Stedelijke ontwikkeling & architectuur19 juli 2016

De Rotterdamse Aanpak: De ingrediënten

Deze serie onderzoekt de veronderstelde typisch Rotterdamse aanpak in architectuur en stadsontwikkeling. In het vierde en laatste deel: wat zijn de ingrediënten die de Rotterdamse Aanpak maken tot wat ‘ie is?

Beeld: Marcel Kollen

In Rotterdam vinden architecten al jarenlang een vruchtbare bodem voor hun bouwwoede, constateerde deel 1 van deze serie. Dat de Rotterdamse Aanpak meer behelst dan architectuur en stadsontwikkeling alleen, lazen we in het volgende deel. Goede openbare ruimte, een levendige creatieve sector en goede stadsmarketing zijn minstens zo belangrijk voor de ontwikkeling van de stad. Hoe dit alles invloed heeft op de leefbaarheid van de stad, werd in deel 3 beschreven. Nu is het tijd om tot slot de ingrediënten van de Rotterdamse Aanpak – Stadsontwikkeling, Architectuur, Innovatie en Stadspromotie – nader onder de loep te nemen. Daartoe vertellen Mattijs van Ruijven (Hoofd Stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling Rotterdam), Saskia Simon (Senior architect bij OMA), Lidi Brouwer (Business development bij Studio Roosegaarde) en Kim Heinen (International Press Officer bij Rotterdam Partners) over hun vakgebied en het belang ervan voor de stad.

Stadsontwikkeling

Mattijs van Ruijven, Hoofd Stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling Rotterdam, ziet de Rotterdamse Aanpak als een historisch fenomeen. “Rotterdam is een havenstad en wederopbouwstad, dat is van grote invloed op hoe de stad er nu bij ligt. Er was altijd veel ruimte voor ontwikkeling en particuliere initiatieven. Vrijheid, vooruitkijken en nieuwe dingen ontwikkelen, dat zit in het DNA van de stad.” Van Ruijven vertelt dat de Rotterdamse wederopbouw is gestoeld op principes die inmiddels verouderd zijn. Daarom krijgen buitenruimte en begane grond nu extra aandacht, met ‘aantrekkelijkheid’ als uitgangspunt. Eén van de belangrijkste elementen bij dit proces vindt hij het debat hierover. “We moeten met elkaar blijven praten over de stad. Zo kunnen we goed beoordelen waar de kansen liggen en daar focus aanbrengen.” Voor de kop van Feijenoord ziet hij dezelfde kansen als destijds voor Katendrecht. “Het kost tijd om energie te bundelen en diverse partijen te betrekken, maar het levert veel goeds op.”

Mattijs van Ruijven Beeld: Marcel Kollen

Naast het Rotterdamse DNA en het belang van debat benadrukt Van Ruijven ook de durf van de stad. Als voorbeeld noemt hij de keuze om tijdens de crisisjaren de grote projecten – De Rotterdam, de Markthal en het Centraal Station – door te zetten én gelijktijdig nieuwe initiatieven te faciliteren om de stad verder te brengen. Integraal werken illustreert volgens hem de Rotterdamse Aanpak binnen stadsontwikkeling. “We streven altijd naar een win-win situatie door verschillende grote en kleine kwesties te combineren. Het Waterplein is daar een goed voorbeeld van. Door een technische uitdaging met andere partijen op te pakken, ontstaat er tevens aantrekkelijke buitenruimte. Het optimaal benutten van kansen is denk ik typisch Rotterdams.”

"Uiteindelijk zijn we allemaal ambassadeurs van de stad, dus moet je er met elkaar aan werken"

“Het belangrijkste voor mij is dat het niet bij praten blijft, maar dat je het vervolgens ook realiseert. Er is nu bijvoorbeeld een enorme druk op de woningmarkt aan het ontstaan, dus zorg dat die nieuwe woningen gebouwd worden. Daar kan je als overheid goed laten zien wat de opgave voor de stad is. Uiteindelijk probeer je dit met allerlei partijen voor elkaar te krijgen.”

Grote projecten, buitenruimte en de plintenstrategie die nu vanuit Stadsontwikkeling veel aandacht krijgen moeten ondersteund worden met kleinere en tijdelijke initiatieven, vindt Van Ruijven. “Initiatieven als de Fenix Food Factory, het Schieblock, Biergarten en Uit je Eigen Stad zouden wij zelf nooit kunnen realiseren, maar ze brengen veel energie in de stad.” Om dit alles bij elkaar te brengen zijn debatten en congressen van cruciaal belang. “Die dialoog met verschillende partijen typeert voor mij Rotterdam. Uiteindelijk zijn we allemaal ambassadeurs van de stad, dus moet je er met elkaar aan werken. Daarin hebben wij als gemeente een belangrijke rol, een gesloten bolwerk moet je dus zeker niet zijn.”

