Vluchtelingen14 oktober 2016

Magala: “Onze wortels liggen daar”

Portret: de familie Magala ontvluchtte communistisch Polen

Vonden eerdere vluchtelingen het makkelijk om te landen in Rotterdam? Het gezin Magala greep in 1985 de kans om communistisch Polen te verlaten met beide handen aan. “Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet waarom ze ons hebben laten gaan.”

Beeld: Verena Blok

In 1985 had het communisme Polen nog stevig in zijn greep. Vader Slawek was actief voor Solidariteit, de vakbond waar arbeiders, intellectuelen en de rooms-katholieke kerk samenwerkten in het verzet tegen het communistisch regime. Dat was niet zonder risico, en er was een periode dat Slawek moest onderduiken. Daarnaast was zijn carrière door het regime aan banden gelegd. Slawek, een filosoof, had een baan gevonden bij de Academie van Wetenschappen, terwijl hij eigenlijk bij de universiteit wilde werken. “Als ik colleges zou geven, konden de autoriteiten mijn werk minder goed controleren. Uit voorzorg mocht ik alleen onderzoek doen.”

Als postdoc had Slawek drie jaar in Frankfurt op de universiteit gewerkt. Zodoende kende hij collega’s in het Westen, zoals op de Interfaculteit Bedrijfskunde, een voorloper van de Rotterdam School of Management. “Daar werd me op een gegeven moment een baan aangeboden. Het was onze kans om uit Polen weg te komen.”

Ook Slaweks vrouw Joanna en hun kinderen Jacek (toen 7) en Magdalena (toen 2) kregen toestemming mee te gaan. “We hadden nooit kunnen denken dat we samen, als gezin, die toestemming zouden krijgen”, vertelt Joanna. Zoon Jacek herinnert zich het vertrek uit zijn geboorteland als de dag van gisteren. “Mijn ouders hadden verteld dat we tijdelijk ergens anders gingen wonen. In een vrij land. Van de reis weet ik nog dat mijn moeder vlak voor de grens met West-Duitsland zei dat ik me netjes moest gedragen. In mijn herinnering moest ze huilen. Die grenswachten hadden honden. En met een spiegel keken ze overal onder.”

“Ik had nog nooit zo’n volle, vrolijke winkel gezien”

Hun eerste woning in Rotterdam is een kleine flat in de Goudsewagenstraat, vlakbij het Oostplein. Jacek: “We deden boodschappen bij de Bas van der Heijden op de Goudsesingel. Ik had nog nooit zo’n volle, vrolijke winkel gezien. Ik kreeg een koetjesreep. Die vind ik nog steeds lekker.”

Terwijl Slawek bij de universiteit aan de slag gaat, schrijft Joanna zich in voor een cursus Nederlands bij het Centrum Migranten aan de Gordelweg. Ze komt terecht in een klas met Chinezen, Marokkanen, Russen en één andere Poolse vrouw. “Met haar ben ik nog steeds bevriend.” Na een paar weken blijven er zes cursisten over. “Onze docent was geweldig. Hij leerde ons Nederlands zonder een andere taal te gebruiken. Om ons de voorzetsels te leren gingen we in de kast, op de kast, onder de kast.”

Intussen gaat Jacek ook naar school. “In de zomervakantie had mijn moeder me leren lezen. In Polen begin je daar een jaar later mee, dus ik moest worden bijgespijkerd. Nederlands leren ging snel. Ik kreeg ook veel hulp. Van een overblijfmoeder, de dochter van de meester en een paar andere Poolse kinderen op school. Met kerst sprak ik de taal vloeiend.”

Daar dokter, hier assistent

Joanna, die medicijnen studeerde, werkte in Polen als arts. “Terwijl mijn carrièreperspectief miniem was, lag er voor Joanna in Polen een mooie toekomst”, zegt Slawek. Gevlucht naar Nederland heeft ze dat moeten opgeven. Al haar examens zou ze opnieuw moeten doen. In de tussentijd zou ze aan de slag kunnen als verpleegassistent. Ze deed het niet. “Op een dag heb ik de knop omgezet”, wil ze erover kwijt. Via een Nederlandse vriendin krijgt ze een tijdelijke baan bij de Erasmus Universiteit. Inmiddels werkt Joanna al jaren als programmadirecteur bij de Rotterdam School of Management.

Voertaal

De voertaal bij de familie Magala thuis is altijd Pools gebleven. Slawek: “We wilden het Pools behouden. Bovendien: perfect Nederlands zouden Joanna en ik nooit leren. En de kinderen moesten Pools kunnen spreken met opa en oma in Polen. Jacek en Magdalena spreken onderling wel Nederlands. Omdat het sneller gaat.”

Dochter Magdalena voedt haar zoontje bewust tweetalig op. “Van mijn tweetaligheid heb ik veel voordeel. Ik pik talen veel sneller op. Behalve Nederlands en Pools spreek ik ook Engels en Spaans op een hoog niveau. We gaan elk jaar naar ons familiehuis in Polen. Ik wil dat mijn zoontje daar kan communiceren met mijn familie.” Ook Jacek, die tot zijn 25ste worstelde met de vraag ‘ben ik Pools of Nederlands?’, spreekt met zijn twee kinderen Pools. “Ik woon en werk hier, maar mijn wortels liggen in Polen. Die continuïteit wil ik doorgeven.” Het ontroert zijn moeder. “De eerste keer dat mijn kleinzoon ‘oma, ik hou van jou’ in het Pools tegen me zei, moest ik even een traantje wegpinken.”

“Ik vraag me soms af wat ik zou doen als de Russen Polen zouden binnenvallen”

Na zijn studie sociologie gaat Jacek een jaar voor de Poolse liberalen in het Europese Parlement werken. Daar merkt hij hoe Nederlands hij is geworden. “De Poolse manier van werken is heel formeel. Bovendien miste ik Amsterdam, waar ik na mijn studie was blijven wonen. Mijn verleden ligt in Polen, mijn toekomst in Nederland. Als ik naar mijn kinderen kijk, kan ik niet meer zeggen dat ik puur Pools ben. En toch. Als Polen tegen Nederland voetbalt, ben ik voor Polen. En ik vraag me soms af wat ik zou doen als de Russen Polen zouden binnenvallen. Tegelijk werk ik als persvoorlichter voor de VVD in de Tweede Kamer.”

Magdalena noemt zichzelf “een kaaskop en ook weer niet”.  “Ik ben recht voor z’n raap, meer Hollands dan Pools.” Als kind vond ze die Poolse achtergrond soms lastig. “Op de basisschool zaten er een paar trutten in mijn klas die soms ‘rot op naar je eigen land’ riepen. Dat was niet leuk, maar zo doen kinderen tegen elkaar. Op mijn 15de ging ik op zomerkamp naar Amerika. Ik leerde zestig meiden van over de hele wereld kennen. Schaamde ik me eerder soms voor mijn Pools-Nederlandse achtergrond, daar op dat kamp zag ik plots de rijkdom ervan.”

Voor Joanna en Slawek is het helder: “We zijn Polen die in Nederland wonen.” Joanna: “Wij hebben het besluit genomen naar Nederland te komen. We hebben niet aan onze kinderen gevraagd of ze meegingen. We denken dat het soms wel lastig voor ze was. Dat was weleens een dilemma.”

In 1989 kopen de Magala’s een huis in Krimpen aan den IJssel. Een Nederlands paspoort krijgen ze in 1992. Slawek was hoogleraar geworden aan de Erasmus Universiteit. Met de kinderen ging het goed op school.  Joanna: “Toen wisten we dat we zouden blijven.” Sinds Slaweks emeritaat zijn ze elke twee maanden in Polen. Slawek: “Ik geef dan les op de universiteit van Krakau. Als student liep ik daar ook rond. Het geeft voldoening dat het uiteindelijk zo gelopen is.”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Magala, polen, vluchteling en vluchtelingenonderzoek

Sectie: Vluchtelingen

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *