voor de harddenkende Rotterdammer

Grenzeloze Rotterdammers vertelt over de Rotterdamse migratiegeschiedenis. Wie kwamen hier aan en hoe maakten zij van Rotterdam hun thuis? Fotograaf Peter de Krom en journalist Dore van Duivenbode tonen hoe immigranten, repatrianten en vluchtelingen zich in de stad hebben geworteld. Deel 8: De grenzen voorbij.

“Salou.”
“Zijn jullie zonder mij op vakantie geweest?”
“Jij was nog niet geboren, Chloë.”
“Zat ik in pappa’s pikkie?”
“Zoiets.”
Miranda trekt haar dochters prinsessenjurk recht. Het meisje is vijf. Tegen de schutting staan een prinsessenfiets, prinsessenglijbaan en prinsessenstep. De vakantie in Salou was Miranda’s laatste.
“Sinds ik werkeloos ben, kom ik de Beverwaard amper uit. Toen ik tiener was, waren hier twee negers. Sinds de Millinxbuurt is ontruimd, zit het vol met Antillianen. Negerwaard, noem ik ‘t.” De vader van haar dochter hoort het gelaten aan. Hij zit in de deuropening met de zon op zijn gezicht. “Voor hem is alles chill. Dat hebben al die negers. Hij is een Surinamer, maar eigenlijk gewoon een Hollander. Hij is hier sinds z’n zesde.”

Foto: Peter de Krom
Reportage in Beverwaard. Beeld door: beeld: Peter de Krom

Op haar prinsessenfiets fietst Chloë door de betegelde tuin. Ze maakt scherpe bochten om niet tegen de schutting te botsen. Met iedere bocht zwaait de tule jurk door de lucht. Vanaf de bank schreeuwt haar moeder dat Chloë moet uitkijken voor de hond en dat de hond moet uitkijken voor Chloë.
“Ik val niet meer op donkere mannen”, gaat Miranda zachter verder. Haar ex kijkt naar zijn fietsende dochter en neemt een slok energiedrank. “Je hebt er niks aan.” Virgill woont tijdelijk weer in huis. Dat doen ze voor de kinderen.
De twee leerden elkaar kennen in Beverwaard. Ze hingen in het winkelcentrum, slenterden door de straten of zaten in het park. “Nu worden de jongeren weggestuurd”, vertelt Miranda. “Samenscholing noemen ze dat. Straks krijg je die vluchtelingen. Die gaan zwerven. Zeshonderd is veel. De buurt schrikt daarvan. De mensen zijn bang voor verpaupering. Ik maak me vooral zorgen om Chloë. Je weet het niet, met al die mannen. Maar dit is Beverwaard, ik ken iedereen. Als ze haar iets aandoen, is het klaar.”
Virgill steekt een sigaret op. Hij neemt een hijs. “Ik denk dat het wel meevalt met die vluchtelingen.” Hij heeft lange wimpers en dezelfde krullen als zijn dochter, die nog steeds rondjes door de tuin fietst. De hond heeft zijn hoofd op Virgills knie gelegd. “Laten we het afwachten en niet nu al problemen maken.”

Een buurman verderop klaagt over de jongeren in zijn straat. “Ze staan de hele dag met een blow in hun bek. De politie doet er geen klote aan.” Op de stoep spelen zijn kleinkinderen met kinderen uit de buurt. “Die zijn Surinaams. Dat gaat allemaal prima. ’t Zijn de andere kinderen. Die lopen in clans door de wijk en maken bonje. Ik zou wel willen verhuizen, maar waarheen? Een huis in de stad is niet te betalen. Ik bemoei me nergens meer mee. Ik blijf in m’n tuintje en heb een hoge heg. Sinds de buurman een schotel heeft opgehangen, heb ik een schutting neergezet. Als ik zit, zie ik dat ding niet en geniet ik van het zonnetje.”

Om de hoek sleutelt Edwin* aan zijn 38 jaar oude oldtimer, een cadeautje van zijn vader. Bij zijn vertrek uit Aruba verscheepte Edwin de auto naar Nederland. Op de ruit is een sticker geplakt. ‘Baby on Board’. Sinds zijn dochters geboorte staat de auto in de garage. Met een doek wrijft Edwin over de lak. “Mijn dochter is mishandeld”, vertelt hij terwijl hij naar een emmer met olie kijkt. Een deksel ligt te weken. “Door een groep meisjes uit de buurt. Ze kon zich niet verdedigen. Er is een filmpje van.” Edwin trekt een deken over de auto en zet de emmer met olie in de garage. “Haar moeder laat haar niet meer buiten. Daarom wil ik ritjes met haar maken. Misschien gaan we de grens over, naar Brussel. Daar woont iemand met ook deze oldtimer.”
Edwin was één van de vijftien bewoners die inging op de uitnodiging van de gemeente om een asielzoekerscentrum in Eindhoven te bezoeken. “Beverwaarders zijn boos, daarom bleven ze thuis”, legt hij uit. In de bus kreeg Edwin twee broodjes, een appel en een pakje sap. Hij vond het goed geregeld. “Die asielzoekers zijn vrij. Ze mogen boodschappen doen en koken. Ik wil hun Nederlandse les geven, ze moeten zich hier redden, maar werd niet aangenomen. Mijn profiel was ongeschikt, terwijl ik altijd leraar ben geweest.”

Foto: Peter de Krom
Reportage in Beverwaard. Beeld door: beeld: Peter de Krom

Tegenover de plek waar het asielzoekerscentrum komt, zit een Beverwaarder in een tuinstoel voor zijn deur. Hij kijkt naar het braakliggend terrein waar leidingen worden gelegd. Volgens de man is het een nette buurt. “Iedereen houdt z’n tuintje bij. Straks is alles voor niets geweest. Of ze gooien een bom op m’n huis.” Hij beweegt zijn glas heen en weer. IJsblokjes tikken tegen elkaar. “Zulke dingen lees je. Mijn huis is met vijftienduizend euro in waarde gedaald. Dat komt daardoor, ik weet het zeker. Ik werk hier tegenover. Alles wordt extra beveiligd. Ik zie nu al meer politie in de straat.” Hij kijkt op, beweegt nog eens met zijn glas en neemt een slok. “Zou jij in zo’n buurt willen wonen dan?”
*deze naam is gefingeerd

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Dore van Duivenbode

Dore van Duivenbode

Dore van Duivenbode (1985) is freelance journalist voor print media, online en voor televisie.
Zij maakt portretten, reportages en documentaires voor onder meer NRC, Vrij Nederland, VPRO, IFFR en RTV Rijnmond.

Profiel-pagina
_MG_4702_Willem de Kam

Peter de Krom

Peter de Krom (35) is fotograaf en meervoudig Zilveren Camerawinnaar, publiceert regelmatig in NRC, NRC.next en Vrij Nederland. Voor Grenzeloze Rotterdammers gaat hij in eigen stijl met de thema’s en locaties van de afleveringen op pad en maakt een serie foto’s voor publicatie en expositie.

Profiel-pagina
Lees één reactie