Een voorwaarde voor het in gesprek blijven met anderen is toegankelijkheid en laagdrempeligheid van Stadsontwikkeling Rotterdam. “In het buitenland wordt er soms veel meer vanuit de overheid bepaald of juist aan de markt overgelaten. Ik vind het gezond dat je vanuit zowel overheid als de markt ontwikkelt. In andere steden gaat dat misschien vanzelf. Rotterdam komt van ver, dan moet je juist samenwerken om het verschil te maken.”

Architectuur

De vestiging van OMA (het architectenbureau van Rem Koolhaas) in Rotterdam had een sneeuwbaleffect: er kwamen steeds meer bureaus bij. OMA realiseerde een aantal Rotterdamse projecten, zoals de verbouwing van De Kunsthal, De Rotterdam en het nieuwe Timmerhuis, maar heeft een internationale focus. ‘Ik denk dat OMA in eerste instantie een internationaal bureau is,’ zegt Saskia Simon, architect bij het bureau. “Er werken hier veel verschillende nationaliteiten en de meeste projecten zijn niet in Nederland gesitueerd.” “Maar,” voegt ze daar snel aan toe, “we werken met veel trots en plezier aan Rotterdamse projecten.”  Ze geeft het Timmerhuis als voorbeeld. “Een waardevol project waar we met een internationaal team aan werkten, maar dat erg Rotterdams voelde door de nauwe samenwerking met Stadsontwikkeling. Bovendien bedenk je elk gebouw vanuit de context, dat weerspiegelt ook in de inrichting van het Timmerhuis. Het moest een echt Rotterdams kantoor worden.”

Saskia Simon Beeld: Marcel Kollen

“Door de efficiënte samenwerking was het Timmerhuis mijn prettigste project”

Doordat de aanbesteding van het Timmerhuis al erg vroeg in de ontwerpfase werd gedaan, verliep het proces wat anders dan normaal. “Eerst was Stadsontwikkeling onze opdrachtgever bij de bouw, daarna werd ontwikkelaar Heijmans dat. De gemeente nam daarmee een risico, maar het pakte gelukkig goed uit. Omdat wij ook verantwoordelijk waren voor de inrichting, bleven we met Stadsontwikkeling in gesprek. We konden zo nog steeds als drieluik opereren en dat kwam de samenwerking ten goede.” Simon benoemt de efficiëntie in besluitvorming als zeer waardevol. “We hadden allemaal het beste resultaat voor ogen. Natuurlijk is er soms discussie, maar iedereen had baat bij een zo goed mogelijk resultaat. Stadsontwikkeling was in staat goed, snel en kordaat beslissingen te nemen, snel te schakelen. Dat zorgde voor een enorme kwaliteit.” Simon noemt de goede samenwerking en snelheid van het project als typisch Rotterdams. Ze had het gevoel ‘daadwerkelijk samen te strijden voor één doel’. “Het was een prachtig project. Eerlijk gezegd was dit vanwege die werkwijze een van de prettigste projecten waaraan ik heb gewerkt.”

Innovatie

Die win-win situaties die Van Ruijven benoemt bij Stadsontwikkeling, zien we ook terug in de werkwijze van Studio Roosegaarde. “We maken installaties en objecten die op hun omgeving reageren,” vertelt business developer Lidi Brouwer. ‘Hoe kunnen we reageren op een bestaand landschap door er iets anders mee te doen?’ is een vraag die bij projecten van Studio Roosengaarde centraal staat. De Smogtoren is daar een goed voorbeeld van. Brouwer: “We raakten geïnspireerd door het smogprobleem in China. Daan Roosegaarde wilde hier een oplossing voor vinden. Allereerst hebben we smog zelf geanalyseerd. Het bestaat onder andere uit carbon. Door dit onder hoge druk tot sieraden te persen ontstaat een circulair systeem,” verklaart Brouwer. “Een win-win situatie dus.”

Hoewel het idee ontstond in China, zocht de studio naar een nabije plek om de toren te testen. “We raakten in gesprek met Rotterdam Partners en onderzochten de mogelijkheden om de smogtoren samen met Rotterdamse partijen op de kaart te zetten. We dachten aan Het Park als locatie, nabij een van de smerigste straten van de stad, de ’s-Gravendijkwal.” Dat werd het Vierhavengebied toen bleek dat de studio van Waddinxveen naar Rotterdam zou verhuizen.

“De mentaliteit van het Vierhavengebied past bij de stad en bij de studio”

Het idee voor vestiging van de studio in het Vierhavengebied, was snel geboren toen Luuk Prevaes, de Programmadirecteur Stadshavens, Daan vroeg mee te denken over het op de kaart zetten van het gebied. “We hadden goede ervaringen met de stad, hielden er onze eerste expositie in de openbare ruimte.” (Project Dune in de Maastunnel, red.). Daans oog viel op het glazen pand waar ze inmiddels alweer een jaar zitten. Terwijl de studio internationaal opereert, merkt Brouwer dat mensen geïnteresseerd zijn in hun vestigingslocatie en er graag op bezoek komen. Het merendeel van de medewerkers is Rotterdams en de stad inspireert hen. “Hopelijk kunnen we meer doen in Rotterdam in de toekomst. Op de achtergrond zijn we met dingen bezig, maar daar mag ik nog niets over zeggen.”

Lidi Brouwer Beeld: Marcel Kollen

Hoewel de studio zelf misschien te kort in Rotterdam is gevestigd om over de aanwezigheid van een Rotterdamse Aanpak te spreken, getuigt juíst de vestiging in het Vierhavengebied van deze aanpak. De gemeente wilde het gebied een boost geven en besloot een innovatieve en veelbesproken partij te betrekken en tot boegbeeld van het district te maken. Stadshavens staat daarmee nu bekend als the innovation district. Brouwer begint het gebied zelf ook steeds beter te kennen. “De koppen staan dezelfde kant op en de mentaliteit hier past bij de stad en bij de studio.”

Stadspromotie

Tot slot het laatste ingrediënt: Stadspromotie. Hoewel de vele recente aandacht voor de stad vanzelfsprekend lijkt met de oplevering van gebouwen als de Markthal, vertelt Kim Heinen dat dat allerminst het geval is. “We concurreren met veel grote iconische gebouwen van over de hele wereld. Vanuit Rotterdam Partners en in samenwerking met architectenbureaus en ontwikkelaars, informeren wij journalisten over allerlei projecten.” Niet alleen de grote iconen komen daarbij aan bod, benadruk de International Press Officer van Rotterdam Partners “Projecten als de transformatie van de Tuin van Noord en Concept House Village op Heijplaat nemen we ook op in persreizen.”

Voor Heinen was de communicatie rondom De Rotterdam de ideale case. “Dit project stond aan het begin van de huidige aandacht voor Rotterdam als architectuurstad. Natuurlijk hadden we wat publiciteit betreft 1-0 voorsprong met OMA als architectenbureau, maar verder waren er vele aspecten aan dit gebouw interessant voor veel journalisten.” Dat niet alleen een gebouw zelf zorgt voor voor succes in de media, weet Kim maar al te goed. De deskundigheid én het enthousiasme van degenen die erbij betrokken zijn, dat geeft de doorslag. “In het geval van De Rotterdam werkte er een grote groep deskundige mensen tien jaar lang aan zo’n project. Dat werd uitstekend gecoördineerd met de constante focus op het gedeelde belang van alle partijen.” Een gezamenlijk doel is dus van belang voor een succesvolle samenwerking. “Bij De Rotterdam stonden de neuzen dezelfde kant op, het verliep egalitair”, aldus Heinen. Voor haar was het ‘een blauwdruk van hoe je een dergelijk project aanpakt’.

“Groot trekt aan, klein maakt bijzonder”

Heinen is spin in het web bij nieuwe Rotterdamse (bouw)projecten en houdt er goede contacten op na met zowel bureaus als journalisten. “Architectenbureaus in Rotterdam zijn zelf ook trots op hun stad en lijken zich goed te beseffen dat de locatie in hun voordeel kan werken. Journalisten ontmoeten we het liefst persoonlijk, in Rotterdam.” De strategie? Een iconisch gebouw fungeert als nieuwswaardige aanleiding voor een ‘Rotterdam experience’, waarbij journalisten ook kleinere projecten voorgeschoteld krijgen. Kim: “We hebben hier intern een uitspraak die dit illustreert. ‘Groot trekt aan, klein maakt bijzonder.’”

Kim Heinen Beeld: Marcel Kollen

Het doel van Heinen is om de pers goed geïnformeerd, geïnspireerd en dolenthousiast naar huis te doen terugkeren. Ze ziet het effect ervan regelmatig bij de journalisten die ze meeneemt. “‘Hun blik op de stad is anders dan de mijne. Ze zijn vaak vooral onder de indruk van hoe de stad in 76 jaar opgeklauterd is. En van de durf van de gemeente. Tijdens de opening van de Markthal riep een stel Duitse journalisten nog dat iets dergelijks nooit zou kunnen in Duitsland.” Er wordt Kim wel eens gevraagd naar haar ‘geheim’ in het succesvol promoten van de stad. “Er is geen geheim. Er zijn gewoon veel deskundige mensen in de stad die samen vol enthousiasme en overtuiging projecten aangaan.” Ze heeft het over de Rotterdamse Aanpak.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met International Course Rotterdam Architecture (IC-RA). In 3 dagen – van 6 t/m 8 juli 2016 – bezochten deelnemers 30 projecten en bureaus in de stad en maakten ze kennis met 30 experts. De cursus onderzocht de rol van architectuur en creatieve industrie in het maken van de stad. Met workshops, reflecties, presentaties en kijkjes achter de schermen werd de ‘Rotterdamse Aanpak’ ontleed. De volgende editie van deze course-en-route vindt plaats op 22 en 23 juni 2017.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:architectuur, De Rotterdamse Aanpak, IC-RA, innovatie, stadsontwikkeling, stadspromotie en stedelijke ontwikkeling

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *