PolitiekVluchtelingen14 oktober 2016

Dit zijn de zeven grootste déjà-vu’s over vluchtelingen

Parallellen met de Joegoslavische vluchtelingen van toen

Toen in de jaren ’90 Bosniërs, Serven en Kroaten op de vlucht sloegen voor de oorlog in voormalig Joegoslavië kwamen precies dezelfde bezwaren en argumenten voorbij. De meeste ex-Joegoslaven landden in Rotterdam, twaalfduizend in totaal. Vers Beton duikt de archieven in om de beweringen van toen te staven aan wat er werkelijk gebeurde.

Hordelopen voor vluchtelingen Beeld: Rachel Sender

1. Opvang in de regio is beter

Het was een Rotterdammer, die een jaar na het uitbreken van de oorlog in voormalig Joegoslavië een doorbraak over opvang forceerde. Hassan Huremovic, een lasser uit Bosnië, regelt busvervoer en haalt op eigen houtje driehonderd Bosniërs. De bussen stranden bij de grens tussen Kroatië en Slovenië. Schoorvoetend geven staatssecretaris asielbeleid Aad Kosto en minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek toestemming naar Nederland af te reizen, op een toeristenvisum. Maar dat was eenmalig, maken ze meteen duidelijk, want groepsgewijze opvang past niet in het Nederlandse toelatingsbeleid.

Er volgt een ambtelijke missie naar Kroatië, waar delegatieleider Hilbrand Nawijn, toen nog Justitie-ambtenaar, dingen zegt als: “Vluchtelingen moeten zoveel mogelijk in het voormalige Joegoslavië worden opgevangen. Dat kan alleen als de Europese landen daar meer geld voor willen uittrekken.”

De Nederlandse regering belooft 1.500 kwetsbare vluchtelingen, als zodanig geselecteerd door de Kroatische regering, op te vangen. Daarnaast adopteert het kabinet een vluchtelingenkamp in Dakovo en laat daar 2.500 prefabwoningen bouwen voor vluchtelingen die op dat moment in een sporthal bivakkeren. Opvang van meer vluchtelingen zou Nederland pas overwegen als het UNHCR zich ermee ging bemoeien, en de boel enigszins gecoördineerd kon worden met andere Europese landen. Want, zo is de vrees, het moet in Nederland niet zo uit de hand lopen als in Duitsland, dat verreweg de meeste vluchtelingen voor de kiezen krijgt.

De actie van Huremovic maakt voor het eerst zichtbaar hoe penibel de situatie van deze vluchtelingen was, en daardoor komen veel Nederlanders in actie. Ze sturen spullen op, stellen hun huizen beschikbaar, melden zich als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk of storten geld op een speciaal gironummer voor hulp ter plekke.

2. Ze komen met honderden tegelijk

Omdat de strijd rond de onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina alleen maar verhevigt, raken al die vluchtelingen alsnog op drift. Nederland krijgt ruim 28.000 aanvragen voor politiek asiel te verstouwen in 1992, en hetzelfde aantal in 1993. Van het totale aantal ex-Joegoslaven in Nederland, ruim 76.000 in 2004, is ruim tachtig procent in de vroege jaren negentig naar Nederland gekomen.

Aanvankelijk worden ze opgevangen in kazernes in Roermond, Zuidlaren en Den Bosch. Later, als de aantallen blijven toenemen, zet men tentenkampen neer. Dat leidt tot hevige discussies: niet alleen over hoe humaan die opvang is, maar ook over hoeveel vluchtelingen Nederland kan verwerken.

Het Rode Kruis schrijft al in 1992 in een brief aan premier Lubbers dat er meer opvang moet komen. Als de vluchtelingenstroom van 130 asielzoekers per week aanhoudt, is de huidige capaciteit onvoldoende, is de boodschap. De gemeente Leiden neemt het voortouw en pleit voor ‘brede opvang’: alle gemeenten zouden plaatsen moeten creëren voor mensen uit het Bosnische oorlogsgebied. De Leidse wethouder volkshuisvesting Van Rij typeert de oproep als een protest tegen de houding van de Nederlandse regering, die de vluchtelingen de status van ‘ontheemde’ geeft en ze dwingt een toeristenvisum aan te vragen. Daardoor zijn ze ook weer makkelijk weg te sturen. Van Rij hoopt op opvang van 15.000 vluchtelingen, verspreid over het land, zegt hij tegen NRC: “Dan kun je pas zeggen dat we echt iets doen.”

De Telegraaf bezigt overigens in 1992 al ‘overstromingsretoriek’: ‘Vluchtelingen overspoelen Maastricht’ kopt de krant boven een bericht dat 1.200 vluchtelingen het laatste vliegtuig uit Joegoslavië nemen voor de sluiting van het vliegveld.

3. Het zijn er teveel, we kunnen die last niet dragen

NRC Handelsblad tekent aan de vooravond van de verkiezingen op 23 april 1994 de sentimenten van meer dan vijfhonderd Nederlanders op. Het aanvankelijke enthousiasme over de opvang van Bosniërs is amper twee jaar later omgeslagen in een bron van ernstige zorg. Zo zegt een 36-jarige autospuiter uit Deventer: “Ik heb niets tegen buitenlanders. Maar ze moeten er nu een punt achter zetten. Wij hebben hier ook problemen. Al die mensen uit Joegoslavië, dat gaat over de werkende ruggen heen.” Hij is niet de enige die denkt dat hij de rekening gepresenteerd krijgt van de opvang. “Natuurlijk, die mensen moeten worden opgevangen”, zegt timmerman C. A. van Wijnen uit Aalburg, “maar we hebben er onderhand allemaal één op onze rug. Eigenlijk werk ik voor twee.”

Amper 25 jaar later verdienen verreweg de meeste vluchtelingen van toen hun eigen boterham. Uit het Jaarrapport Integratie 2004, waarin de ex-Joegoslaven voor het laatst als groep in de statistieken voorkomen, blijkt dat ze de succesvolste migrantengroep vormen: de meeste ex-Joegoslaven werken   en hebben de hoogste opleiding. Hun kinderen doen het nog beter, blijkt uit een CBS-rapportage uit 2005. In vergelijking met andere groepen scoren voormalig Joegoslaven het hoogst qua opleidingsniveau. De meeste Joegoslavische jongeren volgen een mbo-opleiding, maar een hogere opleiding op hbo- of universitair niveau is zeker niet ongewoon. “Bijzonder aan de arbeidsmarktpositie van voormalig Joegoslaven”, schrijft CBS-onderzoeker Thomas Hessels, “is dat velen een baan combineren met scholing. Dit komt onder vluchtelingengroepen vaker voor en is een middel om hun human capital te vergroten. Het percentage voormalig Joegoslaven dat werken en studeren combineert, is veel hoger dan onder ‘klassieke’ migrantengroepen.”

4. Ze vervallen makkelijk in de criminaliteit

Eén groep Joegoslaven heeft het lastiger met integreren: de jonge kerels. Uit een onderzoek aan de Erasmus Universiteit, uitgevoerd in opdracht van de politie, blijkt in 2002 dat jongeren uit Joegoslavië oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitsstatistieken: 60 procent van die Joegoslaviërs zijn ‘zware jongens’, die hun reputatie van extreme gewelddadigheid eerder cultiveren dan waarmaken. Ze specialiseren zich in diefstal en inbraak. Er zijn aanwijzingen dat professionele bendes jongens ronselen in asielzoekerscentra.

De criminelen uit het Erasmus-onderzoek zijn tussen de 18 en 30 jaar oud. “Anders dan bij andere etnische groepen, is hierbij dus geen sprake van een tweedegeneratieprobleem”, concluderen de onderzoekers van de Erasmus Universiteit. De onderzoekers spraken veertig gedetineerde Joegoslaven, waarvan 90 procent tijdens of kort na de oorlog in voormalig Joegoslavië naar Nederland is gevlucht. Als reden voor hun criminele carrière gaven de ondervraagde gedetineerden de asielprocedure op: te lang, te uitzichtloos. Daarnaast vinden ze dat ze maar weinig kansen op een volwaardige baan en een volledig inkomen hebben.

Vanaf 2007 komt daar verandering in, blijkt uit cijfers van het CBS. Langzaam maar zeker daalt het percentage verdachte en gedetineerde Joegoslaven tot ruim onder dat van Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders. De reden? Werk.

5. Ze komen allemaal in de bijstand terecht

Tegenwoordig ontvangt 30 procent van de voormalig Joegoslaven een bijstandsuitkering, en dat is even hoog als het percentage uitkeringsontvangers onder klassieke migrantengroepen, zoals Turken en Marokkanen. Vergeleken met andere vluchtelingengroepen, zoals Afghanen, Irakezen en Somaliërs, is het vele, vele malen lager. Van die laatste drie groepen ontvangt 71 procent een uitkering. Van de autochtone Nederlanders ontvangt 3 procent een bijstandsuitkering.

6. Als de oorlog voorbij is, gaan ze toch terug

Vanaf de eeuwwisseling stabiliseert de situatie op de Balkan, maar dat betekent niet dat de voormalig Joegoslaven teruggaan naar hun geboortegrond. Slechts 727 mensen maken volgens de Sociale Verzekeringsbank tussen 2000 en 2005 gebruik van de mogelijkheid om met behoud van uitkering terug te keren naar hun moederland. “Veel ouderen zouden wel terug willen”, schrijft Thomas Hessels van het CBS, “maar er spelen naast de veiligheid ook sociale en economische factoren mee, zoals de mogelijkheden tot werk en de kwaliteit van de gezondheidszorg.”

In september 2015 schreef de Volkskrant over de overeenkomsten tussen de Syriërs van nu en de Joegoslaven van toen. Want, zo zei Dimitris Grammatikas van Lize, kenniscentrum Europese migratie, “de verschillen met de voormalig Joegoslaven zijn misschien kleiner dan we in eerste instantie denken. Syrië was tot ná de Tweede Wereldoorlog onder Franse invloed en ligt, net als voormalig Joegoslavië, niet al te ver van de Europese cultuur. Daarnaast zijn de meeste Bosniërs in Nederland gematigde moslims en we kunnen aannemen dat dit ook het geval is met Syrische vluchtelingen.”

Perspectief voor nu

Hoewel de opvang van Joegoslaven in het begin hortend en stotend verliep, zijn ze nu een succesverhaal. Dat biedt perspectief voor de Syrische vluchtelingen, hoewel er wel degelijk verschillen zijn met de jaren ’90. Toen had Rotterdam een specifiek integratiebeleid, dat meer behelsde dan benoemen dat het primair de verantwoordelijkheid van de vluchteling is om in te burgeren. Willen vluchtelingen anno 2016 slagen, dan is werk onontbeerlijk, zo blijkt uit het verhaal van de Joegoslavische vluchtelingen, maar ook uit onderzoek van universiteit hoofddocent Peter Scholten: “Hoe sneller vluchtelingen worden voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt, hoe korter de periode van inactiviteit en kleiner de kans op berusting in een situatie van afhankelijkheid.”

Scholten pleitte in april al op Vers Beton voor een bredere visie op de manier waarop we deze vluchtelingen laten integreren. Want, zo schreef hij: “Er is een visie nodig die de grootste sociale kwestie van deze tijd het hoofd kan bieden. Dit is niet alleen maar idealisme, maar zeker ook realisme, want als Rotterdam hier niet in slaagt, is niet uit te sluiten dat het op niet al te lange termijn opnieuw een groot integratiedebat door zal moeten maken.”

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Joegoslavie, oorlog en vluchtelingenonderzoek

Secties: Politiek en Vluchtelingen

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *