PolitiekVluchtelingenWetenschap en onderwijs13 oktober 2016

Ook de zelfredzame vluchteling heeft ondersteuning nodig

Wetenschappers over de Rotterdamse aanpak voor statushouders

De gemeente Rotterdam vindt dat nieuwkomers vooral zelfredzaam moeten zijn. Dat geldt ook voor statushouders, vluchtelingen die ten minste vijf jaar in Nederland mogen blijven en moeten inburgeren. Werkt dit beleid? Hoe integreert een vluchteling het beste?

De foto’s zijn gemaakt bij Café NL, dat twee keer in de week in Leeszaal Rotterdam West gehouden wordt. Bezoekers zijn nieuwkomers en voeren ‘gewone’ gesprekken met Rotterdammers. Beeld: Daphne van Drenth

Rotterdam biedt statushouders de eerste twee jaar hulp bij hun inburgering. Daarna kent Rotterdam geen specifiek vluchtelingenbeleid meer, zoals bijvoorbeeld Amsterdam dat wel heeft. Dat is een bewuste keuze. Rotterdam legt voor alle nieuwkomers sterk de nadruk op eigen verantwoordelijkheid. De Rotterdamse Aanpak Statushouders 2016-2020 speelt in op de ‘sterk toegenomen instroom van statushouders’.

Vluchtelingen met een verblijfsstatus kunnen rekenen op huisvesting, maatschappelijke begeleiding en hulp bij taal en integratie. Als het gaat om taal en integratie is Rotterdam ambitieus. De gemeente streeft ernaar dat zoveel mogelijk Rotterdamse statushouders de inburgering één jaar eerder behaald hebben dan de wettelijke termijn van drie jaar, zo staat in de Rotterdamse Aanpak Statushouders te lezen.

Rotterdamse statushouders moeten daartoe vier dagen in de week actief zijn met opleiding, werk of vrijwilligerswerk, net als iedere andere uitkeringsgerechtigde. Veel andere gemeenten hebben hun eisen niet zo concreet uitgewerkt.

“Op zich is die ambitie van de gemeente Rotterdam om de inburgering van statushouders een jaar sneller te laten verlopen prima”, zegt bestuurskundige Peter Scholten (EUR). Hij is gespecialiseerd in integratiebeleid, migratie en diversiteit. “We weten dat snelheid een belangrijke factor is voor een goede integratie. Toch heb ik ook meteen een vraag: hoe investeert Rotterdam daarin? Dat zie ik niet meteen. Inburgeren heeft twee kanten: aan de ene kant stel je eisen aan statushouders, en aan de andere kant investeer je. Doe je dat niet als gemeente, dan bereik je uiteindelijk niet wat je wilt. Namelijk zo min mogelijk statushouders die afhankelijk zijn van de bijstand.”

Integratienota 010

Al snel verwijst de Rotterdamse Aanpak Statushouders naar de Integratienota 010 van Ronald Schneider, wethouder stedelijke ontwikkeling en integratie. De gemeente biedt nieuwkomers faciliteiten om mee te doen, maar die zijn niet vrijblijvend. Zo dienen nieuwkomers in Rotterdam vier dagen in de week bezig te zijn met opleiding of (vrijwilligers-)werk. We verwachten dat je actief en betrokken bent, is de kern van die nota. Doe je dat niet, dan kan een statushouder gekort worden op zijn bijstandsuitkering.

De Integratienota 010 is klip en klaar: er is één beleid voor alle nieuwkomers, waar je ook vandaan komt of wat je achtergrond ook is. Voor iedereen gelden dezelfde regels, statushouders krijgen geen speciale behandeling. Die regels zijn vooral gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid: je bent in de eerste plaats zelf aan zet.

De foto’s zijn gemaakt bij Café NL, dat twee keer in de week in Leeszaal Rotterdam West gehouden wordt. Bezoekers zijn nieuwkomers en voeren ‘gewone’ gesprekken met Rotterdammers. Beeld: Daphne van Drenth

Rotterdam biedt nieuwkomers faciliteiten om mee te doen. Maar die zijn niet vrijblijvend

Het particuliere programma van de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam kiest voor een benadering met meer ondersteuning, met hetzelfde doel: zelfredzaamheid. Nieuw Thuis Rotterdam is een initiatief van Stichting De Verre Bergen. Deze stichting heeft door de hele stad tweehonderd woningen gekocht om Syrische gezinnen te huisvesten. Wie opgenomen wordt in het programma krijgt een intensief taal-, integratie- en huisvestingsprogramma aangeboden. Inclusief persoonlijke coaching en hulp bij het zoeken naar werk. Onderliggende missie van de stichting is gezinnen een nieuw thuis bieden, en ze zo snel mogelijk mee te laten doen. Of die aanpak slaagt, moet blijken uit een onderzoek naar de effectiviteit van het intensieve programma. Dat onderzoek wordt uitgevoerd door de Erasmus Universiteit.

Marjan de Gruijter werkt als integratie-onderzoeker bij het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS). Als inwoner van de Provenierswijk voelt ze zich betrokken bij Rotterdam en het Rotterdamse vluchtelingenbeleid. “Ik vind het spannend of het project zoals de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam dat voor ogen heeft ook zal lukken”, zegt ze. Volgens De Gruijter zitten er in het programma van Nieuw Thuis Rotterdam ‘geen revolutionair nieuwe dingen, maar wordt er gebruik gemaakt van bestaande praktijkkennis’. “Wat werken kan, is dat de stichting onafhankelijk, los van beleidskaders werkt. Op die manier kan zo’n project optimaal worden ingericht.” Het risico van pamperen, waardoor vluchtelingen niet meer zelf het heft in handen nemen, acht ze niet zo groot. “Mensen goed ondersteunen die tegelijk zelfstandig zijn, is niet zo’n tegenstelling. Het kan mensen helpen om zo snel mogelijk een bijdrage te leveren aan de samenleving.”

De Gruijter deed geen specifiek onderzoek naar de Rotterdamse situatie. Of de gemeente Rotterdam op de goede of foute weg zit, kan ze nog niet zeggen. “We weten nog niet wat de opbrengsten zijn van het huidige beleid”, zegt ze. Voorzichtig spreekt ze toch een zorgpunt uit: “Misschien ligt in Rotterdam een te sterke nadruk op eigen verantwoordelijkheid. Dat matcht niet altijd met de werkelijkheid. Inburgeren wordt gezien als een eigen verantwoordelijkheid. Maar als je hier net bent, kun je sommige keuzes gewoon nog niet overzien. In dat soort gevallen helpt het om mensen bij de hand te nemen.”

“Als je hier net bent, kun je sommige keuzes gewoon nog niet overzien”

Is de samenleving beter af met de eis dat statushouders snel aan de slag moeten en dat hun integratie hun eigen verantwoordelijkheid is? Of moet je statushouders op de juiste momenten passende ondersteuning geven? Volgens onderzoeker De Gruijter is dát de spannende vraag. “Voor een van mijn onderzoeken kwam ik in contact met een Syrische tandtechnicus. Hij was goed in zijn vak, maar heeft in Nederland moeite om ertussen te komen. Na zijn inburgering heeft hij een half jaar de tijd om een baan op zijn eigen niveau te vinden. Daarna moet hij iedere baan aannemen, net als ieder ander. Als ik zo’n verhaal hoor, dan hoop ik echt dat een gemeente ondersteuning op maat biedt. En zo iemand net wat meer tijd geeft. In de nieuwe participatiewet is daar ruimte voor.”

