Stedelijke ontwikkeling & architectuur17 november 2016

Stadmaken in het Baankwartier en Middelland

Met stadslabs verdwijnt de ‘top-down versus bottom-up’ benadering in stadsontwikkeling

Werd de stad vroeger ‘gemaakt’ door de gemeente en ontwikkelaars, tegenwoordig is stadsontwikkeling niet meer voorbehouden aan de grote spelers. Illustratief voor deze ontwikkeling zijn de stadslabs in het Baankwartier en Middelland. 


Beeld: Michael van Kekem

Nieuwe vormen van omgaan met stadsontwikkeling steken op veel plaatsen in Nederland de kop op. Aangewakkerd door een vastgoedcrisis, volgehouden vanuit het idee dat het vormgeven van een stad beter en duurzamer kan dan voorheen. Rotterdam is vanwege zijn onontgonnen karakter bij uitstek de plek waar dit plaatsvindt. De twee wijken het Baankwartier en Middelland hebben elk een eigen karakter, eigen vraagstukken, uitdagingen en kansen. In beiden werken stadslabs op een manier die breekt met de traditie: niet top-down, niet bottom-up, maar door samen te werken, experimenteren en van elkaar te leren. Beide stadslabs presenteerden zichzelf op 11 november tijdens het Stadmakerscongres.

Stadslab Baankwartier

Het Baankwartier is een wijk die lange tijd door de stad lijkt te zijn vergeten. Ingeklemd tussen Schiedamsedijk, Schiedamse Vest, Vasteland en Westblaak liggen er de relatief smalle straten van wederopbouwarchitectuur. Het is een gebied met grote tegenstellingen, met zowel het beste Oogziekenhuis ter wereld als een punt voor methadonverstrekking. Het gebied staat grote veranderingen te wachten; de sloop van bestaande bouw en nieuwbouw van hoge woontorens. Vorig jaar schreef Vers Beton hier al eens over . Stadslab Baankwartier werd in 2016 opgericht door Stichting Kool en presenteerde zich op het Stadmakerscongres tijdens een discussie over binnenstedelijke verdichting.

Voor die verdichting lijkt het Baankwartier in Rotterdam een belangrijke rol te spelen, het ligt namelijk in ‘het centrum van het centrum’, zoals de initiatiefnemers van het stadslab het omschrijven. In 2016 zochten ondernemers, bewoners, de gemeente en ontwikkelaars elkaar op, in afwachting van onder andere de bouw van de Cooltoren. Het lab is een samenwerkingsvorm tussen deze partijen en samen werken ze aan de ontwikkeling van hetzelfde gebied. 

De directrice van basisschool Het Landje denkt graag mee over een eventuele nieuwe locatie voor de school

Tijdens bijeenkomsten van het lab wordt met elkaar kennis gemaakt, gewerkt aan een gezamenlijke visie en gezocht naar gedeelde belangen. Ontwikkelaar Jan Ultee (o.a. de Cooltower) formuleert dit als: “Vanuit het grotere geheel kijken naar de eigen belangen.” Arjen Knoester, stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling en tevens deelnemer van het stadslab, benadrukt het belang van de wisselwerking tussen professionals en non-professionals in het stadslab. Daarbij bieden ontwerpers de kennis van de methoden en technieken van ontwikkelingen. De bewoners en gebruikers van de buurt leveren op hun beurt waardevolle input over de dagelijkse ervaringen. Ontwikkelaar Ultee legt de lat hoog; zijn deelname aan het stadslab zorgt voor een betrokkenheid die extra druk uitoefent op de kwaliteit van de ontwikkelingen waar hijzelf verantwoordelijk voor is.

Het klinkt allemaal mooi, maar dat het ook nog wel eens wil schuren blijkt als Basisschool Het Landje ter sprake komt. De directrice van de school denkt ook mee. De aanwezigheid van de populaire school wordt momenteel gezien als een sterke kwaliteit van het gebied. Tegelijkertijd lijkt de school afwezig in de eerste visuele weergave van het toekomstige Baankwartier, ten gunste van een groen parkje. De directrice noemt het pijnlijk, maar geeft ook aan dat ze graag meedenkt over een nieuwe plek voor de school in de wijk. De visuele weergave blijkt een ruwe schets te zijn, waarin er zeker nog plek is voor de school. Ook vanuit het publiek klinkt een oproep om de huidige functies van het gebied niet te vergeten. Juist díe functies vormen mede de basis van het stadslab, is de reactie hierop. Het benadrukt het belang van een actief stadslab in de buurt, om belangrijke functies voor bewoners en gebruikers te waarborgen.

Mooi, mooier Middelland

Middelland is net als het Baankwartier een echte stadswijk, met grenzen die lopen langs het Weena, ’s Gravendijkwal, Rochussenstraat en Heemraadssingel. De wijk heeft een doordacht ontwerp van G.J. De Jongh uit 1887, waarin toen al voor elke bevolkingslaag een plek was. Dit maakt dat Middelland nog steeds een gemengde woningvoorraad en bewoners heeft. Hier was het dan ook geen ingrijpende verandering die de stadsmakers in de wijk de krachten deed bundelen, maar de 7 miljoen die de gemeente voor 2016, 2017 en 2018 beschikbaar stelde ter verbetering van de wijk. Een gesprek op het Stadmakerscongres laat zien hoe dat aangepakt wordt.

Marieke Hillen, vanuit Stichting Singeldingen actief in de wijk, vertelt dat de wijk in een Stuurgroepbijeenkomst onder leiding van de burgemeester werd uitgedaagd zèlf te beslissen waar en hoe de 7 miljoen geïnvesteerd moest worden. Een mooie gedachte die heel wat voeten in de aarde heeft, legt gebiedsmanager Lot Mertens uit. Het omvat allerlei processen, veel organisatie en spelregels, waarbij ter plekke geëxperimenteerd wordt met inspraak vanuit de wijk.

Beeld: Michael van Kekem

Dat krijgt nu vorm in bijeenkomsten waar iedereen zijn zegje kan doen, maar ook het systeem van loting – zoals cultuurhistoricus David van Reybrouck het voorstelt – is voorbijgekomen. Een knikkerbaan is ook ingezet als een ludieke manier om de buurt te betrekken: elke knikkerwedstrijd symboliseerde een potje geld. Uit alle anekdotes blijkt dat we hier getuige zijn van het proces dat stadmaken heet. Hoofddoel volgens Mertens: “Met elkaar tot zinvolle besluiten komen”.

Mooi, mooier Middelland zoekt geen strijd, maar juist consensus

Ook Middelland kent zo zijn twistpunten. De ’s Gravendijkwal huisvest op dit moment een concentratie aan instellingen voor maatschappelijke opvang. De één noemt dit overlastgevend; de ander noemt de plaatselijke concentratie juist een oplossing. Een kritische toehoorder uit het publiek vraagt zich af of het stadslab niet om een ‘speeltuin voor hogeropgeleiden’ gaat, en of een ouderwetse bewonersorganisatie niet een sterkere vuist op tafel kan slaan tegenover de gemeente. Maar Mooi, mooier Middelland is er, net als Stadslab Baankwartier, juíst om iedereen uit de buurt te betrekken. Het stadslab zoekt geen strijd, maar consensus. Met elkaar om tafel zitten is dan veel efficiënter dan tegenover elkaar gaan staan.

Blijvende beweging?

Er zijn grote verschillen tussen de intentie en aanleiding van de beide hier besproken stadslabs. Maar ze draaien allebei om samenwerking ten behoeve van de nodige ontwikkeling in het betreffende gebied. In vroeger tijden hadden de gemeente en ontwikkelaars hierover het laatste woord en konden bewoners en gebruikers waarschijnlijk alleen bij grote protesten wat inspraak afdwingen. Maar tijden zijn veranderd en zoals al in een eerder artikel over het Stadmakerscongres genoemd werd: “Stadsontwikkeling is niet meer voorbehouden aan de grote spelers. Individuen en het maatschappelijk middenveld kunnen even belangrijk zijn.”

Het loslaten van een ‘top-down versus bottom-up’ benadering van stadsontwikkeling zal de komende jaren nog vele vormen gaan vertonen. Dat is ook noodzakelijk: geen wijk in de stad is immers hetzelfde. De verscheidenheid aan opgaven en uitdagingen dwingt af dat er nu steeds meer naar een inspraakmodel op maat wordt gezocht. Het is een interessante ontwikkeling, die uitnodigt mee te blijven kijken, denken en praten. Zeker nu grote partijen weer aan het ontwikkelen slaan. Is het loslaten van de top-down benadering ten fauveure van een bottom-up beweging dan nog steeds de toekomst, of slechts een tijdelijke oplossing?

Het Stadmakerscongres is een Rotterdamse traditie aan het worden. Voor de derde keer organiseerde AIR deze bijeenkomst voor iedereen die zich betrokken voelt bij het maken van de stad. Discussies en gesprekken komen op gang middels een dagprogramma met lezingen, workshops en rondleidingen. Het congres vond plaats op 11 november in de Rotterdamse Schouwburg. 

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, baankwartier, Middelland, stadlabs en stadmakerscongres

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *