Wetenschap en onderwijs31 oktober 2016

Waarom Rotterdam een ideale thuishaven voor de vleermuis is

Een aanraden van de Lonely Planet hadden ze niet nodig – vleermuizen zijn dol op Rotterdam. Stadsecoloog André de Baerdemaeker onderzoekt deze nachtelijke fladderaars en legt uit waarom de Maasstad een ideale thuishaven voor ze is. Net op tijd voor Halloween. 

Laat ik er maar kort en bot over zijn: vleermuizen vieren geen Halloween. Het horrorverkleedpartijtje stamt af van onze Keltische voorouders die het oudejaarsfeest vierden, en juist daarom is het een beetje jammer dat de Rotterdamse vleermuis er geen aandacht aan besteedt. In de klassieke zin sluit de feestdag namelijk goed aan bij de levensstijl van de duistere nachtbraker: het jaar kan worden afgesloten. Na een zomer vol overvloed en opwinding is het nu tijd voor de welverdiende winterslaap. Dat zouden vleermuizen best mogen vieren op 1 november. Ze hoeven zich niet eens voor de gelegenheid te verkleden.

Dat iedere zomeravond duizenden vleermuizen uit onze huizen tevoorschijn komen en over de stad uitzwermen, is een van de best bewaarde geheimen van de Rotterdamse stadsnatuur. Zonder het te beseffen leven Rotterdammers in één van de grootste vleermuisreservaten van Nederland. Gotham City heeft the bat signal nodig om hun gevleugelde misdaadbestrijder – Batman dus – te mobiliseren, wij hoeven niks te doen om de insectenverdelgers van Moeder Natuur ten strijde te laten trekken. Je zult je misschien afvragen waarom al die vleermuizen zich juist massaal in een drukke en lawaaierige stad als Rotterdam vestigen. Waarom vliegen ze niet gewoon het bos in, zoals normale dieren? Dat is geen onzinnige vraag. Het antwoord zit hem in de inrichting en architectuur van onze stad.

Boombewoners en huizenhangers

In Nederland komen 22 soorten vleermuizen voor, waarvan tien soorten op een bepaald moment in Rotterdam zijn waargenomen. We kunnen de Rotterdamse vleermuizen grofweg indelen in twee categorieën: zij die in bomen wonen en zij die de voorkeur geven aan gebouwen. De vleermuizen van de boomcategorie vliegen vooral rond in het bos – het Kralingse Bos, welteverstaan. Dit is dé hotspot voor vleermuizen op Rotterdamse bodem. Door de toenemende leeftijd van de bomen hebben verscheidene soorten zich er kunnen vestigen. Dat is natuurlijk interessant, maar je kunt op je klompen aanvoelen dat in een grote, stenige stad als Rotterdam de hoofdmoot van de vleermuizen in de bebouwde kom leeft. Dat is vooral te danken aan de gewone dwergvleermuis die de stad in bijzonder grote aantallen bevolkt. Negen van de tien Rotterdamse vleermuizen behoort dan ook toe aan deze soort.

"Het Kralingse Bos en het Zuiderpark wemelen van de vleermuizen"

Dit gegeven is overduidelijk als ik ’s nachts met mijn collega-ecologen van Bureau Stadsnatuur in Rotterdam op pad ga om de vleermuisbevolking in kaart te brengen. De vraag is niet of we op een bepaalde straathoek de gewone dwergvleermuis zullen horen overvliegen, maar hoeveel minuten we erop moeten wachten. De dwergjes (zoals wij ze noemen) pendelen langs min of meer vaste routes van hun slaapplaats naar hun jachtgebiedje. Iedere vleermuis heeft zijn eigen favoriete stekjes. Een jagende vleermuis herken je aan zijn vliegpatroon. Hij fladdert in grote cirkels boven een vijver of grote tuin, pendelt heen en weer langs een bomenrij of draait achtjes om een lantaarnpaal.

Op die plekken zijn insectenzwermen actief, zoals de wolken dansmuggen die boven het water hangen (bij iedere fietser welbekend). Zulke concentraties van insecten zijn cruciaal voor het overleven van vleermuizen. De zwermen ontstaan op plekken waar de waterkwaliteit in orde is, waar voldoende bloeiende planten groeien en waar inheemse bomen staan. Elke insectensoort kent zijn eigen vliegperiode, in het vroege voorjaar, in hoogzomer of juist in het najaar. De vleermuizen schakelen in de loop van het jaar dus van de ene naar de andere prooisoort.

Beeld: Xenia Gottenkieny

Flatje vleermuizen

De Rotterdamse parken zijn – met vleermuisoren gezien – ideale eetgelegenheden voor de gewone dwergvleermuis. Daarom is parkbeheer zo belangrijk om vleermuisaantallen op peil te houden. In het Kralingse Bos en het Zuiderpark beheert de gemeente doelbewust zones met wilde planten voor de ontwikkeling van een rijker insectenaanbod. Dat werkt: de parken wemelen van de vleermuizen. Tijdens het onderzoek ontdekten we bijvoorbeeld vliegroutes waarlangs stromen dwergvleermuizen vanuit de omringende woonwijken de parken intrekken. Door die colonnes in omgekeerde richting te volgen, werd het mogelijk de kolonies te ontdekken.

In Zuidwijk vonden we op deze manier een kolonie in een jaren ’60 portiekflat. Op een avond omsingelde ons groepje ecologen het gebouw om de uitvliegende vleermuizen te tellen. Omdat je niet iedere dag vijf mannen met baarden en bergschoenen onder je balkon hebt rondhanden, kwamen nieuwsgierige bewoners al gauw poolshoogte nemen.

Eén bewoonster bezwoer dat wij onze tijd verspilden, omdat zij in 25 jaar nog nooit een vleermuis had gezien in deze omgeving. We telden die avond echter ruim 90 vleermuizen. Die kwamen vanuit een smalle spleet onder een raam uit een spouwmuur tevoorschijn. Stuk voor stuk moeders die hun jongen in de muur achterlieten om te jagen. Toen ik de vastberaden Rotterdamse de plek aanwees zei ze verbijsterd: “Dat is mijn raam!”

De wensen van mens en vleermuis

Dwergvleermuizen zijn dus goed bekend met de Rotterdamse architectuur. Maar niet elk gebouw komt in aanmerking voor bewoning door de gevleugelde zoogdieren. Het populairst zijn de afzichtelijke galerijflats die ten tijde van de naoorlogse woningnood in de jaren ’60 en ’70 uit de grond zijn gestampt. Ommoord, Zuidwijk en Hoogvliet staan (of stonden) vol met flats waar het kleine vleermuishartje sneller van gaat kloppen. De kopse gevels van deze bouwsels zijn vaak uitgevoerd met een hoge spouwmuur met open stootvoegen: kleine openingen van een vinger breed tussen de bakstenen. Hoewel ze aanvankelijk zijn bedoeld voor ontluchting, vormen ze een perfecte toegang voor een gewone dwergvleermuis. Voor grotere dieren zijn de openingen te klein – roofdieren zijn dus buitengesloten.

Een ander voordeel van een spouwmuur is dat de temperatuur aan de binnenkant niet overal gelijk is. Zo kunnen vleermuismoeders hun jongen naar gelang de wisselende buitentemperatuur binnensmuurs verhuizen naar warmere of koelere delen. In de koudere helft van het jaar stoken de menselijke bewoners van de flats hun woningen warm, waardoor de spouwmuur van binnenuit wordt verwarmd. We zien vleermuiskolonies aan het eind van de zomer dan ook geregeld verhuizen van door de zon beschenen, op het zuiden georiënteerde gevels naar de goed verwarmde spouwen van bejaardentehuizen en ziekenhuizen.

"Beter geïsoleerde woningen vormen een risico voor vleermuizen"

De door dwergjes geliefde galerijflats zijn echter verouderd en toe aan renovatie of vervanging. Bovendien vragen we met het toegenomen milieubewustzijn om beter geïsoleerde woningen. Een goede ontwikkeling, maar wel één die risico’s voor vleermuizen met zich meebrengt. Naast de sloop van verouderde flats speelt na-isolatie in toenemende mate een rol. Hierbij worden spouwmuren volgespoten met isolatiemateriaal waardoor ze onbruikbaar worden voor vleermuizen.

Omdat Nederlandse vleermuizen wettelijk strikt beschermd zijn, staat Rotterdam bij het verduurzamen van het woningbestand ook voor een ecologische opgave. Het doelbewust aanbrengen van verblijfplaatsen voor vleermuizen in nieuwbouw is een handige, relatief goedkope optie die uitkomst biedt. Huizen voldoen zo aan de wensen van mens en vleermuis. De vleermuizen liggen er in ieder geval tot maart nog niet wakker van. Dan pakken ze de muggenbestrijding weer op.

En mocht u tegen die tijd op een avond een paar kerels met baarden en bergschoenen voor uw woning zien staan: niet schrikken, een snoepje geven mag.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:bureau stadsnatuur, fauna, Halloween, natuur, stadsnatuur en vleermuizen

Sectie: Wetenschap en onderwijs

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *