voor de harddenkende Rotterdammer

Zijn twee kapiteins op een schip per definitie voer voor mislukking? In zijn eigen geval wel, stelt Peter van Heemst, maar tussen de vele debacles bevestigen enkele uitzonderingen de regel.

Peter
Peter van Heemst Beeld door: beeld: Jeroen Van de Ruit

Hoe erg kunnen een oude en een nieuwe baas elkaar in de weg zitten? Op 24 juni 2016 legde David Cameron het bijltje er bij neer. Hij stopte als premier. Na de smadelijke nederlaag bij het Brexitreferendum zat er niets anders op. Ogenschijnlijk onbewogen kondigde hij zijn vertrek aan. Toen nog in de veronderstelling dat het een paar maanden zou duren voor zijn partij een opvolger zou hebben gekozen. Dat bleek veel rapper te gaan dan gepland en dus kwam zijn afscheidsspeech toch nog onverwachts. In één en dezelfde adem beloofde hij wel als volksvertegenwoordiger zijn werk te blijven doen. Anders dan in Nederland zijn in het Verenigd Koninkrijk ministers ook lid van het parlement. Sterker nog, Cameron kondigde strijdbaar aan in 2020 aan de volgende parlementsverkiezingen te willen meedoen. En nu, na een lange zomervakantie, heeft hij zich bedacht. Hij wil bij nader inzien zijn opvolger niet in de weg zitten. Dat had hij natuurlijk ook drie maanden terug kunnen bedenken. Deze klungelige ontknoping maakt dat zijn aftocht uit de politiek ook het laatste restje glans verloor.
Twee kapiteins op een schip. Is het een geheide succesformule voor een debacle? Ineens moest ik denken aan Joop den Uyl. Hij was van het Binnenhof niet weg te branden. Na vier jaar premier te zijn geweest, belandde zijn partij, de PvdA, in 1977 in de oppositiebanken. Onvermoeid pakte hij de draad van het parlementaire werk weer op. Na een zeer korte tussenstop (van 1981 tot 1982) als vice-premier keerde hij wederom terug naar de Tweede Kamerfractie. Nu niet meer als fractievoorzitter, maar als gewoon parlementslid. Om zijn opvolger niet voor de voeten te lopen, stortte hij zich op de buitenlandse politiek. Dat betekende dus: reizen, heel veel reizen. Zo liep hij zijn opvolger, Wim Kok, ook letterlijk niet voor de voeten. Een wijze keus van iemand die aan politiek en parlement zijn hart had verpand. Veel ex-premiers konden of wilden zijn voorbeeld niet volgen. Nadat er aan hun premierschap een einde kwam, trokken ze snel aan de stutten.

In de Rotterdamse politiek zijn de ervaringen met twee (of meer) bazen in een fractie wisselend. De VVD-fractie kende aan het begin van deze raadsperiode maar liefst drie bazen en baasjes in een fractie van dezelfde omvang. Twee oud-wethouders, Antoinette Laan en Jeannette Baljeu, keerden terug als raadslid. Die laatste was ook lijsttrekker geweest. Met de oud-fractievoorzitter uit de vorige raadsperiode, Maarten van de Donk, vormden ze vanaf maart 2014 het liberale smaldeel in de gemeenteraad. Het liep, voor de buitenwacht, tamelijk soepel en dat heeft ongetwijfeld met de blijmoedige inslag van veel VVD’ers te maken. Overigens verliet Baljeu al na een krap jaar de raad en nam Laan de voorzittershamer over.
Als oud-PvdA lijsttrekker en oud-fractievoorzitter van 2006 tot 2010 bleef ik raadslid in de daarop volgende periode. Als backbencher, tenminste dat was de bedoeling. Maar een onbedaarlijke bemoeizucht in combinatie met een grote politieke ervaring maakten dat ik het leven van mijn opvolger eerder zuurder dan gemakkelijker maakte. Het was een lelijke misrekening, zag ik naderhand. Wie het van 2010 tot 2014 wél goed oppakte was George van Gent. De VVD-lijsttrekker van 2006 zag zijn partij toen slecht scoren, hij stapte op en maakte vier jaar later een soort van comeback. Als gewoon raadslid ging hij onder een nieuwe politiek leider aan de slag en vond snel zijn eigen plek in de raad. Hij mocht graag GroenLinks een beetje sarren over milieu en openbaar vervoer. Dat kon hij als oud-corpsbal perfect. En hij sprak af en toe als een soort hulpburgemeester wijze woorden als de gemoederen in de raad te hoog opliepen.

In de tweemansfractie van GroenLinks die de huidige gemeenteraad telt, zitten de ex-fractievoorzitter, Arno Bonte, en de nieuwe, Judith Bokhove. Het lijkt goed uit te werken omdat GroenLinks in de oppositie zit. Dan kan er wat vrijblijvender politiek worden bedreven dan wanneer in een coalitie elke stem telt. En, ook een belangrijke reden, ze hebben alle twee een eigen, strikt afgebakend takenpakket. Maar de allerbelangrijkste verklaring is de ontspannen invulling die Bokhove aan haar leiderschap geeft. En dus zullen we nooit te weten komen of het fractielid Bonte zich, als het echt spannend wordt, schikt naar het oordeel van politiek leider Bokhove. Nog een laatste voorbeeld van hoe het goed kan uitpakken, vormt de huidige Leefbaar Rotterdam-fractie. Sinds de verkiezingen zijn twee fractievoorzitters uitgeprobeerd en weer aan de kant gezet. De derde, Ronald Buijt, heeft nu het heft stevig in handen. En de rust lijkt weer te zijn teruggekeerd. De reden? Een groot gevoel van opluchting dat eindelijk iemand met politiek verstand van zaken aan de knoppen zit én de diepe overtuiging dat voortdurend geruzie en geklungel zou gaan uitdraaien op een regelrechte politieke ramp.
Twee bazen in een zaak. Het kan. Maar alleen als de taken loepzuiver zijn verdeeld. Als iedereen weet dat je elkaar niet voor de voeten loopt. Als ervaring en talent effectief worden ingezet. En als de sfeer blijmoedig en ontspannen is. Maar de belangrijkste les is toch: bij twijfel, niet doen.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
peter-van-heemst

Peter van Heemst

Peter van Heemst was Staten-, Tweede Kamer-, gemeenteraadslid en in 2006 lijsttrekker van de PvdA in Rotterdam. Tegenwoordig is hij onder meer politiek analist van Vers Beton.

Profiel-pagina
Jeroen van de Ruit kopie

Jeroen Van de Ruit

Profiel-pagina
Lees één reactie