Stedelijke ontwikkeling & architectuur2 augustus 2016

O, mooie grijze Laurenstoren

Tot zondag  31 juli kon iedereen een deuntje insturen voor de wedstrijd Liedje voor de Laurenstoren. Het winnende wijsje klinkt straks elk heel uur door de stad. Van Traa zag de toren in de jaren vijftig liever gesloopt, vertelt Paul Groenendijk.

Beeld: Stadsarchief Rotterdam, met dank aan Platform Wederopbouw Rotterdam

Men moet van goeden huize komen om onderstaande liedteksten te verbeteren. Deze liedjes uit de jaren vijftig tonen aan hoe belangrijk de restauratie van de Laurenskerk werd gevonden voor de wederopbouw van Rotterdam.

Liedtekst ‘O, mooie grijze Laurenstoren’ door Albert de Booy
O, m’n oude Laurenstoren
Heus, we bouwen jou weer op
Dan zal jij ons weer bekoren
Waait het groen-wit-groen in top
Eenmaal zal jouw stem weer klinken
Overgoten door de zon
Dan zal jouw sieraad weer blinken
Horen wij de tonen klinken
Van jouw mooie carillon

Liedtekst ‘Als de toren weer is opgebouwd’ door Anton Beuving
Als de Laurenstoren weer is opgebouwd,
En jong en oud weer op zijn stem vertrouwt,
Dan vergeet je al het leed,
Al je zorgen, want je weet,
Rotterdam, dat toont ons straks haar nieuwe kleed!

Met de officiële ingebruikneming van dit belangrijke historische monument in december 1968, leek de Rotterdamse wederopbouw eindelijk voltooid. Het was een lange en moeizame weg na het bombardement van mei 1940, toen de Sint Laurenskerk zwaar beschadigd raakte. Het had niet veel gescheeld, of de kerk was nooit herbouwd!

“Het zou maar detoneren tussen de moderne exclusieve winkelpanden"

Na het bombardement stonden architecten, stedenbouwkundigen en politici te popelen om het centrum te herbouwen. Níet om klakkeloos het verleden reconstrueren, nee, er moest een nieuwe, moderne en ideale stad komen! Wat te doen met de Rotterdamse ruïnes? Het Stadhuis, het postkantoor en beurs waren grotendeels gespaard gebleven en mochten natuurlijk blijven staan. De brede Coolsingel was immers de beoogde centrale boulevard in het nieuwe centrum. Over de rest was men minder enthousiast.

Op advies van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kwamen vanwege hun kunsthistorische waarde alleen de Delftsche Poort, het Schielandshuis en wellicht de toren van de St. Laurenskerk in aanmerking voor behoud. De kerk zelf niet. Een commissie van architecten en monumentenzorgdeskundigen deed onderzoek naar de toestand van deze drie belangrijke monumenten. Op 9 september 1940 rapporteerde de commissie dat herstel van toren en kerk esthetisch en technisch mogelijk, maar heel kostbaar was: “Rotterdam is zo arm aan monumenten en de St.-Laurenskerk kan zulk een belangrijk en waardevol punt worden in het stadsbeeld, dat reeds daarom de herstelling van zeer grote betekenis kan worden geacht.”

Beeld: Stadsarchief Rotterdam, met dank aan Platform Wederopbouw Rotterdam

Na het puinruimen stonden de toren en ruïne van de kerk eenzaam in de lege vlakte. Van Traa, die het Basisplan maakte, zag de kerk als een obstakel. Zoals ook het Witte Huis en het bouwvallige Schielandshuis beter gesloopt konden worden, want dat zou maar detoneren tussen de moderne exclusieve winkelpanden. Er zou zo een tabula rasa voor de nieuwe stad ontstaan, een schone lei voor Rotterdam.

Vervalsing

Dat er veel meer gebouwen bewaard moesten blijven is achteraf makkelijk praten. Monumentenzorg stond nog in de kinderschoenen. De negentiende-eeuwse neostijlen en de twintigste-eeuwse bouwkunst kwamen pas rond 1980 in beeld bij Monumentenzorg. Tot die tijd werden Jugendstil en neogotiek gewoon gesloopt. De restauratie van de Laurenskerk was fel omstreden in architectenkringen. Stedenbouwkundige Rein Blijstra vond dat restauratie gelijk stond aan herbouw, zo stond in Het Vrije Volk van 20 januari 1948: “Herbouw van een Gothisch monument is in wezen vervalsing, zowel historisch als artistiek. Als men eens rustig overweegt, dat voor de wederopbouw van de St. Laurens acht à tien millioen guldens genoemd worden, dan mag men zich toch wel eens afvragen of het herbouwen van een kerk in een vorm, die niet meer dan een dode copie is van wat geweest is, voor zoveel geld wel verantwoord te achten is.”

Architect J.J.P. Oud tekende een nogal choquerend plan om alleen de toren te restaureren en een nieuwe eigentijdse kleinere kerk er los achter te bouwen. In het schip bleven alleen de grafzerken gehandhaafd en kwam een model van de oude kerk. Daardoor ontstond ruimte voor een herdenkingsplaats. Oud: “Ik stel me voor, dat men op deze wijze, midden in Rotterdam, een herdenkingsplaats zou kunnen maken, vol wijding. Deze zal in dit stadsdeel als een oase verschijnen. Men kan zich daar uit de stadsdrukte terugtrekken en men zal er zich dieper kunnen bezinnen op het voorkómen van de ellende van de oorlog dan bij een in oude stijl herbouwde St. Laurens.” Op het Grotekerkplein had Oud overigens een plek ingeruimd voor het beeld De Verwoeste Stad van Zadkine. Dan waren er ook nog mensen die de ruïne wilden laten staan, als herinnering aan de verwoesting van de stad, zoals de kathedraal van Coventry.

“Men heeft bij de herbouw corrigerend ingegrepen: lelijke dingen weggelaten, mooiere aangebracht.”

Uiteindelijk werd er toch gekozen voor restauratie, of beter gezegd, herbouw van de kerk. Het rijk steunde de restauratie financieel door negentig procent van de kosten van acht miljoen op zich te nemen. Koningin Juliana bezocht Opbouwdag 1952 en legde de eerste steen met de tekst ‘Geschonden door oorlogsgeweld. God geve: in ere hersteld’. In een toespraak benadrukte Juliana de grote symbolische waarde van de kerk: “Deze St. Laurens in nieuwe vorm zal de kenmerken blijven dragen van zijn herstel uit het midden der twintigste eeuw en zal de Rotterdammers steeds blijven herinneren aan wat daaraan voorafging. Sterker dan voorheen wil hij ’n centrum van de stad zijn. Later zal men zich afvragen: en -toen is hij dus weer opgebouwd- dat was blijkbaar geen probleem in die moeizame tijd rond 1950. En het antwoord zal zijn: natuurlijk is hij toen weer opgebouwd, want Rotterdam was, is en blijft immers: Rotterdam”. 

In december 1968 was de restauratie van de kerk eindelijk voltooid. In aanwezigheid van prinses Beatrix en prins Claus werd de kerk officieel in gebruik genomen. Het Rotterdamse bedrijf Pakhuismeesteren had ter gelegenheid van het honderdvijftigjarig bestaan twee bronzen deuren van de Italiaanse kunstenaar Giaomo Manzù geschonken. De deuren verbeelden het thema Oorlog en vrede.

Beeld: Stadsarchief Rotterdam, met dank aan Platform Wederopbouw Rotterdam

Ten tijde van de opening in december 1968 was men er nog steeds niet uit. Zo schrijft Het Vrije Volk van 14 december 1968: “Kunsthistorici zullen nog jaren vechten over de vraag, of de restauratie verantwoord was. De nieuwe Laurens is geen kopie van de oude. Men heeft bij de herbouw corrigerend ingegrepen: lelijke dingen weggelaten, mooiere aangebracht. De entree via de toren is opengebroken, hetgeen zonder twijfel een winstpunt is . (…) De bronzen deuren van Manzú zijn typisch eigentijds.”

Architectonische armoede

Nu de kerk in volle luister was hersteld, nam de kritiek op de ondergeschikte positie van het gebouw en op de wederopbouw in de directe omgeving toe. Het Vrije Volk van 14 december 1968: “De bezwaren richten zich tegen de architectonische armoede van de sinds de jaren vijftig tot stand gekomen nieuwbouw rond de Laurenskerk plus de aanwezigheid van het foeilelijke gebouw van de Stadsverwarming. Het wordt tijd, dat men tegen fouten en tekortkomingen in steen, zoals na de oorlog in de Rotterdamse city en met name rond de Laurenskerk zijn gemaakt, wat minder als “nu eenmaal gemaakt” en “onherstelbaar” gaat beschouwen.”

Wellicht is het stadspark dat pal voor de Laurenskerk, op het Grotekerkplein, zal verschijnen in staat die ‘tekortkomingen in steen’ te compenseren.

Wederopbouw Rotterdam
Exact 75 jaar na de start van de wederopbouw schenkt Vers Beton aandacht aan de ontwikkelingen die Rotterdam maakten tot de stad die het nu is. De kenmerkende wederopbouwarchitectuur ondervindt met name de laatste jaren een herwaardering. In samenwerking met Platform Wederopbouw Rotterdam maken we een serie over de vaak nog verborgen verhalen achter de wederopbouwperiode.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Laurenskerk, liedje voor de Laurenstoren, Rotterdam, Van Traa, wederopbouw en Wederopbouw Rotterdam

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *