiful’ is voorbij. Het getuigt van lef van de instellingen om samen zo’n traject in te gaan. In het Rotterdamse onderwijsprogramma Leren Loont, dat we samen met de scholen maakten, hebben we dat nog eens onderstreept. Die beweging naar kleinschalige MBO-colleges in 1 keer maken is een te complexe puzzel gebleken. Voor nu heeft het in ieder geval geleid tot de start van het Techniekcollege vanaf komend schooljaar. Ook geen gemakkelijke puzzel, en daarom verdienen beide instellingen alle lof om na de teleurstelling weer op z’n Rotterdams aan de slag te gaan. De urgentie om tot 1 MBO-collegetechniek te komen was en is groot. Het techniekcollege is wat de gemeente betreft niet het eindpunt, maar een betekenisvolle stap onderweg naar een echte herinrichting van het beroepsonderwijs waarbij vakmanschap, herkenbaarheid en kleinschaligheid centraal staan. Iedere nieuwe stap hiertoe zullen we blijven ondersteunen.’

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Albeda, beroepsonderwijs, Bussemaker, fusie, kleinschalig, MBO, medezeggenschap, ROC en zadine

Sectie: Wetenschap en onderwijs

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *