voor de harddenkende Rotterdammer

Hoe landen vluchtelingen in Rotterdam? Minas en Rami studeerden samen in Damascus, en kwamen elkaar in Nederland weer tegen. Ze trouwden afgelopen zomer in Rotterdam.

minas-rami
Beeld door: beeld: Verena Blok

Als je niet beter wist, zou het een Hollywoodscript kunnen zijn. Een jongen en een meisje leren elkaar kennen op de universiteit van Damascus. Eenmaal afgestudeerd verliezen ze elkaar uit het oog. Dat komt er een burgeroorlog en ze moeten halsoverkop vluchten. In gammele bootjes steken ze ’s nachts de Middellandse Zee over. Zij via Libië, hij naar Italië. Onafhankelijk van elkaar komen ze in hetzelfde asielzoekerscentrum in Nederland terecht. Een vonk slaat over.
Het is dinsdagmiddag, vier uur, en op het Albeda College op de hoek van de Mathenesserlaan en de Heemraadssingel zijn de lessen afgelopen. Hier volgen honderden statushouders uit Rotterdam, Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Hellevoetsluis, Maassluis, Middelharnis, Spijkenisse en Vlaardingen een inburgeringscursus. In groepjes komen de cursisten naar buiten en praten nog wat na. Onder hen zijn Minas Jaber (28) en Rami Ebdah (29) uit Damascus. Sinds januari volgen ze hier een inburgeringscursus. Rami: “Het is de bedoeling dat we aan het einde van het jaar staatsexamen doen op B2-niveau. Daarna willen we allebei weer gaan studeren.” Na zijn studie in Damascus werkte Rami bij een bank en in Dubai op de beurs. Minas was in haar geboorteland accountant. “Ik vond mijn werk zo leuk”, zegt ze. “Ik mis het nog steeds.”
Ze hopen allebei op een goede baan, straks. Rami maakt zich daar een beetje zorgen over. “Er is me verteld dat werk vinden in Nederland niet makkelijk is.” Hij concentreert zich voorlopig op zijn inburgeringstraject. Blij dat het eindelijk begonnen is. “We hebben een status, een huis in Alblasserdam.” Vlakbij Minas’ familie die een huis heeft gekregen in Zwijndrecht en bij Rami’s moeder die nu in het azc in ’s Gravendeel verblijft.
“Mijn broer, met wie ik gevlucht ben, had minder geluk. Hij woont nu in een dorpje in de buurt van Goes, een uur fietsen van de dichtstbijzijnde supermarkt.” Eigenlijk had het COA voor Rami ook een huis in Goes in gedachten. En zou Minas naar Zwijndrecht gaan. Met veel overredingskracht en vijf maanden langer wachten, kregen ze uiteindelijk samen een huis in Alblasserdam. Ze zijn een uur onderweg naar school. Dat nemen ze op de koop toe.
Overtochtmaffia
Rami en Minas, kleinkinderen van Palestijnse vluchtelingen, zijn allebei geboren in Yarmuk Camp, Damascus. Hier is (of was) sinds 1957 de grootste gemeenschap van Palestijnse vluchtelingen in Syrië gehuisvest. In 2013 werd Yarmuk belegerd door de troepen van Assad. Minas: “Met mijn familie heb ik vier keer van huis moeten wisselen. Het leven werd duurder en duurder. Op een dag vond mijn moeder het echt te gevaarlijk en zijn we gevlucht. De oversteek heb ik met haar gemaakt, mijn vader en zus waren toen nog in Syrië. Zij zijn later naar Nederland gekomen.”
Rami was al eerder weg. “Ik kreeg een oproep voor het leger. Toen zei mijn moeder: nu moet je vluchten.” Hij betaalde 1.000 dollar voor zijn overtocht: “Het is maffia, maar ja, je hebt geen keus.” Onderweg kreeg de boot panne. Vier uur lang dobberden ze op de Middellandse Zee. “Dat was eng.” Eén van de vluchtelingen kreeg de motor toch weer aan de praat. De boot kon verder, naar Sicilië. Van daaruit ging Rami naar Nederland.

In april 2015, Rami en Minas zijn dan al in Nederland, valt IS Yarmuk binnen. Ook zijn er splintergroepen van Al Nusra actief, dat banden heeft met Al Qaida en de kleine Palestijnse groep ‘The Sons of Yarmouk’ die tegen IS vecht. Er is een groot tekort aan water, voedsel en medicijnen.
Zwerftocht langs azc’s
Voor Rami en Minas volgt in Nederland een zwerftocht langs een heel rijtje azc’s. Rami verbleef in Ter Apel, Wageningen, Overloon, Budel, Doetinchem en Breda. Minas, die via Libië in Nederland terecht is gekomen, verhuisde met haar moeder in een jaar tijd van Ter Apel naar Emmen en Wageningen. Daarna belandde ze in Breda, waar Rami al woonde, samen met zijn broer. Daar, in de tot azc verbouwde Koepelgevangenis, zagen ze elkaar na al die jaren ineens. “Hij stond in de deuropening, toen ik met mijn moeder aankwam”, herinnert Minas zich. “Het was zo fijn om iemand van vroeger te zien. Rami en ik kennen elkaar van de universiteit in Damascus. Vrienden waren we toen niet, maar we zeiden wel ‘hoi’ tegen elkaar.”
De tijd in Breda was een periode van wachten en wandelen. Wachten op een verblijfsvergunning, een huis, familie die kon overkomen. En wandelen met elkaar. Want intussen was er tussen Rami en Minas ook een vonk overgeslagen. Minas: “Ik vond Rami echt heel leuk.” “En ik haar”, zegt Rami lachend. Toch bleven ze geduldig. Minas wilde eerst het oordeel van haar vader, die nog in Syrië was, horen. “Ik wilde weten of hij Rami een geschikte man voor mij vond.”

Als Minas’ vader voor gezinshereniging naar Nederland komt, heeft hij geen enkele twijfel. Hij kent Rami’s familie en dat stelt hem gerust. Op dinsdag 26 juli 2016 trouwen Rami en Minas. De huwelijksvoltrekking op het gemeentehuis in Alblasserdam, het feest in Rotterdam. Een Syrische bruiloft, georganiseerd met hulp van Nederlandse vrijwilligers van Café NL, een taalgroep voor hoogopgeleide vluchtelingen in Rotterdam. “Al die hulp, ik ben er nog stil van”, zegt Minas. Samen zien ze hun toekomst in Nederland. Minas hoopt weer als accountant te kunnen werken, Rami denkt aan een baan in de IT. En een gezin. Maar eerst verder inburgeren.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Logo Fonds BJP

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
_dsc0230-edit-2

Monique Smeets

Monique Smeets (Breda, 1969) werkt als freelance hoofd- en eindredacteur en is docent op een hogeschool. Steeds opnieuw wordt ze geraakt door de veerkracht van mensen. Of het nu geïnterviewden, opdrachtgevers, collega’s met wie ze een klus klaart of studenten zijn. Veerkracht om iets nieuws te proberen, anders naar een situatie te kijken, samen te werken, iets te leren. En zo de wereld in beweging te brengen. Ieder met zijn eigen smaak, geur en textuur.

Profiel-pagina
foto_Verena

Verena Blok

Verona Blok (1990) is een visuele verhalenverteller met een voorname fascinatie voor de mens. Zij is geïnteresseerd in hoe personen zich tot elkaar verhouden en wat voor een invloed culturele ontwikkelingen hebben op het leven van een individu. Als fotograaf komt zij dichterbij haar onderwerp en identificeert sterk met de praktijk van een antropoloog waarbij de ontmoeting met ‘de ander’ centraal staat.

Profiel-pagina
Nog geen reacties