PolitiekVluchtelingen12 oktober 2016

Vluchtelingen in Rotterdam: Weten we wat we in huis halen?

Op zoek naar het opleidingsniveau van Rotterdamse statushouders

Syrische vluchtelingen zijn voor een groot deel hoogopgeleid en dus hebben ze meer kans van slagen. Hoe vaak dat zinnetje al niet voorbij is gekomen… Vers Beton ging op zoek naar de Rotterdamse waarheid achter die aanname. Wie zijn de vluchtelingen die zich hier vestigen en doet Rotterdam voldoende om dit kapitaal te benutten?

Syrische vluchtelingen zijn redelijk hoogopgeleid, is het mantra vanuit de regering. Hoogopgeleide vluchtelingen raken sneller aan het werk, is de aanname die daarop volgt. In de media vliegen de voorbeelden van Syrische tandartsen en technici je om de oren. Wat klopt daar voor het Rotterdamse aandeel statushouders van? Weten we wat voor vlees we in de kuip halen? En is men al bezig met het vormgeven van de toekomst van haar nieuwste inwoners?

Lees ookVluchtelingenHet zijn wel ónze vluchtelingen…dus daarom vindt Vers Beton het nodig de diepte in te duiken

De logische eerste stap is rondvragen in het ambtelijk apparaat van Rotterdam. Dé manier om erachter te komen of de Syriërs werkelijk kansrijker zijn, is te vragen naar hun diploma’s. Doet de gemeente dat? Voor de maatschappelijke begeleiding van statushouders heeft Rotterdam een contract afgesloten met Vluchtelingenwerk, net als 70 procent van de Nederlandse gemeenten. In Rotterdam maken ongeveer 250 vrijwilligers onder de Vluchtelingenwerk-vlag statushouders wegwijs in de samenleving, in praktisch en juridisch opzicht. Al bij de intake komt het toekomstperspectief ter sprake. “Wat wil je, wat kun je, wat gaan we met je doen?” vat transitiemanager Ron Crone die kernachtig samen. Vluchtelingenwerk rapporteert maandelijks aan de gemeente. Crone somt de aard van de gedeelde gegevens op: “Het aantal mensen dat meedoet aan programma’s, welke mensen meer aandacht nodig hebben, hoeveel mensen een aanvraag voor gezinshereniging hebben gedaan, op welke scholen ze zich aanmelden, of ze hun Participatieverklaring hebben ondertekend.”

Vluchtelingenwerk slaat deze data op in hun Vluchtelingenvolgsysteem (VVS). Het VVS-systeem is alleen toegankelijk voor de eigen werknemers en vrijwilligers. Deze gegevens dragen ze niet over, ook al geeft een statushouder daar toestemming voor. “Want we zijn een onafhankelijke organisatie”, verklaart Crone. Klopt het beeld dat met name de Syriërs hoogopgeleid zijn? Crone: “Daar doen we geen uitspraken over.” De verantwoordelijke wethouder Ronald Schneider laat via zijn woordvoerder weten waarom: “Uitgangspunt is dat er geen doelgroepenbeleid wordt gevoerd. Kwalificaties en competenties zijn alleen op individueel niveau bekend, en niet op de groep statushouders.”

Nederlands in zestien weken

Op dit moment telt Rotterdam 1.972 statushouders. Tot het einde van het jaar komen daar nog 749 bij. Hoeveel Syriërs daar tussen zitten, is onbekend. Had Rotterdam alle door het Rijk toegewezen statushouders in 2015 en 2016 een woning kunnen geven, dan waren dat er op dit moment 3.386. Rotterdam loopt weliswaar achter op de taakstelling, maar is wel aardig op stoom.

In 2016 moet Rotterdam 1.751 statushouders huisvesten. Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR), een particulier initiatief van Stichting De Verre Bergen, biedt aan tweehonderd Syrische gezinnen een thuis. SNTR definieert een gezin als minimaal één volwassene en één kind. SNTR gaat er vanuit dat op die manier ongeveer achthonderd statushouders via de stichting in Rotterdam ‘landen’. De gemeente mag dat aantal bij haar eigen taakstelling optellen.

Om die tweehonderd gezinnen te kunnen huisvesten, kocht de stichting huizen aan en ontwikkelde een integratieprogramma, waarin SNTR het bedrag voor taalles voorschiet en uitgeeft aan een intensieve taalcursus. Zo spreken de Syriërs met het hoogste (lees: hoogopgeleide) leervermogen binnen zestien weken Nederlands op B1-niveau, wat afdoende is voor een mbo-opleiding. Tot nu toe volgen drie van de elf SNTR-deelnemers deze versnelde cursus. SNTR verwacht dat in de toekomst een kwart aan het versnelde traject kan deelnemen.

Nadat het COA statushouders koppelt aan Rotterdam, kent het gemeentelijke Intakeloket Ondersteuning Statushouders een woning toe aan een Syrische gezin: een van een corporatie of een van Nieuw Thuis Rotterdam. Zo hebben inmiddels dertig gezinnen via de stichting een plek gevonden binnen de stad.

Diploma’s uit Syrië zijn hier niet noodzakelijkerwijs hetzelfde waard

SNTR schat op Rotterdams microniveau in dat de verdeling in de groep Syrische statushouders van 25 / 35 / 40 (hoger, middelbaar, lager) klopt, maar hoe zit dat voor het totaal in Nederland? Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) rapporteert twee maal per jaar aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid welk opleidingsniveau de nieuwe statushouders zelf zeggen te hebben. Daaruit blijkt dat in de eerste helft van 2016 4 procent analfabeten ons land binnenkwam, 30 procent lager opgeleid was, 35 procent middelbaar opgeleid en 28 procent hoger opgeleid. Maar, zo waarschuwt woordvoerder Jan Willem Anholts van het COA: “Dit is geen exacte informatie. We kunnen vluchtelingen niet verplichten deze informatie vrij te geven.”

Sinds kort registreert het COA op een gestandaardiseerde manier welk opleidingsniveau statushouders (zeggen te) hebben, als onderdeel van het plan van minister Lodewijk Asscher om in een veel vroeger stadium werk en de mogelijkheden daartoe in beeld te krijgen. Nadia Arsieni is beleidsregisseur Plaatsing en Werk bij het COA: “Voorheen vroegen we ook naar werk in het land van herkomst, opleiding en toekomstplannen, maar dat had geen relatie tot de plaatsingscriteria. Nu wel.” Dan nog: diploma’s uit Syrië zijn in Nederland niet noodzakelijkerwijs evenveel waard. In de meeste gevallen een stuk minder zelfs. “Vaak is er toch een tussenstap nodig om aan het werk te komen.”

Vluchtelingen Rotterdam
Hoeveel vluchtelingen vinden een nieuw thuis in Rotterdam? Beeld: Femke van Geffen

59 studenten

Het UAF weet dat als geen ander. Deze stichting voor vluchtelingstudenten helpt hoogopgeleide vluchtelingen hun intellectuele potentie te benutten, op alle mogelijke manieren, ook financiële. De stichting draait voor een belangrijk deel op donateurs en werft zelf mogelijke studenten. In Rotterdam heeft het UAF 72 studenten onder haar vleugels, waarvan er 59 daadwerkelijk een studie volgen. Zeven daarvan studeren aan de Erasmus Universiteit, 31 aan de Hogeschool Rotterdam, zeven aan InHolland, dertien aan ROC Zadkine en een aan het Albeda College. Het hoge aantal mbo’ers is te verklaren doordat in specifieke gevallen een mbo-opleiding dient als een opstapje naar het hbo of de universiteit. Ter vergelijking: in Amsterdam (een stad met meer universiteiten) begeleidt het UAF 262 vluchtelingstudenten.

Met de meeste universiteitssteden in Nederland heeft het UAF inmiddels een convenant gesloten. Daarin staat dat de betreffende gemeente de hoger opgeleide vluchteling van 30 jaar en ouder de kans geeft een studie op zijn niveau te volgen, of dat jongere vluchtelingen zich met behoud van uitkering kunnen voorbereiden op een studie. Dat betekent: vrijstelling van de plichten die een bijstandsuitkering met zich mee brengt, die voorschrijven dat na een half jaar zoeken of studeren iedere baan, op niveau of niet, voldoet. “Geef je ze die ruimte niet”, zegt directeur Mardjan Seighali van het UAF, “dan wordt het voor deze mensen heel moeilijk of zelfs onmogelijk op hun eigen niveau aan de slag te gaan op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het loont om op tijd te investeren in gerichte trajecten naar werk.”

“Rotterdam doet niet alleen de migrant tekort, maar ook de eigen samenleving”

Hier diende de PvdA twee keer een motie in om de gemeenteraad zover te krijgen ook een convenant te sluiten met het UAF, maar Rotterdam wil er niet aan. Want, laat wethouder Schneider via e-mail weten: “De reguliere weg is dat men bij een studie gebruik maakt van studiefinanciering. Alleen in bijzondere situaties kan studie met behoud van uitkering plaatsvinden. Om dit te combineren met de dienstverlening van het UAF is het niet noodzakelijk om een convenant te sluiten. Studeren met behoud van uitkering is alleen wenselijk als het niet leidt tot vertraging bij de toeleiding naar werk.”

“Tenzij je mensen blijvend wilt uitsluiten, is dat geen realistische aanpak”, zegt UAF-stafmedewerker Erik van den Bergh beslist. Het UAF werkt samen met de Erasmus Universiteit en sloot een convenant met de Hogeschool. Van den Bergh probeerde daarnaast tot twee keer toe de Rotterdamse politici te zover te krijgen een convenant met zijn werkgever te sluiten. “Rotterdam geeft hoger opgeleide vluchtelingen geen kans om hun toegevoegde waarde te bewijzen, terwijl de wet wel ruimte biedt om vluchtelingen op hun eigen niveau te laten integreren.” En ja, beaamt Van den Bergh, het kost vluchtelingen inderdaad meer tijd om op niveau een baan te vinden. In de meeste gevallen meer dan een half jaar. “Het is een vorm van kapitaalvernietiging als je ze die kans niet geeft. Zo doet Rotterdam niet alleen de vluchteling tekort, maar ook de eigen samenleving.”

“Werkgevers van hoger opgeleiden willen toch dat hun werknemers Nederlands spreken”

Met een hoge opleiding achter de kiezen valt het alsnog niet mee om te landen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Samen met het COA zette Randstad afgelopen voorjaar in Utrecht en omstreken een pilot op poten om te ervaren hoe de bemiddeling van vergunninghouders zou verlopen. “Want je kunt er maar op één manier achter komen waar je tegenaan loopt bij de matching van vergunninghouders, en dat is door het gewoon te doen”, zegt Robert Ian Dutilh van Randstad, die nauw betrokken was bij de pilot. “Onze twee eisen waren: is iemand jobready, willen en kunnen ze? En spreekt hij Engels of Nederlands?” De resultaten van die pilot waren verrassend: juist de lager opgeleiden komen initieel veel makkelijker aan werk. “De verwachtingen van dat type werk zijn lager. Arbeid is daar een productiemiddel, dat goed in te plannen valt en niet afhankelijk is van taal. Werkgevers van hoger opgeleiden willen toch dat hun werknemers Nederlands spreken”, zegt Dutilh. “En na een half jaar in Nederland beheersen de meeste vergunninghouders de taal niet goed genoeg om meteen betaald werk te vinden.”

Juist in dat hogere segment zitten de meeste banen in Rotterdam, blijkt uit de meest recente arbeidsmarktanalyse (2015). Op middelbaar, hoger en wetenschappelijk beroepsniveau zitten de vacatures, en in de regio Rijnmond bevinden de banen zich met name in de techniek, industrie, informatica en de economisch-administratieve hoek. Een tree lager, op elementair en lager beroepsniveau, is de vijver een stuk kleiner. Bovendien zijn er genoeg Rotterdamse werkzoekenden, die ook op dat niveau aangewezen zijn.

In Dutilhs ervaring is één maatregel bijzonder effectief om een hoger opgeleide vluchteling aan een baan te helpen: een betaalde stage. “Komt een vergunninghouder zo binnen bij een werkgever en hij presteert goed, dan ligt een betaalde baan binnen handbereik. En dan hebben we het over duurzame banen, niet over functies die bij economische tegenwind zo zijn verdwenen.”

Waarom kiest Rotterdam voor een ‘geenuitzonderingenbeleid’? Heeft het UAF gelijk als het zegt dat wij vluchtelingenkapitaal vernietigen? Vanmiddag meer over het standpunt van het UAF en de reactie van de betrokken politici.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:COA, Stichting Nieuw Thuis Rotterdam, UAF, vluchtelingenonderzoek en Vluchtelingenwerk

Secties: Politiek en Vluchtelingen

kaart: Blaak 22, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *