Advertentie

Pionect top banner_V2
Voor de harddenkende Rotterdammer

Henk Oosterling is filosoof en oprichter van Rotterdam Vakmanstad. In zijn optiek moet het onderwijs op de schop, want zo los je sociale problemen in de stad op. Leerlingen moeten denken én doen, en niet louter in bestaande structuren gestopt worden.

henk-oosterling-11
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Filosoof Henk Oosterling (1952) spreekt in rap geformuleerde zinnen, die in een onvervalst Rotterdams accent van de tong rollen. Ze verraden een hoge denksnelheid. Naar Oosterling luisteren is kortom je oren spitsen geblazen. “De stad is veranderd, zeker. Het échte probleem van Rotterdam is alleen nooit aangepakt. Het gaat namelijk niet om stenen, maar om de mensen. In sommige wijken zit dertig procent van de bewoners onder de armoedegrens. Dat is het echte probleem.”

Kont van Noord

Oosterling is universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit en oprichter van Rotterdam Vakmanstad. Hij woont op het Noordereiland, ingeklemd tussen Noord en Zuid. Zoals de pyloon van de Erasmusbrug symbolisch aan de zuidkant van de brug geplaatst is, zo zijn de brede ramen van zijn woonkamer zuidwaarts gericht, naar zijn werkterrein. In de loop der tijd zijn de wijken van Zuid echter steeds meer aan het oog onttrokken door de torens die op de Kop van Zuid verrezen. “De Erasmusbrug heeft wel wat gedaan. Er is meer mobiliteit. Maar het is nog steeds een hobbel. Niet van Noord naar Zuid, maar wel van Zuid naar Noord. Ik noem de Kop van Zuid als grapje weleens de Kont van Noord, en daar schuilt een kern van waarheid in. Sommige mensen hebben gewoon het geld niet om de oversteek te maken. En dat heeft met werkgelegenheid te maken. Je zou naar mijn mening opleidingen zo vorm moeten geven dat ze naadloos aansluiten bij de banenmarkt. Want er is wel degelijk werk: de haven, de zorg. Er heerst een mismatch tussen opleidingen en vacatures. Dat beter met elkaar verbinden is wat wij voor ogen hebben met Rotterdam Vakmanstad.

Oosterling is een man van woorden die ze ook in daden omzet. In 2004 verzorgde hij de Rotterdamlezing. De kern van zijn betoog: werkloosheid onder jongeren moet je aanpakken door goed onderwijs. Daarna ontstond het initiatief Rotterdam Vakmanstad. Het wil duurzaam vakmanschap in Rotterdam op de kaart te zetten en jongeren zo aan het werk helpen. “Het idee was om jongeren op een heel open manier te interesseren voor dingen die breder zijn dan enkel het onderwijsprogramma. En dat begint met vakmanschap. Maar het vakmanschap van nu is heel anders dan dat van vijftig jaar geleden. Digitalisering is erbij gekomen en het vakwerk is fysiek minder zwaar geworden.”

Hoofd en handen samen: doendenken

Rotterdam Vakmanstad is in 2007 gestart op de openbare basisschool Bloemhof, op Zuid. Zij gaven vier extra vakken bovenop het reguliere onderwijs: judo, tuinieren, koken en filosofie. Volgens Oosterling vullen zij elkaar aan. “Bij judo beweeg je, dus moet je koken. Eten moet je ergens vandaan halen, dus dat moet je verbouwen. Zo komt de techniek binnen, het omgaan met gereedschap en materialen. Als je daarop reflecteert, komt de filosofie om de hoek kijken. Dat is een verbreding van de cognitieve ontwikkeling die kinderen op school doormaken. En die wordt altijd op drie niveaus ingezet: mentaal, sociaal én fysiek. Want leren is iets dat je met je lichaam doet. Je doet het altijd met anderen, dus samenwerking is heel belangrijk. Dat is het vakmanschap.” Oosterling hanteert dus een brede opvatting van vakmanschap. Dat gaat niet louter over timmeren of lassen, maar over de integratie van hoofd- en handenarbeid. Doendenken heet dat bij Rotterdam Vakmanstad: omdat in hun optiek hoofd en handen altijd samengaan.
Op 28 oktober 2016 kreeg Henk Oosterling de Lof der Zotheidspenning toegekend voor zijn inzet voor de ontwikkeling van Rotterdam-Zuid en zijn bijdrage aan de vernieuwing van het onderwijs aldaar. Inspanningen die in woord in daad aansluiten bij het gedachtegoed van Erasmus, aldus bijgaand persbericht. Oosterlings grootste filosofische inspiratie komt echter niet direct van Rotterdams bekendste denker. “Erasmus is zeker aanwezig in het denken. De ideeën achter Vakmanstad zijn echter eerder te herleiden tot denkers als Michel Foucault of Hannah Arendt. Foucault laat zien dat ons zelfbewustzijn een effect is van disciplinering. De manier waarop wij bouwen, curricula ontwikkelen, hoe we dingen ordenen, dat is eigenlijk een manier waarop ons lichaam gedisciplineerd wordt. Daardoor ontwikkelen we een zelfbewustzijn.” Vaak gaat dat ongemerkt stelt Oosterling, en zijn we ons niet bewust van de structuren die ons disciplineren. School is daar het ultieme voorbeeld van.

Oosterling zegt daar verandering in te willen brengen. Wil hij soms dat leerlingen uit de bestaande structuren breken? “Je hoeft er niet uit te breken, maar je moet je ervan bewust zijn zodat je erop kunt variëren. In het westen scherpen we ons zelfbewustzijn voortdurend door middel van opposities. Zoals de oppositie tussen allochtoon en autochtoon. Hierdoor is er altijd sprake van uitsluiting. Als je dat oppositionele denken bekritiseert, kunnen de relaties tussen dingen of mensen veel meer tot hun recht komen. Dat proberen we in alle vakken in te bakken. Het gaat om nieuwsgierigheid, om vanuit interesse iets te ontdekken wat je niet meteen vastzet of definieert. Zo kunnen leerlingen veel creatiever en experimenteler met de leerstof omgaan. En zo komen verschillen meer tot hun recht.”

henk-oosterling-10
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Taal is de basis

Bovenstaande is de praktische toepassing van het differentiedenken, dat Oosterling aan de Erasmus Universiteit doceert. Het is een filosofie die zich concentreert op wat zich tússen mensen en dingen afspeelt, in plaats van uit te gaan van de identiteit van de dingen zelf. Het zet mensen niet vast in een hokje (allochtoon, autochtoon), maar geeft ze de mogelijkheid te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen. Datzelfde geldt voor ingesleten tegenstellingen als denken en doen – een wat Oosterling betreft vals onderscheid dat vertroebelt dat de één niet zonder het ander kan. Maar hoe onderwijs je dat aan basisschoolleerlingen? “Doordat je ze uitdaagt om bepaalde activiteiten te ontwikkelen waar ze niks vanaf weten, en waar ze zelf wegwijs in moeten worden. Je reikt ze wel structuren aan – er ligt een mes, er is een keuken – maar zij kunnen daarbinnen iets doen waardoor ze zelf gaan participeren in het onderwijs, in plaats van dat ze een spons zijn die louter opneemt. Op die manier hopen we fysiek, sociaal en mentaal iets te triggeren waardoor leerlingen veel bewuster met hun leerstof omgaan.”

In het denken van Erasmus speelt taal een belangrijke rol, als toegang tot andere kennis, als teken van beschaving. Vakmanstad heeft geen specifiek taalonderwijs. Toch is taal volgens Oosterling bepalend. “Het is verankerd in alle vakken. Zoals koken, dat is taal – een recept – én rekenen: de hoeveelheden. Bij judo is het fysieke erg belangrijk. De strijd die daar plaatsvindt wordt bij filosofie op een mentaal niveau getrokken. En alles staat of valt bij goede communicatie. Taal is, zoals ook bij Erasmus naar voren komt, de basis van waaruit de dingen kunnen gebeuren.”
Recent kwam de ChristenUnie met het voorstel om niet meer te spreken van hoog- en laagopgeleiden, maar van praktisch en theoretisch geschoolden. Oosterling is niet bepaald enthousiast. “Volstrekt stompzinnig. Je houdt dezelfde tegenstelling in stand. Theorie blijft met het hoofd, praktijk met de handen. Daar moet je juist doorheen. Dat is dus wat wij met doendenken bedoelen.”

Samenwerken, samenwerken, samenwerken

Het is Oosterlings terugkerende thema: integraal denken en voorbij afgebakende domeinen en vast gedefinieerde identiteiten. Ook in de ontwikkeling van de stad, met de huidige woonvisie, probeert Rotterdam vanuit één domein de sociaaleconomische positie van wijken te verbeteren. Oosterling is geen voorstander. “Wie gaan die goede woningen betalen? En waar moeten de huidige bewoners dan naartoe?” Een integrale aanpak is volgens hem nodig. “Wooncorporaties kijken naar fysieke en economische ontwikkeling. Maar je moet ook naar het sociale en culturele kijken. Maar dat vergt een heel ander denken. Gemeentes en corporaties moeten in gaan zien dat er veel meer samengewerkt moet worden. Dat er een probleem geadresseerd moet worden, in plaats van een budget.” Dus niet eerst het geld verdelen over verschillende domeinen – stadsontwikkeling, werk en inkomen, GGD – om vervolgens vanuit die domeinen te proberen problemen op te lossen. Je moet juist beginnen vanuit een probleem en dan kijken hoe er samengewerkt moet worden en dan waar het geld het beste ingezet kan worden. “Als een gemeentelijke afdeling alleen maar bezig is met stadsontwikkeling, dan komt een groot deel van de maatschappelijke ontwikkeling helemaal niet aan bod. Dus al die directies moeten veel hechter gaan samenwerken. Maar dat betekent dat dat ook in Den Haag, waar het geld verdeeld wordt, moet gebeuren. Want nu hebben we alleen maar met tunnelvisies te maken.”

Voorlopig probeert Henk Oosterling deze tunnelvisies vanuit het onderwijs los te weken. Met Vakmanstad gaat het goed: van een basisschool is het gegroeid naar vier basisscholen en een VMBO, en er wordt samengewerkt met de ROC’s Albeda en Zadkine, de Hogeschool Rotterdam en de Erasmus Universiteit. Hoewel de resultaten moeilijk te kwantificeren zijn, wordt Vakmanstad door de betrokken scholen als een succes ervaren. En hoewel Oosterling sinds kort teruggetreden is als directeur van Vakmanstad, waar nu Rachid el Ousrouti het team aanstuurt, blijft zijn hoop gevestigd op de jeugd. “Het moet ergens beginnen. En ik denk dat het in het onderwijs moet beginnen. Als Erasmus een ding duidelijk heeft gemaakt dan is het dat onderwijs de crux is.”

Dit is de laatste bijdrage in de serie Erasmus en Rotterdam, waarin we in het kader van het Erasmusjaar de relatie tussen Erasmus en de stad verkenden en bediscussieerden. We danken de gemeente voor de financiële steun voor deze serie.

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Sereh Mandias

Sereh Mandias

Na studies wijsbegeerte en bouwkunde laveert Sereh Mandias (1987) in haar werk tussen ontwerp en theorie, met een specifieke interesse voor de totstandkoming van de hedendaagse stad. Ze is werkzaam als docent en coördinator bij de leerstoel Interiors Buildings Cities (faculteit Bouwkunde, TU Delft) en redacteur van podium voor stadscultuur De Dépendance.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Stefan van Hoek
    Stefan van Hoek

    Het is een sympathiek verhaaltje van Oosterling, maar het raakt de kern verre van. Ja, er zullen hier en daar wat vacatures zijn, die door de mismatch tussen opleiding en arbeidsplaats niet of veel later dan wenselijk worden vervuld. Of misschien zijn het er zelfs best veel. Een feit is dat Nederland sinds de oliecrisis in 1973 nooit meer in de buurt is gekomen van volledige werkgelegenheid en het ziet er niet naar uit dat de situatie van om en nabij volledige werkgelegenheid ooit terugkeert. Daaruit volgt dat werkloosheid voor een deel van de beroepsbevolking een natuurlijke toestand is. Hoogstens kan er per individu een wisseling in die situatie optreden. Als we het onderwijs dan toch breder moeten trekken is het wellicht een aardig idee de schoolgaande jeugd die wetenschap bij te brengen tijdens lessen maatschappijleer en/of geschiedenis. Lijkt me wel zo fair. Ik ben zelf al een tijdje niet meer schoolgaand, maar ik heb niet de indruk dat dat gebeurt.

    Óf er wordt van overheidswege voor gezorgd dat het werk verdeeld wordt over allen óf er wordt geaccepteerd dat een bepaald deel van de bevolking níet werkt, omdat er gewoon onvoldoende werk is. (De econoom John Maynard Keynes beschreef die situatie/noodzakelijkheid al in 1936 in The General Theory of Employment, Interest and Money.) Het bij zeer velen beklijvende idee dat niet werken een schande zou zijn (want dat wordt gelijkgesteld aan inactiviteit/thuis op de bank hangen) is mijns inziens direct afkomstig uit de bijbel: “In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten”. Dat was een straf voor Adam en Eva, vanwege het overtreden van de geboden van God. Nog steeds wordt werk vaak als straf en vrij/vakantie als een soort beloning voor het uitzitten van die straf ervaren. Tegelijkertijd is voor het leeuwendeel van de bevolking het hebben van werk nog steeds de natuurlijke toestand, waar die niet voor een ieder opgaat. Waaruit heel vaak volgt dat de werkende zich ‘de goede’ acht, hij/zij ondergaat immers zijn/haar straf. De werkloze is ‘de kwade’, een luilak.

    Zelfs de atheïsten onder ons zijn meer gekaapt door dat collectief christelijk gedachtegoed dan ze vermoeden. Oosterling wekt met bovenstaand – wel degelijk valide argumentatie bevattend – verhaal niet de indruk zich daaraan te kunnen onttrekken. Maar misschien is dat het nadeel van een specifiek op een afgebakend, op één stad gericht medium: het grotere verhaal raakt uit het zicht.

    1. Profielbeeld van Elsie ten Veldhuijs
      Elsie ten Veldhuijs

      Ja zeg! Stefan van Hoek.
      Vanuit een hoge boom reageren, geen kunst, maar wel “beschermd”.
      Ga eerst weer eens kijken op school – 2 weken vrijwilligerswerk doen? En ga eens een maand wonen op Zuid. Wellicht dat er wat meer waarheidsvinding bij komt.

  2. Profielbeeld van Miryam Hupkes
    Miryam Hupkes

    Beste Henk,

    Jouw visie, die uit het artikel naar voren komt, raakt me. Het is hetgeen waarvoor ik mij al jaren inzet binnen het onderwijs, vaak tegen de stroom in moet zwemmen maar steevast de moeite vind om voor te gaan. Her wakkert steeds mijn wil aan om vakgenoten te inspireren, onderwijs echt aan te laten sluiten bij de leerlingen van nu vanuit een heldere visie op de leeftijdsfasen en de problematiek van deze tijd: gebrek aan verbinding.
    En al werk ik aan de noordzijde van onze rivier, ik zou graag eens van gedachten wisselen over de mogelijkheden jouw idealen en ideeen vorm te geven, samen te werken! Het liefst met jou én je opvolger samen!
    Valt dit te realiseren?
    Groet,
    Miryam Hupkes
    ( leerkracht, intern begeleider en initiator: alles in het teken van opvoeding- en zelfopvoedingsvraagstukken).

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500