Stedelijke ontwikkeling & architectuur20 oktober 2016

Dit zijn de stadmakers van Rotterdam!

Voor de derde keer organiseert AIR het Stadmakerscongres op 11 november, voor iedereen die zich betrokken voelt bij het maken van de stad. Drie stadmakers vertellen over hun rol hierin.

Beeld: Rémon Mulder

Iedereen die in de stad woont, moet de stad kunnen ‘maken’. Dat is de overtuiging van Bas van der Pol, programmamaker bij AIR en nauw betrokken bij het Stadmakerscongres. Daarbij wil hij het onderscheid tussen bottom up en top down loslaten. “Stadsontwikkeling is niet meer voorbehouden aan de grote spelers. Individuen en het maatschappelijk middenveld kunnen even belangrijk zijn. Beter worden in het samen maken van de stad, daar is het congres in de kern voor bedoeld.” Een interessante omstandigheid die dit jaar meespeelt tijdens het congres is de aantrekkende vastgoedmarkt. Nu de grote marktpartijen voorzichtig weer aan het ontwikkelen slaan, hoopt Van der Pol te ontdekken welke lessen de crisis opgeleverde én hoe die lessen in de toekomst duurzaam ingezet kunnen worden. Vier belangrijke lijnen vormen het programma van dit jaar: Stadlabs, grote opgaven, discours en het internationale perspectief.

Stadlabs

Wie zich in eerdere edities van het congres heeft verdiept, is bekend met het fenomeen Stadlabs, waarbij een groep mensen zich buigt over een concrete stedelijke opgave. Vaak heeft zo’n lab betrekking op een specifiek gebied (het Hoog- of Zomerhofkwartier bijvoorbeeld), maar het kan ook een minder plaatsgebonden kwestie zijn. Zo zijn er ook Stadlabs met luchtkwaliteit of wijkcoöperaties als opgave. Kerndoel van zo’n lab is kennis vergaren en delen met elkaar. Robbert de Vrieze is een Stadlab-duizendpoot. Hij is betrokken bij de labs West-Practice, Mooi, Mooier Middeland en voor het tweede jaar op rij bij het Stadlab Luchtkwaliteit. “Het Stadmakerscongres laat voorbeelden zien van een nieuwe werkpraktijk, waarin de verhoudingen tussen burger, ondernemer en overheid niet meer zo vast liggen. Omdat op iedere plek andere thema’s, mensen, en netwerken actief zijn, is geen lab hetzelfde.”

“Een aantal leden van de Tweede Kamer komen naar het congres naar aanleiding van onze burgerbrief”

Waar de Stadlabs in het congres vorig jaar door AIR geïnitieerd en deels gecoördineerd werden, gaat dat dit jaar bewust wat minder gestructureerd. Op die manier is er meer ruimte voor eigen initiatief uit de stad. Tijdens het congres presenteren nieuwe labs zich, maar wordt er ook teruggeblikt en gereflecteerd op wat de labs van de vorige editie teweeg hebben gebracht. De Vrieze heeft een mooi voorbeeld: “Met Stadlab Luchtkwaliteit hebben we samen met lokale en nationale organisaties voor schonere lucht meegewerkt aan een burgerbrief aan de Tweede Kamer. Nu komen er een aantal kamerleden naar het congres om te zien wat wij voor elkaar willen krijgen. Het is heel leuk om dat bereikt te hebben.”

Beeld: Rémon Mulder

Grote Opgaven

De labs, alsmede andere bottom-up initiatieven, spelen een belangrijke rol bij het streven naar een duurzame en aantrekkelijke stad. In het Stadmakerscongres wordt in de programmalijn ‘grote opgaven’ gezocht naar een verbinding tussen die kleinere schaal en de beleidswereld, wetten en regelgeving waar je in een stad mee te maken hebt. José Besselink is planoloog bij Bureau Binnenstad van de Gemeente Rotterdam en dus goed thuis in die beleidswereld. Ze is ook één van de initiators van Happy Streets, zowel een evenement als een doorlopende beweging.

“Happy Streets stelt een leukere beleving van de buitenruimte centraal”

Meerdere initiatieven en stadmakers komen hier samen en allen houden ze zich bezig met een leukere beleving van de buitenruimte in de stad. Besselink zag dat die plannen goed aansloten bij de ambities van de gemeente. “Met deze samenwerking kunnen we het beleid dat de gemeente voor de lange termijn heeft, op korte termijn al zichtbaar maken.” Die ambitie is direct verbonden met de lijn ‘discours’.

Discours

Het organiseren van een netwerk is een belangrijk onderdeel van het moderne stadmaken. En één van de uitgangspunten daarbij is dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn. Toch bestaat er een systeemwereld van jargon, methoden, kennis en teksten die voor niet-professionals moeilijk te doorgronden zijn. Tijdens het congres wordt gezocht naar manieren om die kloof te overbruggen. Maar er wordt ook onderzocht of ‘stadmaken’ een professionele discipline aan het worden is, en of dat een goede zaak zou zijn. Robbert de Vrieze: “Het is goed om te blijven zoeken: waar kun je de institutionele kracht van de overheid beter gebruiken en waar is meer innovatief en betrokken initiatief beter op zijn plaats. Vaak kunnen beide elkaar goed aanvullen als je van wederzijdse reflectie en samenwerking uitgaat.” Dat geldt niet alleen voor de overheid, maar ook voor grote partijen als woningcorporaties.

“We willen nu woonprogramma gaan toevoegen in het Zomerhofkwartier”

Manager Wonen bij Havensteder Mark van de Velde komt naar het Stadmakerscongres op zoek naar input: “Vijf jaar geleden hebben we in het Zomerhofkwartier een slow-urbanism transformatie in gang gezet, met als doel waarde aan dat gebied toe te voegen door er leuke partijen naar toe te trekken en kleine investeringen te doen. We zijn nu toe aan de volgende stap in dat proces. We willen er woonprogramma aan toevoegen.” Door middel van een maquette waarin door bezoekers van het congres gebouwd kan worden, wordt getoond welke vorm zo’n toevoeging kan aannemen. “We willen graag transparant zijn over onze plannen, en inspiratie opdoen. Daar is het congres een goede plek voor.”

Beeld: Rémon Mulder

Internationaal perspectief

Tot slot het internationale perspectief op de stad, waarmee Van der Pol duidelijk wil maken dat er veel meer steden ter wereld zijn die met dezelfde vraagstukken kampen. Door over de grenzen te kijken kan Rotterdam veel leren. Jaarlijks nodigt AIR dan ook een Guest Urban Critic uit die dit perspectief biedt, met concrete voorbeelden. Dit jaar is dat Henk Ovink, weliswaar een Nederlander, maar met zeer ruime internationale ervaring. Als eerste Nederlandse watergezant reist hij de wereld over om Nederlandse kennis en kunde over watervraagstukken te verspreiden en toe te passen.

De verschillende deelnemers aan het congres hebben allen eigen doelen, motivaties en achtergronden die juist samen een interessante kruisbestuiving mogelijk maken. Het verbinden van partijen en het uitwisselen van kennis zijn de belangrijkste aspecten van het Stadmakerscongres. José Besselink: “De publiek-private manier van samenwerken die we met Happy Streets zijn aangegaan wil ik graag met een publiek delen. En we willen kijken hoe we Happy Streets als beweging in de stad verder kunnen brengen.” Robbert de Vrieze: “Een goede humuslaag van betrokken bewoners is belangrijk voor een fijn leefklimaat in een stad. Gelukkig heeft Rotterdam daar al een goed ecosysteem voor. Het congres is een goed moment om naar toe te werken en je resultaten te presenteren.”

Het Stadmakerscongres is een Rotterdamse traditie aan het worden. Voor de derde keer organiseert AIR deze bijeenkomst voor iedereen die zich betrokken voelt bij het maken van de stad. Discussies en gesprekken komen op gang middels een dagprogramma met lezingen, workshops en rondleidingen. Het congres vindt plaats op 11 november in de Rotterdamse Schouwburg. 

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, architectuur, Happy Streets, Henk Ovink, stadlabs en stadmakerscongres

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *