Voor de harddenkende Rotterdammer

Rotterdam heeft het imago van een arbeidersstad. Zit er iets in het Maaswater? Trots zijn we in ieder geval op ons harde werken.
Rotterdammers staan al heel lang te boek als noeste werkers. “Te Rotterdam is alles met een geest van bezigheid en drukte bezield; de geheele stad is een nest van nijvere mieren, een korf van rustelooze werkbijen; het is of de pols van die stad eenige slagen sneller klopt dan die van alle andere hollandsche steden”, schreef dichter en predikant J.P. Hasebroek in 1840.
Tachtig jaar later zou de bekende journalist M.J. Brusse ‘t hem nazeggen. “Rotterdam is de werkman in de familie van de Nederlandsche steden”, schreef hij in zijn Rotterdamsche zedenprenten. “En gij moogt daarop neer zien, gij moogt daarop smalen, gij moogt er ons om mijden, […] – wij zijn trotsch op onze werkhanden, trotsch op onzen werkmanskiel, trotsch op onzen eenvoud, die gij dan gerust benepenheid, behoudendheid, stugheid, gebrek aan innemendheid, aan goede manieren, aan beschaving zelfs moogt noemen”.

De goede naam van Rotterdam

Wie dit soort uitspraken leest, zou haast denken dat ijver en werklust onwrikbaar verankerd zijn in het DNA van de Maasstedeling. Dat is natuurlijk niet waar. Als het al klopt dat Rotterdammers geneigd zijn harder te werken dan andere Nederlanders, dan is dat eerder het resultaat van opvoeding dan van erfelijkheid. We moeten werken voor onze centen, zo is ons immers van jongs af aan ingeprent. En als we ook maar even dreigen te verzaken, dan zijn de politici en de captains of industry er als de kippen bij om ons op onze plicht te wijzen.
Dat gebeurde bijvoorbeeld vlak na de Tweede Wereldoorlog. In die periode leefde de overtuiging dat het slecht gesteld was met de arbeidsmoraal. Menig Rotterdammer vond dat zijn stadgenoten tijdens de bezetting waren veranderd in onbetrouwbare sjacheraars, die liever lui dan moe waren. In die opvatting werden ze gesterkt door het optreden van de havenarbeiders, die in de zomer van 1945 een paar keer en masse het werk neerlegden. Ze eisten toen nieuwe schoenen en overalls, loonsverhoging én een arbeidsdag van vier tot zes uur. De pers had er geen goed woord voor over. Het Rotterdamse Parool sprak over “oorlogsverwildering”, “ingeslopen gemakzucht” en “het zonder inspanning [willen] verdienen van fantastische geldbedragen”. Het enige wat de stakers ermee bereikten was dat de goede naam van Rotterdam schade opliep.

4204_1259
Asfalteren van de Vierambachtsstraat, 1948. Beeld door: beeld: Fototechnische Dienst Rotterdam

Om het tij te keren begonnen de werkgevers in het najaar van 1945 een campagne die Rotterdammers ervan moest overtuigen dat de stad er alleen “door harden arbeid” weer bovenop kon komen. Aan de Coolsingel en op het kruispunt Bree-Groene Hilledijk-Strevelsweg in Rotterdam-Zuid werden installaties neergezet in de vorm van een man die op gezette tijden met een hamer op een aambeeld sloeg. Elke keer als de hamer het blok raakte, floepten neonlampen aan die slogans als ‘Werk is leven’, ‘Werk Wekt Welvaart’ en ‘Aan den slag’ zichtbaar maakten. Ter ondersteuning van de campagne was bovendien een Werk Wekt Welvaart-lied gecomponeerd, dat bij de openingsbijeenkomst voor het eerst ten gehore werd gebracht. Hoogwaardigheidsbekleders hesen toen een speciale Rotterdamse werkvlag. Ieder bedrijf dat in de oorlogsperiode had moeten sluiten en nu zijn activiteiten hervatte, kreeg zo’n vlag uitgereikt.

Geen gratis geld

Tegenwoordig hanteren we andere methodes om de werklust te bevorderen. Dat is nodig – zo luidt de redenering – omdat het sociale vangnet dat na de oorlog is uitgerold, ons onvoldoende prikkelt de handen uit de mouwen te steken. Sinds 2012 mogen gemeenten uitkeringsgerechtigden daarom verplichten ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’ te doen. In werkstad Rotterdam kreeg die bepaling in de Wet werk en bijstand een enthousiast onthaal. Nog voordat de wet goed en wel van kracht was, kondigde wethouder Marco Florijn (PvdA) aan dat hij duizenden bijstandsontvangers “werkklaar” ging maken. Ze zouden hun handen uit de mouwen steken in de kassen van het Westland en later wellicht ook in de zorg en de haven. “Het gaat mij vooral om de mentaliteitsverandering”, zei Florijn later tegen NRC Handelsblad. “Mensen moeten gewoon iets terugdoen voor hun uitkering. Als je iets kunt, dan ga je aan de slag. Dat wil ik tussen de oren krijgen.”
Hoewel uit ander ideologisch hout gesneden, zit de huidige wethouder Maarten Struijvenberg (LR) op hetzelfde spoor. “Een vangnet mag geen hangmat worden”, zo luidt zijn stelregel. Kritiek op de strenge Rotterdamse aanpak van werklozen laat hij dan ook van zich afglijden. Suggesties om te experimenteren met het basisinkomen legt hij naast zich neer. Aan “gratis geld” doen we immers niet in Rotterdam. Hier moeten we allemaal werken voor onze centen – hard werken. Al was het maar om het imago van de stad overeind te houden.

Voordat je verder leest...

Vers Beton heeft jouw support nodig! Wij kunnen alleen blijven bestaan dankzij support van lezers. Maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
11913506_10207726898754340_5365108176756306874_n

Fenna Schaap

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Henry Koster
    Henry Koster

    Ik ben blij dat ik met mijn part time baan en gemeentelijke toelage net op of rond het minimum zit en niet hoef aan te kloppen bij de Sociale Dienst maar was het nodig dan was ik blij en dankbaar dat ik tenminste bezig kon blijven ipv verpieteren op de bank of op straat. Ik ken genoeg uitkeringstrekkers die nu een tegenprestatie doen, velen klaagden eerst steen en been maar langzaam aan zegt men ‘ik heb toch werk en zien hun uitkering als een salaris. Op zich geen slechte instelling want laten we wel wezen gratis geld bestaat idd niet althans zou niet horen te bestaan. Zolang iemand zonder al te veel ongemakken en/of pijn kan werken dient men te werken of te studeren.

    Wat ik dan weer niet weet maar menige Versbetonners wellicht wel hoe het zit met de groep ‘kunstenaars’ die niet of nooit rond kunnen komen mogen die nu ook papier prikken, sollicitatiecursussen doen enzo. Lijkt mij wel zo eerlijk maar ik vrees dat dit slag menschen zo weer hun uitzonderingpositie zullen hebben.

    En wat de hoogopgeleiden betrefd. Natuurlijk is het soms een beetje beschamend als je niet 6 jaar hard gestudeerd hebt, een studie schuld hebt van tig duizend euro en je met een hesje in de plantsoentjes staat te prikken maar daarentegen wordt men er wel rijker van omdat men de waarde van het geld zal gaan leren kennen. Menig grootverdiener of iig bovenmodaal verdiener, (ik niet dus maar goed wat niet is kan nog komen) leeft niet altijd even ‘in touch’ met de rauwe werkelijkheid. Al moet ik oppassen om mensen met geld niet weg te zetten als anders. Helaas merk ik (ook aan mezelf) dat ‘arme’ mensen soms geneigd zijn hun neus op te halen voor welverdienende mensen terwijl deze natuurlijk ook keihard werken en belasting betalen voor de toeslagen en bv. kindgebonden budget voor de armere..

    Het zou fijn zijn als er een brug geslagen wordt tussen deze twee klassen en niets beters dan samen in de buitenlucht niet alleen papier maar ook vooroordelen door te prikken.

    Maar ik zal u even uit de droom helpen dat gratis geld niet bestaat. Als lid van de feestcommissie van Delfsgaza heb ik meerdere vragen gesteld hoe het kan dat sommige subsidie ontvangers weg kunnen komen zonder verantwoording voor de door hen besteedde subsidies. Als reactie kreeg ik ondermeer deze: Dat in de verordening geen middelen zijn aangereikt om gelden terug te vorderen. Dus m.a.w. we kunnen alleen netjes vragen of (indien doelstellingen niet zijn uitgevoerd of verantwoord) of men het aub wil terugstorten (wat dan ook soms gebeurt) maar ik ken persoonlijk 1 stichting die in anderhalf jaar 30.000 euro heeft gekregen. Nooit wat heeft verantwoord en er twijfels zijn of er uberhaupt activiteiten hebben plaatsgevonden. Volgens ambtenarij is deze stichting al talloze keren gemaand en gevraagd maar zonder resultaat noch antwoord. Het enige wat ‘wij’ dan kunnen doen is enerzijds fluiten naar 30.000 euro en hen de volgende keer uit te sluiten van verdere subsidies. Kijk da’s nou eens lekker cashen. Verdiend beter dan een uitkering en je bent vrij om eenmalig lekker te doen wat je wilt dus BENT U NOG OP ZOEK NAAR GRATIS GELD? Stel dan een strak plan voor bij uw gebiedscommissie en hul u daarna in stilte en niemand kan u wat doen…. behalve in Delfshaven dan want wij hebben voor 2016 al geen geld meer… Maar vanaf 1-1-2017 nieuwe ronde, nieuwe kansen…

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.