Rond de jaarwisseling publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport Geen tijd te verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten. Ondertoon: er moet haast gemaakt worden. Want zo voorkom je dat opnieuw een grote groep statushouders langdurig afhankelijk wordt van de bijstand, zoals in het (recente) verleden nogal eens gebeurde. De Rotterdamse hoogleraar Godfried Engbersen werkte mee aan het rapport. “Het is essentieel om het proces van integratie te versnellen om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken”, zegt hij.

Engbersen verwijst naar de vier stadia van integratie: asielprocedure, het vinden van een woning, inburgeren/Nederlands leren en het vinden van werk. In het verleden vonden die stadia achter elkaar plaats. Door ervaring en door onderzoek is inmiddels duidelijk dat ze beter gelijktijdig kunnen plaatsvinden.

Engbersen merkt op dat, anders dan in de jaren negentig, statushouders nu zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering, net als andere migrantengroepen. “Maar vluchtelingen ontberen vaak een netwerk. Zij verschillen daarin van arbeidsmigranten, die een baan hebben als ze naar Nederland komen. En ze verschillen ook van familiemigranten, die een partner hebben die hen wegwijs kan maken. Daarom moeten we ze vooral in hun eerste jaar ondersteunen en soms bij de hand nemen om hun kans van slagen te vergroten. Anders sluit je ze langer dan nodig op in de bijstand.”

Marjan de Gruijter leest voor haar onderzoeken veel beleidsbrieven van colleges van B&W aan gemeenteraden. “Geen tijd te verliezen is in het hele land goed geland. Het resoneert”, merkt ze. “Het WRR-rapport wordt veel genoemd. Gemeenten zijn zich ervan bewust dat de integratie van vluchtelingen anders moet dan we tot dusver hebben gedaan. Het beleid is divers. Sommige gemeenten, zoals Rotterdam, besteden de integratie uit, andere niet. Maar feit is dat ze ermee bezig zijn.” Op de vraag wat in haar ogen de meeste kans op succes biedt, zegt ze: “Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.”

De foto’s zijn gemaakt bij Café NL, dat twee keer in de week in Leeszaal Rotterdam West gehouden wordt. Bezoekers zijn nieuwkomers en voeren ‘gewone’ gesprekken met Rotterdammers. Beeld: Daphne van Drenth

Eigen verantwoordelijkheid, ondersteuning? Wel of geen doelgroepenbeleid? Wat is nu de beste route naar succesvolle integratie? De wetenschap kan pas over een aantal jaar, als het onderzoek naar de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam is afgerond, sluitende conclusies over het huidige Rotterdamse beleid geven. Toch zeggen de immer voorzichtige wetenschappers dat met extra investeringen vanuit de gemeente er een grote kans is dat deze conclusies positief uitvallen. En daarbij, als vluchtelingen eenmaal in Rotterdam geworteld zijn en hun kinderen gaan hier naar school, dan is de kans heel klein dat ze terugkeren naar hun land van herkomst. De ‘winst’ van die vroege investeringen vloeit dus grotendeels terug naar de Rotterdamse samenleving.

“Het is een mythe om te denken dat deze mensen teruggaan”, zegt bestuurskundige Peter Scholten. Naast snelheid in het integratieproces ziet Scholten een sleutelrol voor de sectoren onderwijs en huisvesting, en niet zozeer in een nieuw doelgroepenbeleid, waarin bepaalde groepen een uitzonderingspositie krijgen: “Als onderwijs en huisvesting op orde zijn, is doelgroepenbeleid niet alleen onwenselijk, maar ook onnodig.”

Scholten voelt ook wel iets voor belonen. “Als vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsstatus een vast contract krijgen, geef ze dan ook een permanente verblijfsvergunning. Dat kun je zien als een bewijs dat iemand hier thuishoort.”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:geen tijd te verliezen, godfried engbersen, marjan de gruijter, peter scholten, vluchtelingenonderzoek en wrr

Secties: Politiek, Vluchtelingen en Wetenschap en onderwijs

kaart: Rijnhoutplein 3
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *